Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-08
ECLI:NL:RBROT:2026:4376
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,091 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4376 text/xml public 2026-04-15T10:35:21 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-08 10/316539-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4376 text/html public 2026-04-15T10:34:47 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4376 Rechtbank Rotterdam , 08-04-2026 / 10/316539-25 De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor verkrachting van een veertienjarig meisje. De verdachte wordt vrijgesproken van gekwalificeerde verkrachting, omdat niet bewezen is dat sprake was van dwang. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10/316539-25 Datum uitspraak: 8 april 2026 Datum zitting: 25 maart 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , gedetineerd in [naam P.I.] . Advocaat van de verdachte: mr. B.V. Rafaela Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor verkrachting van een veertienjarig meisje. De verdachte wordt vrijgesproken van gekwalificeerde verkrachting, omdat niet bewezen is dat sprake was van dwang. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde verkrachting van een minderjarige in de leeftijdscategorie 12 tot 16 waarbij er sprake was van dwang. De volledige tenlastelegging houdt in dat: hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het - meermalen, in elk geval eenmaal, brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] , en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, te weten het - grote leeftijdsverschil met voornoemde [slachtoffer] , - voorbijgaan aan non-verbale en verbale tekenen van verzet/weerstand van voornoemde [slachtoffer] , en/of - gebruik/misbruik maken van zijn fysieke overwicht op voornoemde [slachtoffer] . 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de verkrachting van de minderjarige. Van het onderdeel dwang moet de verdachte worden vrijgesproken. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onderdeel dwang. Verder heeft zij verzocht de bewezenverklaring te beperken tot het éénmaal seksueel binnendringen. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Vrijspraak dwang Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier niet voldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte dwang heeft uitgeoefend op het slachtoffer. Van dit onderdeel van de beschuldiging wordt hij dan ook vrijgesproken. 2.3.2. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat: hij in de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , één of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het - brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] . De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven . 1. Verklaring van de verdachte 2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [benadeelde] namens [slachtoffer] 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: Verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren . 3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte Het feit en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor het ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht bij de hoogte van de gevangenisstraf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij een forse taakstraf, dan wel een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van een minderjarig, kwetsbaar meisje. Het slachtoffer was destijds veertien jaar oud, terwijl verdachte zelf de leeftijd van zesentwintig jaar had. Het bewezen verklaarde betreft een ernstig feit. Verdachte heeft met zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het veertienjarig slachtoffer geschonden. Daarnaast heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van het slachtoffer en geen oog gehad voor de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige psychische gevolgen kunnen hebben voor de slachtoffers en een normale (seksuele) ontwikkeling kan verstoren. De wetgever heeft met de strafbaarstelling van het gedrag dat is omschreven in artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht beoogd om de lichamelijke en de seksuele integriteit van kinderen jonger dan zestien jaar vergaand te beschermen. Elk seksueel contact met een kind in deze leeftijdscategorie is strafbaar. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Overige persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft niet de indruk dat verdachte specifiek uit is geweest op seksueel contact met een minderjarige, maar een grove inschattingsfout heeft gemaakt ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer. De verdachte heeft het feit bij zijn voorgeleiding bij de rechter-commissaris bekend en realiseert zich dat hij moreel niet goed heeft gehandeld. Rapport van de reclassering In het rapport van Reclassering Nederland van 23 februari 2026 staat het volgende. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten waardoor geen sprake is van een delictpatroon. Er komen geen maatschappelijke problemen naar voren. De reclassering ziet het middelengebruik van de verdachte als delictgerelateerd en omdat dit mogelijk van invloed is geweest op zijn keuzes en impulscontrole. In het verleden is bij onderzoek geconstateerd dat de verdachte zwakbegaafd zou zijn. Hoewel deze diagnose is verouderd sluit de reclassering niet uit dat de verdachte moeite heeft met het inschatten van bepaalde situaties en het overzien van de gevolgen van zijn handelen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en een dagbesteding. 