Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-09
ECLI:NL:RBROT:2026:4097
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,545 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4097 text/xml public 2026-05-04T14:42:50 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 C/10/715296 / JE RK 26-349 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4097 text/html public 2026-05-04T14:41:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4097 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / C/10/715296 / JE RK 26-349 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/715296 / JE RK 26-349 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] (via een telefoonverbinding); - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [persoon B] . 1.3. Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtiging zijn, maar wel de Engels taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van G. Neng, tolk in de Engelse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] . 2.2. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 2] . 2.3. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun ouders. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De ouders hebben dringend hulpverlening nodig. De afgelopen periode is er in het vrijwillige kader veel hulpverlening aangeboden aan de ouders, maar de zorgen overstijgen de mogelijkheden van het vrijwillige kader. Het is belangrijk dat de ouders ondersteuning krijgen in de opvoedsituatie. Daarnaast moeten de problemen tussen de ouders stoppen. De kinderen lijden hieronder en er moet worden voorkomen dat zij hier op latere leeftijd last van krijgen. 4.2. De GI sluit zich ter zitting aan bij het verzoek van de Raad. Er zijn veel zorgen over het gezin. Het is nog steeds onduidelijk wat de ouders met hun relatie willen en de kinderen zitten hier tussenin. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om erop toe te zien dat de kinderen de zorg en aandacht krijgt die zij nodig hebben. De kinderen mogen geen last hebben van de ruzies tussen de ouders. 4.3. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij denkt dat een ondertoezichtstelling nodig is om structuur te creëren voor de kinderen en te voorkomen dat zij last hebben van de communicatie tussen de ouders. De dynamiek tussen de ouders is de afgelopen periode ingewikkeld. De moeder vindt het de taak van beide ouders om hieraan te werken. 4.4. De vader maakt ter zitting kenbaar dat de moeder ondersteuning nodig heeft voor haar mentale gezondheid. In het vrijwillige kader ontvangt de moeder geen passende hulpverlening. Hopelijk lukt het via de ondertoezichtstelling wel om de juiste hulpverlening voor de moeder op te starten. Het wijkteam heeft gezegd dat eerst de moeder haar mentale gezondheid moet worden aangepakt, voordat de andere problemen aangepakt kunnen worden. De vader is van mening dat de kinderen geen gevaar lopen in de thuissituatie en gezond opgroeien. De focus van de ondertoezichtstelling moet liggen op de moeder. Als het goed gaat met de moeder, gaat het goed met het gezin. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij groeien op in een thuissituatie waar al langere tijd forse spanningen en escalaties zijn tussen de ouders, ook in het bijzijn van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Zij zijn meermaals getuigen geweest van zowel verbaal als fysiek geweld. In het vrijwillige kader zijn er veiligheidsafspraken met de ouders gemaakt, maar het lukt de ouders onvoldoende om zich hieraan te houden. Ook andere inspanningen vanuit het vrijwillige kader hebben tot op heden niet tot de benodigde verbetering geleid. De ouders blijven hangen in de onderlinge strijd en hebben tot op heden geen duidelijke beslissing genomen over het wel of niet voortzetten van hun relatie. Daarnaast zijn er zorgen over de mentale gezondheid van de moeder. De komende periode is het daarom van belang dat er een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt om de regie te voeren en de benodigde hulpverlening in te zetten voor het verbeteren van de dynamiek in de thuissituatie. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 9 maart 2026 tot 9 maart 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4097 text/xml public 2026-05-04T14:42:50 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 C/10/715296 / JE RK 26-349 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4097 text/html public 2026-05-04T14:41:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4097 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / C/10/715296 / JE RK 26-349 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/715296 / JE RK 26-349 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] (via een telefoonverbinding); - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [persoon B] . 1.3. Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtiging zijn, maar wel de Engels taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van G. Neng, tolk in de Engelse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] . 2.2. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 2] . 2.3. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun ouders. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De ouders hebben dringend hulpverlening nodig. De afgelopen periode is er in het vrijwillige kader veel hulpverlening aangeboden aan de ouders, maar de zorgen overstijgen de mogelijkheden van het vrijwillige kader. Het is belangrijk dat de ouders ondersteuning krijgen in de opvoedsituatie. Daarnaast moeten de problemen tussen de ouders stoppen. De kinderen lijden hieronder en er moet worden voorkomen dat zij hier op latere leeftijd last van krijgen. 4.2. De GI sluit zich ter zitting aan bij het verzoek van de Raad. Er zijn veel zorgen over het gezin. Het is nog steeds onduidelijk wat de ouders met hun relatie willen en de kinderen zitten hier tussenin. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om erop toe te zien dat de kinderen de zorg en aandacht krijgt die zij nodig hebben. De kinderen mogen geen last hebben van de ruzies tussen de ouders. 4.3. De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij denkt dat een ondertoezichtstelling nodig is om structuur te creëren voor de kinderen en te voorkomen dat zij last hebben van de communicatie tussen de ouders. De dynamiek tussen de ouders is de afgelopen periode ingewikkeld. De moeder vindt het de taak van beide ouders om hieraan te werken. 4.4. De vader maakt ter zitting kenbaar dat de moeder ondersteuning nodig heeft voor haar mentale gezondheid. In het vrijwillige kader ontvangt de moeder geen passende hulpverlening. Hopelijk lukt het via de ondertoezichtstelling wel om de juiste hulpverlening voor de moeder op te starten. Het wijkteam heeft gezegd dat eerst de moeder haar mentale gezondheid moet worden aangepakt, voordat de andere problemen aangepakt kunnen worden. De vader is van mening dat de kinderen geen gevaar lopen in de thuissituatie en gezond opgroeien. De focus van de ondertoezichtstelling moet liggen op de moeder. Als het goed gaat met de moeder, gaat het goed met het gezin. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij groeien op in een thuissituatie waar al langere tijd forse spanningen en escalaties zijn tussen de ouders, ook in het bijzijn van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Zij zijn meermaals getuigen geweest van zowel verbaal als fysiek geweld. In het vrijwillige kader zijn er veiligheidsafspraken met de ouders gemaakt, maar het lukt de ouders onvoldoende om zich hieraan te houden. Ook andere inspanningen vanuit het vrijwillige kader hebben tot op heden niet tot de benodigde verbetering geleid. De ouders blijven hangen in de onderlinge strijd en hebben tot op heden geen duidelijke beslissing genomen over het wel of niet voortzetten van hun relatie. Daarnaast zijn er zorgen over de mentale gezondheid van de moeder. De komende periode is het daarom van belang dat er een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt om de regie te voeren en de benodigde hulpverlening in te zetten voor het verbeteren van de dynamiek in de thuissituatie. 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 9 maart 2026 tot 9 maart 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.