Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-17
ECLI:NL:RBROT:2026:4439
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
15,314 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4439 text/xml public 2026-04-28T11:58:47 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-17 ROT 25/5356 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4439 text/html public 2026-04-28T11:57:58 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4439 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2026 / ROT 25/5356 Woningsluiting. Beroep gegrond. Woningsluiting Schiedam vanwege aantreffen illegale seksinrichting. Spoedeisende bestuursdwang. Woningsluiting is in strijd met evenredigheidsbeginsel. Woningsluiting is wel noodzakelijk maar de verstrekkende gevolgen voor eiser zijn niet-evenwichtig onder meer door ontbinding huurovereenkomst en plaatsing op zwarte lijst woningcorporatie. Gevolgen van de sluiting die naderhand bekend zijn geworden, werken met toepassing van artikel 7:11 van de Awb terug tot de spoedsluiting. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/5356 uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiser], uit Schiedam, eiser (gemachtigde: mr. M.R. de Kok), en de burgemeester van de gemeente Schiedam, verweerder (gemachtigde: mr. P. Meuldijk). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de (spoed)sluiting van de woning van eiser. De burgemeester heeft de woning gesloten, omdat de woning zonder vergunning is gebruikt als seksinrichting. Eiser is het niet eens met de (spoed)sluiting. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank de sluiting van de woning. 1.1. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de burgemeester bevoegd was de woning (per direct) te sluiten, maar van deze bevoegdheid geen gebruik had mogen maken omdat de sluiting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De sluiting was weliswaar noodzakelijk, maar de gevolgen van de sluiting voor eiser wegen zwaarder dan de met de sluiting te dienen doelen. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De burgemeester heeft met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de woning van eiser in Schiedam op 14 december 2024 gesloten. Met het besluit van 31 december 2024 is de spoedsluiting schriftelijk vastgelegd. 2.1. Met het besluit van 14 januari 2025 heeft de burgemeester de sluitingsduur verlengd tot drie maanden, inclusief de spoedsluiting. Eiser heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. Met de uitspraak van 6 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter het besluit van 14 januari 2025 geschorst. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 het besluit van 14 januari 2025 herzien en de sluiting beperkt tot 6 februari 2025. 2.3. De burgemeester heeft met het bestreden besluit van 4 juni 2025 het bezwaar van eiser tegen de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 ongegrond verklaard. 2.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. Tevens waren [naam 1] en [naam 2] als hulpverleners van eiser aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 14 december 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Schiedam samen met rechercheurs van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en medewerkers van het Regionale Controleteam Prostitutie en Mensenhandel (RCT) een controle uitgevoerd in de woning van eiser. Hiervan is op 17 december 2024 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de toezichthouder via de website www.kinky.nl heeft gereageerd op een advertentie van een sekswerker. Via meerdere WhatsApp-berichten is de toezichthouder naar de woning geleid. Daar zijn drie personen aangetroffen die in de woning seksuele diensten hebben verricht (sekswerkers). Hiervoor was geen vergunning. 3.1. De burgemeester heeft de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op 14 december 2024 gesloten en dit besluit op 31 december 2024 op schrift gesteld. Met de spoedsluiting heeft de burgemeester de illegale situatie beëindigd en verdere aantasting van de openbare orde en de woon- en leefsituatie willen voorkomen. De spoedsluiting diende verder om recidive te voorkomen en de openbare orde, veiligheid en woon- en leefsituatie in en rond het pand te herstellen. Ook wilde de burgemeester deze periode gebruiken om meer informatie te krijgen over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot verstoring van de openbare orde. Aan de spoedsluiting is geen termijn gekoppeld. 3.2. Op 14 januari 2025 heeft de burgemeester de sluitingsduur verlengd voor een periode van drie maanden (inclusief de spoedsluiting). Met het besluit wordt de woning tot 14 maart 2025 gesloten. 3.3. Eiser heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter achtte de verlengde sluiting onvoldoende gemotiveerd en heeft in de belangenafweging de belangen van eiser zwaarder laten wegen dan die van de burgemeester. Zij heeft het besluit geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 de duur van de sluiting gematigd tot 6 februari 2025 (de datum van de uitspraak van de voorzieningenrechter). 3.4. De bezwaarschriftencommissie (commissie) heeft de burgemeester op 21 mei 2025 geadviseerd de bezwaren van eiser gegrond te verklaren en de drie besluiten van 14 december 2024 (op schrift gesteld 31 december 2024), 14 januari 2025 en 12 februari 2025 te herroepen. De commissie heeft daarbij mede verwezen naar de overwegingen van de voorzieningenrechter over het evenredigheidsbeginsel. Naar het oordeel van de commissie wegen de belangen van eiser zwaarder dan de met de (spoed)sluiting te dienen doelen. 3.5. Met het bestreden besluit is de burgemeester afgeweken van het advies van de commissie. Door de duur van de sluiting te matigen tot 6 februari 2025 komt de burgemeester naar zijn mening voldoende tegemoet aan de belangen van eiser. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Toetsingskader 4. De burgemeester is onder meer bevoegd een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd te sluiten als een seksbedrijf wordt uitgeoefend zonder geldige vergunning. Een seksbedrijf is onder meer het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot prostitutie. Een seksinrichting is de voor publiek toegankelijk locatie van een seksbedrijf. Als sprake is van een seksinrichting zonder vergunning wordt als uitgangspunt een spoedsluiting toegepast. Directe sluiting is ook mogelijk als sprake is van aantasting van de openbare orde, de veiligheid of de woon- en leefsituatie Bij een spoedsluiting wordt het besluit zo spoedig mogelijk na de sluiting bekendgemaakt. Als het illegale seksbedrijf wordt uitgeoefend zonder dat sprake is van een seksinrichting, wordt bij een eerste overtreding een last onder dwangsom opgelegd. 4.1. Het wettelijk kader van deze zaak staat in de bijlage bij deze uitspraak. Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning? 5. Eiser stelt dat geen sprake is van een voor het publiek toegankelijke seksinrichting, omdat de deur gesloten was. Door het ontbreken van openingstijden en advertenties op het internet is de situatie volgens eiser vergelijkbaar met thuiswerkers die niet bedrijfsmatig werkzaam zijn. Uit het handhavingsarrangement van de gemeente volgt dat in die situatie bij een eerste overtreding een last onder dwangsom wordt opgelegd en niet wordt overgegaan tot sluiting van de woning al dan niet met toepassing van spoedeisende bestuursdwang. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester terecht heeft aangenomen dat sprake was van bedrijfsmatige prostitutie in de woning.