Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-25
ECLI:NL:RBROT:2026:4300
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,027 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4300 text/xml public 2026-04-13T15:02:59 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-25 NL:TZ:2601475:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 287a Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4300 text/html public 2026-04-13T14:59:14 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4300 Rechtbank Rotterdam , 25-03-2026 / NL:TZ:2601475:R-RK Dwangakkoord afgewezen. Voorstel is onvoldoende goed en betrouwbaar gedocumenteerd. Voorstel is niet het uiterste waartoe verzoekster financieel gezien in staat moet worden geacht. RECHTBANK Rotterdam Team Insolventie Zittingsplaats Rotterdam Rekestnummer: [nummer] Vonnis van 25 maart 2026 op het verzoek van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] , verzoekster. 1 De procedure Verzoekster heeft op 22 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten: Stichting Havensteder, in behandeling bij Wouters Gerechtsdeurwaarder, inmiddels Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders (hierna te noemen: Havensteder (I)); Stichting Havensteder, in behandeling bij H.J. Jansen Gerechtsdeurwaarderskantoor, (hierna te noemen: Havensteder (II)); Odido (T-mobile), in behandeling bij Flanderijn & Van Eck (hierna te noemen: Odido); Basic Fit, in behandeling bij EDR Incasso (hierna te noemen: Basic Fit); Administratiekantoor Charlois (hierna te noemen: Administratiekantoor Charlois); Klarna AB, in behandeling bij Coeo Incasso B.V. (hierna te noemen: Klarna); Arrow Global Limited, in behandeling bij Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders (hierna: Arrow Global Limited); die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Havensteder (I) heeft voorafgaand aan de zitting op 11 maart 2026 een verweerschrift ingediend. Ter zitting van 18 maart 2026 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening). Ter zitting heeft schuldhulpverlening aan de rechtbank aanvullende stukken overgelegd, waaruit blijkt dat Odido en Arrow Global Limited aan schuldhulpverlening te kennen hebben gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Odido en Arrow Global Limited wordt derhalve als ingetrokken beschouwd. De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2 Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeventien schuldeisers, waarvan één preferente en zestien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 45.055,83 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 3 september 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar participatiewet-uitkering. Verzoekster is door de gemeente Rotterdam ontheven van haar sollicitatieverplichting voor de periode 5 november 2025 tot en met 5 mei 2026. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat verwacht wordt dat verzoekster ook in de periode na 5 mei 2026 zal worden ontheven van haar sollicitatieverplichting. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan. Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van € 18.901,60 op verzoekster. 3 Het verweer Havensteder (I) In haar verweerschrift heeft Havensteder (I) zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat zij in redelijkheid tot weigering van het aanbod kon komen. Uit het voorstel blijkt niet waarom verzoekster niet fulltime zou kunnen werken en daarmee een hoger inkomen zou kunnen realiseren. Het voorstel is daarmee niet het uiterste waartoe verzoekster in staat kan worden geacht. Ook heeft Havensteder (I) een aandeel van 39,7% in de totale schuldenlast en zijn er naast Havensteder (I) nog vijf andere weigerende schuldeisers. Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna bij hun weigereing vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast (te weten 42,1% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen. De rechtbank is van oordeel dat sprake dient te zijn van een goed en betrouwbaar gedocumenteerd voorstel. Daarnaast moet uit het voorstel voldoende blijken dat het aanbod het uiterste is waartoe verzoekster financieel in staat moet worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Zij overweegt daartoe als volgt. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting volgt dat verzoekster erkend is als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire en dat zij een compensatie (van € 30.000,-) heeft ontvangen. Met de ontvangen compensatie heeft verzoekster een onderneming gestart. Uit deze onderneming zijn (nieuwe) schulden ontstaan. Verzoekster heeft haar schuldenlijst niet binnen zes maanden (na haar erkenning) ingeleverd bij de Belastingdienst, althans dit is niet uit het verzoekschrift gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank had verzoekster dit wel moeten doen. De belastingdienst wist nu niet of en zo ja, welke schulden verzoekster heeft. De belastingdienst betaalt namelijk private schulden die tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 zijn ontstaan. Publieke schulden die voor 1 januari 2021 zijn ontstaan worden kwijtgescholden. Verzoekster heeft vier private schulden van ruim € 20.000,00 die dus door de Belastingdienst betaald hadden kunnen worden. De schuldenlast van verzoekster had hiermee fors verlaagd kunnen worden van € 45.000,- naar € 25.000,-. In het bijzonder merkt de rechtbank hierbij op dat Havensteder (I) een van die private schuldeisers is die betaald had kunnen worden. Havensteder (I) heeft nu haar vordering niet betaald gekregen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4300 text/xml public 2026-04-13T15:02:59 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-25 NL:TZ:2601475:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 287a Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4300 text/html public 2026-04-13T14:59:14 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4300 Rechtbank Rotterdam , 25-03-2026 / NL:TZ:2601475:R-RK Dwangakkoord afgewezen. Voorstel is onvoldoende goed en betrouwbaar gedocumenteerd. Voorstel is niet het uiterste waartoe verzoekster financieel gezien in staat moet worden geacht. RECHTBANK Rotterdam Team Insolventie Zittingsplaats Rotterdam Rekestnummer: [nummer] Vonnis van 25 maart 2026 op het verzoek van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] , verzoekster. 