Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-01-29
ECLI:NL:RBROT:2026:4026
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,069 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4026 text/xml public 2026-04-29T15:42:16 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-29 C/10/711770 / JE RK 25-2589 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4026 text/html public 2026-04-29T15:40:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4026 Rechtbank Rotterdam , 29-01-2026 / C/10/711770 / JE RK 25-2589 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/711770 / JE RK 25-2589 Datum uitspraak: 29 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. J.J. Boelaars, kantoorhoudende in Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 11 december 2025, ontvangen op 15 december 2025; - het bericht van de advocaat van de moeder met bijlage van 26 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 15 juli 2026. 2.4. De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 4 februari 2026. 3. Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder stelt zich gemotiveerd op naar de hulpverlening. De reclassering ziet ook dat de moeder positieve stappen zet. Op dit moment is echter vanwege wachtlijsten de noodzakelijke hulpverlening in het gezin nog altijd niet opgestart. De woning van de moeder moet nog verder beoordeeld worden en opvoedondersteuning vanuit Homerun moet nog starten. Om deze redenen is op dit moment een terugplaatsing nog niet mogelijk. De machtiging moet verlengd worden om de moeder de rust, continuïteit en voorspelbaarheid te bieden, zodat zij kan bewijzen dat een terugplaatsing mogelijk is. De GI wil op korte termijn de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder stapsgewijs uitbreiden om te bezien of de zorgen voldoende zijn afgenomen en toe te werken naar een thuisplaatsing. 4 Het standpunt van de moeder 4.1. Door en namens de moeder is ter zitting verweer gevoerd en als volgt toegelicht. De afgelopen periode zijn onvoldoende concrete stappen gezet richting een terugplaatsing. Hoewel moeder begeleiding ontvangt en aantoonbaar vooruitgang heeft geboekt, is de omgang nog altijd beperkt tot één uur per week op het kantoor van de GI en is deze sinds de vorige zitting niet uitgebreid. Daarnaast blijft onduidelijk wanneer de begeleiding van Homerun daadwerkelijk start. Deze hulpverlening wordt door de GI als voorwaarde gezien voor uitbreiding van de omgang, terwijl er sprake is van wachtlijsten en vertragingen. Ook is de woning van moeder nog niet beoordeeld, terwijl zij heeft gewerkt aan het op orde brengen van de woonruimte en openstaat voor een huisbezoek. Ook heeft zij op persoonlijk vlak positieve stappen gezet. De moeder ervaart meer rust, is gestart met haar taakstraf, en wordt begeleid door de reclassering. De moeder staat open voor verdere hulpverlening en wil graag toewerken naar uitbreiding van de omgang, bij voorkeur in de thuissituatie. In de huidige vorm is het huidige contactmoment te kort en belastend voor [voornaam minderjarige] . Primair wordt namens de moeder verzocht het verzoek tot verlenging af te wijzen. Subsidiair wordt namens haar verzocht om een kortere verlenging, met aanhouding van het overige, zodat op korte termijn kan worden beoordeeld of daadwerkelijk stappen richting terugplaatsing worden gezet. 5 De beoordeling 5.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.2. De kinderrechter stelt vast dat een terugplaatsing bij de moeder op dit moment nog onvoldoende verantwoord is. De kinderrechter ziet dat de moeder zich gemotiveerd opstelt, hulpverlening accepteert en aantoonbare stappen zet. De reclassering en de betrokken hulpverlening signaleren een positieve ontwikkeling bij de moeder. De moeder heeft haar woning aangepakt, werkt mee aan begeleiding en is gestart met haar taakstraf. De kinderrechter waardeert deze inzet. Tegelijkertijd neemt de kinderrechter in overweging dat [voornaam minderjarige] naar aanleiding van ernstige zorgen over haar opvoedomgeving uit huis is geplaatst, en dat deze zorgen momenteel nog onvoldoende zijn weggenomen. De noodzakelijke opvoedondersteuning vanuit Homerun is nog niet opgestart, diagnostiek en begeleiding zijn nog onvoldoende vormgegeven en de thuissituatie is nog niet volledig beoordeeld. Daarmee ontbreekt op dit moment voldoende zicht op de vraag of de moeder duurzaam in staat is om [voornaam minderjarige] de benodigde structuur en veiligheid te bieden, zeker gelet op de kwetsbaarheid van [voornaam minderjarige] . De machtiging uithuisplaatsing blijft daarom nog noodzakelijk. 5.3. De kinderrechter benadrukt dat de afgelopen periode echter onvoldoende concrete voortgang is geboekt richting het doel van thuisplaatsing. De omgang is sinds de vorige zitting niet uitgebreid en ook vanuit de GI zijn nog weinig zichtbare stappen gezet. Nu het doel van de uithuisplaatsing steeds de terugkeer naar huis is, mag van de GI een actievere en planmatigere inzet worden verwacht. Om deze reden acht de kinderrechter een verlenging van de machtiging voor de door de GI verzochte duur van zes maanden te lang. Een kortere verlenging is passend, zodat op korte termijn kan worden bezien welke concrete stappen zijn gezet ten aanzien van het opstarten van de hulpverlening, de beoordeling van de woning van de moeder en de uitbreiding van de omgang. De kinderrechter zal de machtiging daarom verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing voor het overige aanhouden. 5.4. De GI wordt verzocht om een week voor de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan de moeder en aan de advocaat van de moeder) te overleggen over de dan huidige stand van zaken. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 4 mei 2026; en alvorens verder te beslissen: 6.2. houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 april 2026 pro forma; 6.3. bepaalt dat de GI, de moeder en haar advocaat op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen; 6.4. verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI en de moeder en haar advocaat) de verzochte rapportage te doen toekomen. 6.