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4439 text/xml public 2026-04-28T11:58:47 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-17 ROT 25/5356 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4439 text/html public 2026-04-28T11:57:58 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4439 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2026 / ROT 25/5356 Woningsluiting. Beroep gegrond. Woningsluiting Schiedam vanwege aantreffen illegale seksinrichting. Spoedeisende bestuursdwang. Woningsluiting is in strijd met evenredigheidsbeginsel. Woningsluiting is wel noodzakelijk maar de verstrekkende gevolgen voor eiser zijn niet-evenwichtig onder meer door ontbinding huurovereenkomst en plaatsing op zwarte lijst woningcorporatie. Gevolgen van de sluiting die naderhand bekend zijn geworden, werken met toepassing van artikel 7:11 van de Awb terug tot de spoedsluiting. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/5356 uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiser], uit Schiedam, eiser (gemachtigde: mr. M.R. de Kok), en de burgemeester van de gemeente Schiedam, verweerder (gemachtigde: mr. P. Meuldijk). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de (spoed)sluiting van de woning van eiser. De burgemeester heeft de woning gesloten, omdat de woning zonder vergunning is gebruikt als seksinrichting. Eiser is het niet eens met de (spoed)sluiting. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank de sluiting van de woning. 1.1. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de burgemeester bevoegd was de woning (per direct) te sluiten, maar van deze bevoegdheid geen gebruik had mogen maken omdat de sluiting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De sluiting was weliswaar noodzakelijk, maar de gevolgen van de sluiting voor eiser wegen zwaarder dan de met de sluiting te dienen doelen. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De burgemeester heeft met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de woning van eiser in Schiedam op 14 december 2024 gesloten. Met het besluit van 31 december 2024 is de spoedsluiting schriftelijk vastgelegd. 2.1. Met het besluit van 14 januari 2025 heeft de burgemeester de sluitingsduur verlengd tot drie maanden, inclusief de spoedsluiting. Eiser heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. Met de uitspraak van 6 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter het besluit van 14 januari 2025 geschorst. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 het besluit van 14 januari 2025 herzien en de sluiting beperkt tot 6 februari 2025. 2.3. De burgemeester heeft met het bestreden besluit van 4 juni 2025 het bezwaar van eiser tegen de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 ongegrond verklaard. 2.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. Tevens waren [naam 1] en [naam 2] als hulpverleners van eiser aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 14 december 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Schiedam samen met rechercheurs van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en medewerkers van het Regionale Controleteam Prostitutie en Mensenhandel (RCT) een controle uitgevoerd in de woning van eiser. Hiervan is op 17 december 2024 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de toezichthouder via de website www.kinky.nl heeft gereageerd op een advertentie van een sekswerker. Via meerdere WhatsApp-berichten is de toezichthouder naar de woning geleid. Daar zijn drie personen aangetroffen die in de woning seksuele diensten hebben verricht (sekswerkers). Hiervoor was geen vergunning. 3.1. De burgemeester heeft de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op 14 december 2024 gesloten en dit besluit op 31 december 2024 op schrift gesteld. Met de spoedsluiting heeft de burgemeester de illegale situatie beëindigd en verdere aantasting van de openbare orde en de woon- en leefsituatie willen voorkomen. De spoedsluiting diende verder om recidive te voorkomen en de openbare orde, veiligheid en woon- en leefsituatie in en rond het pand te herstellen. Ook wilde de burgemeester deze periode gebruiken om meer informatie te krijgen over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot verstoring van de openbare orde. Aan de spoedsluiting is geen termijn gekoppeld. 3.2. Op 14 januari 2025 heeft de burgemeester de sluitingsduur verlengd voor een periode van drie maanden (inclusief de spoedsluiting). Met het besluit wordt de woning tot 14 maart 2025 gesloten. 3.3. Eiser heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter achtte de verlengde sluiting onvoldoende gemotiveerd en heeft in de belangenafweging de belangen van eiser zwaarder laten wegen dan die van de burgemeester. Zij heeft het besluit geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 de duur van de sluiting gematigd tot 6 februari 2025 (de datum van de uitspraak van de voorzieningenrechter). 3.4. De bezwaarschriftencommissie (commissie) heeft de burgemeester op 21 mei 2025 geadviseerd de bezwaren van eiser gegrond te verklaren en de drie besluiten van 14 december 2024 (op schrift gesteld 31 december 2024), 14 januari 2025 en 12 februari 2025 te herroepen. De commissie heeft daarbij mede verwezen naar de overwegingen van de voorzieningenrechter over het evenredigheidsbeginsel. Naar het oordeel van de commissie wegen de belangen van eiser zwaarder dan de met de (spoed)sluiting te dienen doelen. 3.5. Met het bestreden besluit is de burgemeester afgeweken van het advies van de commissie. Door de duur van de sluiting te matigen tot 6 februari 2025 komt de burgemeester naar zijn mening voldoende tegemoet aan de belangen van eiser. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Toetsingskader 4. De burgemeester is onder meer bevoegd een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd te sluiten als een seksbedrijf wordt uitgeoefend zonder geldige vergunning. Een seksbedrijf is onder meer het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot prostitutie. Een seksinrichting is de voor publiek toegankelijk locatie van een seksbedrijf. Als sprake is van een seksinrichting zonder vergunning wordt als uitgangspunt een spoedsluiting toegepast. Directe sluiting is ook mogelijk als sprake is van aantasting van de openbare orde, de veiligheid of de woon- en leefsituatie Bij een spoedsluiting wordt het besluit zo spoedig mogelijk na de sluiting bekendgemaakt. Als het illegale seksbedrijf wordt uitgeoefend zonder dat sprake is van een seksinrichting, wordt bij een eerste overtreding een last onder dwangsom opgelegd. 4.1. Het wettelijk kader van deze zaak staat in de bijlage bij deze uitspraak. Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning? 5. Eiser stelt dat geen sprake is van een voor het publiek toegankelijke seksinrichting, omdat de deur gesloten was. Door het ontbreken van openingstijden en advertenties op het internet is de situatie volgens eiser vergelijkbaar met thuiswerkers die niet bedrijfsmatig werkzaam zijn. Uit het handhavingsarrangement van de gemeente volgt dat in die situatie bij een eerste overtreding een last onder dwangsom wordt opgelegd en niet wordt overgegaan tot sluiting van de woning al dan niet met toepassing van spoedeisende bestuursdwang. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester terecht heeft aangenomen dat sprake was van bedrijfsmatige prostitutie in de woning.
