Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-17
ECLI:NL:RBROT:2026:4206
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,093 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4206 text/xml public 2026-04-30T14:20:45 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4206 text/html public 2026-04-30T14:19:27 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4206 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling in de zaken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] , advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt in alle zaken als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: In de zaak met zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 16 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het e-mailbericht van de moeder van 17 maart 2026; In de zaak met zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402 het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de beschikking van de kinderrechter van 23 januari 2026 ( met zaaknummer C/10/713568 / JE RK 26-110 ), ontvangen op 2 maart 2026; het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026; de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de brief van [voornaam minderjarige] , ontvangen op 16 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [voornaam minderjarige] met zijn advocaat; de vader met zijn advocaat; - een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] . 1.3. De moeder is niet verschenen. De moeder heeft de kinderrechter schriftelijk laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. 1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan [persoon C] , de begeleider van [voornaam minderjarige] . 1.5. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, in het bijzijn van zijn advocaat en zijn begeleider van Bergse Bos, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.6. Ter zitting heeft de GI aangekondigd mondeling een nader verzoek voor een trajectmachtiging te willen indienen. Een dergelijk verzoek is, wegens strijd met de goede procesorde, verder niet inhoudelijk besproken. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Bergse Bos. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 30 maart 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 30 maart 2026. 3 De verzoeken Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402 3.2. De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode heeft de jeugdbeschermer, gezien de wens van [voornaam minderjarige] , geen contact gehad met [voornaam minderjarige] . De GI heeft contact gehad met de groep en begreep dat [voornaam minderjarige] begin februari de EMDR-therapie heeft afgerond. De jeugdbeschermer heeft gehoord dat [voornaam minderjarige] sindsdien rustiger is geworden. Ondanks de therapie vinden er nog steeds incidenten plaats. De GI verzoekt een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden, omdat zij hopen dat [voornaam minderjarige] daarna naar de open groep kan. 4.2. Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek voor de gesloten machtiging. De vader heeft [voornaam minderjarige] sinds april 2025 alleen nog maar gezien tijdens de zittingen. De vader mist [voornaam minderjarige] enorm en hoopt dat er de komende periode actiever wordt ingezet op contactherstel. Momenteel heeft de vader geen idee wat de bedoeling is van de GI. Daarnaast ziet de vader dat de gesloten machtiging momenteel nog nodig is voor [voornaam minderjarige] . De vader verzet zich tegen een aanvulling van het verzoek van de GI. 4.3. Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Ten opzichte van de vorige zitting heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij kan inmiddels goed onder woorden brengen wat hij vindt. De advocaat kan zich voorstellen dat de GI een trajectmachtiging wenst, maar de moeder moet daar ook wat van kunnen vinden. 5 De beoordeling Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 5.1. Op basis van de stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode op de groep een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Ter zitting is gebleken dat de EMDR-therapie daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Desondanks moet er de komende periode nog veel gebeuren. Er bestaat nog onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [voornaam minderjarige] en er vinden nog incidenten plaats. Door een recent incident mag [voornaam minderjarige] momenteel niet meer met het taxivervoer naar school. Het is positief dat de huidige groep actief naar oplossingen zoekt, zodat [voornaam minderjarige] toch naar school kan. [voornaam minderjarige] heeft goed contact met de groepsleiding en heeft een goede band met zijn een-op-een begeleider. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige] toch weer met de jeugdbescherming in contact wil treden, zodat hij duidelijk kan vertellen waar hij tegenaan loopt. De kinderrechter begrijpt dat de vader graag contact wil met [voornaam minderjarige] , maar benadrukt dat dit alles samenhangt met wat in het belang van [voornaam minderjarige] is. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing om de ondertoezichtstelling te verlengen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4206 text/xml public 2026-04-30T14:20:45 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4206 text/html public 2026-04-30T14:19:27 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4206 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402 Datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling in de zaken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] , advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt in alle zaken als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: In de zaak met zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 16 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het e-mailbericht van de moeder van 17 maart 2026; In de zaak met zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402 het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de beschikking van de kinderrechter van 23 januari 2026 ( met zaaknummer C/10/713568 / JE RK 26-110 ), ontvangen op 2 maart 2026; het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026; de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum; de brief van [voornaam minderjarige] , ontvangen op 16 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [voornaam minderjarige] met zijn advocaat; de vader met zijn advocaat; - een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] . 1.3. De moeder is niet verschenen. De moeder heeft de kinderrechter schriftelijk laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. 1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan [persoon C] , de begeleider van [voornaam minderjarige] . 1.5. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, in het bijzijn van zijn advocaat en zijn begeleider van Bergse Bos, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.6. Ter zitting heeft de GI aangekondigd mondeling een nader verzoek voor een trajectmachtiging te willen indienen. Een dergelijk verzoek is, wegens strijd met de goede procesorde, verder niet inhoudelijk besproken. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Bergse Bos. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 30 maart 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 30 maart 2026. 3 De verzoeken Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402 3.2. De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode heeft de jeugdbeschermer, gezien de wens van [voornaam minderjarige] , geen contact gehad met [voornaam minderjarige] . De GI heeft contact gehad met de groep en begreep dat [voornaam minderjarige] begin februari de EMDR-therapie heeft afgerond. De jeugdbeschermer heeft gehoord dat [voornaam minderjarige] sindsdien rustiger is geworden. Ondanks de therapie vinden er nog steeds incidenten plaats. De GI verzoekt een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden, omdat zij hopen dat [voornaam minderjarige] daarna naar de open groep kan. 4.2. Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek voor de gesloten machtiging. De vader heeft [voornaam minderjarige] sinds april 2025 alleen nog maar gezien tijdens de zittingen. De vader mist [voornaam minderjarige] enorm en hoopt dat er de komende periode actiever wordt ingezet op contactherstel. Momenteel heeft de vader geen idee wat de bedoeling is van de GI. Daarnaast ziet de vader dat de gesloten machtiging momenteel nog nodig is voor [voornaam minderjarige] . De vader verzet zich tegen een aanvulling van het verzoek van de GI. 4.3. Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Ten opzichte van de vorige zitting heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij kan inmiddels goed onder woorden brengen wat hij vindt. De advocaat kan zich voorstellen dat de GI een trajectmachtiging wenst, maar de moeder moet daar ook wat van kunnen vinden. 5 De beoordeling Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315 5.1. Op basis van de stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode op de groep een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Ter zitting is gebleken dat de EMDR-therapie daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Desondanks moet er de komende periode nog veel gebeuren. Er bestaat nog onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [voornaam minderjarige] en er vinden nog incidenten plaats. Door een recent incident mag [voornaam minderjarige] momenteel niet meer met het taxivervoer naar school. Het is positief dat de huidige groep actief naar oplossingen zoekt, zodat [voornaam minderjarige] toch naar school kan. [voornaam minderjarige] heeft goed contact met de groepsleiding en heeft een goede band met zijn een-op-een begeleider. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige] toch weer met de jeugdbescherming in contact wil treden, zodat hij duidelijk kan vertellen waar hij tegenaan loopt. De kinderrechter begrijpt dat de vader graag contact wil met [voornaam minderjarige] , maar benadrukt dat dit alles samenhangt met wat in het belang van [voornaam minderjarige] is. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing om de ondertoezichtstelling te verlengen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht.