Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-30
ECLI:NL:RBROT:2026:4673
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4673 text/xml public 2026-05-11T11:01:14 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-30 C/10/716901 / JE RK 26-550 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4673 text/html public 2026-05-11T11:00:16 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4673 Rechtbank Rotterdam , 30-03-2026 / C/10/716901 / JE RK 26-550 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/716901 / JE RK 26-550 Datum uitspraak: 30 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam- Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. J.A. Neslo, kantoorhoudende in Almere, [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. P. Celikkal, kantoorhoudende in Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 23 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum; - het verweerschrift van de advocaat van de vader van 26 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] . 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij haar moeder. 3 Het verzoek van de Raad 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Zij wordt belast door de voortdurende strijd tussen de ouders en onderlinge diskwalificaties. [voornaam minderjarige] is zich bewust van deze spanningen en lijdt hieronder. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] uitspraken gedaan over de vader die zorgen baren. De Raad acht de ouders niet in staat om de ontstane situatie zelfstandig op te lossen en acht hulpverlening noodzakelijk. Gelet op de langdurige voorgeschiedenis van hulpverlening sinds 2019 is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden aangewezen. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De moeder onderschrijft de zorgen die uit het raadsonderzoek naar voren komen en acht het van belang dat er duidelijkheid en rust komt voor [voornaam minderjarige] . Gelet op de aard en ernst van de problematiek en het feit dat ook een strafrechtelijk onderzoek loopt, is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden passend. Op deze manier heeft de GI voldoende tijd om goed zicht op de situatie te krijgen, de regie te nemen en de benodigde hulpverlening op te starten en te begeleiden. Ook biedt dit de nodige ruimte en tijd voor het lopende strafonderzoek. Desgevraagd kan de moeder zich ook vinden in een kortere ondertoezichtstelling, zodat er een tussentijds evaluatiemoment ontstaat. 4.2. Door en namens de vader is ter zitting naar voren gebracht dat hij geen inhoudelijke bezwaren heeft tegen de ondertoezichtstelling, maar zich niet kan verenigen met de verzochte duur van twaalf maanden. De kern van de problematiek is gelegen in de verstoorde communicatie en samenwerking tussen de ouders, waardoor [voornaam minderjarige] klem is komen te zitten. De vader acht het van belang dat er snel en voortvarend wordt gehandeld, met name ten aanzien van het herstel van het contact tussen hem en [voornaam minderjarige] . De vader heeft [voornaam minderjarige] inmiddels een aantal maanden niet gezien. Hij vreest dat een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden onvoldoende prikkel geeft om snel tot concrete stappen te komen. Daarom wordt namens de vader verzocht de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden, met afwijzing van het overige, dan wel aanhouding daarvan. 5 De informatie van de GI 5.1. De GI heeft ter zitting de volgende informatie naar voren gebracht. Op dit moment is er nog geen jeugdbeschermer direct beschikbaar. Dit kan enkele weken duren. In de tussentijd is het van belang dat er stappen worden gezet, met name ten aanzien van het opstarten van hulpverlening en begeleide omgang. Daarbij is ook een verantwoordelijkheid voor de ouders zelf weggelegd. Tegelijkertijd is het juist in deze zaak van belang dat een jeugdbeschermer regie voert om de hulpverlening te coördineren en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader zorgvuldig vorm te geven. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.2. [voornaam minderjarige] zit klem in de voortdurende strijd tussen haar ouders. Er is sprake van een ernstig verstoorde ouderrelatie, waarbij de ouders elkaar over en weer diskwalificeren. [voornaam minderjarige] is zich hiervan bewust en wordt hierdoor belast. Deze situatie heeft geleid tot een loyaliteitsconflict. Daarnaast zijn er aanwijzingen van kindermishandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van de vader, hetgeen raakt aan de veiligheid van [voornaam minderjarige] en haar ontwikkeling verder onder druk zet. Gelet op het voorgaande is sprake van een onveilige en instabiele opvoedsituatie, waardoor [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. 6.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders ondanks langdurige betrokkenheid van hulpverlening niet is gelukt om de onderlinge strijd te verminderen en tot constructieve samenwerking te komen. Het ontbreekt aan regie en aansturing, terwijl juist die regie noodzakelijk is om de hulpverlening op gang te brengen en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader op verantwoorde wijze te herstellen. Tot slot neemt de kinderrechter in overweging dat de ouders ter zitting de zorgen hebben erkend en zich niet hebben verweerd tegen de ondertoezichtstelling. 6.4. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de regie gaat voeren en voortvarend de noodzakelijke hulpverlening en, mits veilig voor [voornaam minderjarige] , contactherstel in gang zet. De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere duur toe te wijzen dan door de Raad is verzocht, om op korte termijn te kunnen toetsen of voldoende voortgang wordt geboekt. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van zes maanden. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 6.5. De kinderrechter verzoekt de GI bij gelegenheid van de hierna te vermelden zittingsdatum ter zitting aanwezig te zijn om de stand van zaken mondeling toe te lichten. 6.6. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1. stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 30 maart 2026 tot 30 september 2026; 7.2. verklaart de beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen: 7.3.