Volledig
De rechtbank acht daartoe van belang dat uit de op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van 17 december 2024 onweersproken volgt dat op 14 december 2024 drie sekswerkers in de woning aanwezig waren die daar niet woonden. Zij adverteerden op persoonlijke titel en verrichtten na het (telefonisch) maken van een afspraak tegen betaling seksuele handelingen. Bovendien was de woning ingericht met drie afwerkkamers en zijn daar condoomverpakkingen en billendoekjes aangetroffen. Deze situatie onderscheidt zich van de situatie van een thuiswerker, die in de eigen woning en niet op bedrijfsmatige wijze werkzaam is. 5.2. Uit rechtspraak volgt dat als in een woning een seksbedrijf wordt uitgeoefend en aan een klant toegang wordt verleend tot die woning, sprake is van een voor publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf en daarmee van een seksinrichting. De woning wordt dan feitelijk niet meer als woning gebruikt. Dat de deur gesloten is, niet wordt geadverteerd en geen openingstijden gelden, zoals eiser stelt, maakt niet dat geen sprake is van een seksinrichting. Uit de verklaringen van de sekswerkers volgt dat zij klanten in de woning hebben ontvangen. Het adres van de woning is verder ten minste 19 keer doorgegeven aan (potentiële) klanten. Daarmee is sprake van een voor het publiek toegankelijke locatie van het seksbedrijf en dus van een seksinrichting. Het feit dat voor het seksbedrijf geen vergunning is verleend, geeft de burgemeester de bevoegdheid om over te gaan tot een spoedsluiting. Anders dan eiser stelt, is het gebrek aan aantasting van de openbare orde niet doorslaggevend voor de vraag of de burgmeester bevoegd is de woning (per direct) te sluiten. Hoewel een aantasting van de openbare orde ook een omstandigheid is op grond waarvan de burgemeester tot sluiting kan overgaan, is dat geen voorwaarde voor de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester als sprake is van een seksbedrijf zonder vergunning. De aantasting van de openbare orde kan wel een rol spelen bij de vraag of van de bevoegdheid ook gebruik mag worden gemaakt. Dit wordt hieronder besproken. 5.3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is de (spoed)sluiting evenredig? 6. Als een burgemeester bevoegd is om (spoedeisende) bestuursdwang toe te passen, toetst de bestuursrechter – als de beroepsgronden daartoe aanleiding geven – de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit aan het evenredigheidsbeginsel. Als het besluit gebaseerd is op beleid, dat op zichzelf rechtmatig is, wordt getoetst of de gevolgen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Bij de beoordeling worden alle feiten en omstandigheden betrokken. Geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid spelen bij de beoordeling een rol, maar de toetsing daaraan zal niet altijd op dezelfde wijze plaatsvinden. Het is aan de bestuursrechter om aan de hand van de beroepsgronden te bepalen of, en zo ja op welke wijze, deze onderdelen worden betrokken. 6.1. In deze zaak toetst de rechtbank of de sluiting noodzakelijk en evenwichtig is. Daarbij maakt de rechtbank onderscheid tussen de spoedsluiting zoals toegepast op 14 december 2024 en de latere verlenging van de sluiting tot (uiteindelijk) 6 februari 2025. Noodzakelijkheid spoedsluiting 6.2. Bij de beoordeling van de noodzaak van de spoedsluiting is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. 6.3. De burgemeester heeft de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang gesloten naar aanleiding van de controle op 14 december 2024. Daarbij is vastgesteld dat in de woning van eiser drie sekswerkers aanwezig waren, in de woning prostitutie werd bedreven en ten minste 19 klanten bekend waren met het adres als sekspand. Met de spoedsluiting heeft de burgemeester beoogd de illegale situatie te beëindigen, verdere aantasting van de openbare orde en de woon- en leefsituatie te voorkomen, recidive te voorkomen en de openbare orde en de woon- en leefsituatie in en rond het pand te herstellen. Met de spoedsluiting wenst de burgemeester ook een krachtig signaal af te geven dat structureel wordt opgetreden tegen illegale seksinrichtingen. Daarbij heeft de burgemeester rekenschap kunnen geven van het feit dat de woning in een veiligheidsrisicogebied ligt. Anders dan eiser betoogt, was het gelet op die omstandigheden niet voldoende geweest om de sekswerkers alleen weg te sturen of een last met een korte begunstigingstermijn op te leggen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het noodzakelijk was de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op 14 december 2024 te sluiten en niet met een minder ingrijpend middel kon worden volstaan om de illegale situatie direct te beëindigen en de bekendheid met de woning onder klanten als sekspand te doorbreken. 6.4. Deze beroepsgrond slaagt niet. Evenwichtigheid spoedsluiting 6.5. Als de sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Dat geldt ook voor zover sprake is van toepassing van spoedeisende bestuursdwang. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting voor eiser. 6.6. Het staat voorop dat eiser zich tijdens de controle in zijn woning in Curaçao bevond vanwege de crematie van zijn zus. Eiser heeft gesteld dat hij de sleutels van zijn woning aan een vrouw heeft gegeven, die voor een paar dagen onderdak nodig had. Eiser heeft aangegeven dat hij geen enkele wetenschap had van wat er zich vervolgens in zijn woning heeft afgespeeld. In dat kader hebben zijn hulpverleners ([naam 1] en [naam 3]) bevestigd dat de woning van eiser vlak voor zijn vertrek naar Curaçao in normale staat verkeerde en er geen aanwijzingen of vermoedens waren van aanwezigheid van derden in de woning. Eiser is als huurder van de woning weliswaar verantwoordelijk voor wat er zich in zijn woning afspeelt, maar de hulpverleners hebben nadrukkelijk gewezen op de kwetsbaarheid van eiser, die onder meer het beste met iedereen voor heeft. Vanwege de grote kwetsbaarheid zijn veel hulpverleners bij eiser betrokken. Hoewel de burgemeester eiser verwijt dat hij de sleutels van de woning aan een voor hem vrijwel onbekende vrouw heeft gegeven met het risico dat misbruik zou worden gemaakt van zijn woning, heeft de burgemeester ter zitting bevestigd dat ervan wordt uitgegaan dat eiser niet op de hoogte was van de prostitutie in zijn woning. 6.7. Tussen partijen is verder niet in geschil – zo heeft de burgemeester ter zitting nogmaals bevestigd – dat de gevolgen van de woningsluiting voor eiser zeer ingrijpend zijn. De woningcorporatie waarvan eiser de woning huurde, heeft naar aanleiding van de spoedsluiting de huurovereenkomst ontbonden en de woning ontruimd. Als gevolg hiervan is eiser op de ‘zwarte lijst’ geplaatst zodat hij vijf jaar lang niet of zeer moeilijk aan een geschikte sociale huurwoning kan komen. Eiser verblijft sindsdien in de nachtopvang, waar zijn gezondheid verder is verslechterd. Daarbij is sprake van forse lichamelijke en psychische klachten. Hij heeft in het verleden een intensief behandeltraject gevolgd om van zijn verslavings- en schuldenproblematiek af te komen. Hij wordt nog steeds dagelijks begeleid door hulpverleners van Pameijer, Antes en Reakt. In het dossier zitten verklaringen van deze hulpverleners over de situatie van eiser en ook ter zitting hebben zij aangegeven dat de situatie zonder stabiele huisvesting broos is (onder meer blijkend uit een suïcidepoging in februari 2025, waarna eiser enkele weken in het ziekenhuis heeft verbleven). 6.8. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag welke gevolgen deze omstandigheden moeten hebben. Het standpunt van de burgemeester dat hij ten tijde van de spoedsluiting niet op de hoogte was van deze omstandigheden en hij daarom bij de besluitvorming geen rekening heeft kunnen en hoeven houden met deze omstandigheden, zoals hij naar voren heeft gebracht, volgt de rechtbank niet.
Volledig
De rechtbank acht daartoe van belang dat uit de op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van 17 december 2024 onweersproken volgt dat op 14 december 2024 drie sekswerkers in de woning aanwezig waren die daar niet woonden. Zij adverteerden op persoonlijke titel en verrichtten na het (telefonisch) maken van een afspraak tegen betaling seksuele handelingen. Bovendien was de woning ingericht met drie afwerkkamers en zijn daar condoomverpakkingen en billendoekjes aangetroffen. Deze situatie onderscheidt zich van de situatie van een thuiswerker, die in de eigen woning en niet op bedrijfsmatige wijze werkzaam is. 5.2. Uit rechtspraak volgt dat als in een woning een seksbedrijf wordt uitgeoefend en aan een klant toegang wordt verleend tot die woning, sprake is van een voor publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf en daarmee van een seksinrichting. De woning wordt dan feitelijk niet meer als woning gebruikt. Dat de deur gesloten is, niet wordt geadverteerd en geen openingstijden gelden, zoals eiser stelt, maakt niet dat geen sprake is van een seksinrichting. Uit de verklaringen van de sekswerkers volgt dat zij klanten in de woning hebben ontvangen. Het adres van de woning is verder ten minste 19 keer doorgegeven aan (potentiële) klanten. Daarmee is sprake van een voor het publiek toegankelijke locatie van het seksbedrijf en dus van een seksinrichting. Het feit dat voor het seksbedrijf geen vergunning is verleend, geeft de burgemeester de bevoegdheid om over te gaan tot een spoedsluiting. Anders dan eiser stelt, is het gebrek aan aantasting van de openbare orde niet doorslaggevend voor de vraag of de burgmeester bevoegd is de woning (per direct) te sluiten. Hoewel een aantasting van de openbare orde ook een omstandigheid is op grond waarvan de burgemeester tot sluiting kan overgaan, is dat geen voorwaarde voor de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester als sprake is van een seksbedrijf zonder vergunning. De aantasting van de openbare orde kan wel een rol spelen bij de vraag of van de bevoegdheid ook gebruik mag worden gemaakt. Dit wordt hieronder besproken. 5.3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is de (spoed)sluiting evenredig? 6. Als een burgemeester bevoegd is om (spoedeisende) bestuursdwang toe te passen, toetst de bestuursrechter – als de beroepsgronden daartoe aanleiding geven – de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit aan het evenredigheidsbeginsel. Als het besluit gebaseerd is op beleid, dat op zichzelf rechtmatig is, wordt getoetst of de gevolgen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Bij de beoordeling worden alle feiten en omstandigheden betrokken. Geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid spelen bij de beoordeling een rol, maar de toetsing daaraan zal niet altijd op dezelfde wijze plaatsvinden. Het is aan de bestuursrechter om aan de hand van de beroepsgronden te bepalen of, en zo ja op welke wijze, deze onderdelen worden betrokken. 6.1. In deze zaak toetst de rechtbank of de sluiting noodzakelijk en evenwichtig is. Daarbij maakt de rechtbank onderscheid tussen de spoedsluiting zoals toegepast op 14 december 2024 en de latere verlenging van de sluiting tot (uiteindelijk) 6 februari 2025. Noodzakelijkheid spoedsluiting 6.2. Bij de beoordeling van de noodzaak van de spoedsluiting is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. 6.3. De burgemeester heeft de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang gesloten naar aanleiding van de controle op 14 december 2024. Daarbij is vastgesteld dat in de woning van eiser drie sekswerkers aanwezig waren, in de woning prostitutie werd bedreven en ten minste 19 klanten bekend waren met het adres als sekspand. Met de spoedsluiting heeft de burgemeester beoogd de illegale situatie te beëindigen, verdere aantasting van de openbare orde en de woon- en leefsituatie te voorkomen, recidive te voorkomen en de openbare orde en de woon- en leefsituatie in en rond het pand te herstellen. Met de spoedsluiting wenst de burgemeester ook een krachtig signaal af te geven dat structureel wordt opgetreden tegen illegale seksinrichtingen. Daarbij heeft de burgemeester rekenschap kunnen geven van het feit dat de woning in een veiligheidsrisicogebied ligt. Anders dan eiser betoogt, was het gelet op die omstandigheden niet voldoende geweest om de sekswerkers alleen weg te sturen of een last met een korte begunstigingstermijn op te leggen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het noodzakelijk was de woning met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op 14 december 2024 te sluiten en niet met een minder ingrijpend middel kon worden volstaan om de illegale situatie direct te beëindigen en de bekendheid met de woning onder klanten als sekspand te doorbreken. 6.4. Deze beroepsgrond slaagt niet. Evenwichtigheid spoedsluiting 6.5. Als de sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Dat geldt ook voor zover sprake is van toepassing van spoedeisende bestuursdwang. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting voor eiser. 6.6. Het staat voorop dat eiser zich tijdens de controle in zijn woning in Curaçao bevond vanwege de crematie van zijn zus. Eiser heeft gesteld dat hij de sleutels van zijn woning aan een vrouw heeft gegeven, die voor een paar dagen onderdak nodig had. Eiser heeft aangegeven dat hij geen enkele wetenschap had van wat er zich vervolgens in zijn woning heeft afgespeeld. In dat kader hebben zijn hulpverleners ([naam 1] en [naam 3]) bevestigd dat de woning van eiser vlak voor zijn vertrek naar Curaçao in normale staat verkeerde en er geen aanwijzingen of vermoedens waren van aanwezigheid van derden in de woning. Eiser is als huurder van de woning weliswaar verantwoordelijk voor wat er zich in zijn woning afspeelt, maar de hulpverleners hebben nadrukkelijk gewezen op de kwetsbaarheid van eiser, die onder meer het beste met iedereen voor heeft. Vanwege de grote kwetsbaarheid zijn veel hulpverleners bij eiser betrokken. Hoewel de burgemeester eiser verwijt dat hij de sleutels van de woning aan een voor hem vrijwel onbekende vrouw heeft gegeven met het risico dat misbruik zou worden gemaakt van zijn woning, heeft de burgemeester ter zitting bevestigd dat ervan wordt uitgegaan dat eiser niet op de hoogte was van de prostitutie in zijn woning. 