Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-29
ECLI:NL:RBROT:2026:4812
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,093 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4812 text/xml public 2026-05-19T10:09:10 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-29 ROT 25/8277 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4812 text/html public 2026-05-19T10:07:35 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4812 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2026 / ROT 25/8277 De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/8277 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. M.B. Ullah), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV, (gemachtigde: [persoon A] ). Samenvatting De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Procesverloop 1.1. Met het besluit van 25 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet Wajong afgewezen. 1.2. Met het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege kan blijven. 1.6. De rechtbank sluit hierbij het onderzoek. Totstandkoming van het bestreden besluit 2.1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1968, heeft eerder een (laattijdige) aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ten behoeve van een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. Met het besluit van 16 maart 2021 heeft het UWV die aanvraag om een Wajong-uitkering afgewezen, omdat sprake was van arbeidsvermogen in de voor de Wajong relevante periode. Eiseres is hiertegen niet in bezwaar gegaan, waardoor het besluit in rechte is komen vast te staan. 2.2. Eiseres heeft op 20 juni 2024 nogmaals een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen om een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts komt in zijn rapport van 24 juli 2024 tot de conclusie dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Het UWV heeft vervolgens het primaire besluit genomen en geweigerd terug te komen van het besluit van 16 maart 2021. 2.3. Met het bestreden besluit heeft het UWV het eerdere standpunt gehandhaafd en hier het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 september 2025 aan ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt tot de conclusie dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, omdat er geen medisch objectieve gronden zijn om te concluderen dat de eerdere besluitvorming onjuist zou zijn geweest. Standpunt eiseres 3. Eiseres voert in beroep aan dat het UWV terug dient te komen van het eerdere besluit, omdat sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming omdat er geen arbeidsdeskundige naar de arbeidsdeskundige gronden heeft gekeken. Eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden en kan ook geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Het bestreden besluit is dan ook evident onjuist. Beoordeling door de rechtbank 4.1. De aanvraag van eiseres is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. In verschillende uitspraken heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) uitgemaakt hoe het bestuursorgaan, specifiek in arbeidsongeschiktheidszaken een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen. 4.2. Het UWV heeft er in dit geval voor gekozen het verzoek van eiseres om herziening af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit, omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Dit betekent dat de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden moet toetsen of het UWV zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd, op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. 4.3. Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de rechtbank niettemin aan de hand van de aangevoerde gronden tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is. 5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat ten tijde van de besluitvorming geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 4 september 2025 deugdelijk gemotiveerd dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die de eerder beschreven belastbaarheid van eiseres rond haar achttiende jaar en de vijf jaren erna doen wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het medische dossier bestudeerd en daarbij alle beschikbare medische informatie van de behandelend sector in zijn beoordeling betrokken. Er is sprake van een herhaalde laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling ver moet worden teruggekeken in de tijd, wat de reden is waarom hij heeft kunnen afzien van een nieuw medisch onderzoek. Daarbij ligt volgens vaste rechtspraak van de Raad de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdig Wajong-aanvraag bij de aanvrager. Het is dus aan eiseres om haar standpunt met stukken te onderbouwen. Voor zover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de gezondheidstoestand van eiseres op de van belang zijnde data en het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, komen deze omstandigheden voor risico van eiseres. Het is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep evident dat eiseres functionele beperkingen heeft als gevolg van haar onderliggende medische problematiek en dat deze beperkingen in mate en ernst ook zijn toegenomen, maar er zijn geen andere feiten of gegevens beschikbaar over het functioneren van eiseres in de verzekerde periode die maken dat er grond is om de eerdere Wajong-beoordeling te herzien. 6. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat het UWV destijds een evident onjuist besluit heeft genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit van 9 september 2025 gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek. De enkele stelling van eiseres dat in de besluitvorming die ten grondslag ligt aan het besluit van 16 maart 2021 de arbeidsdeskundige is uitgegaan van een onjuist arbeidsverleden, maakt niet dat het besluit onmiskenbaar onjuist is. Uit het rapport van de psycholoog van Drechtsteden BV van april 2019 staat onder het kopje "opleiding en werk" op bladzijde 3 hetzelfde als waar de arbeidsdeskundige bij de eerdere beoordeling vanuit is gegaan. De eventuele onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is dus niet onmiskenbaar en kan niet worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Conclusie en gevolgen 7. Het voorgaande betekent dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom heeft het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een Wajong-uitkering afgewezen. 8. Het beroep is ongegrond.