Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-04-16
ECLI:NL:RBROT:2026:4808
beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/716683 / HA RK 26-232 Beschikking van 16 april 2026 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MULTRASHIP B.V. 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MULTRATUG B.V. beide gevestigd te Terneuzen, verzoeksters advocaat: mrs. E. van Gruijthuisen en M.M. van Leeuwen, tegen 1 de GEMEENSCHAPPELIJKE NAUTISCHE AUTORITEIT gevestigd te Vlissingen, verweerster, geen advocaat, en 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVET B.V . gevestigd te Terneuzen, verweerster advocaat: mr. A. van Hal 3. de rechtspersoon naar buitenlands recht GRACE OCEAN PTE LTD gevestigd te Sheton (Singapore), verweerster advocaat: mr. J. Blussé van Oud-Alblas, 4. de rechtspersoon naar buitenlands recht GLOBAL CHARTERING LIMITED gevestigd te Port Louis (Republiek van Mauritius), verweerster,advocaat: mr. M. Wattel. Partijen worden hierna aangeduid met Multraship, Multratug, Multraship c.s. (verzoeksters gezamenlijk), de GNA, Ovet, Grace Ocean, Global Chartering. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Op 9 maart 2026 heeft de griffie van deze rechtbank het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ingevolge het ‘WALRADARBESLUIT SCHELDE’ (art. 195a Rv en 196 e.v., voorlopige bewijsverrichting) ontvangen van Multraship c.s. Zij verzoeken (samengevat) om te bevelen dat: de GNA de bewaarde gegevens van de walradar (radar/AIS data en VHF conversaties) voor de periode van 24 november 2025 05:00-08:00 LT beschikbaar zal stellen aan Multraship, Ovet, Grace Ocean en Global Chartering, na een instructiebijeenkomst en daarvan een digitale kopie zal verstrekken aan voornoemde partijen, deze instructiebijeenkomst zal worden gehouden op een dag en uur, overeen te komen tussen voornoemde partijen en de vertegenwoordigers van de Schelderadarketen, het voorlopig getuigenverhoor zal worden aangehouden tot een pro forma datum. 1.2. De rechtbank begrijpt dat het verzoek kan worden opgevat als een voorlopige bewijsverrichting als bedoeld in artikel 196 Rv. 1.3. Mr. J. Blussé van Oud-Alblas heeft op 31 maart 2026 namens Grace Ocean, mr. Wattel op 31 maart 2026 namens Global Chartering en mr. Van Hal op 7 april 2026 namens Ovet desgevraagd aan de rechtbank per e-mail bevestigd dat zij instemmen met zowel het achterwege laten van een mondelinge behandeling, als ook met toewijzing van het verzoek van Multraship c.s. 1.4. De rechtbank heeft een standaardwerkwijze afgestemd met de GNA voor de behandeling van verzoeken om het inzien/afgifte van incidentenregistratie die vallen onder het bereik van artikel 196 Rv. Uit die afstemming volgt dat de rechtbank ervan mag uitgaan dat de GNA, indien deze geen tegenbericht instuurt kort nadat zij is verwittigd over het ingediend zijn van een verzoek als het onderhavige, ermee instemt dat de rechtbank het verzoek behandelt zonder het houden van een zitting en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank over het verzoek. Multraship c.s. hebben een e-mail van de GNA van 29 januari 2026 overgelegd waaruit volgt dat zij over dit verzoek is geïnformeerd en dat zij instemt met afdoening zonder mondelinge behandeling. 1.5. Op grond van artikel 198, lid 1 Rv en gelet op artikel 1.6.2. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank kan een mondelinge behandeling onder meer achterwege blijven als alle partijen de rechter schriftelijk hebben verzocht om zonder mondelinge behandeling te beslissen en als aan ieder van de belanghebbenden de mogelijkheid is geboden om mede te delen of hij gehoord wenst te worden en deze daarvan geen gebruik heeft gemaakt. 1.6. Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld zal de rechtbank zonder een mondelinge behandeling beslissen op het verzoek van Multraship c.s., zoals dit nader is geduid. 2 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 2.1. Multraship c.s., de GNA en Ovet zijn gevestigd in Nederland, Grace Ocean in Singapore en Global Chartering in d