Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-29
ECLI:NL:RBROT:2026:4813
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,010 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4813 text/xml public 2026-05-19T10:17:41 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-29 ROT 25/10469 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4813 text/html public 2026-05-19T10:13:38 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4813 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2026 / ROT 25/10469 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank concludeert dat het UWV de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen, omdat eiseres geen ingezetene was van Nederland op haar achttiende verjaardag. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/10469 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. P. van Baaren), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV, (gemachtigde: [persoon A] ). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank concludeert dat het UWV de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen, omdat eiseres geen ingezetene was van Nederland op haar achttiende verjaardag. Procesverloop 1.1. Met het besluit van 11 augustus 2025 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering afgewezen. 1.2. Met het besluit van 9 december 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege kan blijven. 1.6. De rechtbank sluit hierbij het onderzoek. Totstandkoming van het besluit 2.1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1995 en is op 20 september 2016 van Curaçao naar Nederland verhuisd. Zij heeft op 31 juli 2025 een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ten behoeve van een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. 2.2. Het UWV heeft de aanvraag met het primaire besluit afgewezen, omdat eiseres op haar achttiende verjaardag niet in Nederland (of een land van de EU, EER of Zwitserland) woonde. Met het bestreden besluit heeft het UWV zijn standpunt gehandhaafd. Standpunt eiseres 3. Eiseres voert in beroep aan dat hoewel zij op haar achttiende verjaardag niet in Nederland woonde, er sprake was van een tijdelijk verblijf en geen duurzame band met Curaçao. Zij is geboren in Nederland en woonde tot aan haar dertiende jaar met haar ouders in Nederland en had zelf geen keuze in haar vertrek naar Curaçao. Zij is rond haar 21ste jaar teruggekomen naar Nederland en voert aan dat haar band met Nederland groter en sterker is dan die met Curaçao. Het UWV heeft haar niet gevraagd waar zij geboren is en heeft geen onderzoek gedaan. Eiseres beroept zich verder op strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beoordeling door de rechtbank 4. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Wajong is ingezetene in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen de natuurlijke persoon, die in Nederland woont. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, in afwijking van het eerste lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan het begrip ingezetene. Op grond van het derde lid van dit artikel gelden voor de persoon die op grond van het tweede lid als ingezetene wordt aangemerkt, doch buiten Nederland woont, de bepalingen van deze wet, met inachtneming van de specifieke regels die in deze wet ten aanzien van deze persoon zijn gesteld. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Wajong, wordt waar een natuurlijk persoon woont naar de omstandigheden beoordeeld. Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt de persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. 5. In geschil is of eiseres op de dag dat zij achttien jaar oud werd (4 augustus 2013) als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd. 6. Vaststaat dat eiseres op haar achttiende verjaardag op Curaçao woonde en niet in Nederland. Zij is op haar dertiende jaar vertrokken en op haar 21ste jaar teruggekeerd. Haar (sociale) leven heeft zich tot die tijd daar afgespeeld. Eiseres voldoet dan ook niet aan de voorwaarde van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef, of artikel 1:3, tweede lid, van de Wajong. Het is al diverse keren door de Centrale Raad van Beroep (de Raad) bevestigd dat er dan geen recht bestaat op een Wajong-uitkering. 7. Ook heeft eiseres hier onvoldoende tegenover gesteld om op 4 augustus 2013 (nog) een duurzame en persoonlijke band tussen eiseres en Nederland aanwezig te achten. De verklaring van eiseres dat haar vader, tante en de rest van haar familie in Nederland woont en dat het niet haar keuze was om naar Curaçao te verhuizen, maakt niet dat sprake is van een persoonlijke en duurzame band met Nederland. Voor de stelling van eiseres dat zij altijd de intentie heeft gehad om in Nederland te blijven of naar Nederland terug te komen, kan in de omstandigheden geen onderbouwing worden gevonden en is ook niet op andere wijze onderbouwd. Het ligt op de weg van eiseres als aanvrager om haar stelling dat zij op het van belang zijnde moment als ingezetene kan worden aangemerkt te onderbouwen. Het is ook niet gebleken dat dit niet van haar gevergd kon worden. De rechtbank volgt dan ook niet de stelling van eiseres dat het UWV ten onrechte heeft nagelaten onderzoek te doen en na te vragen waar zij geboren is. 8. De beroepsgrond dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is enkel algemeen gesteld en in het geheel niet onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is ook overigens niet gebleken van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering heeft afgewezen, omdat zij op haar achttiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4813 text/xml public 2026-05-19T10:17:41 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-29 ROT 25/10469 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4813 text/html public 2026-05-19T10:13:38 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4813 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2026 / ROT 25/10469 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank concludeert dat het UWV de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen, omdat eiseres geen ingezetene was van Nederland op haar achttiende verjaardag. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/10469 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. P. van Baaren), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV, (gemachtigde: [persoon A] ). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank concludeert dat het UWV de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen, omdat eiseres geen ingezetene was van Nederland op haar achttiende verjaardag. Procesverloop 1.1. Met het besluit van 11 augustus 2025 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering afgewezen. 1.2. Met het besluit van 9 december 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege kan blijven. 1.6. De rechtbank sluit hierbij het onderzoek. Totstandkoming van het besluit 2.1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1995 en is op 20 september 2016 van Curaçao naar Nederland verhuisd. Zij heeft op 31 juli 2025 een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ten behoeve van een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. 2.2. Het UWV heeft de aanvraag met het primaire besluit afgewezen, omdat eiseres op haar achttiende verjaardag niet in Nederland (of een land van de EU, EER of Zwitserland) woonde. Met het bestreden besluit heeft het UWV zijn standpunt gehandhaafd. Standpunt eiseres 3. Eiseres voert in beroep aan dat hoewel zij op haar achttiende verjaardag niet in Nederland woonde, er sprake was van een tijdelijk verblijf en geen duurzame band met Curaçao. Zij is geboren in Nederland en woonde tot aan haar dertiende jaar met haar ouders in Nederland en had zelf geen keuze in haar vertrek naar Curaçao. Zij is rond haar 21ste jaar teruggekomen naar Nederland en voert aan dat haar band met Nederland groter en sterker is dan die met Curaçao. Het UWV heeft haar niet gevraagd waar zij geboren is en heeft geen onderzoek gedaan. Eiseres beroept zich verder op strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beoordeling door de rechtbank 4. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Wajong is ingezetene in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen de natuurlijke persoon, die in Nederland woont. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, in afwijking van het eerste lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan het begrip ingezetene. Op grond van het derde lid van dit artikel gelden voor de persoon die op grond van het tweede lid als ingezetene wordt aangemerkt, doch buiten Nederland woont, de bepalingen van deze wet, met inachtneming van de specifieke regels die in deze wet ten aanzien van deze persoon zijn gesteld. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Wajong, wordt waar een natuurlijk persoon woont naar de omstandigheden beoordeeld. Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt de persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. 5. In geschil is of eiseres op de dag dat zij achttien jaar oud werd (4 augustus 2013) als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd. 6. Vaststaat dat eiseres op haar achttiende verjaardag op Curaçao woonde en niet in Nederland. Zij is op haar dertiende jaar vertrokken en op haar 21ste jaar teruggekeerd. Haar (sociale) leven heeft zich tot die tijd daar afgespeeld. Eiseres voldoet dan ook niet aan de voorwaarde van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef, of artikel 1:3, tweede lid, van de Wajong. Het is al diverse keren door de Centrale Raad van Beroep (de Raad) bevestigd dat er dan geen recht bestaat op een Wajong-uitkering. 7. Ook heeft eiseres hier onvoldoende tegenover gesteld om op 4 augustus 2013 (nog) een duurzame en persoonlijke band tussen eiseres en Nederland aanwezig te achten. De verklaring van eiseres dat haar vader, tante en de rest van haar familie in Nederland woont en dat het niet haar keuze was om naar Curaçao te verhuizen, maakt niet dat sprake is van een persoonlijke en duurzame band met Nederland. Voor de stelling van eiseres dat zij altijd de intentie heeft gehad om in Nederland te blijven of naar Nederland terug te komen, kan in de omstandigheden geen onderbouwing worden gevonden en is ook niet op andere wijze onderbouwd. Het ligt op de weg van eiseres als aanvrager om haar stelling dat zij op het van belang zijnde moment als ingezetene kan worden aangemerkt te onderbouwen. Het is ook niet gebleken dat dit niet van haar gevergd kon worden. De rechtbank volgt dan ook niet de stelling van eiseres dat het UWV ten onrechte heeft nagelaten onderzoek te doen en na te vragen waar zij geboren is. 8. De beroepsgrond dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is enkel algemeen gesteld en in het geheel niet onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is ook overigens niet gebleken van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering heeft afgewezen, omdat zij op haar achttiende verjaardag geen ingezetene van Nederland was. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.