Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-11
ECLI:NL:RBROT:2026:4062
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,041 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4062 text/xml public 2026-04-30T14:39:15 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-11 C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4062 text/html public 2026-04-30T14:38:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4062 Rechtbank Rotterdam , 11-03-2026 / C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek gesloten jeugdhulp. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Datum uitspraak: 11 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. M. Nentjes, waarnemend voor kantoorgenoot mr. J.A. Smits, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , mr. L.A. Middelkoop , hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: twee verzoekschriften met bijlagen van de GI, ontvangen op 30 januari 2026 en 20 februari 2026; de e-mail van de bijzondere curator van 9 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [voornaam minderjarige] met haar advocaat; de bijzondere curator; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft, met bijstand van de bijzondere curator, hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de Fjord. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 april 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 april 2026. 2.5. Op 30 april 2025 is benoemd tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen: mr. LA. Middelkoop. kantoorhoudende aan de Westersingel 92, 3015 LC Rotterdam. Daarnaast is bepaald dat de benoeming tot bijzondere curator geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 8 april 2026. 3 De verzoeken van de GI Het verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190 3.1. De GI heeft primair verzocht een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. Het verzoek met zaaknummer C/10/715285 JE RK 26-347 3.2. De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027. Ook heeft de GI, indien verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190 wordt afgewezen, subsidiair verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan meerderjarigheid. 3.3. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.4. De GI licht de verzoeken ter zitting als volgt toe. Het lukt [voornaam minderjarige] bij De Fjord onvoldoende om aan behandeling toe te komen. Zij heeft zich daar inmiddels meer dan elf keer aan de begeleiding onttrokken. Wanneer [voornaam minderjarige] wegloopt, begeeft zij zich in een zeer onveilige situatie. Daarbij is sprake van contact met volwassen mannen en van situaties waarin [voornaam minderjarige] wordt gedwongen tot seksuele handelingen. Met een gesloten plaatsing wil de GI [voornaam minderjarige] stabiliseren en motiveren om behandeling aan te gaan. Tegelijkertijd is een tweede spoor ingezet. [voornaam minderjarige] zal binnenkort starten met een ambulant behandeltraject bij Embrace the Future in Alkmaar. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven hiervoor gemotiveerd te zijn. De GI verzoekt daarom het verzoek tot een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken aan te houden. Deze periode is nodig om te bezien hoe [voornaam minderjarige] bij Embrace the Future landt en of het weglopen en het risicogedrag afnemen, zodat een passende behandelsetting kan worden gecreëerd. Daarbij is met [voornaam minderjarige] besproken dat deelname aan het traject bij Embrace the Future ook inhoudt dat zij daadwerkelijk aan behandeling deelneemt. 4 Het standpunt van [voornaam minderjarige] 4.1. Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd ten aanzien van de gesloten plaatsing en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. Een eerdere gesloten plaatsing bij Schakenbosch heeft een zeer negatieve ervaring opgeleverd en zij vreest dat een dergelijke plaatsing haar opnieuw zal ontregelen. In het verleden is het niet altijd gelukt om behandelingen vol te houden, onder meer door behandel- en faalangst. [voornaam minderjarige] kiest nu echter bewust voor het traject bij Embrace the Future en is gemotiveerd om het traject te laten slagen. Zij wil verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen ontwikkeling en niet volledig worden losgelaten, maar wel de kans krijgen om zonder de dreiging van een gesloten plaatsing aan haar behandeling te werken. 5 Het advies van de bijzondere curator 5.1. De bijzondere curator heeft ter zitting als volgt geadviseerd. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. [voornaam minderjarige] heeft in het verleden een negatieve ervaring gehad met een gesloten plaatsing bij Schakenbosch. Die plaatsing heeft haar destijds niet geholpen en heeft juist veel spanning bij haar veroorzaakt. Uit onderzoek bij het Erasmus MC is bovendien naar voren gekomen dat het gedrag van [voornaam minderjarige] in belangrijke mate voortkomt uit trauma. Daarbij speelt een sterk gevoel van verlies van zeggenschap een rol. Voor een succesvolle behandeling is het daarom belangrijk dat [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk autonomie ervaart en zelf gemotiveerd kan werken aan haar herstel. De bijzondere curator acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij niet gesloten wordt geplaatst of dat haar een gesloten machtiging boven het hoofd hangt, maar dat zij een echte kans krijgt om het behandeltraject bij Embrace the Future te volgen. Daarbij wordt erkend dat niet kan worden gegarandeerd dat het traject volledig zal slagen, maar dat [voornaam minderjarige] heeft laten zien zich hiervoor te willen inzetten. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter moet eerst beoordelen of een machtiging tot gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Een dergelijke maatregel kan alleen worden verleend wanneer sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en wanneer opname en verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde hulp onttrekt. 6.2. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen bestaan over de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4062 text/xml public 2026-04-30T14:39:15 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-11 C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4062 text/html public 2026-04-30T14:38:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4062 Rechtbank Rotterdam , 11-03-2026 / C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek gesloten jeugdhulp. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347 Datum uitspraak: 11 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. M. Nentjes, waarnemend voor kantoorgenoot mr. J.A. Smits, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , mr. L.A. Middelkoop , hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: twee verzoekschriften met bijlagen van de GI, ontvangen op 30 januari 2026 en 20 februari 2026; de e-mail van de bijzondere curator van 9 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [voornaam minderjarige] met haar advocaat; de bijzondere curator; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft, met bijstand van de bijzondere curator, hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de Fjord. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 april 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 april 2026. 2.5. Op 30 april 2025 is benoemd tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen: mr. LA. Middelkoop. kantoorhoudende aan de Westersingel 92, 3015 LC Rotterdam. Daarnaast is bepaald dat de benoeming tot bijzondere curator geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 8 april 2026. 3 De verzoeken van de GI Het verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190 3.1. De GI heeft primair verzocht een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. Het verzoek met zaaknummer C/10/715285 JE RK 26-347 3.2. De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027. Ook heeft de GI, indien verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190 wordt afgewezen, subsidiair verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan meerderjarigheid. 3.3. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.4. De GI licht de verzoeken ter zitting als volgt toe. Het lukt [voornaam minderjarige] bij De Fjord onvoldoende om aan behandeling toe te komen. Zij heeft zich daar inmiddels meer dan elf keer aan de begeleiding onttrokken. Wanneer [voornaam minderjarige] wegloopt, begeeft zij zich in een zeer onveilige situatie. Daarbij is sprake van contact met volwassen mannen en van situaties waarin [voornaam minderjarige] wordt gedwongen tot seksuele handelingen. Met een gesloten plaatsing wil de GI [voornaam minderjarige] stabiliseren en motiveren om behandeling aan te gaan. Tegelijkertijd is een tweede spoor ingezet. [voornaam minderjarige] zal binnenkort starten met een ambulant behandeltraject bij Embrace the Future in Alkmaar. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven hiervoor gemotiveerd te zijn. De GI verzoekt daarom het verzoek tot een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken aan te houden. Deze periode is nodig om te bezien hoe [voornaam minderjarige] bij Embrace the Future landt en of het weglopen en het risicogedrag afnemen, zodat een passende behandelsetting kan worden gecreëerd. Daarbij is met [voornaam minderjarige] besproken dat deelname aan het traject bij Embrace the Future ook inhoudt dat zij daadwerkelijk aan behandeling deelneemt. 4 Het standpunt van [voornaam minderjarige] 4.1. Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd ten aanzien van de gesloten plaatsing en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. Een eerdere gesloten plaatsing bij Schakenbosch heeft een zeer negatieve ervaring opgeleverd en zij vreest dat een dergelijke plaatsing haar opnieuw zal ontregelen. In het verleden is het niet altijd gelukt om behandelingen vol te houden, onder meer door behandel- en faalangst. [voornaam minderjarige] kiest nu echter bewust voor het traject bij Embrace the Future en is gemotiveerd om het traject te laten slagen. Zij wil verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen ontwikkeling en niet volledig worden losgelaten, maar wel de kans krijgen om zonder de dreiging van een gesloten plaatsing aan haar behandeling te werken. 5 Het advies van de bijzondere curator 5.1. De bijzondere curator heeft ter zitting als volgt geadviseerd. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. [voornaam minderjarige] heeft in het verleden een negatieve ervaring gehad met een gesloten plaatsing bij Schakenbosch. Die plaatsing heeft haar destijds niet geholpen en heeft juist veel spanning bij haar veroorzaakt. Uit onderzoek bij het Erasmus MC is bovendien naar voren gekomen dat het gedrag van [voornaam minderjarige] in belangrijke mate voortkomt uit trauma. Daarbij speelt een sterk gevoel van verlies van zeggenschap een rol. Voor een succesvolle behandeling is het daarom belangrijk dat [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk autonomie ervaart en zelf gemotiveerd kan werken aan haar herstel. De bijzondere curator acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij niet gesloten wordt geplaatst of dat haar een gesloten machtiging boven het hoofd hangt, maar dat zij een echte kans krijgt om het behandeltraject bij Embrace the Future te volgen. Daarbij wordt erkend dat niet kan worden gegarandeerd dat het traject volledig zal slagen, maar dat [voornaam minderjarige] heeft laten zien zich hiervoor te willen inzetten. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter moet eerst beoordelen of een machtiging tot gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Een dergelijke maatregel kan alleen worden verleend wanneer sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en wanneer opname en verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde hulp onttrekt. 6.2. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen bestaan over de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .