Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-17
ECLI:NL:RBROT:2026:3991
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,037 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3991 text/xml public 2026-04-29T16:21:16 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 C/10/710850 / JE RK 25-2460 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3991 text/html public 2026-04-29T16:20:40 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3991 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / C/10/710850 / JE RK 25-2460 verlenging muhp RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/710850 / JE RK 25-2460 Datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Pershad, kantoorhoudende te Arnhem, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informanten aan: [grootvader (vz)] en [grootmoeder (vz)] , hierna te noemen: de grootouders van vaderszijde (vz). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage van de GI van 10 maart 2026, ontvangen op 11 maart 2026; het bericht van mr. R.H.P. Feiner van 3 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ; de grootouders (vz). 1.3. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon B] (de broer van de moeder), [persoon C] (de schoonzus van de moeder) en [persoon D] (de medewerker van Enver). 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders (vz). 2.3. Bij beschikking van 23 december 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 15 februari 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 2.4. Bij beschikking van 3 februari 2026 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 18 maart 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 3 Het aangehouden verzoek 3.1. De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er is al beslist op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 18 maart 2026. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026. 3.2. De GI handhaaft het aangehouden verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De GI heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Dit is nog geen definitief besluit. Wanneer blijkt dat de vader daadwerkelijk niet wordt vervolgd, moet worden onderzocht of en op welke manier [voornaam minderjarige] bij hem kan worden teruggeplaatst en wat de rol van de moeder zal zijn. De GI is voornemens om hiertoe volgende week een plan op te stellen, dat met de ouders en hun advocaten kan worden besproken. Hoewel het plan volgende week af kan zijn, betekent dit niet dat [voornaam minderjarige] gelijk bij de vader kan worden teruggeplaatst. Het is belangrijk dat het NIKA-traject bij de vader start, dat urinecontroles bij de vader worden afgenomen en dat de relatietherapie van de ouders doorgang vindt. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026 is daarom nog nodig. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder wordt ter zitting verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] korter te verlengen dan is verzocht en het overig verzochte aan te houden, zodat tussentijds een toetsmoment plaatsvindt. Mr. S. Pershad heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen. De moeder heeft nog steeds het liefst dat [voornaam minderjarige] bij haar wordt teruggeplaatst. Zij heeft het NIKA-traject bijna afgerond, heeft persoonlijke hulpverlening en krijgt wekelijks ondersteuning. De moeder doet alles wat in haar macht ligt om positieve stappen te zetten. Zij heeft geprobeerd om urinecontroles te laten afnemen, maar dit is tot op heden niet gelukt. De ouders hebben geen relatie meer met elkaar en zijn alleen nog met elkaar verbonden in het kader van de verzorging en de opvoeding van [voornaam minderjarige] . 4.2. Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI, mits er binnen korte tijd een duidelijk plan ligt voor de terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader en de rol van de moeder. Mr. R.H.P. Feiner heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen, maar hierop moeten wel stappen worden ondernomen. [voornaam minderjarige] woont al meer dan een jaar bij de grootouders (vz), terwijl er geen verdere zorgen bestaan om de thuissituatie en de opvoedvaardigheden van de vader. De vader heeft een behandeling afgerond voor zijn wietgebruik en alle urinecontroles waren vorig jaar negatief. Ook heeft de vader een stabiel inkomen, een koopwoning en ouders die ter ondersteuning altijd beschikbaar blijven. De vader staat open voor alle vormen van hulpverlening en begeleiding en hoopt dat het traject in het belang van [voornaam minderjarige] niet tot na de zomervakantie voortduurt. 4.3. De grootouders (vz) brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] is altijd welkom bij de grootouders (vz), maar er kan wel worden gewerkt aan een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader. De grootouders (vz) zullen altijd betrokken blijven in het leven van [voornaam minderjarige] en zullen de vader ook altijd blijven ondersteunen, maar zij zouden in hun opvoedende rol liever, in het belang van [voornaam minderjarige] , een stapje terug doen. [voornaam minderjarige] mist haar ouders. Hoe langer de situatie voortduurt, hoe meer last zij hiervan ervaart. 5 De beoordeling 5.1. De aanleiding voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] was het overlijden van haar broertje in samenhang met de ouders die als verdachten zijn aangemerkt in het daaropvolgende strafrechtelijke onderzoek. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de Officier van Justitie voornemens is om de vader niet strafrechtelijk te vervolgen, maar de moeder wel. Er is nog geen definitieve beslissing genomen, maar voor het geval dat de vader inderdaad niet strafrechtelijk wordt gevolgd is van belang dat zo snel mogelijk duidelijk is of en onder welke voorwaarden een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader kan plaatsvinden. De GI heeft aangegeven dat hiertoe volgende week een plan zal worden opgesteld, waarbij de ouders en hun advocaten, alsook de thuissituatie van de vader, worden meegenomen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3991 text/xml public 2026-04-29T16:21:16 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 C/10/710850 / JE RK 25-2460 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3991 text/html public 2026-04-29T16:20:40 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3991 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / C/10/710850 / JE RK 25-2460 verlenging muhp RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/710850 / JE RK 25-2460 Datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Pershad, kantoorhoudende te Arnhem, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informanten aan: [grootvader (vz)] en [grootmoeder (vz)] , hierna te noemen: de grootouders van vaderszijde (vz). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage van de GI van 10 maart 2026, ontvangen op 11 maart 2026; het bericht van mr. R.H.P. Feiner van 3 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ; de grootouders (vz). 1.3. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon B] (de broer van de moeder), [persoon C] (de schoonzus van de moeder) en [persoon D] (de medewerker van Enver). 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders (vz). 2.3. Bij beschikking van 23 december 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 15 februari 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 2.4. Bij beschikking van 3 februari 2026 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 18 maart 2026. Het overig verzochte is aangehouden. 3 Het aangehouden verzoek 3.1. De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er is al beslist op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 18 maart 2026. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026. 3.2. De GI handhaaft het aangehouden verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De GI heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Dit is nog geen definitief besluit. Wanneer blijkt dat de vader daadwerkelijk niet wordt vervolgd, moet worden onderzocht of en op welke manier [voornaam minderjarige] bij hem kan worden teruggeplaatst en wat de rol van de moeder zal zijn. De GI is voornemens om hiertoe volgende week een plan op te stellen, dat met de ouders en hun advocaten kan worden besproken. Hoewel het plan volgende week af kan zijn, betekent dit niet dat [voornaam minderjarige] gelijk bij de vader kan worden teruggeplaatst. Het is belangrijk dat het NIKA-traject bij de vader start, dat urinecontroles bij de vader worden afgenomen en dat de relatietherapie van de ouders doorgang vindt. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026 is daarom nog nodig. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder wordt ter zitting verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] korter te verlengen dan is verzocht en het overig verzochte aan te houden, zodat tussentijds een toetsmoment plaatsvindt. Mr. S. Pershad heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen. De moeder heeft nog steeds het liefst dat [voornaam minderjarige] bij haar wordt teruggeplaatst. Zij heeft het NIKA-traject bijna afgerond, heeft persoonlijke hulpverlening en krijgt wekelijks ondersteuning. De moeder doet alles wat in haar macht ligt om positieve stappen te zetten. Zij heeft geprobeerd om urinecontroles te laten afnemen, maar dit is tot op heden niet gelukt. De ouders hebben geen relatie meer met elkaar en zijn alleen nog met elkaar verbonden in het kader van de verzorging en de opvoeding van [voornaam minderjarige] . 4.2. Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI, mits er binnen korte tijd een duidelijk plan ligt voor de terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader en de rol van de moeder. Mr. R.H.P. Feiner heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen, maar hierop moeten wel stappen worden ondernomen. [voornaam minderjarige] woont al meer dan een jaar bij de grootouders (vz), terwijl er geen verdere zorgen bestaan om de thuissituatie en de opvoedvaardigheden van de vader. De vader heeft een behandeling afgerond voor zijn wietgebruik en alle urinecontroles waren vorig jaar negatief. Ook heeft de vader een stabiel inkomen, een koopwoning en ouders die ter ondersteuning altijd beschikbaar blijven. De vader staat open voor alle vormen van hulpverlening en begeleiding en hoopt dat het traject in het belang van [voornaam minderjarige] niet tot na de zomervakantie voortduurt. 4.3. De grootouders (vz) brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] is altijd welkom bij de grootouders (vz), maar er kan wel worden gewerkt aan een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader. De grootouders (vz) zullen altijd betrokken blijven in het leven van [voornaam minderjarige] en zullen de vader ook altijd blijven ondersteunen, maar zij zouden in hun opvoedende rol liever, in het belang van [voornaam minderjarige] , een stapje terug doen. [voornaam minderjarige] mist haar ouders. Hoe langer de situatie voortduurt, hoe meer last zij hiervan ervaart. 5 De beoordeling 5.1. De aanleiding voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] was het overlijden van haar broertje in samenhang met de ouders die als verdachten zijn aangemerkt in het daaropvolgende strafrechtelijke onderzoek. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de Officier van Justitie voornemens is om de vader niet strafrechtelijk te vervolgen, maar de moeder wel. Er is nog geen definitieve beslissing genomen, maar voor het geval dat de vader inderdaad niet strafrechtelijk wordt gevolgd is van belang dat zo snel mogelijk duidelijk is of en onder welke voorwaarden een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader kan plaatsvinden. De GI heeft aangegeven dat hiertoe volgende week een plan zal worden opgesteld, waarbij de ouders en hun advocaten, alsook de thuissituatie van de vader, worden meegenomen.