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4673 text/xml public 2026-05-11T11:01:14 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-30 C/10/716901 / JE RK 26-550 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4673 text/html public 2026-05-11T11:00:16 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4673 Rechtbank Rotterdam , 30-03-2026 / C/10/716901 / JE RK 26-550 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/716901 / JE RK 26-550 Datum uitspraak: 30 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam- Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. J.A. Neslo, kantoorhoudende in Almere, [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. P. Celikkal, kantoorhoudende in Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 23 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum; - het verweerschrift van de advocaat van de vader van 26 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] . 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij haar moeder. 3 Het verzoek van de Raad 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Zij wordt belast door de voortdurende strijd tussen de ouders en onderlinge diskwalificaties. [voornaam minderjarige] is zich bewust van deze spanningen en lijdt hieronder. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] uitspraken gedaan over de vader die zorgen baren. De Raad acht de ouders niet in staat om de ontstane situatie zelfstandig op te lossen en acht hulpverlening noodzakelijk. Gelet op de langdurige voorgeschiedenis van hulpverlening sinds 2019 is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden aangewezen. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De moeder onderschrijft de zorgen die uit het raadsonderzoek naar voren komen en acht het van belang dat er duidelijkheid en rust komt voor [voornaam minderjarige] . Gelet op de aard en ernst van de problematiek en het feit dat ook een strafrechtelijk onderzoek loopt, is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden passend. Op deze manier heeft de GI voldoende tijd om goed zicht op de situatie te krijgen, de regie te nemen en de benodigde hulpverlening op te starten en te begeleiden. Ook biedt dit de nodige ruimte en tijd voor het lopende strafonderzoek. Desgevraagd kan de moeder zich ook vinden in een kortere ondertoezichtstelling, zodat er een tussentijds evaluatiemoment ontstaat. 4.2. Door en namens de vader is ter zitting naar voren gebracht dat hij geen inhoudelijke bezwaren heeft tegen de ondertoezichtstelling, maar zich niet kan verenigen met de verzochte duur van twaalf maanden. De kern van de problematiek is gelegen in de verstoorde communicatie en samenwerking tussen de ouders, waardoor [voornaam minderjarige] klem is komen te zitten. De vader acht het van belang dat er snel en voortvarend wordt gehandeld, met name ten aanzien van het herstel van het contact tussen hem en [voornaam minderjarige] . De vader heeft [voornaam minderjarige] inmiddels een aantal maanden niet gezien. Hij vreest dat een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden onvoldoende prikkel geeft om snel tot concrete stappen te komen. Daarom wordt namens de vader verzocht de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden, met afwijzing van het overige, dan wel aanhouding daarvan. 5 De informatie van de GI 5.1. De GI heeft ter zitting de volgende informatie naar voren gebracht. Op dit moment is er nog geen jeugdbeschermer direct beschikbaar. Dit kan enkele weken duren. In de tussentijd is het van belang dat er stappen worden gezet, met name ten aanzien van het opstarten van hulpverlening en begeleide omgang. Daarbij is ook een verantwoordelijkheid voor de ouders zelf weggelegd. Tegelijkertijd is het juist in deze zaak van belang dat een jeugdbeschermer regie voert om de hulpverlening te coördineren en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader zorgvuldig vorm te geven. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.2. [voornaam minderjarige] zit klem in de voortdurende strijd tussen haar ouders. Er is sprake van een ernstig verstoorde ouderrelatie, waarbij de ouders elkaar over en weer diskwalificeren. [voornaam minderjarige] is zich hiervan bewust en wordt hierdoor belast. Deze situatie heeft geleid tot een loyaliteitsconflict. Daarnaast zijn er aanwijzingen van kindermishandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van de vader, hetgeen raakt aan de veiligheid van [voornaam minderjarige] en haar ontwikkeling verder onder druk zet. Gelet op het voorgaande is sprake van een onveilige en instabiele opvoedsituatie, waardoor [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. 6.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders ondanks langdurige betrokkenheid van hulpverlening niet is gelukt om de onderlinge strijd te verminderen en tot constructieve samenwerking te komen. Het ontbreekt aan regie en aansturing, terwijl juist die regie noodzakelijk is om de hulpverlening op gang te brengen en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader op verantwoorde wijze te herstellen. Tot slot neemt de kinderrechter in overweging dat de ouders ter zitting de zorgen hebben erkend en zich niet hebben verweerd tegen de ondertoezichtstelling. 6.4. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de regie gaat voeren en voortvarend de noodzakelijke hulpverlening en, mits veilig voor [voornaam minderjarige] , contactherstel in gang zet. De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere duur toe te wijzen dan door de Raad is verzocht, om op korte termijn te kunnen toetsen of voldoende voortgang wordt geboekt. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van zes maanden. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 6.5. De kinderrechter verzoekt de GI bij gelegenheid van de hierna te vermelden zittingsdatum ter zitting aanwezig te zijn om de stand van zaken mondeling toe te lichten. 6.6. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1. stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 30 maart 2026 tot 30 september 2026; 7.2. verklaart de beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen: 7.3.