6.7. Tussen partijen is verder niet in geschil – zo heeft de burgemeester ter zitting nogmaals bevestigd – dat de gevolgen van de woningsluiting voor eiser zeer ingrijpend zijn. De woningcorporatie waarvan eiser de woning huurde, heeft naar aanleiding van de spoedsluiting de huurovereenkomst ontbonden en de woning ontruimd. Als gevolg hiervan is eiser op de ‘zwarte lijst’ geplaatst zodat hij vijf jaar lang niet of zeer moeilijk aan een geschikte sociale huurwoning kan komen. Eiser verblijft sindsdien in de nachtopvang, waar zijn gezondheid verder is verslechterd. Daarbij is sprake van forse lichamelijke en psychische klachten. Hij heeft in het verleden een intensief behandeltraject gevolgd om van zijn verslavings- en schuldenproblematiek af te komen. Hij wordt nog steeds dagelijks begeleid door hulpverleners van Pameijer, Antes en Reakt. In het dossier zitten verklaringen van deze hulpverleners over de situatie van eiser en ook ter zitting hebben zij aangegeven dat de situatie zonder stabiele huisvesting broos is (onder meer blijkend uit een suïcidepoging in februari 2025, waarna eiser enkele weken in het ziekenhuis heeft verbleven). 6.8. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag welke gevolgen deze omstandigheden moeten hebben. Het standpunt van de burgemeester dat hij ten tijde van de spoedsluiting niet op de hoogte was van deze omstandigheden en hij daarom bij de besluitvorming geen rekening heeft kunnen en hoeven houden met deze omstandigheden, zoals hij naar voren heeft gebracht, volgt de rechtbank niet.
Volledig
Op grond van artikel 7:11 van de Awb rust op de burgemeester immers de plicht om zijn eerdere besluit op grondslag van het daartegen gemaakte bezwaar te heroverwegen. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, moet het bestuursorgaan een eerder besluit herroepen en voor zover nodig daarvoor in de plaats een nieuw besluit nemen. Dat de burgemeester heeft gesteld dat met het besluit van 12 februari 2025 alsnog voldoende rekening is gehouden met de (nadien bekend geworden) relevante feiten en omstandigheden, die vervolgens hebben geleid tot beëindiging van de sluiting, volgt de rechtbank – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – niet. 6.9. De rechtbank overweegt verder in het kader van de belangenafweging dat – anders dan de burgemeester stelt – uit rechtspraak volgt dat aan de omstandigheid dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en betrokkene op een zogenoemde zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie zwaar gewicht toekomt. De stelling van de burgemeester dat de woningcorporatie hierin een eigen afweging kan maken, maakt niet dat de ontbindingsmogelijkheid buiten beschouwing kan blijven. De burgemeester heeft deze omstandigheid dus ten onrechte niet betrokken. De ontbindingsmogelijkheid verzet zich op zichzelf niet zonder meer tegen de sluiting van de woning. Als de betrokkene bijvoorbeeld een verwijt van de overtreding kan worden gemaakt of de overtreding dusdanig ernstig is, kan het belang bij sluiting zwaarder wegen dan het belang van betrokkene . Daarvan is hier niet gebleken. In dat verband heeft eiser terecht aangevoerd dat uit de bestuurlijke rapportage van 17 december 2024 niet volgt dat sprake is van een verstoring van de openbare orde, overlast in de buurt of van recidivegevaar. Ter zitting heeft de burgemeester bevestigd dat er geen overlastmeldingen of andere politieregistraties bestaan voor de woning. Ook heeft de burgemeester ter zitting bevestigd dat het adres van de woning niet in de advertenties van de sekswerkers is genoemd, zodat – rekening houdend met de betrekkelijk korte duur van de overtreding (7 dagen) – de woning niet onder een breed publiek bekend heeft gestaan als sekspand. Ook bestaan er geen aanwijzingen dat omwonenden bekend waren met de aanwezigheid van sekswerkers in de woning. Van een loop naar de woning is voor en na de sluiting van de woning ook niet gebleken. Met het vertrek van de sekswerkers en het feit dat eiser geen betrokkenheid heeft gehad bij de overtreding, was er ook geen gevaar voor herhaling. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de burgemeester het noodzakelijk acht structureel op te treden tegen illegale seksinrichtingen, mogen de gevolgen daarvan niet onevenredig zijn met de daarmee te dienen doelen. Mede gelet op de zeer ingrijpende gevolgen die de woningsluiting voor eiser in deze specifieke situatie heeft gehad (zie meer uitgebreid onder 6.7) en het feit dat eiser niet betrokken was bij de overtreding, is de rechtbank van oordeel dat de spoedsluiting in dit specifieke geval in strijd is met het evenredigheidsbeginsel (zoals hiervoor onder 6. weergegeven). 6.10. Deze beroepsgrond slaagt. 6.11. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 en ter zitting erkend dat de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden zwaarder wegen dan de belangen die – in ieder geval op 12 februari 2025 – zijn gediend met de woningsluiting. Om die reden ziet de rechtbank voldoende ruimte om zelf in de zaak te voorzien en het geschil daarmee te beslechten. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 herroepen. Omdat eiser niet langer in de woning woont, bestaat er geen aanleiding om een andere maatregel, zoals een formele waarschuwing, op te leggen. Overige beroepsgronden 6.12. Met voornoemd oordeel behoeft de vraag of de verdere sluiting noodzakelijk en evenwichtig is, geen bespreking. Dat geldt ook voor de vraag of de burgemeester de afwijking van het advies van de commissie voldoende heeft gemotiveerd. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen omdat de woningsluiting in strijd is met artikel 4:84 van de Awb (evenredigheidsbeginsel). Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en de burgemeester de woning niet had mogen sluiten. 7.1. In het kader van de finale geschillenbeslechting zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien. De rechtbank zal de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 herroepen. De rechtbank zal verder bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 4 juni 2025. 7.2. Omdat het beroep gegrond is, moet de burgemeester het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De burgemeester heeft de proceskosten in bezwaar al vergoed, zodat een veroordeling tot de vergoeding van die kosten hier buiten beschouwing blijft. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 4 juni 2025; - herroept de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit; - bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, voorzitter, mr. A.M.J. Adriaansen en mr. A. Dingemanse, in aanwezigheid van A. van Duijn, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 5:31 Een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit besluit van overeenkomstige toepassing. Indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 Artikel 3:2 In deze afdeling wordt verstaan onder: seksbedrijf: seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, of het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting van een seksbedrijf; seksinrichting: de voor publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf; Artikel 3:5 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning. Artikel 3:11a 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd voor publiek of algeheel gesloten verklaren, indien het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning dan wel een van de in artikel 3:11, tweede lid onder h, i en j, genoemde situaties zich voor doet.
