Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-09
ECLI:NL:RBROT:2026:3707
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,040 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3707 text/xml public 2026-04-02T13:33:57 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 C/10/715568 / JE RK 26-390 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3707 text/html public 2026-04-02T13:30:58 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3707 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / C/10/715568 / JE RK 26-390 eerste ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en een afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling van een ongeboren kind RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/715568 / JE RK 26-390 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] , het ongeboren kind [achternaam] , hierna te noemen het ongeboren kind. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 26 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [persoon B] . 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en het ongeboren kind onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De Raad heeft ernstige zorgen over de kinderen. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden opgevoed in een situatie waarin huiselijk geweld voorkomt. Ook heeft er een incident plaatsgevonden tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] waarbij het Goofy-team betrokken is geweest. [voornaam minderjarige 1] laat ook signalen in zijn gedrag zien. De ouders zijn enige tijd uit elkaar geweest, maar sinds januari 2026 zijn zij weer bij elkaar. De dynamiek tussen de ouders is zorgelijk. Voorts is de moeder bekend met persoonlijke problematiek. De hulpverlening daarvoor komt onvoldoende van de grond. Er is intensieve gezinsbegeleiding en traumahulp voor de kinderen nodig. Het is belangrijk dat die hulpverlening binnen een ondertoezichtstelling van de grond komt. De reden van het verzoek voor het ongeboren kind is dat er veel meldingen bij Veilig Thuis zijn gedaan en er zorgen zijn over de opvoedsituatie waarin het ongeboren kind terechtkomt. Het ongeboren kind ervaart veel spanningen. Ook omdat er onlangs weer een incident heeft plaatsgevonden. Dat heeft veel impact op de moeder en de kinderen gehad. 4 De standpunten 4.1. Desgevraagd heeft de GI het verzoek van de Raad ter zitting ondersteund. Er zijn in het verleden veel zorgen geweest. De moeder heeft aangegeven dat zij en de vader openstaan voor relatietherapie of een andere therapie die hen kan helpen uit de vicieuze cirkel van huiselijk geweld te komen. Ook is het belangrijk dat de kinderen de hulp krijgen die zij nodig hebben. Het is van belang dat een jeugdbeschermer het proces gaat begeleiden. Waarschijnlijk zal er niet per direct een jeugdbeschermer beschikbaar zijn, maar er wordt op korte termijn wel een afspraak gemaakt met de ouders. De verwachting is dat binnen enkele maanden een jeugdbeschermer wordt aangewezen. Een ondertoezichtstelling voor het ongeboren kind kan wellicht in de beginfase worden meegenomen en indien het goed gaat kan die ondertoezichtstelling voortijdig worden afgesloten. 4.2. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij wisselende gevoelens heeft over het verzoek tot ondertoezichtstelling. De moeder is heel open geweest tegenover de raadsonderzoekers, maar leest vervolgens dat zij heel emotioneel is. Zoals het in het raadsrapport wordt neergezet voelt het alsof zij heeft gefaald als moeder. Ook het feit dat een ondertoezichtstelling nodig zou zijn, voelt voor haar als falen. De moeder werkt samen met IH (Intensieve Hulpverlening) en dat verloopt goed. Zij heeft een doorverwijzing voor een psycholoog geregeld en hoop daar binnenkort terecht te kunnen. Samen met IH en Filomena wordt gekeken naar hulp voor de kinderen, maar wachtlijsten en gedoe over de financiering stagneren de boel. De moeder heeft weer contact met de vader en hun intentie is om samen verder te gaan. De vader woont niet bij het gezin, maar is in de weekenden wel bij hen thuis. Dit is ook in samenspraak met IH. Indien het nodig is dat zij en de vader in relatietherapie gaan, staan zij daarvoor open. De zwangerschap verloopt goed. Zij komt al haar afspraken bij de verloskundige na en is op 7 juli 2026 uitgerekend. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben in hun jonge leven al veel spanningen en onrust meegemaakt door de spanningen en het geweld in de relatie van de ouders. Zo heeft er op 7 februari jl. in de woning van de moeder en de kinderen een ernstig geweldsincident plaatsgevonden tegen de vader, waarbij ook de moeder betrokken is geraakt (op de grond is gegooid). De kinderen waren in de woning aanwezig. Bij de politie is het gezin bekend van meerdere meldingen van huiselijk geweld of ruzies, waarbij de kinderen aanwezig zijn. De moeder heeft persoonlijke problematiek, waardoor haar draagkracht beperkt lijkt te zijn. De kinderrechter ziet dat de moeder hard haar best doet en zelf hulp inschakelt en accepteert. Op de een of andere manier lukt het niet om een stabiele, veilige thuissituatie voor de kinderen te creëren. Door alle spanningen die de moeder ervaart, lukt het haar niet altijd om [voornaam minderjarige 1] naar school te laten gaan. Als [voornaam minderjarige 1] op school is, wordt daar een druk en impulsief jongetje gezien, dat zelfbepalend gedrag vertoont. De kinderrechter concludeert dat bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door dat zij opgroeien in een onveilige opvoedsituatie, waar ze niet altijd de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. 5.3. De kinderrechter ziet een jonge moeder die het moeilijk heeft, maar ook ontzettend haar best doet. De moeder heeft hulp voor zichzelf gezocht en is bezig met hulp zoeken voor de kinderen. Het is positief dat de moeder deze initiatieven neemt en wil meewerken aan hulpverlening. De inzet van hulpverlening gaat echter moeizaam en dat heeft onder andere te maken met hoe het in Nederland is geregeld. Een jeugdbeschermer kan bij het inzetten van de nodige hulpverlening de regie nemen en de nodige stappen zetten, samen met de moeder. Anders dan de moeder denkt, wordt zij er niet op afgerekend dat zij emotioneel kan zijn. Dit kan echter betekenen dat zij minder draagkracht heeft om de kinderen de juiste zorg en ondersteuning te geven en om alles wat voor het gezin nodig is, te regelen. Dit is geen verwijt, maar een constatering. Binnen het vrijwillig kader is al langere tijd geprobeerd om een verandering te bewerkstelligen in de dynamiek in het gezin. Dat is niet gelukt en de kinderen groeien nu al te lang op in een onrustige, onveilige opvoedomgeving. Met een ondertoezichtstelling moet deze situatie veranderen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3707 text/xml public 2026-04-02T13:33:57 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 C/10/715568 / JE RK 26-390 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3707 text/html public 2026-04-02T13:30:58 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3707 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / C/10/715568 / JE RK 26-390 eerste ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en een afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling van een ongeboren kind RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/715568 / JE RK 26-390 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] , het ongeboren kind [achternaam] , hierna te noemen het ongeboren kind. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 26 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ; - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [persoon B] . 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . 2.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en het ongeboren kind onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De Raad heeft ernstige zorgen over de kinderen. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden opgevoed in een situatie waarin huiselijk geweld voorkomt. Ook heeft er een incident plaatsgevonden tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] waarbij het Goofy-team betrokken is geweest. [voornaam minderjarige 1] laat ook signalen in zijn gedrag zien. De ouders zijn enige tijd uit elkaar geweest, maar sinds januari 2026 zijn zij weer bij elkaar. De dynamiek tussen de ouders is zorgelijk. Voorts is de moeder bekend met persoonlijke problematiek. De hulpverlening daarvoor komt onvoldoende van de grond. Er is intensieve gezinsbegeleiding en traumahulp voor de kinderen nodig. Het is belangrijk dat die hulpverlening binnen een ondertoezichtstelling van de grond komt. De reden van het verzoek voor het ongeboren kind is dat er veel meldingen bij Veilig Thuis zijn gedaan en er zorgen zijn over de opvoedsituatie waarin het ongeboren kind terechtkomt. Het ongeboren kind ervaart veel spanningen. Ook omdat er onlangs weer een incident heeft plaatsgevonden. Dat heeft veel impact op de moeder en de kinderen gehad. 