Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-04
ECLI:NL:RBROT:2026:4032
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,083 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4032 text/xml public 2026-04-29T16:02:46 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-04 C/10/702840 / JE RK 25-1402 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4032 text/html public 2026-04-29T16:01:29 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4032 Rechtbank Rotterdam , 04-02-2026 / C/10/702840 / JE RK 25-1402 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/702840 / JE RK 25-1402 Datum uitspraak: 4 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 7 augustus 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - het rapport van de Raad, ontvangen op 22 december 2025. 1.2. Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] . 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze dus zelf kunnen horen van de kinderrechter. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 7 februari 2026. 3 Het aangehouden verzoek van de Raad 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Hier zijn reeds zes maanden van toegewezen en voor het overig verzochte aangehouden. Er dient dus nog te worden beslist op de resterende zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Enerzijds ziet de Raad dat de moeder betrokken is en de geboden hulp graag wil aangrijpen. Anderzijds laat [voornaam minderjarige] zelfbepalend en vermijdend gedrag zien, waardoor noodzakelijke hulpverlening moeilijk van de grond komt. Afspraken worden niet altijd nagekomen en het lukt [voornaam minderjarige] soms niet om mee te werken aan behandelmomenten. Hierdoor dreigt bijvoorbeeld een belangrijk behandeltraject bij Forta te stoppen, terwijl iedereen het erover eens is dat hulp dringend nodig is. 4 De standpunten 4.1. De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad en als volgt toegelicht. Zij maakt zich grote zorgen om [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn. De moeder ziet een uitgeputte, zwakke [voornaam minderjarige] . Hoewel [voornaam minderjarige] dit niet erkent, lijdt zij aan een eetstoornis. De moeder vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] passende hulp krijgt. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen vanwege [voornaam minderjarige] ’s medische omstandigheden, maar ook vanwege wisselingen bij de jeugdbescherming. Inmiddels komt de hulpverlening weer op gang en staat een nieuwe afspraak bij Forta gepland in februari. De moeder wil graag dat de jeugdbeschermer betrokken blijft, zodat de benodigde hulp daadwerkelijk wordt ingezet en volgehouden. 4.2. De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad en dit als volgt toegelicht. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen, mede vanwege medische problematiek van [voornaam minderjarige] . Ook heeft een wisseling plaatsgevonden van jeugdbeschermer. De nieuwe jeugdbeschermer heeft inmiddels kennis gemaakt met de moeder en is ook op de hoogte gebracht van [voornaam minderjarige] ’s suïcidale gedachten. De jeugdbeschermer maakt zich nu nog geen acute zorgen, omdat [voornaam minderjarige] aangeeft dat zij niet zal acteren op haar donkere gedachten. Vanwege de grote zorgen wordt de casus echter wel besproken binnen het crisisinterventieteam. De GI beoordeelt in overleg met iHub welke aanvullende hulpverlening ingezet moet worden. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van complexe problematiek binnen het gezin. Zowel [voornaam minderjarige] als de moeder zijn kwetsbaar. Er spelen grote zorgen over [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn, waaronder haar sombere en suïcidale gedachten en signalen van een eetstoornis. Daarnaast is sprake van langdurig schoolverzuim. [voornaam minderjarige] is gedurende een periode vanwege medische redenen opgenomen geweest in het ziekenhuis, maar ook daarvoor was al sprake van veelvuldig schoolverzuim. Hierdoor komt haar ontwikkeling op meerdere leefgebieden onder druk te staan. Hoewel de moeder betrokken is en zich inspant om hulp te organiseren, lukt het haar tot op heden onvoldoende om [voornaam minderjarige] te begrenzen en de noodzakelijke hulpverlening structureel te laten plaatsvinden. [voornaam minderjarige] heeft last van vermijdend gedrag, waardoor afspraken niet worden nagekomen en behandeltrajecten dreigen te stagneren. Eerder ingezette hulpverlening is voortijdig beëindigd of niet van de grond gekomen. Om deze redenen acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de inzet van passende hulpverlening geborgd blijft door middel van een ondertoezichtstelling. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat de moeder openstaat voor hulpverlening en er aanwijzingen zijn dat ook [voornaam minderjarige] hiervoor ontvankelijk is. [voornaam minderjarige] heeft als 14-jarig meisje behoefte aan autonomie en zij zal meegenomen moeten worden in de beslissingen die haar betreffen. Voor het slagen van de hulpverlening is van belang dat [voornaam minderjarige] een luisterend oor wordt geboden en dat een passend gewicht wordt toegekend aan wat zij wenst. De kinderrechter benadrukt dat zij zich, zoals zij ook aan [voornaam minderjarige] heeft verteld, flinke zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . Het is verdrietig om te zien hoe moeilijk [voornaam minderjarige] het heeft op dit moment. Zij verdient het dat het goed gaat met haar. De kinderrechter gunt het haar zeer dat zij de grote mensen om zich heen kan (gaan) vertrouwen en dat zij de problemen waar zij nu mee te maken heeft kan aanpakken. De inzet van de hulpverlening en GI is hierbij zondermeer noodzakelijk en dient voortvarend te worden opgepakt . 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van het resterende verzoek, te weten voor de duur van zes maanden. 5.4. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 7 augustus 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4032 text/xml public 2026-04-29T16:02:46 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-04 C/10/702840 / JE RK 25-1402 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4032 text/html public 2026-04-29T16:01:29 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4032 Rechtbank Rotterdam , 04-02-2026 / C/10/702840 / JE RK 25-1402 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/702840 / JE RK 25-1402 Datum uitspraak: 4 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van 7 augustus 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - het rapport van de Raad, ontvangen op 22 december 2025. 1.2. Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] . 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze dus zelf kunnen horen van de kinderrechter. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 7 februari 2026. 3 Het aangehouden verzoek van de Raad 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Hier zijn reeds zes maanden van toegewezen en voor het overig verzochte aangehouden. Er dient dus nog te worden beslist op de resterende zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Enerzijds ziet de Raad dat de moeder betrokken is en de geboden hulp graag wil aangrijpen. Anderzijds laat [voornaam minderjarige] zelfbepalend en vermijdend gedrag zien, waardoor noodzakelijke hulpverlening moeilijk van de grond komt. Afspraken worden niet altijd nagekomen en het lukt [voornaam minderjarige] soms niet om mee te werken aan behandelmomenten. Hierdoor dreigt bijvoorbeeld een belangrijk behandeltraject bij Forta te stoppen, terwijl iedereen het erover eens is dat hulp dringend nodig is. 4 De standpunten 4.1. De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad en als volgt toegelicht. Zij maakt zich grote zorgen om [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn. De moeder ziet een uitgeputte, zwakke [voornaam minderjarige] . Hoewel [voornaam minderjarige] dit niet erkent, lijdt zij aan een eetstoornis. De moeder vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] passende hulp krijgt. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen vanwege [voornaam minderjarige] ’s medische omstandigheden, maar ook vanwege wisselingen bij de jeugdbescherming. Inmiddels komt de hulpverlening weer op gang en staat een nieuwe afspraak bij Forta gepland in februari. De moeder wil graag dat de jeugdbeschermer betrokken blijft, zodat de benodigde hulp daadwerkelijk wordt ingezet en volgehouden. 4.2. De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad en dit als volgt toegelicht. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen, mede vanwege medische problematiek van [voornaam minderjarige] . Ook heeft een wisseling plaatsgevonden van jeugdbeschermer. De nieuwe jeugdbeschermer heeft inmiddels kennis gemaakt met de moeder en is ook op de hoogte gebracht van [voornaam minderjarige] ’s suïcidale gedachten. De jeugdbeschermer maakt zich nu nog geen acute zorgen, omdat [voornaam minderjarige] aangeeft dat zij niet zal acteren op haar donkere gedachten. Vanwege de grote zorgen wordt de casus echter wel besproken binnen het crisisinterventieteam. De GI beoordeelt in overleg met iHub welke aanvullende hulpverlening ingezet moet worden. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van complexe problematiek binnen het gezin. Zowel [voornaam minderjarige] als de moeder zijn kwetsbaar. Er spelen grote zorgen over [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn, waaronder haar sombere en suïcidale gedachten en signalen van een eetstoornis. Daarnaast is sprake van langdurig schoolverzuim. [voornaam minderjarige] is gedurende een periode vanwege medische redenen opgenomen geweest in het ziekenhuis, maar ook daarvoor was al sprake van veelvuldig schoolverzuim. Hierdoor komt haar ontwikkeling op meerdere leefgebieden onder druk te staan. Hoewel de moeder betrokken is en zich inspant om hulp te organiseren, lukt het haar tot op heden onvoldoende om [voornaam minderjarige] te begrenzen en de noodzakelijke hulpverlening structureel te laten plaatsvinden. [voornaam minderjarige] heeft last van vermijdend gedrag, waardoor afspraken niet worden nagekomen en behandeltrajecten dreigen te stagneren. Eerder ingezette hulpverlening is voortijdig beëindigd of niet van de grond gekomen. Om deze redenen acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de inzet van passende hulpverlening geborgd blijft door middel van een ondertoezichtstelling. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat de moeder openstaat voor hulpverlening en er aanwijzingen zijn dat ook [voornaam minderjarige] hiervoor ontvankelijk is. [voornaam minderjarige] heeft als 14-jarig meisje behoefte aan autonomie en zij zal meegenomen moeten worden in de beslissingen die haar betreffen. Voor het slagen van de hulpverlening is van belang dat [voornaam minderjarige] een luisterend oor wordt geboden en dat een passend gewicht wordt toegekend aan wat zij wenst. De kinderrechter benadrukt dat zij zich, zoals zij ook aan [voornaam minderjarige] heeft verteld, flinke zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . Het is verdrietig om te zien hoe moeilijk [voornaam minderjarige] het heeft op dit moment. Zij verdient het dat het goed gaat met haar. De kinderrechter gunt het haar zeer dat zij de grote mensen om zich heen kan (gaan) vertrouwen en dat zij de problemen waar zij nu mee te maken heeft kan aanpakken. De inzet van de hulpverlening en GI is hierbij zondermeer noodzakelijk en dient voortvarend te worden opgepakt . 5.3. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van het resterende verzoek, te weten voor de duur van zes maanden. 5.4. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 7 augustus 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.