Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-06
ECLI:NL:RBROT:2026:3428
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,803 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3428 text/xml public 2026-04-29T11:25:16 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-06 12025346 RR FORM 25-155 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3428 text/html public 2026-04-29T11:24:40 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3428 Rechtbank Rotterdam , 06-03-2026 / 12025346 RR FORM 25-155 Experimentele regelrechterprocedure, geldvordering RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12025346 RR FORM 25-155 datum uitspraak: 6 maart 2026 Vonnis van de regelrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [plaats] , eiser, die zelf procedeert, tegen [gedaagde] , vestigingsplaats: [plaats] , gedaagde, vertegenwoordigd door: [naam] . De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit). 1.2. Het dossier bestaat uit het volgende processtuk: - het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 23 december 2025 heeft ontvangen, met bijlagen. 1.3. Op 5 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] en de heer [naam] , aanwezig. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] heeft een gebitsprothese voor [eiser] gemaakt. Volgens [eiser] was deze prothese niet goed. Hij eist in deze zaak dat Gebitspraktijk de kosten aan hem betaalt die hij heeft moeten maken voor een nieuwe prothese bij een andere tandtechnicus van in totaal € 805,60. 2.2. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Als [eiser] problemen met de prothese ervaarde, had hij langs kunnen komen voor het verhelpen daarvan. [eiser] heeft er echter zelf voor gekozen om naar een andere tandtechnicus te gaan. [gedaagde] vindt daarom dat zij niets aan [eiser] hoeft te betalen. Uitkomst 2.3. De eis van [eiser] wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom. [gedaagde] is niet in verzuim, dus [eiser] heeft geen recht op een schadevergoeding 2.4. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat [eiser] vaak bij haar in de praktijk is geweest, omdat hij steeds andere wensen voor zijn gebitsprothese had. Op verzoek van [eiser] heeft [gedaagde] de prothese meermaals aangepast. [eiser] heeft dit niet weersproken. Volgens [eiser] was de prothese na enige tijd nog steeds niet goed en is hij uiteindelijk naar een andere tandtechnicus gegaan. Hij heeft daarmee een stap overgeslagen, want hij had [gedaagde] eerst in de gelegenheid moeten stellen om de betreffende klacht te beoordelen en indien nodig tot herstel van de prothese overgegaan. Zoals besproken tijdens de zitting heeft hij dat niet gedaan. [eiser] heeft [gedaagde] geen brief gestuurd waarin hij haar een redelijke termijn geeft om het probleem dat hij ervaarde op te lossen (ingebrekestelling). [gedaagde] is dus niet in verzuim geraakt. De kosten die [eiser] heeft moeten maken voor een nieuwe prothese hoeven daarom niet door [gedaagde] vergoed te worden. [eiser] moet de proceskosten betalen 2.5. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit). De regelrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv). 3 De beslissing De regelrechter: 3.1. wijst de eis af; 3.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 43416
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3428 text/xml public 2026-04-29T11:25:16 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-06 12025346 RR FORM 25-155 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3428 text/html public 2026-04-29T11:24:40 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3428 Rechtbank Rotterdam , 06-03-2026 / 12025346 RR FORM 25-155 Experimentele regelrechterprocedure, geldvordering RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12025346 RR FORM 25-155 datum uitspraak: 6 maart 2026 Vonnis van de regelrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [plaats] , eiser, die zelf procedeert, tegen [gedaagde] , vestigingsplaats: [plaats] , gedaagde, vertegenwoordigd door: [naam] . De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit). 1.2. Het dossier bestaat uit het volgende processtuk: - het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 23 december 2025 heeft ontvangen, met bijlagen. 1.3. Op 5 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] en de heer [naam] , aanwezig. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] heeft een gebitsprothese voor [eiser] gemaakt. Volgens [eiser] was deze prothese niet goed. Hij eist in deze zaak dat Gebitspraktijk de kosten aan hem betaalt die hij heeft moeten maken voor een nieuwe prothese bij een andere tandtechnicus van in totaal € 805,60. 2.2. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Als [eiser] problemen met de prothese ervaarde, had hij langs kunnen komen voor het verhelpen daarvan. [eiser] heeft er echter zelf voor gekozen om naar een andere tandtechnicus te gaan. [gedaagde] vindt daarom dat zij niets aan [eiser] hoeft te betalen. Uitkomst 2.3. De eis van [eiser] wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom. [gedaagde] is niet in verzuim, dus [eiser] heeft geen recht op een schadevergoeding 2.4. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat [eiser] vaak bij haar in de praktijk is geweest, omdat hij steeds andere wensen voor zijn gebitsprothese had. Op verzoek van [eiser] heeft [gedaagde] de prothese meermaals aangepast. [eiser] heeft dit niet weersproken. Volgens [eiser] was de prothese na enige tijd nog steeds niet goed en is hij uiteindelijk naar een andere tandtechnicus gegaan. Hij heeft daarmee een stap overgeslagen, want hij had [gedaagde] eerst in de gelegenheid moeten stellen om de betreffende klacht te beoordelen en indien nodig tot herstel van de prothese overgegaan. Zoals besproken tijdens de zitting heeft hij dat niet gedaan. [eiser] heeft [gedaagde] geen brief gestuurd waarin hij haar een redelijke termijn geeft om het probleem dat hij ervaarde op te lossen (ingebrekestelling). [gedaagde] is dus niet in verzuim geraakt. De kosten die [eiser] heeft moeten maken voor een nieuwe prothese hoeven daarom niet door [gedaagde] vergoed te worden. [eiser] moet de proceskosten betalen 2.5. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit). De regelrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv). 3 De beslissing De regelrechter: 3.1. wijst de eis af; 3.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 43416