Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-05
ECLI:NL:RBROT:2026:3866
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,019 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3866 text/xml public 2026-04-28T11:23:48 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-05 12022750 VV EXPL 25-782 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0625 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0625 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3866 text/html public 2026-04-21T13:08:54 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3866 Rechtbank Rotterdam , 05-03-2026 / 12022750 VV EXPL 25-782 Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot schorsing concurrentiebeding en relatiebeding, want die bedingen lijken niet (geldig) te zijn overeengekomen. Toewijzing eis tot uitbetaling van loon, vakantiegeld en vakantiedagen. Afwijzing wettelijke verhoging omdat niet vaststaat dat te laat betaald is in verband met een beroep op verrekening waarvan de gegrondheid niet kan worden vastgesteld in kort geding. Afwijzing tegeneis om diezelfde reden. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12022750 VV EXPL 25-782 datum uitspraak: 5 maart 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [plaats] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. I.I.J. Slangen, tegen Zker Projects B.V. , vestigingsplaats: Den Haag, kantoor Capelle aan den IJssel, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. B.C. Doolaard. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Zker Projects’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 22 januari 2026, met bijlagen; de akte vermeerdering van eis, met bijlagen; de e-mail van Zker Projects, met bijlagen; het antwoord en de eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen; de spreekaantekeningen van partijen. 1.2. Op 12 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en met [naam 1] en [naam 2] (eigenaren) voor Zker Projects, en met de gemachtigden. Nadien hebben partijen geprobeerd samen tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt. 2 De beoordeling Waar gaat het over? 2.1.1. [eiser] heeft vanaf 1 augustus 2022 via detachering en vanaf 1 april 2024 op grond van een arbeidsovereenkomst gewerkt voor Zker Projects in de functie van Engineer Medior. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding en relatiebeding. Op 30 september 2024 heeft [eiser] dit dienstverband opgezegd per 31 oktober 2024. Per 1 november 2024 is [eiser] full time in dienst getreden bij een eerdere werkgever van hem. Desgevraagd heeft [eiser] vanaf die datum ook nog werkzaamheden verricht voor Zker Projects voor 12 uur per week om lopende projecten af te ronden. Met ingang van 1 januari 2025 is [eiser] weer volledig gaan werken voor Zker Projects maar vanaf toen in de functie van Teamleider Projecten in opleiding. Na vertrek van een collega is hij in augustus 2025 Teamleider Projecten geworden. 2.1.2. Op 3 november 2025 heeft [eiser] in een gesprek met directeur [naam 1] te kennen gegeven te overwegen als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Naar aanleiding hiervan heeft [naam 1] bij e-mail van 4 november 2025 onder meer aan [eiser] meegedeeld dat hij een opzegtermijn van één maand heeft, dat hij in overleg zijn verlofdagen kan opnemen, dat hij zoveel mogelijk taken bij zijn functie blijft uitvoeren, maar geen onderdeel meer is van het MT en niet deelneemt aan overleggen die te maken hebben met de organisatie na 1 januari 2026. Ook is [eiser] gewezen op een aantal bij naam genoemde klanten waarvoor hij niet zou mogen werken als zelfstandige en dat hij de eigen bijdrage voor zijn leaseauto zal moeten afkopen. Bij e-mail van 13 november 2025 is aan [eiser] meegedeeld dat alle verantwoordelijkheden verbonden aan de rol van teamleider (in opleiding) per direct worden overgedragen aan een collega van hem. Ook is hem te kennen gegeven dat hij dagelijks aanwezig dient te zijn op de locatie Capelle aan den IJssel gedurende 8,5 uur per dag, en dat het hem vanaf 17 november 2025 niet is toegestaan de locatie te Amersfoort te betreden en aanwezig te zijn op een kantoor van twee bij naam genoemde klanten gedurende de periode van zijn dienstverband bij Zker Projects. Bij e-mail van 14 november 2025 heeft [eiser] uiteengezet dat en waarom hij het hiermee niet eens is en verzocht zijn functie te respecteren. Diezelfde dag heeft hij zich ziekgemeld. 2.1.3. Bij brief van 28 november 2025 heeft [eiser] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en te kennen gegeven dat 31 december 2025 zijn laatste werkdag zal zijn. Nadien is tussen partijen nog gecorrespondeerd, onder meer over verrekening van het afkoopbedrag van zijn leaseauto met het tegoed aan verlofdagen en loon van [eiser] . Ook is tussen partijen nog overleg gevoerd, onder andere in het kader van mediation. 