Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-14
ECLI:NL:RBROT:2026:4324
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,092 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4324 text/xml public 2026-04-29T09:38:46 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-14 ROT 26/2292 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4324 text/html public 2026-04-28T10:48:04 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4324 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2026 / ROT 26/2292 Verzoek om een voorlopige voorziening. Het college heeft geweigerd om verzoeker in te schrijven in de basisregistratie personen (brp) op het door hem opgegeven adres. Het college heeft adresonderzoek gedaan en van de 35 controlemomenten is verzoeker maar 1 keer bij zijn woning aangetroffen. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt. De voorzieningenrechter vindt echter dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het verzoek wordt afgewezen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/2292 uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 april 2026 in de zaak tussen [verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker (gemachtigde: [naam 1]), en het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel (gemachtigde: [naam 2]). Samenvatting Het college heeft geweigerd om verzoeker in te schrijven in de basisregistratie personen (brp) op het door hem opgegeven adres. Het college heeft adresonderzoek gedaan en van de 35 controlemomenten is verzoeker maar 1 keer bij zijn woning aangetroffen. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt. De voorzieningenrechter vindt dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Procesverloop 1. Verzoeker heeft aangifte gedaan voor een adreswijziging in de brp. Het college heeft met het besluit van 26 februari 2026 besloten om deze aangifte niet te verwerken in de brp. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en [naam 3] (namens het college). Beoordeling door de voorzieningenrechter Wat is er gebeurd? 3. Verzoeker is eigenaar van de woning aan het [adres 1] (het adres). Het college heeft in het verleden meerdere adresonderzoeken verricht om te kijken of verzoeker wel op dit adres woont. Dit heeft ertoe geleid dat verzoeker meerdere keren uitgeschreven is geweest van dit adres. Het college heeft verzoeker voor het laatst uitgeschreven per 9 juni 2025. Verzoeker heeft hierover een spoedprocedure gevoerd bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarbij hij in het ongelijk is gesteld. Verzoeker heeft op 24 december 2025 aangifte gedaan van verhuizing naar het adres per 20 december 2025. Waar gaat het in deze zaak om? 4. Het college heeft besloten om verzoekers aangifte niet te verwerken in de brp. Volgens het college blijkt uit onderzoek dat verzoeker niet woont op het door hem opgegeven adres. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij voorlopig wordt ingeschreven op het adres. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af 5. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 6. In de brp worden persoonsgegevens van (onder meer) inwoners van Nederland bijgehouden. Er zijn instanties in Nederland die deze gegevens kunnen raadplegen. Daarom is het belangrijk dat de gegevens in de brp betrouwbaar zijn. De gebruikers van deze gegevens moeten er namelijk op kunnen vertrouwen dat de gegevens in de brp juist zijn. 7. Verzoeker heeft tijdens de zitting erkend dat hij in het verleden ingeschreven heeft gestaan op het door hem opgegeven adres, terwijl hij daar op dat moment niet woonde. Volgens verzoeker heeft hij op aanraden van zijn gemachtigde sinds 20 december 2025 elke nacht op het adres overnacht. Verzoeker voert aan dat hij er geen doorsnee leven op nahoudt. Hij vertrekt ’s ochtends vroeg van huis en keert vaak pas ’s avonds laat terug. Hij heeft een logboek bijgehouden van de tijdstippen waarop hij vertrekt en thuiskomt. Daarnaast leeft hij volgens eigen zeggen primitief, waardoor zijn woonsituatie niet vergelijkbaar is met een gemiddelde persoon. Zo doet zijn deurbel het niet, eet hij buiten de deur en laat hij niet-relevante poststukken (reclame) in zijn brievenbus liggen. 8. Het college heeft naar aanleiding van verzoekers aangifte adresonderzoek gedaan in de periode van 30 december 2025 tot en met 31 januari 2026. In deze periode zijn er 35 controlemomenten geweest bij verzoekers woning, op verschillende dagen en tijdstippen, waarbij verzoeker alleen op donderdag 22 januari 2026 om 08:47 uur buiten bij zijn woning is aangetroffen. Op die dag heeft verzoeker vervolgens toestemming gegeven om de woning te bekijken, maar niet om alle ruimtes in de woning te betreden. Volgens het college was de woning grotendeels ingericht met opgeslagen goederen, waren meerdere getoonde ruimtes niet of nauwelijks ingericht als reguliere leefruimtes, waren er beperkte gebruikssporen zichtbaar en waren de koelkast en wasmachine niet aangesloten. 