Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-04-02
ECLI:NL:RBROT:2026:4807
Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 71-352269-25 Datum uitspraak: 2 april 2026 Datum zitting: 19 maart 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] , [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. L.E. Toet Officier van justitie: mr. T.J. Kodrzycki Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie en een geluiddemper. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van vijf maanden, met aftrek van het voorarrest. De in beslag genomen mobiele telefoon van de verdachte wordt verbeurd verklaard. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met een ander een vuurwapen met bijbehorende munitie en een geluiddemper voorhanden heeft. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: 1 hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie en/of munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 Categorie II en/ of III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 6,35 Browning, voorhanden heeft gehad; 2 hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad. 2 Geldigheid van de dagvaarding 2.1. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat de dagvaarding voor wat betreft de munitie nietig moet worden verklaard, omdat onvoldoende duidelijk is waartegen de verdachte zich moet verweren. 2.2. Oordeel van de rechtbank Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat voor een andere, duidelijkere manier van ten laste leggen gekozen had kunnen worden. Dat betekent echter niet dat deze wijze van ten laste leggen in strijd is met de in artikel 261 Sv gestelde eisen, te weten opgave van het feit waar de verdachte van wordt verdacht en de tijd en plaats van het strafbare feit. In combinatie met het dossier moet het voor de verdachte voldoende duidelijk zijn geweest waarvan hij wordt verdacht en waartegen hij zich moet verweren. Dat blijkt overigens eveneens uit de omstandigheid dat er ook inhoudelijk verweer met betrekking tot dat feit is gevoerd. De dagvaarding is geldig. 3 Bewijs 3.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten. 3.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit voor alle feiten, subsidiair vrijspraak bepleit ten aanzien van de munitie en meer subsidiair verzocht een kortere pleegperiode aan te houden. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een geluiddemper. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. 1. Proces-verbaal van de politie In de woning van [medeverdachte] , aan de [adres 2] te Bergen op Zoom, zag ik in de slaapkamer een kledingkast met daarop geplaatst een witte mand met groene opdruk. In deze mand zag ik een zwart, op een handvuurwapen gelijkend voorwerp, een zwarte patroonhouder Hierop toonde de politieambtenaar mij de fouilleringzak van [medeverdachte] . Ik, verbalisant, zag inderdaad dat de iPhone 15 in de fouilleringszak zat. Hierop heb ik, verbalisant, uit de fouilleringszak de iPhone 15 met goedcode [goednummer 3] inbeslaggenomen ter waarheidsvinding. 6. Proces-verbaal van de politie Ik, verbalisant, deed een handmatige quickscan onderzoek naar Telegram op de iPhone 15. Ik zag dat er op deze gegevensdrager een Telegram Account ingelogd stond met de volgende gegevens: Gebruikersnaam: [gebruikersnaam 2] Telefoonnummer: [gsm-nummer 1] Gebruikersnaam: [gebruikersnaam 1] Ik, verbalisant, zag tijdens een quickscan in een naamloze ‘Secret Chat’. Chat 1 Ik, verbalisant, verbaliseer een deel van dit gesprek op 8 juli 2025 beginnend om 22:28 uur. Ik zag een chat waarin vermoedelijk het aanschaffen van een vuurwapen besproken werd. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat de lading van de plug nu belangrijker is (mij is ambtshalve bekend dat de 'plug' in straattaal iemand is die dingen kan regelen of dingen verkoopt). Ik zag dat NN schreef dat de spinners zijn geland, 800 per stuk. Mij is ambtshalve bekend dat een 'spinner' in de UK-Drill muziekscene een Spinner verwijst naar een wapen, waarbij het woord verwijst naar het 'spinnen' van de trommel van een revolver. Ik zag dat [medeverdachte] schreef 'spinners doorboord', wat kan verwijzen naar een doorboord pistool, mij ambtshalve bekend als een omgebouwd alarmpistool. Verder las ik dat [medeverdachte] schreef 'Pap staat klaar', wat mij ambtshalve bekend vermoedelijk gaat over dat het geld klaarligt. Ik zag dat [medeverdachte] vroeg hoe vaak het pistool gebruikt kan worden. Ik zag dat het verder in het gesprek ging over de eerlijkheid van de plug en de prijs. Ik zag dat [medeverdachte] zei dat de plug hun goed behandeld heeft, en dat hij hem meer geld gunt. Ik zag dat [medeverdachte] zei dat NN moest vragen of er een 'supressor'/demper op kan, en of er 20 extra pitten (mij ambtshalve bekend als straattaal voor patronen) kunnen komen en hoeveel die extra kosten. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat hij 'daar' morgen kan zijn, en dat het afhankelijk is van de prijs. En dat hij sowieso twee pitten wil testen. Ik zag dat NN schreef dat je meestal het aantal pitten krijgt wat er in kan. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat NN moest vragen naar extra hoeveel dat kost. Ik las dat [medeverdachte] verder vroeg naar de lading en vermoedelijk beschikbaarheid. Ik zag dat NN vroeg waar [medeverdachte] (vermoedelijk de pitten) wil testen. Ik zag dat NN schreef dat hij (vermoedelijk) de pitten wil testen op ' [naam 2] '. Ik zag dat NN reageerde op de vraag over de lading beantwoordde met dat het alleen deze lading betreft, van 7.65. Ik zag dat [medeverdachte] vroeg of hij al gereageerd heeft op de tijd (van vermoedelijk de afspraak) morgen 7 uur. Ik zag dat NN schreef 'niet heet worden', waarop [medeverdachte] schreef dat hij deze kans niet wil missen. Ik zag dat NN schreef dat hij morgen met ze wil afspreken bij flat in bos. Ik zag dat NN schreef dat als hij hem heeft gezien dat hij gaat bewegen naar Alkmaar. Ik zag dat [medeverdachte] vroeg of ze pap (vermoedelijk geld) meenemen of dat te riskant is. Ik las dat ze verder een afspraak over de tijd maken. Chat 2 Ik, verbalisant, zag in een 'secret chat' genaamd ' [chatnaam] ' een gesprek gestart op 21 december 2021 op 17:07. Ik zag dat ' [chatnaam] ' vroeg wanneer ze gaan testen. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat het om 00:00 op de 31e gaat gebeuren. 7. Proces-verbaal van de politie In de forensische kopie van de iPhone 15 met beslagnummer [goednummer 3] , zag ik een video. Ik zag en hoorde in deze video, een persoon in een bosachtige omgeving, gekleed in een lichtkleurige broek, zwarte schoenen en een zwarte doorgestikte jas. Deze persoon heeft in de rechterhand een zwart op een handvuurwapen gelijkend voorwerp, met een metaalkleurige uiteinde van de loop. De persoon gebruikt vervolgens de linkerhand om de slede va Hij heeft verklaard dat hij deze goederen samen met de verdachte heeft gekocht en heeft opgeborgen. Op de telefoon van de verdachte en op de telefoon van de medeverdachte wordt daarnaast hetzelfde filmpje aangetroffen, waarop te zien is dat een persoon met een vuurwapen schoten lost. De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat het vuurwapen dat op dit filmpje te zien is hetzelfde vuurwapen is dat is aangetroffen in zijn woning en dat de verkoper van het wapen de persoon is die op het filmpje te zien is. Deze verklaring is voldoende betrouwbaar, nu deze wordt ondersteund door de bewijsmiddelen in het dossier. Voor een veroordeling van het – als medepleger – voorhanden hebben van een wapen en munitie is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met de medeverdachte en dat deze samenwerking was gericht op het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Vereist is dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van dat vuurwapen en de munitie. Daarnaast is voor een bewezenverklaring vereist dat de verdachte tezamen met de medeverdachte feitelijke macht over het vuurwapen en de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijker-wijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. De verdachte is zich bewust geweest van de aanwezigheid van het vuurwapen, de munitie en de geluiddemper. Hij en de medeverdachte hebben deze gezamenlijk aangeschaft en opgeborgen in de woning van de medeverdachte. Hij heeft daarnaast over het vuurwapen kunnen beschikken en daarover feitelijke macht kunnen uitoefenen. De rechtbank kent daarbij gewicht toe aan de gezamenlijkheid van het optreden van de verdachten. Deze heeft bestaan uit de eerdere chatgesprekken tussen de verdachten over de aanschaf van het wapen, de munitie en de geluiddemper, uit de wijze van ophalen en opbergen van deze goederen en uit de wijze waarop plannen werden gemaakt voor het schoonmaken en testen van het wapen. Dit alles deden zij gezamenlijk en in samenspraak. De rechtbank oordeelt dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen, munitie en een geluiddemper voorhanden heeft gehad. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het wapen pas na 8 december 2025 is aangeschaft, nu het filmpje van de verkoper met het vuurwapen op 8 december 2025 op de telefoon van de medeverdachte en op 9 december 2025 op de telefoon van de verdachte is komen te staan. De precieze aanschafdatum is niet vast te stellen, maar omdat de medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij het vuurwapen van het filmpje hebben gekocht zal dit in ieder geval ná 8 december 2025 zijn geweest. De pleegperiode zal daarom worden ingekort. 3.3.3. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: Feit 1 hij in de periode van 9 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom, tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III van de Wet Wapens en Munitie en munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen voorhanden heeft gehad; Feit 2 hij in de periode van 9 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander, een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad. 4 Kwalificatie en strafbaarheid 4.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Feit 1 medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; Feit 2 medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 4.2. Strafbaarheid De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte het feit samen met een ander heeft begaan, dat zij een concreet plan hadden het vuurwapen te testen en dat de verdachte en de medeverdachte naast het vuurwapen, munitie en een geluiddemper voorhanden hadden. Gelet op dit alles wordt een gevangenisstraf van 5 maanden opgelegd. De rechtbank zal geen voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden opleggen. Het reclasseringsadvies is opgemaakt door het team Terrorisme, Extremisme en Radicalisering en bestaat onder meer uit een ideologisch onderzoek. Het vermoeden van het aanhangen van het jihadistisch gedachtegoed van de terroristische organisatie Islamitische Staat komt echter in de onderhavige strafzaak niet terug in de beschuldiging. De rechtbank acht het dan ook niet opportuun om in een strafrechtelijk kader een langdurige intensieve begeleiding op te leggen die losstaat van wat bewezen wordt geacht. 6 In beslag genomen voorwerpen 6.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon, wordt verbeurd verklaard. 6.2. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om teruggave van de telefoon, gelet op de bepleite vrijspraak. 6.3. Oordeel van de rechtbank 6.3.1. Verbeurdverklaring Als bijkomende straf voor de feiten wordt de in beslag genomen mobiele telefoon, van het merk iPhone SE ( [beslagnummer 2] ) verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. De mobiele telefoon is ook vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met behulp van de mobiele telefoon gepleegd en de mobiele telefoon behoort aan de verdachte toe. 7 Voorlopige hechtenis Het gerechtshof heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 6 februari 2026 onder bijzondere voorwaarden geschorst zonder verdere aanduiding of beperking. De rechtbank ziet geen aanleiding hierin verandering te brengen. De schorsing van de voorlopige hechtenis loopt dus (onder dezelfde voorwaarden) door. 8 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 9 Beslissingen De rechtbank: Voorvragen verklaart de dagvaarding geldig; Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Straf Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden ; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; In beslag genomen voorwerpen - verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2 de mobiele telefoon, van het merk iPhone SE (omschrijving: [beslagnummer 2] ); 10 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. I. Bouter, voorzitter, en mrs. F.P.J. Schoonen en J. Langeveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 april 2026. Mr. J. Langeveld en mr. E.F. Meekhof zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] . pagina 183 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] , van het algemeen dossier [dossiernaam] . pagina 182 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] . pagina 194 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] . p