4 De standpunten 4.1. Desgevraagd heeft de GI het verzoek van de Raad ter zitting ondersteund. Er zijn in het verleden veel zorgen geweest. De moeder heeft aangegeven dat zij en de vader openstaan voor relatietherapie of een andere therapie die hen kan helpen uit de vicieuze cirkel van huiselijk geweld te komen. Ook is het belangrijk dat de kinderen de hulp krijgen die zij nodig hebben. Het is van belang dat een jeugdbeschermer het proces gaat begeleiden. Waarschijnlijk zal er niet per direct een jeugdbeschermer beschikbaar zijn, maar er wordt op korte termijn wel een afspraak gemaakt met de ouders. De verwachting is dat binnen enkele maanden een jeugdbeschermer wordt aangewezen. Een ondertoezichtstelling voor het ongeboren kind kan wellicht in de beginfase worden meegenomen en indien het goed gaat kan die ondertoezichtstelling voortijdig worden afgesloten. 4.2. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij wisselende gevoelens heeft over het verzoek tot ondertoezichtstelling. De moeder is heel open geweest tegenover de raadsonderzoekers, maar leest vervolgens dat zij heel emotioneel is. Zoals het in het raadsrapport wordt neergezet voelt het alsof zij heeft gefaald als moeder. Ook het feit dat een ondertoezichtstelling nodig zou zijn, voelt voor haar als falen. De moeder werkt samen met IH (Intensieve Hulpverlening) en dat verloopt goed. Zij heeft een doorverwijzing voor een psycholoog geregeld en hoop daar binnenkort terecht te kunnen. Samen met IH en Filomena wordt gekeken naar hulp voor de kinderen, maar wachtlijsten en gedoe over de financiering stagneren de boel. De moeder heeft weer contact met de vader en hun intentie is om samen verder te gaan. De vader woont niet bij het gezin, maar is in de weekenden wel bij hen thuis. Dit is ook in samenspraak met IH. Indien het nodig is dat zij en de vader in relatietherapie gaan, staan zij daarvoor open. De zwangerschap verloopt goed. Zij komt al haar afspraken bij de verloskundige na en is op 7 juli 2026 uitgerekend. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben in hun jonge leven al veel spanningen en onrust meegemaakt door de spanningen en het geweld in de relatie van de ouders. Zo heeft er op 7 februari jl. in de woning van de moeder en de kinderen een ernstig geweldsincident plaatsgevonden tegen de vader, waarbij ook de moeder betrokken is geraakt (op de grond is gegooid). De kinderen waren in de woning aanwezig. Bij de politie is het gezin bekend van meerdere meldingen van huiselijk geweld of ruzies, waarbij de kinderen aanwezig zijn. De moeder heeft persoonlijke problematiek, waardoor haar draagkracht beperkt lijkt te zijn. De kinderrechter ziet dat de moeder hard haar best doet en zelf hulp inschakelt en accepteert. Op de een of andere manier lukt het niet om een stabiele, veilige thuissituatie voor de kinderen te creëren. Door alle spanningen die de moeder ervaart, lukt het haar niet altijd om [voornaam minderjarige 1] naar school te laten gaan. Als [voornaam minderjarige 1] op school is, wordt daar een druk en impulsief jongetje gezien, dat zelfbepalend gedrag vertoont. De kinderrechter concludeert dat bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door dat zij opgroeien in een onveilige opvoedsituatie, waar ze niet altijd de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. 5.3. De kinderrechter ziet een jonge moeder die het moeilijk heeft, maar ook ontzettend haar best doet. De moeder heeft hulp voor zichzelf gezocht en is bezig met hulp zoeken voor de kinderen. Het is positief dat de moeder deze initiatieven neemt en wil meewerken aan hulpverlening. De inzet van hulpverlening gaat echter moeizaam en dat heeft onder andere te maken met hoe het in Nederland is geregeld. Een jeugdbeschermer kan bij het inzetten van de nodige hulpverlening de regie nemen en de nodige stappen zetten, samen met de moeder. Anders dan de moeder denkt, wordt zij er niet op afgerekend dat zij emotioneel kan zijn. Dit kan echter betekenen dat zij minder draagkracht heeft om de kinderen de juiste zorg en ondersteuning te geven en om alles wat voor het gezin nodig is, te regelen. Dit is geen verwijt, maar een constatering. Binnen het vrijwillig kader is al langere tijd geprobeerd om een verandering te bewerkstelligen in de dynamiek in het gezin. Dat is niet gelukt en de kinderen groeien nu al te lang op in een onrustige, onveilige opvoedomgeving. Met een ondertoezichtstelling moet deze situatie veranderen.