Volledig
Op grond van artikel 7:11 van de Awb rust op de burgemeester immers de plicht om zijn eerdere besluit op grondslag van het daartegen gemaakte bezwaar te heroverwegen. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, moet het bestuursorgaan een eerder besluit herroepen en voor zover nodig daarvoor in de plaats een nieuw besluit nemen. Dat de burgemeester heeft gesteld dat met het besluit van 12 februari 2025 alsnog voldoende rekening is gehouden met de (nadien bekend geworden) relevante feiten en omstandigheden, die vervolgens hebben geleid tot beëindiging van de sluiting, volgt de rechtbank – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – niet. 6.9. De rechtbank overweegt verder in het kader van de belangenafweging dat – anders dan de burgemeester stelt – uit rechtspraak volgt dat aan de omstandigheid dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en betrokkene op een zogenoemde zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie zwaar gewicht toekomt. De stelling van de burgemeester dat de woningcorporatie hierin een eigen afweging kan maken, maakt niet dat de ontbindingsmogelijkheid buiten beschouwing kan blijven. De burgemeester heeft deze omstandigheid dus ten onrechte niet betrokken. De ontbindingsmogelijkheid verzet zich op zichzelf niet zonder meer tegen de sluiting van de woning. Als de betrokkene bijvoorbeeld een verwijt van de overtreding kan worden gemaakt of de overtreding dusdanig ernstig is, kan het belang bij sluiting zwaarder wegen dan het belang van betrokkene . Daarvan is hier niet gebleken. In dat verband heeft eiser terecht aangevoerd dat uit de bestuurlijke rapportage van 17 december 2024 niet volgt dat sprake is van een verstoring van de openbare orde, overlast in de buurt of van recidivegevaar. Ter zitting heeft de burgemeester bevestigd dat er geen overlastmeldingen of andere politieregistraties bestaan voor de woning. Ook heeft de burgemeester ter zitting bevestigd dat het adres van de woning niet in de advertenties van de sekswerkers is genoemd, zodat – rekening houdend met de betrekkelijk korte duur van de overtreding (7 dagen) – de woning niet onder een breed publiek bekend heeft gestaan als sekspand. Ook bestaan er geen aanwijzingen dat omwonenden bekend waren met de aanwezigheid van sekswerkers in de woning. Van een loop naar de woning is voor en na de sluiting van de woning ook niet gebleken. Met het vertrek van de sekswerkers en het feit dat eiser geen betrokkenheid heeft gehad bij de overtreding, was er ook geen gevaar voor herhaling. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de burgemeester het noodzakelijk acht structureel op te treden tegen illegale seksinrichtingen, mogen de gevolgen daarvan niet onevenredig zijn met de daarmee te dienen doelen. Mede gelet op de zeer ingrijpende gevolgen die de woningsluiting voor eiser in deze specifieke situatie heeft gehad (zie meer uitgebreid onder 6.7) en het feit dat eiser niet betrokken was bij de overtreding, is de rechtbank van oordeel dat de spoedsluiting in dit specifieke geval in strijd is met het evenredigheidsbeginsel (zoals hiervoor onder 6. weergegeven). 6.10. Deze beroepsgrond slaagt. 6.11. De burgemeester heeft met het besluit van 12 februari 2025 en ter zitting erkend dat de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden zwaarder wegen dan de belangen die – in ieder geval op 12 februari 2025 – zijn gediend met de woningsluiting. Om die reden ziet de rechtbank voldoende ruimte om zelf in de zaak te voorzien en het geschil daarmee te beslechten. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 herroepen. Omdat eiser niet langer in de woning woont, bestaat er geen aanleiding om een andere maatregel, zoals een formele waarschuwing, op te leggen. Overige beroepsgronden 6.12. Met voornoemd oordeel behoeft de vraag of de verdere sluiting noodzakelijk en evenwichtig is, geen bespreking. Dat geldt ook voor de vraag of de burgemeester de afwijking van het advies van de commissie voldoende heeft gemotiveerd. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen omdat de woningsluiting in strijd is met artikel 4:84 van de Awb (evenredigheidsbeginsel). Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en de burgemeester de woning niet had mogen sluiten. 7.1. In het kader van de finale geschillenbeslechting zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien. De rechtbank zal de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025 herroepen. De rechtbank zal verder bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 4 juni 2025. 7.2. Omdat het beroep gegrond is, moet de burgemeester het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De burgemeester heeft de proceskosten in bezwaar al vergoed, zodat een veroordeling tot de vergoeding van die kosten hier buiten beschouwing blijft. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 4 juni 2025; - herroept de besluiten van 31 december 2024, 14 januari 2025 en 12 februari 2025; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit; - bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, voorzitter, mr. A.M.J. Adriaansen en mr. A. Dingemanse, in aanwezigheid van A. van Duijn, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 5:31 Een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit besluit van overeenkomstige toepassing. Indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 Artikel 3:2 In deze afdeling wordt verstaan onder: seksbedrijf: seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, of het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting van een seksbedrijf; seksinrichting: de voor publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf; Artikel 3:5 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning. Artikel 3:11a 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd voor publiek of algeheel gesloten verklaren, indien het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning dan wel een van de in artikel 3:11, tweede lid onder h, i en j, genoemde situaties zich voor doet.