4.3.3. Oplegging straf Gelet op de ernst van het strafbare feit dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. Het voorwaardelijke deel van de straf heeft als doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4376 text/xml public 2026-04-15T10:35:21 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-08 10/316539-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4376 text/html public 2026-04-15T10:34:47 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4376 Rechtbank Rotterdam , 08-04-2026 / 10/316539-25 De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor verkrachting van een veertienjarig meisje. De verdachte wordt vrijgesproken van gekwalificeerde verkrachting, omdat niet bewezen is dat sprake was van dwang. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10/316539-25 Datum uitspraak: 8 april 2026 Datum zitting: 25 maart 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , gedetineerd in [naam P.I.] . Advocaat van de verdachte: mr. B.V. Rafaela Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor verkrachting van een veertienjarig meisje. De verdachte wordt vrijgesproken van gekwalificeerde verkrachting, omdat niet bewezen is dat sprake was van dwang. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde verkrachting van een minderjarige in de leeftijdscategorie 12 tot 16 waarbij er sprake was van dwang. De volledige tenlastelegging houdt in dat: hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het - meermalen, in elk geval eenmaal, brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] , en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, te weten het - grote leeftijdsverschil met voornoemde [slachtoffer] , - voorbijgaan aan non-verbale en verbale tekenen van verzet/weerstand van voornoemde [slachtoffer] , en/of - gebruik/misbruik maken van zijn fysieke overwicht op voornoemde [slachtoffer] . 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de verkrachting van de minderjarige. Van het onderdeel dwang moet de verdachte worden vrijgesproken. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onderdeel dwang. Verder heeft zij verzocht de bewezenverklaring te beperken tot het éénmaal seksueel binnendringen. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Vrijspraak dwang Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier niet voldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte dwang heeft uitgeoefend op het slachtoffer. Van dit onderdeel van de beschuldiging wordt hij dan ook vrijgesproken. 2.3.2. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat: hij in de periode van 28 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , één of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het - brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] . De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven . 1. Verklaring van de verdachte 2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [benadeelde] namens [slachtoffer] 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: Verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren . 3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte Het feit en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor het ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht bij de hoogte van de gevangenisstraf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij een forse taakstraf, dan wel een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van een minderjarig, kwetsbaar meisje. Het slachtoffer was destijds veertien jaar oud, terwijl verdachte zelf de leeftijd van zesentwintig jaar had. Het bewezen verklaarde betreft een ernstig feit. Verdachte heeft met zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het veertienjarig slachtoffer geschonden. Daarnaast heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van het slachtoffer en geen oog gehad voor de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige psychische gevolgen kunnen hebben voor de slachtoffers en een normale (seksuele) ontwikkeling kan verstoren. De wetgever heeft met de strafbaarstelling van het gedrag dat is omschreven in artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht beoogd om de lichamelijke en de seksuele integriteit van kinderen jonger dan zestien jaar vergaand te beschermen. Elk seksueel contact met een kind in deze leeftijdscategorie is strafbaar. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Overige persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft niet de indruk dat verdachte specifiek uit is geweest op seksueel contact met een minderjarige, maar een grove inschattingsfout heeft gemaakt ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer. De verdachte heeft het feit bij zijn voorgeleiding bij de rechter-commissaris bekend en realiseert zich dat hij moreel niet goed heeft gehandeld. Rapport van de reclassering In het rapport van Reclassering Nederland van 23 februari 2026 staat het volgende. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten waardoor geen sprake is van een delictpatroon. Er komen geen maatschappelijke problemen naar voren. De reclassering ziet het middelengebruik van de verdachte als delictgerelateerd en omdat dit mogelijk van invloed is geweest op zijn keuzes en impulscontrole. In het verleden is bij onderzoek geconstateerd dat de verdachte zwakbegaafd zou zijn. Hoewel deze diagnose is verouderd sluit de reclassering niet uit dat de verdachte moeite heeft met het inschatten van bepaalde situaties en het overzien van de gevolgen van zijn handelen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en een dagbesteding. 4.3.3. Oplegging straf Gelet op de ernst van het strafbare feit dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. Het voorwaardelijke deel van de straf heeft als doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.