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:4026 text/xml public 2026-04-29T15:42:16 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-29 C/10/711770 / JE RK 25-2589 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:4026 text/html public 2026-04-29T15:40:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:4026 Rechtbank Rotterdam , 29-01-2026 / C/10/711770 / JE RK 25-2589 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/711770 / JE RK 25-2589 Datum uitspraak: 29 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , bijgestaan door advocaat mr. J.J. Boelaars, kantoorhoudende in Rotterdam. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 11 december 2025, ontvangen op 15 december 2025; - het bericht van de advocaat van de moeder met bijlage van 26 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] . 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 15 juli 2026. 2.4. De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 4 februari 2026. 3. Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder stelt zich gemotiveerd op naar de hulpverlening. De reclassering ziet ook dat de moeder positieve stappen zet. Op dit moment is echter vanwege wachtlijsten de noodzakelijke hulpverlening in het gezin nog altijd niet opgestart. De woning van de moeder moet nog verder beoordeeld worden en opvoedondersteuning vanuit Homerun moet nog starten. Om deze redenen is op dit moment een terugplaatsing nog niet mogelijk. De machtiging moet verlengd worden om de moeder de rust, continuïteit en voorspelbaarheid te bieden, zodat zij kan bewijzen dat een terugplaatsing mogelijk is. De GI wil op korte termijn de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder stapsgewijs uitbreiden om te bezien of de zorgen voldoende zijn afgenomen en toe te werken naar een thuisplaatsing. 4 Het standpunt van de moeder 4.1. Door en namens de moeder is ter zitting verweer gevoerd en als volgt toegelicht. De afgelopen periode zijn onvoldoende concrete stappen gezet richting een terugplaatsing. Hoewel moeder begeleiding ontvangt en aantoonbaar vooruitgang heeft geboekt, is de omgang nog altijd beperkt tot één uur per week op het kantoor van de GI en is deze sinds de vorige zitting niet uitgebreid. Daarnaast blijft onduidelijk wanneer de begeleiding van Homerun daadwerkelijk start. Deze hulpverlening wordt door de GI als voorwaarde gezien voor uitbreiding van de omgang, terwijl er sprake is van wachtlijsten en vertragingen. Ook is de woning van moeder nog niet beoordeeld, terwijl zij heeft gewerkt aan het op orde brengen van de woonruimte en openstaat voor een huisbezoek. Ook heeft zij op persoonlijk vlak positieve stappen gezet. De moeder ervaart meer rust, is gestart met haar taakstraf, en wordt begeleid door de reclassering. De moeder staat open voor verdere hulpverlening en wil graag toewerken naar uitbreiding van de omgang, bij voorkeur in de thuissituatie. In de huidige vorm is het huidige contactmoment te kort en belastend voor [voornaam minderjarige] . Primair wordt namens de moeder verzocht het verzoek tot verlenging af te wijzen. Subsidiair wordt namens haar verzocht om een kortere verlenging, met aanhouding van het overige, zodat op korte termijn kan worden beoordeeld of daadwerkelijk stappen richting terugplaatsing worden gezet. 5 De beoordeling 5.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.2. De kinderrechter stelt vast dat een terugplaatsing bij de moeder op dit moment nog onvoldoende verantwoord is. De kinderrechter ziet dat de moeder zich gemotiveerd opstelt, hulpverlening accepteert en aantoonbare stappen zet. De reclassering en de betrokken hulpverlening signaleren een positieve ontwikkeling bij de moeder. De moeder heeft haar woning aangepakt, werkt mee aan begeleiding en is gestart met haar taakstraf. De kinderrechter waardeert deze inzet. Tegelijkertijd neemt de kinderrechter in overweging dat [voornaam minderjarige] naar aanleiding van ernstige zorgen over haar opvoedomgeving uit huis is geplaatst, en dat deze zorgen momenteel nog onvoldoende zijn weggenomen. De noodzakelijke opvoedondersteuning vanuit Homerun is nog niet opgestart, diagnostiek en begeleiding zijn nog onvoldoende vormgegeven en de thuissituatie is nog niet volledig beoordeeld. Daarmee ontbreekt op dit moment voldoende zicht op de vraag of de moeder duurzaam in staat is om [voornaam minderjarige] de benodigde structuur en veiligheid te bieden, zeker gelet op de kwetsbaarheid van [voornaam minderjarige] . De machtiging uithuisplaatsing blijft daarom nog noodzakelijk. 5.3. De kinderrechter benadrukt dat de afgelopen periode echter onvoldoende concrete voortgang is geboekt richting het doel van thuisplaatsing. De omgang is sinds de vorige zitting niet uitgebreid en ook vanuit de GI zijn nog weinig zichtbare stappen gezet. Nu het doel van de uithuisplaatsing steeds de terugkeer naar huis is, mag van de GI een actievere en planmatigere inzet worden verwacht. Om deze reden acht de kinderrechter een verlenging van de machtiging voor de door de GI verzochte duur van zes maanden te lang. Een kortere verlenging is passend, zodat op korte termijn kan worden bezien welke concrete stappen zijn gezet ten aanzien van het opstarten van de hulpverlening, de beoordeling van de woning van de moeder en de uitbreiding van de omgang. De kinderrechter zal de machtiging daarom verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing voor het overige aanhouden. 5.4. De GI wordt verzocht om een week voor de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan de moeder en aan de advocaat van de moeder) te overleggen over de dan huidige stand van zaken. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 4 mei 2026; en alvorens verder te beslissen: 6.2. houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 april 2026 pro forma; 6.3. bepaalt dat de GI, de moeder en haar advocaat op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen; 6.4. verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI en de moeder en haar advocaat) de verzochte rapportage te doen toekomen. 6.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.