1 De procedure Verzoekster heeft op 22 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten: Stichting Havensteder, in behandeling bij Wouters Gerechtsdeurwaarder, inmiddels Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders (hierna te noemen: Havensteder (I)); Stichting Havensteder, in behandeling bij H.J. Jansen Gerechtsdeurwaarderskantoor, (hierna te noemen: Havensteder (II)); Odido (T-mobile), in behandeling bij Flanderijn & Van Eck (hierna te noemen: Odido); Basic Fit, in behandeling bij EDR Incasso (hierna te noemen: Basic Fit); Administratiekantoor Charlois (hierna te noemen: Administratiekantoor Charlois); Klarna AB, in behandeling bij Coeo Incasso B.V. (hierna te noemen: Klarna); Arrow Global Limited, in behandeling bij Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders (hierna: Arrow Global Limited); die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Havensteder (I) heeft voorafgaand aan de zitting op 11 maart 2026 een verweerschrift ingediend. Ter zitting van 18 maart 2026 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening). Ter zitting heeft schuldhulpverlening aan de rechtbank aanvullende stukken overgelegd, waaruit blijkt dat Odido en Arrow Global Limited aan schuldhulpverlening te kennen hebben gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Odido en Arrow Global Limited wordt derhalve als ingetrokken beschouwd. De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2 Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeventien schuldeisers, waarvan één preferente en zestien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 45.055,83 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 3 september 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar participatiewet-uitkering. Verzoekster is door de gemeente Rotterdam ontheven van haar sollicitatieverplichting voor de periode 5 november 2025 tot en met 5 mei 2026. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat verwacht wordt dat verzoekster ook in de periode na 5 mei 2026 zal worden ontheven van haar sollicitatieverplichting. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan. Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van € 18.901,60 op verzoekster. 3 Het verweer Havensteder (I) In haar verweerschrift heeft Havensteder (I) zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat zij in redelijkheid tot weigering van het aanbod kon komen. Uit het voorstel blijkt niet waarom verzoekster niet fulltime zou kunnen werken en daarmee een hoger inkomen zou kunnen realiseren. Het voorstel is daarmee niet het uiterste waartoe verzoekster in staat kan worden geacht. Ook heeft Havensteder (I) een aandeel van 39,7% in de totale schuldenlast en zijn er naast Havensteder (I) nog vijf andere weigerende schuldeisers. Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna bij hun weigereing vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast (te weten 42,1% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Havensteder (I), Havensteder (II), Basic Fit, Administratiekantoor Charlois en Klarna in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen. De rechtbank is van oordeel dat sprake dient te zijn van een goed en betrouwbaar gedocumenteerd voorstel. Daarnaast moet uit het voorstel voldoende blijken dat het aanbod het uiterste is waartoe verzoekster financieel in staat moet worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Zij overweegt daartoe als volgt. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting volgt dat verzoekster erkend is als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire en dat zij een compensatie (van € 30.000,-) heeft ontvangen. Met de ontvangen compensatie heeft verzoekster een onderneming gestart. Uit deze onderneming zijn (nieuwe) schulden ontstaan. Verzoekster heeft haar schuldenlijst niet binnen zes maanden (na haar erkenning) ingeleverd bij de Belastingdienst, althans dit is niet uit het verzoekschrift gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank had verzoekster dit wel moeten doen. De belastingdienst wist nu niet of en zo ja, welke schulden verzoekster heeft. De belastingdienst betaalt namelijk private schulden die tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 zijn ontstaan. Publieke schulden die voor 1 januari 2021 zijn ontstaan worden kwijtgescholden. Verzoekster heeft vier private schulden van ruim € 20.000,00 die dus door de Belastingdienst betaald hadden kunnen worden. De schuldenlast van verzoekster had hiermee fors verlaagd kunnen worden van € 45.000,- naar € 25.000,-. In het bijzonder merkt de rechtbank hierbij op dat Havensteder (I) een van die private schuldeisers is die betaald had kunnen worden. Havensteder (I) heeft nu haar vordering niet betaald gekregen.