Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-10
ECLI:NL:RBROT:2026:4484
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,220 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4484 text/xml public 2026-05-06T08:46:38 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-10 11941353 CV EXPL 25-23096 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4484 text/html public 2026-05-06T08:46:05 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4484 Rechtbank Rotterdam , 10-04-2026 / 11941353 CV EXPL 25-23096 Netbeheerder krijgt toestemming om gasaansluiting af te sluiten. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11941353 CV EXPL 25-23096 datum uitspraak: 10 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stedin Netbeheer B.V. , vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: drs. M.D. Brouwer MSc, tegen [gedaagde] B.V. , vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, vertegenwoordigd door: [naam] . De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding, met bijlagen; de brief van [gedaagde] van 24 oktober 2025; de rolbeslissing; de repliek, met bijlagen. 1.2. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de repliek, maar dat heeft zij niet gedaan. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. Stedin transporteert gas naar een adres van [gedaagde] , de [adres] te Rotterdam (hierna: het adres). Volgens Stedin heeft [gedaagde] hiervoor geen contract met een energieleverancier, waardoor op dat adres gas kan worden gebruikt zonder dat daarvoor wordt betaald. Stedin wil daarom de gastoevoer afsluiten. Om dit te doen wil ze op het adres werkzaamheden uitvoeren. Ze eist dat de kantonrechter dit mogelijk maakt en dat [gedaagde] de kosten betaalt. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet 2.2. Het enige verweer van [gedaagde] is dat zij nooit facturen of brieven heeft gehad. Verder heeft zij gesteld: “Uit dossier blijkt dat er eenmalig een brief naar ons kantooradres verzonden zou zijn. De post is helaas nooit bij ons aangekomen” . In reactie daarop heeft Stedin bij de repliek een aantal brieven overgelegd, waarvan zij stelt dat die naar het adres zijn gestuurd. Ook heeft zij drie brieven overgelegd van 17 april 2025, 24 april 2025 en 19 mei 2025, die volgens haar naar het postadres van [gedaagde] zijn gestuurd. [gedaagde] heeft daar niet meer op gereageerd. Het had in de rede gelegen dat zij had gereageerd op de stelling dat er zowel brieven zijn verstuurd naar het adres zelf als naar het postadres van [gedaagde] . Ook had het voor de hand gelegen dat zij had uitgelegd uit welk “dossier” was gebleken dat er eenmalig een brief naar haar kantooradres was gestuurd, hoe zich dat verdraagt met haar verweer dat zij nooit iets heeft ontvangen, wanneer zij van die brief kennis heeft genomen en waarom toen geen actie is ondernomen. Nu [gedaagde] dat allemaal heeft nagelaten heeft zij haar verweer dat zij niets heeft ontvangen, tegenover de onderbouwde stellingen van Stedin, onvoldoende onderbouwd. Om die reden slaagt het verweer van [gedaagde] niet. [gedaagde] moet toestaan dat Stedin de gasaansluiting afsluit 2.3. Volgens Stedin is er op het adres wel een gasaansluiting, maar is er sinds 1 maart 2025 geen energiecontract meer. Dat heeft [gedaagde] niet betwist. Dit staat daarom vast. Dat betekent dat op het adres gas kan worden gebruikt zonder ervoor te betalen. Stedin heeft er belang bij om hier een einde aan te maken. Als er gas wordt gebruikt op het adres dan lijdt Stedin daardoor namelijk schade. Bovendien mag Stedin zelf geen gas leveren (artikel 3.10 Energiewet). Zij is daarom verplicht de gasaansluiting af te sluiten (artikel 3.29 lid 1 onder a Energiebesluit). Gelet hierop bepaalt de kantonrechter dat Stedin het recht heeft om de gasaansluiting af te sluiten (artikel 558 onder b Rv). [gedaagde] moet dat toelaten. 2.4. Stedin eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de afsluitkosten te betalen. [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Die eis wordt daarom toegewezen. [gedaagde] hoeft die kosten (uiteraard) alleen te betalen als Stedin daadwerkelijk afsluit. Onder die voorwaarde wordt de eis dus toegewezen. Stedin mag niet zelf ontruimen 2.5. Als het voor het uitvoeren van de werkzaamheden nodig is om (een deel van) de ruimte te ontruimen, moet [gedaagde] dat doen zo lang de werkzaamheden duren. Als [gedaagde] niet zelf ontruimt, kan Stedin hiervoor een deurwaarder inschakelen (artikel 556 Rv). Stedin mag dit niet zelf doen, zoals zij lijkt te eisen. Onbetaalde afsluitkosten zijn geen reden om de gastoevoer afgesloten te laten 2.6. Als alleen de afsluitkosten nog openstaan is het niet redelijk om de gastoevoer afgesloten te laten (artikel 6:52 BW). Dit deel van de eis wordt daarom afgewezen. [gedaagde] moet € 75,- aan buitengerechtelijke kosten betalen 2.7. De incassokosten van € 75,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:262 lid 2 BW). [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.8. [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stedin op € 125,30 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 434,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 802,80. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. bepaalt dat Stedin het recht heeft om op het adres [adres] in Rotterdam de gasaansluiting met EAN-code [EAN-code] af te sluiten en de gasmeter met nummer [nummer] mee te nemen, als zij dit drie dagen van tevoren aankondigt; 3.2. veroordeelt [gedaagde] om toe te staan dat Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd; 3.3. veroordeelt [gedaagde] om de ruimte op het adres [adres] in Rotterdam tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen, als dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden die in 3.1 zijn genoemd; 3.4. veroordeelt [gedaagde] om € 114,68 aan Stedin te betalen als Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd; 3.5. veroordeelt [gedaagde] om € 75,00 aan Stedin te betalen; 3.6. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 802,80; 3.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.8. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken. 33394
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4484 text/xml public 2026-05-06T08:46:38 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-10 11941353 CV EXPL 25-23096 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4484 text/html public 2026-05-06T08:46:05 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4484 Rechtbank Rotterdam , 10-04-2026 / 11941353 CV EXPL 25-23096 Netbeheerder krijgt toestemming om gasaansluiting af te sluiten. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11941353 CV EXPL 25-23096 datum uitspraak: 10 april 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stedin Netbeheer B.V. , vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: drs. M.D. Brouwer MSc, tegen [gedaagde] B.V. , vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, vertegenwoordigd door: [naam] . De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding, met bijlagen; de brief van [gedaagde] van 24 oktober 2025; de rolbeslissing; de repliek, met bijlagen. 1.2. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de repliek, maar dat heeft zij niet gedaan. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. Stedin transporteert gas naar een adres van [gedaagde] , de [adres] te Rotterdam (hierna: het adres). Volgens Stedin heeft [gedaagde] hiervoor geen contract met een energieleverancier, waardoor op dat adres gas kan worden gebruikt zonder dat daarvoor wordt betaald. Stedin wil daarom de gastoevoer afsluiten. Om dit te doen wil ze op het adres werkzaamheden uitvoeren. Ze eist dat de kantonrechter dit mogelijk maakt en dat [gedaagde] de kosten betaalt. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet 2.2. Het enige verweer van [gedaagde] is dat zij nooit facturen of brieven heeft gehad. Verder heeft zij gesteld: “Uit dossier blijkt dat er eenmalig een brief naar ons kantooradres verzonden zou zijn. De post is helaas nooit bij ons aangekomen” . In reactie daarop heeft Stedin bij de repliek een aantal brieven overgelegd, waarvan zij stelt dat die naar het adres zijn gestuurd. Ook heeft zij drie brieven overgelegd van 17 april 2025, 24 april 2025 en 19 mei 2025, die volgens haar naar het postadres van [gedaagde] zijn gestuurd. [gedaagde] heeft daar niet meer op gereageerd. Het had in de rede gelegen dat zij had gereageerd op de stelling dat er zowel brieven zijn verstuurd naar het adres zelf als naar het postadres van [gedaagde] . Ook had het voor de hand gelegen dat zij had uitgelegd uit welk “dossier” was gebleken dat er eenmalig een brief naar haar kantooradres was gestuurd, hoe zich dat verdraagt met haar verweer dat zij nooit iets heeft ontvangen, wanneer zij van die brief kennis heeft genomen en waarom toen geen actie is ondernomen. Nu [gedaagde] dat allemaal heeft nagelaten heeft zij haar verweer dat zij niets heeft ontvangen, tegenover de onderbouwde stellingen van Stedin, onvoldoende onderbouwd. Om die reden slaagt het verweer van [gedaagde] niet. [gedaagde] moet toestaan dat Stedin de gasaansluiting afsluit 2.3. Volgens Stedin is er op het adres wel een gasaansluiting, maar is er sinds 1 maart 2025 geen energiecontract meer. Dat heeft [gedaagde] niet betwist. Dit staat daarom vast. Dat betekent dat op het adres gas kan worden gebruikt zonder ervoor te betalen. Stedin heeft er belang bij om hier een einde aan te maken. Als er gas wordt gebruikt op het adres dan lijdt Stedin daardoor namelijk schade. Bovendien mag Stedin zelf geen gas leveren (artikel 3.10 Energiewet). Zij is daarom verplicht de gasaansluiting af te sluiten (artikel 3.29 lid 1 onder a Energiebesluit). Gelet hierop bepaalt de kantonrechter dat Stedin het recht heeft om de gasaansluiting af te sluiten (artikel 558 onder b Rv). [gedaagde] moet dat toelaten. 2.4. Stedin eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de afsluitkosten te betalen. [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Die eis wordt daarom toegewezen. [gedaagde] hoeft die kosten (uiteraard) alleen te betalen als Stedin daadwerkelijk afsluit. Onder die voorwaarde wordt de eis dus toegewezen. Stedin mag niet zelf ontruimen 2.5. Als het voor het uitvoeren van de werkzaamheden nodig is om (een deel van) de ruimte te ontruimen, moet [gedaagde] dat doen zo lang de werkzaamheden duren. Als [gedaagde] niet zelf ontruimt, kan Stedin hiervoor een deurwaarder inschakelen (artikel 556 Rv). Stedin mag dit niet zelf doen, zoals zij lijkt te eisen. Onbetaalde afsluitkosten zijn geen reden om de gastoevoer afgesloten te laten 2.6. Als alleen de afsluitkosten nog openstaan is het niet redelijk om de gastoevoer afgesloten te laten (artikel 6:52 BW). Dit deel van de eis wordt daarom afgewezen. [gedaagde] moet € 75,- aan buitengerechtelijke kosten betalen 2.7. De incassokosten van € 75,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:262 lid 2 BW). [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.8. [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stedin op € 125,30 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 434,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 802,80. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. bepaalt dat Stedin het recht heeft om op het adres [adres] in Rotterdam de gasaansluiting met EAN-code [EAN-code] af te sluiten en de gasmeter met nummer [nummer] mee te nemen, als zij dit drie dagen van tevoren aankondigt; 3.2. veroordeelt [gedaagde] om toe te staan dat Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd; 3.3. veroordeelt [gedaagde] om de ruimte op het adres [adres] in Rotterdam tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen, als dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden die in 3.1 zijn genoemd; 3.4. veroordeelt [gedaagde] om € 114,68 aan Stedin te betalen als Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd; 3.5. veroordeelt [gedaagde] om € 75,00 aan Stedin te betalen; 3.6. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 802,80; 3.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.8. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken. 33394