Volledig
Toelichting op artikel 3:11a Sluiting van een seksinrichting “Indien het gaat om een pand dat als woning is bestemd, maar dat pand door de exploitatie van bedrijfsmatige prostitutie feitelijk niet meer als woning wordt gebruikt, kan het bevoegde gezag deze illegale seksinrichting tevens sluiten. De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning te definiëren. Het bevoegd gezag verstaat onder woning een voor bewoning gebruikte ruimte. Of een woning gebruikt wordt als woonruimte blijkt uit de Basis Registratie Personen (BRP, voorheen Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens).” Besluit van de burgemeester van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent prostitutiebeleid 2016 Afwijkingsbevoegdheid De burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over te treffen bestuurlijke maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. Per geval wordt gekeken of de burgemeester hiervan gebruik maakt. De stappen in het handhavingsarrangement gelden daarbij uitsluitend als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. De burgemeester zal een afwijking van het handhavingsarrangement expliciet in zijn besluit motiveren. 6.1 Bestuurlijke maatregelen en handhavingstabel Hieronder staan de handhavingsstappen die voor alle seksbedrijven (activiteit 1 t/m 4) gelden. Toelichting bij sluiting (…) Wat betreft de duur van de maatregelen bij illegale prostitutie is aansluiting gezocht bij beleid voor een andere vorm van ondermijnende criminaliteit, namelijk drugshandel. Alhoewel de te beschermen belangen in concreto andere zijn, is ook bij deze panden van belang de bekendheid als seksinrichting ervan weg te nemen, de rust in de omgeving te laten wederkeren en de kans op recidive zo klein mogelijk te maken. Daarnaast speelt de signaalwerking die uitgaat van het opleggen van een sluitingsmaatregel ook een grote rol. Werkwijze In alle gevallen waarbij in een pand een illegale seksinrichting wordt aangetroffen, wordt een traject opgestart op grond van artikel 3:11a van de APV. Uitgangspunt hierbij is dat de illegale seksinrichting teniet wordt gedaan. Dit betekent dat in principe zal worden overgegaan tot het opleggen van een sluitingsmaatregel. Uitgezonderd de gevallen waarbij een sluiting dermate onredelijk zou zijn dat gekozen moet worden voor een andere bestuurlijke maatregel. Spoedsluiting Als sprake is van een seksinrichting zonder vergunning en/of sprake is van aantasting van de openbare orde, de veiligheid of de woon- en leefsituatie, of sprake is van overlast door de exploitatie van het seksbedrijf, is het uitgangspunt dat een spoedsluiting wordt toegepast voor het betreffende pand dat als seksinrichting wordt gebruikt. In de gevallen waarbij prostituees worden aangetroffen die eerder vanwege illegale prostitutie met de AVIM of het interventieteam in aanraking zijn geweest, wordt een spoedsluiting toegepast, vanwege de bewezen grote kans op recidive. Tevens kan een spoedsluiting toegepast worden wanneer de aangetroffen prostituee onder dubieuze en/of ongewenste omstandigheden werkzaam is. Een (spoed)sluiting houdt in dat het betreffende pand binnen een half uur nadat het onderzoek door de AVIM en/of het interventieteam is afgerond, wordt gesloten middels het aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting, vervanging van de sloten en verzegeling van het pand. Deze toepassing wordt nadien op schrift gesteld. Sluiten van een pand met een woonbestemming Wanneer een pand met een woonbestemming als bedrijfsmatig prostitutiebedrijf wordt gebruikt, wordt het pand feitelijk niet meer als woning gebruikt en fungeert het pand als een seksinrichting. In hoofdstuk 2, paragraaf 2.1 is al uiteengezet wanneer sprake kan zijn van bedrijfsmatigheid en er dus een vergunningplicht geldt. Bij de beoordeling van de bedrijfsmatigheid van de activiteiten wordt er altijd gekeken naar de feitelijke situatie. Als blijkt dat er sprake is van een illegale situatie vanuit een pand met een woonbestemming, wordt de illegale situatie beëindigd door een sluiting. Het doel van een sluiting is het herstel van de openbare orde, de veiligheid, de woon- en leefsituatie of zedelijkheid door het weren en terugdringen van criminaliteit in en vanuit het pand. Tevens wordt de loop naar een pand voor criminele activiteiten (en het faciliteren daarvan) eruit gehaald. De naamsbekendheid van een pand met een woonbestemming voor dergelijke activiteiten moet worden doorbroken. In principe gaat de burgemeester over tot sluiting van het pand voor de duur van drie tot zes maanden, tenzij er verzwarende omstandigheden zijn of als er sprake is van recidive. Uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:1548). Dit volgt uit artikel 3:11a, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 (APV Schiedam 2013). De definities van seksbedrijf en seksinrichting staan in artikel 3:2, van de APV Schiedam 2013. Dit volgt uit paragraaf 6.3, van het Prostitutiebeleid Schiedam 2016. Dit volgt uit artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit paragraaf 6.1, van het Prostitutiebeleid Schiedam 2016. Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1156) en 21 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3860). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1156). Dit volgt uit artikel 4:84 van de Awb. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912), onder 4. Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1741), onder 6. Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285), onder 7.8. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4117) onder 4 e.v. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912), onder 4.2.2. Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840). Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:719). Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1149). Dit kan op grond van artikel 8:41a, in samenhang met artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