9. Het college heeft verder de controlemomenten vergeleken met verzoekers logboek. Uit die vergelijking komt naar voren dat er op 5 momenten een controlemoment is geweest waarbij verzoeker volgens eigen zeggen thuis zou zijn geweest. Verzoeker is op die momenten echter niet aangetroffen. Verzoeker verwijt het college dat er op die momenten geen telefonisch contact met hem is opgenomen. Volgens verzoeker doet zijn deurbel het niet en hoort hij het niet als er (hard) wordt geklopt, omdat hij slechthorend is, het een groot huis is en hij aan de achterkant van de woning slaapt. Verzoeker heeft echter in zijn aangifte van adreswijziging aan het college gevraagd om bij een adrescontrole aan te kloppen en/of te bellen. Het college mocht er daarom van uitgaan dat het aankloppen zou volstaan en heeft geen aanleiding hoeven zien om verzoeker (ook) te bellen. 10. Daarnaast blijkt dat het college ook bij verzoekers woning langs is geweest op verschillende dagen waarop er sneeuw lag. Volgens het college zijn er op die momenten geen (nieuwe) voetstappen in de sneeuw aangetroffen. Deze waarneming wordt ondersteund door een verklaring van de buren, die op 7 januari 2026 verklaren dat ze verzoeker voor het laatst in december 2025 hebben gezien en in 2026 nog niet. Verzoeker heeft aangevoerd dat deze waarnemingen van het college niet juist zijn. Volgens verzoeker heeft hij fotobewijs dat hij op 8 januari 2026 door de sneeuw bij zijn woning heeft gelopen. De waarnemingen van het college over voetstappen in de sneeuw hebben echter betrekking op de periode van 3 januari tot en met 7 januari 2026. Op 8 januari 2026 zijn er twee controlemomenten geweest, maar daarbij wordt niets gezegd over eventuele voetstappen in de sneeuw. Bovendien tonen voetstappen in de sneeuw alleen maar aan dat er iemand bij de woning is geweest en niet of verzoeker daar ook heeft overnacht. 11.1. Verzoeker heeft met bewijsstukken proberen te onderbouwen dat hij op het adres woonachtig is. Zo heeft hij verklaringen overgelegd van buren, een vriend en zijn gemachtigde over zijn verblijf in de woning. Daarnaast heeft hij een contract met Eneco en een kassabon van de KPN overgelegd met betrekking tot de aansluiting van een televisie. Een energiecontract en een aansluiting van een televisie zeggen niets over het daadwerkelijke verblijf van verzoeker in de woning.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4324 text/xml public 2026-04-29T09:38:46 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-14 ROT 26/2292 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4324 text/html public 2026-04-28T10:48:04 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4324 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2026 / ROT 26/2292 Verzoek om een voorlopige voorziening. Het college heeft geweigerd om verzoeker in te schrijven in de basisregistratie personen (brp) op het door hem opgegeven adres. Het college heeft adresonderzoek gedaan en van de 35 controlemomenten is verzoeker maar 1 keer bij zijn woning aangetroffen. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt. De voorzieningenrechter vindt echter dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het verzoek wordt afgewezen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/2292 uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 april 2026 in de zaak tussen [verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker (gemachtigde: [naam 1]), en het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel (gemachtigde: [naam 2]). Samenvatting Het college heeft geweigerd om verzoeker in te schrijven in de basisregistratie personen (brp) op het door hem opgegeven adres. Het college heeft adresonderzoek gedaan en van de 35 controlemomenten is verzoeker maar 1 keer bij zijn woning aangetroffen. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt. De voorzieningenrechter vindt dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Procesverloop 1. Verzoeker heeft aangifte gedaan voor een adreswijziging in de brp. Het college heeft met het besluit van 26 februari 2026 besloten om deze aangifte niet te verwerken in de brp. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en [naam 3] (namens het college). Beoordeling door de voorzieningenrechter Wat is er gebeurd? 3. Verzoeker is eigenaar van de woning aan het [adres 1] (het adres). Het college heeft in het verleden meerdere adresonderzoeken verricht om te kijken of verzoeker wel op dit adres woont. Dit heeft ertoe geleid dat verzoeker meerdere keren uitgeschreven is geweest van dit adres. Het college heeft verzoeker voor het laatst uitgeschreven per 9 juni 2025. Verzoeker heeft hierover een spoedprocedure gevoerd bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarbij hij in het ongelijk is gesteld. Verzoeker heeft op 24 december 2025 aangifte gedaan van verhuizing naar het adres per 20 december 2025. Waar gaat het in deze zaak om? 4. Het college heeft besloten om verzoekers aangifte niet te verwerken in de brp. Volgens het college blijkt uit onderzoek dat verzoeker niet woont op het door hem opgegeven adres. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij voorlopig wordt ingeschreven op het adres. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af 5. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 6. In de brp worden persoonsgegevens van (onder meer) inwoners van Nederland bijgehouden. Er zijn instanties in Nederland die deze gegevens kunnen raadplegen. Daarom is het belangrijk dat de gegevens in de brp betrouwbaar zijn. De gebruikers van deze gegevens moeten er namelijk op kunnen vertrouwen dat de gegevens in de brp juist zijn. 7. Verzoeker heeft tijdens de zitting erkend dat hij in het verleden ingeschreven heeft gestaan op het door hem opgegeven adres, terwijl hij daar op dat moment niet woonde. Volgens verzoeker heeft hij op aanraden van zijn gemachtigde sinds 20 december 2025 elke nacht op het adres overnacht. Verzoeker voert aan dat hij er geen doorsnee leven op nahoudt. Hij vertrekt ’s ochtends vroeg van huis en keert vaak pas ’s avonds laat terug. Hij heeft een logboek bijgehouden van de tijdstippen waarop hij vertrekt en thuiskomt. Daarnaast leeft hij volgens eigen zeggen primitief, waardoor zijn woonsituatie niet vergelijkbaar is met een gemiddelde persoon. Zo doet zijn deurbel het niet, eet hij buiten de deur en laat hij niet-relevante poststukken (reclame) in zijn brievenbus liggen. 8. Het college heeft naar aanleiding van verzoekers aangifte adresonderzoek gedaan in de periode van 30 december 2025 tot en met 31 januari 2026. In deze periode zijn er 35 controlemomenten geweest bij verzoekers woning, op verschillende dagen en tijdstippen, waarbij verzoeker alleen op donderdag 22 januari 2026 om 08:47 uur buiten bij zijn woning is aangetroffen. Op die dag heeft verzoeker vervolgens toestemming gegeven om de woning te bekijken, maar niet om alle ruimtes in de woning te betreden. Volgens het college was de woning grotendeels ingericht met opgeslagen goederen, waren meerdere getoonde ruimtes niet of nauwelijks ingericht als reguliere leefruimtes, waren er beperkte gebruikssporen zichtbaar en waren de koelkast en wasmachine niet aangesloten. 9. Het college heeft verder de controlemomenten vergeleken met verzoekers logboek. Uit die vergelijking komt naar voren dat er op 5 momenten een controlemoment is geweest waarbij verzoeker volgens eigen zeggen thuis zou zijn geweest. Verzoeker is op die momenten echter niet aangetroffen. Verzoeker verwijt het college dat er op die momenten geen telefonisch contact met hem is opgenomen. Volgens verzoeker doet zijn deurbel het niet en hoort hij het niet als er (hard) wordt geklopt, omdat hij slechthorend is, het een groot huis is en hij aan de achterkant van de woning slaapt. Verzoeker heeft echter in zijn aangifte van adreswijziging aan het college gevraagd om bij een adrescontrole aan te kloppen en/of te bellen. Het college mocht er daarom van uitgaan dat het aankloppen zou volstaan en heeft geen aanleiding hoeven zien om verzoeker (ook) te bellen. 10. Daarnaast blijkt dat het college ook bij verzoekers woning langs is geweest op verschillende dagen waarop er sneeuw lag. Volgens het college zijn er op die momenten geen (nieuwe) voetstappen in de sneeuw aangetroffen. Deze waarneming wordt ondersteund door een verklaring van de buren, die op 7 januari 2026 verklaren dat ze verzoeker voor het laatst in december 2025 hebben gezien en in 2026 nog niet. Verzoeker heeft aangevoerd dat deze waarnemingen van het college niet juist zijn. Volgens verzoeker heeft hij fotobewijs dat hij op 8 januari 2026 door de sneeuw bij zijn woning heeft gelopen. De waarnemingen van het college over voetstappen in de sneeuw hebben echter betrekking op de periode van 3 januari tot en met 7 januari 2026. Op 8 januari 2026 zijn er twee controlemomenten geweest, maar daarbij wordt niets gezegd over eventuele voetstappen in de sneeuw. Bovendien tonen voetstappen in de sneeuw alleen maar aan dat er iemand bij de woning is geweest en niet of verzoeker daar ook heeft overnacht. 11.1. Verzoeker heeft met bewijsstukken proberen te onderbouwen dat hij op het adres woonachtig is. Zo heeft hij verklaringen overgelegd van buren, een vriend en zijn gemachtigde over zijn verblijf in de woning. Daarnaast heeft hij een contract met Eneco en een kassabon van de KPN overgelegd met betrekking tot de aansluiting van een televisie. Een energiecontract en een aansluiting van een televisie zeggen niets over het daadwerkelijke verblijf van verzoeker in de woning.