2.2. [eiser] eist na vermeerdering van eis - verkort weergegeven en zo de kantonrechter begrijpt - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. primair: Zker Projects te gebieden zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere handhaving van enig concurrentie- en/of relatiebeding tegenover hem nu tussen partijen geen geldig concurrentie- en/of relatiebeding (meer) bestaat; subsidiair: de werking van het concurrentie- en/of relatiebeding zoals opgenomen in artikel 10 en 11 van de arbeidsovereenkomst met als ingangsdatum 1 april 2024 te schorsen; meer subsidiair: de werking van voormeld concurrentie- en/of relatiebeding te schorsen voor zover het [eiser] beperkt in het verrichten van werkzaamheden voor of ten behoeve van Stedin (waaronder Stedin Netwerkbeheer B.V. en gelieerde entiteiten) en [naam 3] B.V.; 2. Zker Projects te veroordelen tot: - betaling aan hem van het loon over de maand december 2025, althans het gedeelte daarvan dat ten onrechte verrekend is met (vermeende) leaseautokosten; - betaling aan hem van het brutoloon over 22,71 aan niet genoten vakantiedagen; - betaling aan hem van het vakantiegeld over de maand december 2025; - een en ander met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW; - verstrekking van een gecorrigeerde specificatie van de eindafrekening van het loon van december 2025, van de 22,71 vakantiedagen en het vakantiegeld over december 2025; - betaling aan hem van de proceskosten en de nakosten, met rente. 2.3. Zker Projects eist bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen tot betaling aan haar van primair € 10.277,- , subsidiair € 6.552,76 of meer subsidiair € 2.504,96 aan afkoopbedrag voor de eigen bijdrage van zijn leaseauto, en in de proceskosten. Wat vindt de kantonrechter Beoordelingskader in kort geding 2.4. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat eiser heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Afwijzing van het door [eiser] geëiste onder 1 2.5. Het geëiste onder 1 wordt afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] geen (spoedeisend) belang hierbij heeft. De reden hiervoor is dat naar het zich voorshands laat aanzien in de inmiddels beëindigde arbeidsovereenkomst tussen partijen geen (geldig) concurrentie- en relatiebeding overeengekomen is. Het betreft de arbeidsovereenkomst die partijen zijn aangegaan per 1 januari 2025. Die is niet schriftelijk aangegaan, wat een vereiste is voor de geldigheid van deze bedingen . Anders dan door Zker Projects is aangevoerd, lijkt het voorshands geen voortzetting te zijn geweest van de eerdere arbeidsovereenkomst tussen partijen, waarin wel zulke bedingen schriftelijk waren opgenomen in de artikelen 10 en 11. Onderbouwd gesteld is dat die eerdere arbeidsovereenkomst voor de functie van Medior Engineer door opzegging door [eiser] geëindigd is op 31 oktober 2024.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3866 text/xml public 2026-04-28T11:23:48 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-05 12022750 VV EXPL 25-782 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0625 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0625 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3866 text/html public 2026-04-21T13:08:54 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3866 Rechtbank Rotterdam , 05-03-2026 / 12022750 VV EXPL 25-782 Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot schorsing concurrentiebeding en relatiebeding, want die bedingen lijken niet (geldig) te zijn overeengekomen. Toewijzing eis tot uitbetaling van loon, vakantiegeld en vakantiedagen. Afwijzing wettelijke verhoging omdat niet vaststaat dat te laat betaald is in verband met een beroep op verrekening waarvan de gegrondheid niet kan worden vastgesteld in kort geding. Afwijzing tegeneis om diezelfde reden. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12022750 VV EXPL 25-782 datum uitspraak: 5 maart 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [plaats] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. I.I.J. Slangen, tegen Zker Projects B.V. , vestigingsplaats: Den Haag, kantoor Capelle aan den IJssel, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. B.C. Doolaard. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Zker Projects’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 22 januari 2026, met bijlagen; de akte vermeerdering van eis, met bijlagen; de e-mail van Zker Projects, met bijlagen; het antwoord en de eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen; de spreekaantekeningen van partijen. 1.2. Op 12 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en met [naam 1] en [naam 2] (eigenaren) voor Zker Projects, en met de gemachtigden. Nadien hebben partijen geprobeerd samen tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt. 2 De beoordeling Waar gaat het over? 2.1.1. [eiser] heeft vanaf 1 augustus 2022 via detachering en vanaf 1 april 2024 op grond van een arbeidsovereenkomst gewerkt voor Zker Projects in de functie van Engineer Medior. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding en relatiebeding. Op 30 september 2024 heeft [eiser] dit dienstverband opgezegd per 31 oktober 2024. Per 1 november 2024 is [eiser] full time in dienst getreden bij een eerdere werkgever van hem. Desgevraagd heeft [eiser] vanaf die datum ook nog werkzaamheden verricht voor Zker Projects voor 12 uur per week om lopende projecten af te ronden. Met ingang van 1 januari 2025 is [eiser] weer volledig gaan werken voor Zker Projects maar vanaf toen in de functie van Teamleider Projecten in opleiding. Na vertrek van een collega is hij in augustus 2025 Teamleider Projecten geworden. 2.1.2. Op 3 november 2025 heeft [eiser] in een gesprek met directeur [naam 1] te kennen gegeven te overwegen als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Naar aanleiding hiervan heeft [naam 1] bij e-mail van 4 november 2025 onder meer aan [eiser] meegedeeld dat hij een opzegtermijn van één maand heeft, dat hij in overleg zijn verlofdagen kan opnemen, dat hij zoveel mogelijk taken bij zijn functie blijft uitvoeren, maar geen onderdeel meer is van het MT en niet deelneemt aan overleggen die te maken hebben met de organisatie na 1 januari 2026. Ook is [eiser] gewezen op een aantal bij naam genoemde klanten waarvoor hij niet zou mogen werken als zelfstandige en dat hij de eigen bijdrage voor zijn leaseauto zal moeten afkopen. Bij e-mail van 13 november 2025 is aan [eiser] meegedeeld dat alle verantwoordelijkheden verbonden aan de rol van teamleider (in opleiding) per direct worden overgedragen aan een collega van hem. Ook is hem te kennen gegeven dat hij dagelijks aanwezig dient te zijn op de locatie Capelle aan den IJssel gedurende 8,5 uur per dag, en dat het hem vanaf 17 november 2025 niet is toegestaan de locatie te Amersfoort te betreden en aanwezig te zijn op een kantoor van twee bij naam genoemde klanten gedurende de periode van zijn dienstverband bij Zker Projects. Bij e-mail van 14 november 2025 heeft [eiser] uiteengezet dat en waarom hij het hiermee niet eens is en verzocht zijn functie te respecteren. Diezelfde dag heeft hij zich ziekgemeld. 2.1.3. Bij brief van 28 november 2025 heeft [eiser] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en te kennen gegeven dat 31 december 2025 zijn laatste werkdag zal zijn. Nadien is tussen partijen nog gecorrespondeerd, onder meer over verrekening van het afkoopbedrag van zijn leaseauto met het tegoed aan verlofdagen en loon van [eiser] . Ook is tussen partijen nog overleg gevoerd, onder andere in het kader van mediation. 2.2. [eiser] eist na vermeerdering van eis - verkort weergegeven en zo de kantonrechter begrijpt - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. primair: Zker Projects te gebieden zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere handhaving van enig concurrentie- en/of relatiebeding tegenover hem nu tussen partijen geen geldig concurrentie- en/of relatiebeding (meer) bestaat; subsidiair: de werking van het concurrentie- en/of relatiebeding zoals opgenomen in artikel 10 en 11 van de arbeidsovereenkomst met als ingangsdatum 1 april 2024 te schorsen; meer subsidiair: de werking van voormeld concurrentie- en/of relatiebeding te schorsen voor zover het [eiser] beperkt in het verrichten van werkzaamheden voor of ten behoeve van Stedin (waaronder Stedin Netwerkbeheer B.V. en gelieerde entiteiten) en [naam 3] B.V.; 2. Zker Projects te veroordelen tot: - betaling aan hem van het loon over de maand december 2025, althans het gedeelte daarvan dat ten onrechte verrekend is met (vermeende) leaseautokosten; - betaling aan hem van het brutoloon over 22,71 aan niet genoten vakantiedagen; - betaling aan hem van het vakantiegeld over de maand december 2025; - een en ander met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW; - verstrekking van een gecorrigeerde specificatie van de eindafrekening van het loon van december 2025, van de 22,71 vakantiedagen en het vakantiegeld over december 2025; - betaling aan hem van de proceskosten en de nakosten, met rente. 2.3. Zker Projects eist bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen tot betaling aan haar van primair € 10.277,- , subsidiair € 6.552,76 of meer subsidiair € 2.504,96 aan afkoopbedrag voor de eigen bijdrage van zijn leaseauto, en in de proceskosten. Wat vindt de kantonrechter Beoordelingskader in kort geding 2.4. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat eiser heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Afwijzing van het door [eiser] geëiste onder 1 2.5. Het geëiste onder 1 wordt afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] geen (spoedeisend) belang hierbij heeft. De reden hiervoor is dat naar het zich voorshands laat aanzien in de inmiddels beëindigde arbeidsovereenkomst tussen partijen geen (geldig) concurrentie- en relatiebeding overeengekomen is. Het betreft de arbeidsovereenkomst die partijen zijn aangegaan per 1 januari 2025. Die is niet schriftelijk aangegaan, wat een vereiste is voor de geldigheid van deze bedingen . Anders dan door Zker Projects is aangevoerd, lijkt het voorshands geen voortzetting te zijn geweest van de eerdere arbeidsovereenkomst tussen partijen, waarin wel zulke bedingen schriftelijk waren opgenomen in de artikelen 10 en 11. Onderbouwd gesteld is dat die eerdere arbeidsovereenkomst voor de functie van Medior Engineer door opzegging door [eiser] geëindigd is op 31 oktober 2024.