Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-27
ECLI:NL:RBROT:2026:3342
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,026 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:3342 text/xml public 2026-04-03T07:00:09 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-27 ROT 25/4264 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3342 text/html public 2026-03-27T08:25:51 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3342 Rechtbank Rotterdam , 27-03-2026 / ROT 25/4264 Pw. Aanvraag bijzondere bijstand voor dieetkosten. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/4264 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M. Shaaban), en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. D. Gogar). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor dieetkosten ten aanzien van 2 dieetnummers. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat het zich college in beroep alsnog op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag om bijzondere bijstand ten aanzien van de 2 dieetnummers moet worden toegewezen. De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat de bijstand voor onbepaalde tijd moet worden toegekend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Inleiding 3. Eiser ontvangt sinds 15 juli 1996 een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Op 3 september 2024 heeft eiser een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor dieetkosten. Met het besluit van 29 oktober 2024 is aan eiser bijzondere bijstand verleend voor dieetkosten voor de periode van 1 september 2024 tot en met 31 augustus 2025 tot een bedrag van € 166,66 per maand. 4. Op 1 november 2024 heeft eiser opnieuw bijzondere bijstand aangevraagd voor dieetkosten. Met het besluit van 13 november 2024 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag afgewezen, omdat eiser volgens het college al bijzondere bijstand ontvangt voor hetgeen hij heeft aangevraagd. 5. Naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiser, waarin hij aanvoert dat hij met de huidige aanvraag om bijzondere bijstand aanspraak maakt op vergoeding voor dieetkosten voor drie andere diëten dan het dieet waarvoor met het besluit van 29 oktober 2024 een vergoeding door middel van de bijzondere bijstand is verstrekt, is door het college alsnog een medisch advies aangevraagd. 6. Met het bestreden besluit van 17 april 2025 heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gegrond verklaard, bijzondere bijstand met betrekking tot het dieet met nummer 9 (FODMAP) toegekend over de periode van 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2025 en bijzondere bijstand met betrekking tot de diëten met nummers 13 en 19 afgewezen. Aan de besluitvorming ligt het advies van 23 januari 2025 van de medisch deskundige van de afdeling Sociaal Medische Advisering van de Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) ten grondslag. Per e-mail van 10 februari 2025 heeft eiser bij de medisch deskundige aangegeven dat het toegekende bedrag van € 1.050,- voor het FODMAP-dieet onjuist is en dat het € 1.350,- moet zijn. Omdat bleek dat het bedrag van € 1.050,- inderdaad een verouderd bedrag was, is het bedrag door de medisch deskundige vervolgens gewijzigd naar € 1.350,- Met betrekking tot de twee andere aandoeningen heeft de medisch deskundige in zijn aanvullende toelichting van 25 maart 2025 overwogen dat medicatie voorliggend is op het gebruik van een dieet. 7. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 8. Bij brief van 23 november 2025 heeft eiser een aanvulling op het beroep ingediend. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van de dieetkosten voor de aandoeningen hypercholesterolemie en insulineresistentie (nummers 13 en 19). Hij kan zich niet vinden in het oordeel van de medisch deskundige dat de behandeling met medicatie voorliggend is op het volgen van een dieet. Eiser betoogt dat sprake is van een onzorgvuldig tot stand gekomen medisch advies. Niet alleen is uitgegaan van een onjuist bedrag voor de toegekende dieetkosten, maar het advies is ook nog tegenstrijdig en onduidelijk. Volgens eiser ontbreekt in het advies van de medisch deskundige een onderbouwing van diens standpunt dat verbetering van de medische situatie van eiser niet uitgesloten is. 9. Bij brief van 2 december 2025 heeft het college een telefoonnotitie ingediend, waarin de medisch deskundige zijn standpunt dat een behandeling door de reguliere sector voorliggend is op een dieet, nader toelicht en aangeeft dat eiser geen brief heeft overgelegd van een huisarts die een dieet voorschrijft en daarmee de behandelingsfase (fysieke ingreep of medicatie) overslaat. 10. De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van het college en zijn collega, mr. A. Hielkema. 11. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het college in de gelegenheid te stellen een nadere onderbouwing in te dienen van de door de medisch deskundige ingenomen stelling, dat een behandeling door een huisarts voor gaat op een door een diëtist voorgeschreven dieet. Op 30 januari 2026 heeft het college de rechtbank geïnformeerd dat de medisch deskundige tot de conclusie is gekomen dat aan eiser alsnog bijzondere bijstand voor de dieetnummers 13 en 19 kan worden toegekend. Het gaat om de periode 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2025. De toe te kennen bedragen zijn respectievelijk € 450,- en € 1.300,- en het college zal de procedure in gang zetten om de betalingen te verrichten. Eiser heeft desgevraagd in reactie daarop laten weten dat hiermee niet tegemoet is gekomen aan zijn beroep, omdat hij bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor onbepaalde tijd. 12. Nu geen van de partijen heeft aangegeven een nadere zitting te willen, heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank De wet- en regelgeving en rechtspraak 13. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. 14. Op grond van artikel 5.3, eerste lid, van de Beleidsregels bijzondere bijstand 2024 kan het college aan een belanghebbende bijzondere bijstand verlenen voor dieetkosten indien belanghebbende om medische redenen is aangewezen op een bepaald dieet en de kosten van dat dieet meerkosten met zich meebrengen. Op grond van het tweede lid stelt het college het recht en de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van een deskundigenadvies. 14. Een bijstandverlenende instantie mag zich bij zijn besluitvorming baseren op concrete adviezen van deskundige instellingen zoals de GGD. In dat kader moet de bijstandverlenende instantie zich er van vergewissen of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of het geen onjuistheden bevat en of het deugdelijk is gemotiveerd. Het oordeel van de rechtbank 16. Eisers betoog dat het college niet tegemoet is gekomen aan zijn aanvraag, omdat hij de aanvraag had ingediend voor onbepaalde tijd, slaagt niet. Eiser heeft verwezen naar de brief van 11 februari 2026 waarin de diëtiste stelt dat de diëten geïndiceerd zijn vanaf 9 oktober 2024 tot onbepaalde tijd.