Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-23
ECLI:NL:RBROT:2026:3436
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,063 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3436 text/xml public 2026-04-29T11:21:16 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-23 12124169 VV EXPL 26-122 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3436 text/html public 2026-04-29T11:20:36 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3436 Rechtbank Rotterdam , 23-03-2026 / 12124169 VV EXPL 26-122 Kort geding. Gedaagde moet bedrijfsruimte ontruimen vanwege huurachterstand. Fonds voor gemene rekening is niet-ontvankelijk, omdat zij niet procesbekwaam is. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12124169 VV EXPL 26-122 datum uitspraak: 23 maart 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , 3. [eiser 3] , 4. [eiser 4] , woon- en vestigingsplaats: [plaats] , eisers, gemachtigde: mr. R.C.A. van ‘t Zelfde, tegen Diaber Benelux B.V. , vestigingsplaats: Zoeterwoude, gedaagde, die niet is verschenen. De partijen worden hierna ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] en [eiser 3] ’ en ‘ [eiser 4] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 6 maart 2026, met bijlagen. 1.2. Op 16 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting met mr. van ’t Zelfde besproken. Namens Diaber is niemand verschenen. Tegen haar is verstek verleend. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. Diaber huurt een bedrijfsruimte. De eisers stellen dat [eiser 1] sinds 3 december 2024 de eigenaar van die ruimte is. [eiser 2] en [eiser 3] zijn oprichters van [eiser 1] en [eiser 4] is de beheerder en bewaarder ervan. Volgens de eisers heeft Diaber een huurachterstand van drie maanden laten ontstaan. Ze eisen daarom dat Diaber wordt veroordeeld om de bedrijfsruimte te ontruimen en de achterstand te betalen, met boeterente en kosten. De kantonrechter wijst die eisen toe, ten opzichte van [eiser 4] . In dit vonnis legt zij dat uit. [eiser 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard 2.2. [eiser 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard. Zij is geen rechtspersoon (artikel 2:1 tot 2:3 BW). De hoofdregel is dat zij daarom geen procespartij kan zijn. De gemachtigde heeft tijdens de zitting niet gesteld dat op die hoofregel in dit geval een uitzondering moet worden gemaakt. De kantonrechter ziet daarvoor ook geen aanleiding. [eiser 4] kan deze eisen instellen 2.3. [eiser 4] kan deze eisen instellen, omdat zij juridisch eigenaar van de bedrijfsruimte is. Dat blijkt uit het kadasteruittreksel dat bij de dagvaarding zit. De kantonrechter begrijpt bovendien uit de dagvaarding dat [eiser 1] economisch eigenaar is en dat [eiser 4] de beheerder en bewaarder van [eiser 1] is. Ook vanuit die rol kan zij deze eisen instellen. De eisen van [eiser 2] en [eiser 3] worden afgewezen 2.4. De eisen van [eiser 2] en [eiser 3] worden afgewezen. Zij hebben geen directe juridische relatie met Diaber. Dat zij oprichters van [eiser 1] zijn maakt niet dat zij zelf ontruiming en betaling kunnen eisen. De gemachtigde heeft overigens zelf ook niet gesteld dat zij als eiser kunnen optreden. Hij heeft verklaard dat zij alleen voor de zekerheid als eiser zijn opgenomen, om discussies hierover te voorkomen. De eisen van [eiser 4] worden toegewezen 2.5. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiser 4] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). 2.6. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van drie maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en Diaber te veroordelen de bedrijfsruimte te ontruimen. 2.7. De kantonrechter koppelt geen dwangsom aan de ontruiming, zoals [eiser 4] heeft gevraagd. [eiser 4] kan met deze uitspraak namelijk zelf een gedwongen ontruiming laten uitvoeren. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die het nodig maken dat er daarnaast een extra prikkel voor Diaber is om het gehuurde te ontruimen. Diaber moet de proceskosten betalen 2.8. De proceskosten komen voor rekening van Diaber, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Diaber aan [eiser 4] moet betalen op € 155,02 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.435,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De geëiste wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.9. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser 4] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. verklaart het [eiser 1] niet-ontvankelijk; 3.2. veroordeelt Diaber om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte op het adres [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege Diaber bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser 4] te stellen; 3.3. veroordeelt Diaber om aan [eiser 4] € 14.568,- te betalen; 3.4. veroordeelt Diaber om vanaf 1 april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt € 4.000,57 per maand te betalen aan [eiser 4] ; 3.5. veroordeelt Diaber in de proceskosten, die aan de kant van [eiser 4] worden begroot op € 1.435,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de veertiende dag na de datum waarop dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald; 3.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.7. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 33394 Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2233, 3.4.1
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3436 text/xml public 2026-04-29T11:21:16 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-23 12124169 VV EXPL 26-122 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3436 text/html public 2026-04-29T11:20:36 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3436 Rechtbank Rotterdam , 23-03-2026 / 12124169 VV EXPL 26-122 Kort geding. Gedaagde moet bedrijfsruimte ontruimen vanwege huurachterstand. Fonds voor gemene rekening is niet-ontvankelijk, omdat zij niet procesbekwaam is. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12124169 VV EXPL 26-122 datum uitspraak: 23 maart 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , 3. [eiser 3] , 4. [eiser 4] , woon- en vestigingsplaats: [plaats] , eisers, gemachtigde: mr. R.C.A. van ‘t Zelfde, tegen Diaber Benelux B.V. , vestigingsplaats: Zoeterwoude, gedaagde, die niet is verschenen. De partijen worden hierna ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] en [eiser 3] ’ en ‘ [eiser 4] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 6 maart 2026, met bijlagen. 1.2. Op 16 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting met mr. van ’t Zelfde besproken. Namens Diaber is niemand verschenen. Tegen haar is verstek verleend. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. Diaber huurt een bedrijfsruimte. De eisers stellen dat [eiser 1] sinds 3 december 2024 de eigenaar van die ruimte is. [eiser 2] en [eiser 3] zijn oprichters van [eiser 1] en [eiser 4] is de beheerder en bewaarder ervan. Volgens de eisers heeft Diaber een huurachterstand van drie maanden laten ontstaan. Ze eisen daarom dat Diaber wordt veroordeeld om de bedrijfsruimte te ontruimen en de achterstand te betalen, met boeterente en kosten. De kantonrechter wijst die eisen toe, ten opzichte van [eiser 4] . In dit vonnis legt zij dat uit. [eiser 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard 2.2. [eiser 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard. Zij is geen rechtspersoon (artikel 2:1 tot 2:3 BW). De hoofdregel is dat zij daarom geen procespartij kan zijn. De gemachtigde heeft tijdens de zitting niet gesteld dat op die hoofregel in dit geval een uitzondering moet worden gemaakt. De kantonrechter ziet daarvoor ook geen aanleiding. [eiser 4] kan deze eisen instellen 2.3. [eiser 4] kan deze eisen instellen, omdat zij juridisch eigenaar van de bedrijfsruimte is. Dat blijkt uit het kadasteruittreksel dat bij de dagvaarding zit. De kantonrechter begrijpt bovendien uit de dagvaarding dat [eiser 1] economisch eigenaar is en dat [eiser 4] de beheerder en bewaarder van [eiser 1] is. Ook vanuit die rol kan zij deze eisen instellen. De eisen van [eiser 2] en [eiser 3] worden afgewezen 2.4. De eisen van [eiser 2] en [eiser 3] worden afgewezen. Zij hebben geen directe juridische relatie met Diaber. Dat zij oprichters van [eiser 1] zijn maakt niet dat zij zelf ontruiming en betaling kunnen eisen. De gemachtigde heeft overigens zelf ook niet gesteld dat zij als eiser kunnen optreden. Hij heeft verklaard dat zij alleen voor de zekerheid als eiser zijn opgenomen, om discussies hierover te voorkomen. De eisen van [eiser 4] worden toegewezen 2.5. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiser 4] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). 2.6. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van drie maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en Diaber te veroordelen de bedrijfsruimte te ontruimen. 2.7. De kantonrechter koppelt geen dwangsom aan de ontruiming, zoals [eiser 4] heeft gevraagd. [eiser 4] kan met deze uitspraak namelijk zelf een gedwongen ontruiming laten uitvoeren. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die het nodig maken dat er daarnaast een extra prikkel voor Diaber is om het gehuurde te ontruimen. Diaber moet de proceskosten betalen 2.8. De proceskosten komen voor rekening van Diaber, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Diaber aan [eiser 4] moet betalen op € 155,02 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.435,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De geëiste wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.9. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser 4] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. verklaart het [eiser 1] niet-ontvankelijk; 3.2. veroordeelt Diaber om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte op het adres [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege Diaber bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser 4] te stellen; 3.3. veroordeelt Diaber om aan [eiser 4] € 14.568,- te betalen; 3.4. veroordeelt Diaber om vanaf 1 april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt € 4.000,57 per maand te betalen aan [eiser 4] ; 3.5. veroordeelt Diaber in de proceskosten, die aan de kant van [eiser 4] worden begroot op € 1.435,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de veertiende dag na de datum waarop dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald; 3.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.7. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 33394 Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2233, 3.4.1