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4812 text/xml public 2026-05-19T10:09:10 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-29 ROT 25/8277 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4812 text/html public 2026-05-19T10:07:35 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4812 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2026 / ROT 25/8277 De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/8277 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. M.B. Ullah), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV, (gemachtigde: [persoon A] ). Samenvatting De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wet Wajong) heeft afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Procesverloop 1.1. Met het besluit van 25 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de herhaalde aanvraag van eiseres van een uitkering op grond van de Wet Wajong afgewezen. 1.2. Met het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege kan blijven. 1.6. De rechtbank sluit hierbij het onderzoek. Totstandkoming van het bestreden besluit 2.1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1968, heeft eerder een (laattijdige) aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ten behoeve van een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. Met het besluit van 16 maart 2021 heeft het UWV die aanvraag om een Wajong-uitkering afgewezen, omdat sprake was van arbeidsvermogen in de voor de Wajong relevante periode. Eiseres is hiertegen niet in bezwaar gegaan, waardoor het besluit in rechte is komen vast te staan. 2.2. Eiseres heeft op 20 juni 2024 nogmaals een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen om een Wajong-uitkering bij het UWV ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts komt in zijn rapport van 24 juli 2024 tot de conclusie dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Het UWV heeft vervolgens het primaire besluit genomen en geweigerd terug te komen van het besluit van 16 maart 2021. 2.3. Met het bestreden besluit heeft het UWV het eerdere standpunt gehandhaafd en hier het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 september 2025 aan ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt tot de conclusie dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, omdat er geen medisch objectieve gronden zijn om te concluderen dat de eerdere besluitvorming onjuist zou zijn geweest. Standpunt eiseres 3. Eiseres voert in beroep aan dat het UWV terug dient te komen van het eerdere besluit, omdat sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming omdat er geen arbeidsdeskundige naar de arbeidsdeskundige gronden heeft gekeken. Eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden en kan ook geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Het bestreden besluit is dan ook evident onjuist. Beoordeling door de rechtbank 4.1. De aanvraag van eiseres is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. In verschillende uitspraken heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) uitgemaakt hoe het bestuursorgaan, specifiek in arbeidsongeschiktheidszaken een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen. 4.2. Het UWV heeft er in dit geval voor gekozen het verzoek van eiseres om herziening af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit, omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Dit betekent dat de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden moet toetsen of het UWV zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd, op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. 4.3. Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de rechtbank niettemin aan de hand van de aangevoerde gronden tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is. 5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat ten tijde van de besluitvorming geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 4 september 2025 deugdelijk gemotiveerd dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die de eerder beschreven belastbaarheid van eiseres rond haar achttiende jaar en de vijf jaren erna doen wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het medische dossier bestudeerd en daarbij alle beschikbare medische informatie van de behandelend sector in zijn beoordeling betrokken. Er is sprake van een herhaalde laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling ver moet worden teruggekeken in de tijd, wat de reden is waarom hij heeft kunnen afzien van een nieuw medisch onderzoek. Daarbij ligt volgens vaste rechtspraak van de Raad de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdig Wajong-aanvraag bij de aanvrager. Het is dus aan eiseres om haar standpunt met stukken te onderbouwen. Voor zover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de gezondheidstoestand van eiseres op de van belang zijnde data en het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, komen deze omstandigheden voor risico van eiseres. Het is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep evident dat eiseres functionele beperkingen heeft als gevolg van haar onderliggende medische problematiek en dat deze beperkingen in mate en ernst ook zijn toegenomen, maar er zijn geen andere feiten of gegevens beschikbaar over het functioneren van eiseres in de verzekerde periode die maken dat er grond is om de eerdere Wajong-beoordeling te herzien. 6. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat het UWV destijds een evident onjuist besluit heeft genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit van 9 september 2025 gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek. De enkele stelling van eiseres dat in de besluitvorming die ten grondslag ligt aan het besluit van 16 maart 2021 de arbeidsdeskundige is uitgegaan van een onjuist arbeidsverleden, maakt niet dat het besluit onmiskenbaar onjuist is. Uit het rapport van de psycholoog van Drechtsteden BV van april 2019 staat onder het kopje "opleiding en werk" op bladzijde 3 hetzelfde als waar de arbeidsdeskundige bij de eerdere beoordeling vanuit is gegaan. De eventuele onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is dus niet onmiskenbaar en kan niet worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Conclusie en gevolgen 7. Het voorgaande betekent dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom heeft het UWV terecht de herhaalde aanvraag van eiseres van een Wajong-uitkering afgewezen. 8. Het beroep is ongegrond.