Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-04-07
ECLI:NL:RBROT:2026:4270
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,539 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4270 text/xml public 2026-04-15T09:00:14 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-07 C/10/714477 / FA RK 26-990 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4270 text/html public 2026-04-13T10:57:08 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4270 Rechtbank Rotterdam , 07-04-2026 / C/10/714477 / FA RK 26-990 Verwijzing/relatieve bevoegdheid/artikel 79 Rv niet van toepassing in verzoekschriftprocedures en niet bedoeld als keuzemogelijkheid / artikel 79 Rv is, net als artikel 278 Rv voor verzoekschriftprocedures, alleen bedoeld om de gerechtelijke instantie waar geprocedeerd wordt en belanghebbenden kenbaar te maken naar welk adres correspondentie over de zaak kan worden gezonden. Rechtbank Rotterdam Team familie Zaaknummer / rekestnummer: C/10/714477 / FA RK 26-990 Beschikking van 7 april 2026 over verwijzing in de zaak van: [verzoekster] , hierna: verzoekster, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar, Als belanghebbende is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, hierna: de ambtenaar, zetelend te ’s-Gravenhage. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 05 februari 2026; het bericht van de ambtenaar van 26 februari 2026; het bericht van verzoekster van 26 februari 2026. 2 De beoordeling 2.1. Gelet op de woonplaats van verzoekster is op grond van artikel 262 Rv niet de rechtbank Rotterdam maar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bevoegd kennis te nemen van het verzoek. 2.2. Op grond van artikel 270 Rv vindt verwijzing niet plaats als verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden kenbaar maken dat zij geen verwijzing wensen. 2.3. Verzoekster wenst geen verwijzing. Subsidiair verzoekt zij zo nodig een tussenbeschikking te nemen waarbij reeds op het verzoek wordt beslist, zodat alsdan wordt voorkomen dat de rechtbank na doorverwijzing nog inhoudelijk het voldoende zwaarwichtig belang bij het verzoek tot voornaamswijziging toetst. 2.4. De ambtenaar is in de onderhavige zaak in tegenstelling tot hetgeen verzoekster aanvoert wel als belanghebbende aangemerkt. Dit is gelegen in het feit dat verzoekster in het buitenland is geboren. Om die reden zal bij het verzoek tot voornaamswijziging tevens tot inschrijving van een buitenlandse geboorteakte of tot vaststelling van de geboortegegevens moeten worden overgegaan. De ambtenaar heeft als plicht om vanuit het oogpunt van de Nederlandse openbare orde, te beoordelen of een buitenlandse akte voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dan wel of dat de gestelde persoonsgegevens en omstandigheden voldoende betrouwbaar zijn. Overigens rust op de ambtenaar niet de verplichting om te stellen dat de ambtenaar een belang heeft, noch om aan te tonen welk belang dat is. Uit de wet volgt welke rechter bevoegd is om de zaak te behandelen en dat hiervan kan worden afgeweken als alle belanghebbenden daarmee instemmen. De ambtenaar heeft aangegeven niet in te stemmen met behandeling van het verzoek door deze rechtbank en verwijzing naar de relatief bevoegde rechter te wensen. 2.5. Het nemen van een tussenbeslissing waarbij al inhoudelijk op het verzoek tot voornaamswijziging wordt beslist, zoals verzoekster subsidiair verzoekt, is in strijd met het beginsel dat, wanneer van bevoegdheid geen sprake is, er toch inhoudelijk wordt beslist. 2.6. De rechtbank gaat ook voorbij aan het bezwaar van verzoekster dat de ambtenaar met regelmaat laat of niet binnen de verweertermijn reageert. Voor dergelijke zaken geldt immers geen wettelijke verweertermijn en daarover is ook niets opgenomen in het procesreglement, omdat verweer kan worden gevoerd tot aan de, eventuele, mondelinge behandeling. 2.7. Verzoekster heeft uiteindelijk, voor zover toch een verwijzing volgt, verzocht de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar op grond van artikel 79 Rv en de omstandigheid dat verzoekster woonplaats heeft gekozen ten kantore van haar advocaat. Artikel 79 Rv is niet alleen niet van toepassing in verzoekschriftprocedures, maar is ook niet bedoeld om de mogelijkheid te scheppen zelf te kiezen welke rechtbank een verzoek zal behandelen. Deze bepaling is, net als artikel 278 Rv voor verzoekschrift-procedures, alleen bedoeld om de gerechtelijke instantie waar geprocedeerd wordt en belanghebbenden kenbaar te maken naar welk adres correspondentie over de zaak kan worden gezonden. 2.8. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank op grond van artikel 270 lid 1 Rv de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt, verwijzen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. verwijst de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 7 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4270 text/xml public 2026-04-15T09:00:14 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-04-07 C/10/714477 / FA RK 26-990 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4270 text/html public 2026-04-13T10:57:08 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4270 Rechtbank Rotterdam , 07-04-2026 / C/10/714477 / FA RK 26-990 Verwijzing/relatieve bevoegdheid/artikel 79 Rv niet van toepassing in verzoekschriftprocedures en niet bedoeld als keuzemogelijkheid / artikel 79 Rv is, net als artikel 278 Rv voor verzoekschriftprocedures, alleen bedoeld om de gerechtelijke instantie waar geprocedeerd wordt en belanghebbenden kenbaar te maken naar welk adres correspondentie over de zaak kan worden gezonden. Rechtbank Rotterdam Team familie Zaaknummer / rekestnummer: C/10/714477 / FA RK 26-990 Beschikking van 7 april 2026 over verwijzing in de zaak van: [verzoekster] , hierna: verzoekster, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar, Als belanghebbende is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, hierna: de ambtenaar, zetelend te ’s-Gravenhage. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 05 februari 2026; het bericht van de ambtenaar van 26 februari 2026; het bericht van verzoekster van 26 februari 2026. 2 De beoordeling 2.1. Gelet op de woonplaats van verzoekster is op grond van artikel 262 Rv niet de rechtbank Rotterdam maar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bevoegd kennis te nemen van het verzoek. 2.2. Op grond van artikel 270 Rv vindt verwijzing niet plaats als verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden kenbaar maken dat zij geen verwijzing wensen. 2.3. Verzoekster wenst geen verwijzing. Subsidiair verzoekt zij zo nodig een tussenbeschikking te nemen waarbij reeds op het verzoek wordt beslist, zodat alsdan wordt voorkomen dat de rechtbank na doorverwijzing nog inhoudelijk het voldoende zwaarwichtig belang bij het verzoek tot voornaamswijziging toetst. 2.4. De ambtenaar is in de onderhavige zaak in tegenstelling tot hetgeen verzoekster aanvoert wel als belanghebbende aangemerkt. Dit is gelegen in het feit dat verzoekster in het buitenland is geboren. Om die reden zal bij het verzoek tot voornaamswijziging tevens tot inschrijving van een buitenlandse geboorteakte of tot vaststelling van de geboortegegevens moeten worden overgegaan. De ambtenaar heeft als plicht om vanuit het oogpunt van de Nederlandse openbare orde, te beoordelen of een buitenlandse akte voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dan wel of dat de gestelde persoonsgegevens en omstandigheden voldoende betrouwbaar zijn. Overigens rust op de ambtenaar niet de verplichting om te stellen dat de ambtenaar een belang heeft, noch om aan te tonen welk belang dat is. Uit de wet volgt welke rechter bevoegd is om de zaak te behandelen en dat hiervan kan worden afgeweken als alle belanghebbenden daarmee instemmen. De ambtenaar heeft aangegeven niet in te stemmen met behandeling van het verzoek door deze rechtbank en verwijzing naar de relatief bevoegde rechter te wensen. 2.5. Het nemen van een tussenbeslissing waarbij al inhoudelijk op het verzoek tot voornaamswijziging wordt beslist, zoals verzoekster subsidiair verzoekt, is in strijd met het beginsel dat, wanneer van bevoegdheid geen sprake is, er toch inhoudelijk wordt beslist. 2.6. De rechtbank gaat ook voorbij aan het bezwaar van verzoekster dat de ambtenaar met regelmaat laat of niet binnen de verweertermijn reageert. Voor dergelijke zaken geldt immers geen wettelijke verweertermijn en daarover is ook niets opgenomen in het procesreglement, omdat verweer kan worden gevoerd tot aan de, eventuele, mondelinge behandeling. 2.7. Verzoekster heeft uiteindelijk, voor zover toch een verwijzing volgt, verzocht de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar op grond van artikel 79 Rv en de omstandigheid dat verzoekster woonplaats heeft gekozen ten kantore van haar advocaat. Artikel 79 Rv is niet alleen niet van toepassing in verzoekschriftprocedures, maar is ook niet bedoeld om de mogelijkheid te scheppen zelf te kiezen welke rechtbank een verzoek zal behandelen. Deze bepaling is, net als artikel 278 Rv voor verzoekschrift-procedures, alleen bedoeld om de gerechtelijke instantie waar geprocedeerd wordt en belanghebbenden kenbaar te maken naar welk adres correspondentie over de zaak kan worden gezonden. 2.8. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank op grond van artikel 270 lid 1 Rv de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt, verwijzen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. verwijst de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 7 april 2026.