Volledig
Toelichting op artikel 3:11a Sluiting van een seksinrichting “Indien het gaat om een pand dat als woning is bestemd, maar dat pand door de exploitatie van bedrijfsmatige prostitutie feitelijk niet meer als woning wordt gebruikt, kan het bevoegde gezag deze illegale seksinrichting tevens sluiten. De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning te definiëren. Het bevoegd gezag verstaat onder woning een voor bewoning gebruikte ruimte. Of een woning gebruikt wordt als woonruimte blijkt uit de Basis Registratie Personen (BRP, voorheen Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens).” Besluit van de burgemeester van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent prostitutiebeleid 2016 Afwijkingsbevoegdheid De burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over te treffen bestuurlijke maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. Per geval wordt gekeken of de burgemeester hiervan gebruik maakt. De stappen in het handhavingsarrangement gelden daarbij uitsluitend als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. De burgemeester zal een afwijking van het handhavingsarrangement expliciet in zijn besluit motiveren. 6.1 Bestuurlijke maatregelen en handhavingstabel Hieronder staan de handhavingsstappen die voor alle seksbedrijven (activiteit 1 t/m 4) gelden. Toelichting bij sluiting (…) Wat betreft de duur van de maatregelen bij illegale prostitutie is aansluiting gezocht bij beleid voor een andere vorm van ondermijnende criminaliteit, namelijk drugshandel. Alhoewel de te beschermen belangen in concreto andere zijn, is ook bij deze panden van belang de bekendheid als seksinrichting ervan weg te nemen, de rust in de omgeving te laten wederkeren en de kans op recidive zo klein mogelijk te maken. Daarnaast speelt de signaalwerking die uitgaat van het opleggen van een sluitingsmaatregel ook een grote rol. Werkwijze In alle gevallen waarbij in een pand een illegale seksinrichting wordt aangetroffen, wordt een traject opgestart op grond van artikel 3:11a van de APV. Uitgangspunt hierbij is dat de illegale seksinrichting teniet wordt gedaan. Dit betekent dat in principe zal worden overgegaan tot het opleggen van een sluitingsmaatregel. Uitgezonderd de gevallen waarbij een sluiting dermate onredelijk zou zijn dat gekozen moet worden voor een andere bestuurlijke maatregel. Spoedsluiting Als sprake is van een seksinrichting zonder vergunning en/of sprake is van aantasting van de openbare orde, de veiligheid of de woon- en leefsituatie, of sprake is van overlast door de exploitatie van het seksbedrijf, is het uitgangspunt dat een spoedsluiting wordt toegepast voor het betreffende pand dat als seksinrichting wordt gebruikt. In de gevallen waarbij prostituees worden aangetroffen die eerder vanwege illegale prostitutie met de AVIM of het interventieteam in aanraking zijn geweest, wordt een spoedsluiting toegepast, vanwege de bewezen grote kans op recidive. Tevens kan een spoedsluiting toegepast worden wanneer de aangetroffen prostituee onder dubieuze en/of ongewenste omstandigheden werkzaam is. Een (spoed)sluiting houdt in dat het betreffende pand binnen een half uur nadat het onderzoek door de AVIM en/of het interventieteam is afgerond, wordt gesloten middels het aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting, vervanging van de sloten en verzegeling van het pand. Deze toepassing wordt nadien op schrift gesteld. Sluiten van een pand met een woonbestemming Wanneer een pand met een woonbestemming als bedrijfsmatig prostitutiebedrijf wordt gebruikt, wordt het pand feitelijk niet meer als woning gebruikt en fungeert het pand als een seksinrichting. In hoofdstuk 2, paragraaf 2.1 is al uiteengezet wanneer sprake kan zijn van bedrijfsmatigheid en er dus een vergunningplicht geldt. Bij de beoordeling van de bedrijfsmatigheid van de activiteiten wordt er altijd gekeken naar de feitelijke situatie. Als blijkt dat er sprake is van een illegale situatie vanuit een pand met een woonbestemming, wordt de illegale situatie beëindigd door een sluiting. Het doel van een sluiting is het herstel van de openbare orde, de veiligheid, de woon- en leefsituatie of zedelijkheid door het weren en terugdringen van criminaliteit in en vanuit het pand. Tevens wordt de loop naar een pand voor criminele activiteiten (en het faciliteren daarvan) eruit gehaald. De naamsbekendheid van een pand met een woonbestemming voor dergelijke activiteiten moet worden doorbroken. In principe gaat de burgemeester over tot sluiting van het pand voor de duur van drie tot zes maanden, tenzij er verzwarende omstandigheden zijn of als er sprake is van recidive. Uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:1548). Dit volgt uit artikel 3:11a, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 (APV Schiedam 2013). De definities van seksbedrijf en seksinrichting staan in artikel 3:2, van de APV Schiedam 2013. Dit volgt uit paragraaf 6.3, van het Prostitutiebeleid Schiedam 2016. Dit volgt uit artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit paragraaf 6.1, van het Prostitutiebeleid Schiedam 2016. Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1156) en 21 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3860). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1156). Dit volgt uit artikel 4:84 van de Awb. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912), onder 4. Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1741), onder 6. Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285), onder 7.8. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4117) onder 4 e.v. Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912), onder 4.2.2. Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840). Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:719). Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1149). Dit kan op grond van artikel 8:41a, in samenhang met artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb.