Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-17
ECLI:NL:RBROT:2026:3041
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
12,256 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3041 text/xml public 2026-04-14T16:21:47 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 11893534 VZ VERZ 25-6252 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3041 text/html public 2026-04-14T16:21:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3041 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / 11893534 VZ VERZ 25-6252 Arbeidsovereenkomst universitair hoofddocent ontbonden vanwege opgegeven detacheringen in het kader van EU-subsidies, die niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dit kwalificeert ook als ernstig verwijtbaar handelen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11893534 VZ VERZ 25-6252 datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Eramus MC) , vestigingsplaats: Rotterdam, verzoekster, verweerster in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. P.A. Charbon, tegen [verweerster] , woonplaats: [woonplaats] , verweerster, verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigden: mr. drs. R.P. Heeren en mr. K. Collée. De partijen worden hierna ‘Erasmus’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift van Erasmus, met bijlagen; het verweerschrift van [verweerster] , met een tegenverzoek, met bijlagen; de brief namens Erasmus van 3 februari 2026, met bijlagen; de brief namens [verweerster] van 4 februari 2026, met bijlagen; de spreekaantekeningen van beide partijen. 1.2. Op 10 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens Erasmus waren [naam 1] (afdelingshoofd Radiologie & Nucleaire Geneeskunde), mr. [naam 2] (arbeidsjurist), [naam 3] (manager Risk & Compliance) en de gemachtigde aanwezig. [verweerster] is verschenen met een tolk, haar partner en haar twee gemachtigden. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [verweerster] werkt op basis van een arbeidsovereenkomst bij Erasmus als Universitair Hoofddocent Radiologie & Nucleaire Geneeskunde. Zij heeft zich, in het kader van EU-subsidies die Erasmus had aangevraagd, op het standpunt gesteld dat zij een jaar naar Duitsland en acht maanden naar Italië gedetacheerd is geweest. Volgens Erasmus is zij daar niet daadwerkelijk geweest, omdat dit niet blijkt uit de aanwezige onderbouwing. 2.2. Erasmus verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk te ontbinden, primair omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan (i-grond). 2.3. [verweerster] vindt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert aan dat ze wel naar het buitenland gedetacheerd is geweest en dat ze heeft voldaan aan haar administratieve verplichtingen. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch ontbindt, vraagt [verweerster] om dat te doen per de datum dat de overeenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Ze verzoekt daarnaast Erasmus te veroordelen om een transitievergoeding van € 34.267,93 bruto en een billijke vergoeding van € 850.000,- bruto te betalen, met rente. Volgens [verweerster] is de ontbinding namelijk het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Erasmus. Als de kantonrechter het ontbindingsverzoek toewijst omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden (i-grond) verzoekt [verweerster] om een extra (cumulatie)vergoeding. 2.4. [verweerster] heeft ook twee zelfstandige verzoeken ingediend. Zij was bij Erasmus coördinator van het INTRABRAIN-project. Erasmus heeft dat coördinatorschap overgedragen aan een ander. Volgens [verweerster] is dat onterecht. Zij vraagt de kantonrechter om Erasmus te veroordelen dat project en haar rol als coördinator aan haar terug te geven. Daarnaast heeft Erasmus een pers- en intranetbericht verspreid over de onregelmatigheden met de EU-subsidies. [verweerster] wil dat Erasmus wordt veroordeeld om dat bericht te rectificeren. 2.5. Erasmus is het niet eens met de tegenverzoeken. Volgens haar waren de overdracht van het INTRABRAIN-project en het pers- en intranetbericht terecht. 2.6. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van [verweerster] per direct en oordeelt dat zij geen recht heeft op een vergoeding. De verzoeken van [verweerster] worden afgewezen. In deze beschikking legt de kantonrechter dit oordeel uit. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden 2.7. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden (artikel 7:671b BW). Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden voor opzegging. Er geldt daarnaast wel een opzegverbod, maar het verzoek houdt hier geen verband mee. Hierna wordt dit toegelicht. Er is een redelijke grond 2.8. Een voorwaarde voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst is dat daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 1 BW). Erasmus stelt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] , waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 onder e BW). De kantonrechter vindt dat deze grond zich inderdaad voordoet. Hierna wordt uitgelegd waarom. Erasmus heeft subsidie gekregen voor detachering van [verweerster] 2.9. [verweerster] werkt bij Erasmus op de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde. Deze afdeling nam deel aan Europese onderzoeksprojecten, in samenwerking met buitenlandse instituten. Daarvoor heeft Erasmus EU-subsidies aangevraagd. Een belangrijke voorwaarde voor het krijgen van die subsidie is dat medewerkers fulltime worden gedetacheerd naar andere EU-landen, zodat kennis en vaardigheden worden gedeeld. 2.10. [verweerster] heeft zich in het kader van twee projecten, PRISAR en CANCER, op het standpunt gesteld dat zij zelf gedetacheerd is geweest naar het buitenland. Het ging voor PRISAR om een detachering naar TecoBiosciences GmbH in Duitsland (hierna: Teco) voor een jaar, van 1 februari 2016 tot en met 31 januari 2017. Voor CANCER ging het om een detachering naar Augeas Associazione Di Sport Promozione E Turismo in Italië (hierna: Augeas), voor 8 maanden, van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2019, 1 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 en 1 december 2019 tot en met 31 januari 2020. 2.11. Voor deze detacheringen heeft Erasmus EU-subsidies aangevraagd. De administratieve begeleiding hiervan heeft het bedrijf Percuros B.V. (hierna: Percuros) voor haar rekening genomen. De EU-subsidies zijn toegekend en uitbetaald. De detachering kan niet worden gereconstrueerd 2.12. In september 2023 heeft “Follow The Money” bericht dat Percuros wordt verdacht van structurele fraude bij het aanvragen van EU-subsidies voor het Leids Universitair Medisch Centrum. Het ging er onder meer om dat Percuros op papier medewerkers had gedetacheerd bij het LUMC, maar dat deze niet in de systemen van het LUMC voorkwamen. 2.13. Omdat Erasmus ook gebruik maakte van de diensten van Percuros heeft zij EY Forensic & Integrity Services gevraagd een onderzoek te doen. De opdracht was om te onderzoeken hoe haar gesubsidieerde onderzoeksprojecten administratief verantwoord waren. 2.14. EY heeft onderzoek gedaan naar zes onderzoeksprojecten waarvoor Erasmus de betreffende EU-subsidies had aangevraagd. Zij heeft haar bevindingen in december 2024 afgerond en in een rapport verwerkt. Daarin wordt onder andere geconcludeerd dat de aanwezigheid van [verweerster] in Duitsland en Italië op basis van de beschikbare (administratieve) verantwoordingen en gerelateerde onderbouwingen niet kan worden gereconstrueerd. Ook concludeert EY dat niet gereconstrueerd kan worden dat [verweerster] exclusief en fulltime voor de projecten heeft gewerkt gedurende de uitwisselingsperiodes. Erasmus heeft haar stelling dat het om spookdetacheringen gaat voldoende onderbouwd 2.15. Erasmus stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de detacheringen van [verweerster] naar Duitsland en Italië niet hebben plaatsgevonden. Zij noemt dit ook wel ‘spookdetacheringen’.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:3041 text/xml public 2026-04-14T16:21:47 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-17 11893534 VZ VERZ 25-6252 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3041 text/html public 2026-04-14T16:21:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:3041 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2026 / 11893534 VZ VERZ 25-6252 Arbeidsovereenkomst universitair hoofddocent ontbonden vanwege opgegeven detacheringen in het kader van EU-subsidies, die niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dit kwalificeert ook als ernstig verwijtbaar handelen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11893534 VZ VERZ 25-6252 datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Eramus MC) , vestigingsplaats: Rotterdam, verzoekster, verweerster in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. P.A. Charbon, tegen [verweerster] , woonplaats: [woonplaats] , verweerster, verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigden: mr. drs. R.P. Heeren en mr. K. Collée. De partijen worden hierna ‘Erasmus’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift van Erasmus, met bijlagen; het verweerschrift van [verweerster] , met een tegenverzoek, met bijlagen; de brief namens Erasmus van 3 februari 2026, met bijlagen; de brief namens [verweerster] van 4 februari 2026, met bijlagen; de spreekaantekeningen van beide partijen. 1.2. Op 10 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens Erasmus waren [naam 1] (afdelingshoofd Radiologie & Nucleaire Geneeskunde), mr. [naam 2] (arbeidsjurist), [naam 3] (manager Risk & Compliance) en de gemachtigde aanwezig. [verweerster] is verschenen met een tolk, haar partner en haar twee gemachtigden. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [verweerster] werkt op basis van een arbeidsovereenkomst bij Erasmus als Universitair Hoofddocent Radiologie & Nucleaire Geneeskunde. Zij heeft zich, in het kader van EU-subsidies die Erasmus had aangevraagd, op het standpunt gesteld dat zij een jaar naar Duitsland en acht maanden naar Italië gedetacheerd is geweest. Volgens Erasmus is zij daar niet daadwerkelijk geweest, omdat dit niet blijkt uit de aanwezige onderbouwing. 2.2. Erasmus verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk te ontbinden, primair omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan (i-grond). 2.3. [verweerster] vindt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert aan dat ze wel naar het buitenland gedetacheerd is geweest en dat ze heeft voldaan aan haar administratieve verplichtingen. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch ontbindt, vraagt [verweerster] om dat te doen per de datum dat de overeenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Ze verzoekt daarnaast Erasmus te veroordelen om een transitievergoeding van € 34.267,93 bruto en een billijke vergoeding van € 850.000,- bruto te betalen, met rente. Volgens [verweerster] is de ontbinding namelijk het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Erasmus. Als de kantonrechter het ontbindingsverzoek toewijst omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden (i-grond) verzoekt [verweerster] om een extra (cumulatie)vergoeding. 2.4. [verweerster] heeft ook twee zelfstandige verzoeken ingediend. Zij was bij Erasmus coördinator van het INTRABRAIN-project. Erasmus heeft dat coördinatorschap overgedragen aan een ander. Volgens [verweerster] is dat onterecht. Zij vraagt de kantonrechter om Erasmus te veroordelen dat project en haar rol als coördinator aan haar terug te geven. Daarnaast heeft Erasmus een pers- en intranetbericht verspreid over de onregelmatigheden met de EU-subsidies. [verweerster] wil dat Erasmus wordt veroordeeld om dat bericht te rectificeren. 2.5. Erasmus is het niet eens met de tegenverzoeken. Volgens haar waren de overdracht van het INTRABRAIN-project en het pers- en intranetbericht terecht. 2.6. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van [verweerster] per direct en oordeelt dat zij geen recht heeft op een vergoeding. De verzoeken van [verweerster] worden afgewezen. In deze beschikking legt de kantonrechter dit oordeel uit. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden 2.7. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden (artikel 7:671b BW). Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden voor opzegging. Er geldt daarnaast wel een opzegverbod, maar het verzoek houdt hier geen verband mee. Hierna wordt dit toegelicht. Er is een redelijke grond 2.8. Een voorwaarde voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst is dat daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 1 BW). Erasmus stelt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] , waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 onder e BW). De kantonrechter vindt dat deze grond zich inderdaad voordoet. Hierna wordt uitgelegd waarom. Erasmus heeft subsidie gekregen voor detachering van [verweerster] 2.9. [verweerster] werkt bij Erasmus op de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde. Deze afdeling nam deel aan Europese onderzoeksprojecten, in samenwerking met buitenlandse instituten. Daarvoor heeft Erasmus EU-subsidies aangevraagd. Een belangrijke voorwaarde voor het krijgen van die subsidie is dat medewerkers fulltime worden gedetacheerd naar andere EU-landen, zodat kennis en vaardigheden worden gedeeld. 2.10. [verweerster] heeft zich in het kader van twee projecten, PRISAR en CANCER, op het standpunt gesteld dat zij zelf gedetacheerd is geweest naar het buitenland. Het ging voor PRISAR om een detachering naar TecoBiosciences GmbH in Duitsland (hierna: Teco) voor een jaar, van 1 februari 2016 tot en met 31 januari 2017. Voor CANCER ging het om een detachering naar Augeas Associazione Di Sport Promozione E Turismo in Italië (hierna: Augeas), voor 8 maanden, van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2019, 1 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 en 1 december 2019 tot en met 31 januari 2020. 2.11. Voor deze detacheringen heeft Erasmus EU-subsidies aangevraagd. De administratieve begeleiding hiervan heeft het bedrijf Percuros B.V. (hierna: Percuros) voor haar rekening genomen. De EU-subsidies zijn toegekend en uitbetaald. De detachering kan niet worden gereconstrueerd 2.12. In september 2023 heeft “Follow The Money” bericht dat Percuros wordt verdacht van structurele fraude bij het aanvragen van EU-subsidies voor het Leids Universitair Medisch Centrum. Het ging er onder meer om dat Percuros op papier medewerkers had gedetacheerd bij het LUMC, maar dat deze niet in de systemen van het LUMC voorkwamen. 2.13. Omdat Erasmus ook gebruik maakte van de diensten van Percuros heeft zij EY Forensic & Integrity Services gevraagd een onderzoek te doen. De opdracht was om te onderzoeken hoe haar gesubsidieerde onderzoeksprojecten administratief verantwoord waren. 2.14. EY heeft onderzoek gedaan naar zes onderzoeksprojecten waarvoor Erasmus de betreffende EU-subsidies had aangevraagd. Zij heeft haar bevindingen in december 2024 afgerond en in een rapport verwerkt. Daarin wordt onder andere geconcludeerd dat de aanwezigheid van [verweerster] in Duitsland en Italië op basis van de beschikbare (administratieve) verantwoordingen en gerelateerde onderbouwingen niet kan worden gereconstrueerd. Ook concludeert EY dat niet gereconstrueerd kan worden dat [verweerster] exclusief en fulltime voor de projecten heeft gewerkt gedurende de uitwisselingsperiodes. Erasmus heeft haar stelling dat het om spookdetacheringen gaat voldoende onderbouwd 2.15. Erasmus stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de detacheringen van [verweerster] naar Duitsland en Italië niet hebben plaatsgevonden. Zij noemt dit ook wel ‘spookdetacheringen’.
Volledig
Het is duidelijk dat dit de kernreden van het ontbindingsverzoek is voor Erasmus. De vraag is dus of [verweerster] daar is geweest of niet. 2.16. [verweerster] stelt terecht dat het aan Erasmus is om haar stelling dat de detacheringen van [verweerster] niet hebben plaatsgevonden te onderbouwen. Erasmus heeft in dat kader gewezen op de gerezen twijfel naar aanleiding van de FTM-berichtgeving over Percuros. Daarnaast heeft zij gewezen op alle vergeefse inspanningen die EY en zijzelf hebben gedaan om de detacheringen te kunnen reconstrueren. Daarmee heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter haar stelling voldoende onderbouwd. Veel meer onderbouwing dat iets níet is gebeurd kan zij namelijk niet geven. [verweerster] had haar betwisting moeten onderbouwen 2.17. Zo weinig mogelijkheden als Erasmus had om haar stelling te onderbouwen, zo veel meer mogelijkheden had [verweerster] om haar betwisting te onderbouwen. Alle mogelijke onderbouwing ligt namelijk in haar domein. Het was dan ook aan haar geweest om concreet te onderbouwen dat zij wél in Duitsland en Italië is geweest. [verweerster] heeft in het algemeen verschillende verweren gevoerd, maar die maken dit uitgangspunt niet anders. Dat licht de kantonrechter hierna toe. 2.18. [verweerster] heeft erop gewezen dat de subsidies zijn uitgekeerd en dat de EU dus kennelijk overtuigd was. Dit is echter niet genoeg. Op het moment dat de subsidieaanvragen werden beoordeeld was er namelijk geen reden om te twijfelen aan de integriteit van de verklaringen. Die is er nu wel, gezien de betrokkenheid van Percuros. Daarom is er een verschil tussen wat destijds voldoende was voor het krijgen van de subsidie en wat nu voldoende is voor het onderbouwen van het verweer. 2.19. [verweerster] heeft er verder op gewezen dat Erasmus zelf heeft besloten om onderzoek te doen en dat het dus niet de EU is die de subsidies heeft teruggevorderd. Dat brengt niet zonder meer mee dat ervan uitgegaan moet worden dat de detacheringen hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding van de berichtgeving over Percuros over het misbruik van gemeenschapsgeld is het begrijpelijk dat Erasmus heeft willen onderzoeken of bij haar vergelijkbare fouten zijn gemaakt. 2.20. [verweerster] heeft ten slotte nog aangevoerd dat het niet haar verantwoordelijkheid was om bewijsmateriaal te verzamelen. Wat daar verder ook van zij, dat laat onverlet dat het in de gegeven omstandigheden op haar weg ligt haar betwisting voldoende “handen en voeten” te geven. Welke onderbouwing heeft [verweerster] gegeven voor haar detachering naar Duitsland? 2.21. De enige onderbouwing die EY heeft gezien voor de detachering naar Duitsland zijn urenregistraties en een gastvrijheidsdocument. De urenregistraties betreffen maandoverzichten waarop te zien is hoeveel uur [verweerster] elke dag bij Teco zou hebben gewerkt. Deze registraties staan op briefpapier van Teco en zijn ondertekend door iemand namens Teco. Het gastvrijheidsdocument is een overeenkomst tussen [verweerster] en Teco, waarin de voorwaarden staan waaronder [verweerster] toegang krijgt tot de faciliteiten. 2.22. EY heeft in 2024 tijdens het onderzoek gevraagd naar verdere onderbouwing. Die is niet verstrekt door [verweerster] . Na het onderzoek heeft Erasmus in 2025 gevraagd om verdere onderbouwing, maar ook toen heeft [verweerster] die niet verstrekt. Naar aanleiding van het verzoekschrift had alsnog een gedegen onderbouwing van de detachering verwacht mogen worden in het verweerschrift. Maar ook daarin is die niet gegeven. [verweerster] heeft in haar verweer van dertig pagina’s maar twee (korte) alinea’s besteed aan dit kernpunt. Zij heeft daarin verwezen naar het EY-rapport. De urenregistraties en gastvrijheidsovereenkomst zijn niet overgelegd bij haar verweer. Daar beschikt de kantonrechter dus niet over, afgezien van een voorbeeld-urenregistratie bij het EY-rapport (pagina 112 EY-rapport). Maar belangrijker nog: [verweerster] heeft nauwelijks verdere onderbouwing gegeven. 2.23. [verweerster] heeft alleen een verklaring overgelegd van professor [naam 4] . Hij verklaart dat hij met [verweerster] gedetacheerd is geweest naar Teco. Hij voegt daaraan toe: “ Voor zover ik het me goed herinner gingen we daar heen en verbleven daar dan ook op kosten van Teco in een hotel in de buurt van Teco of in de B&B aan huis van de Chief Scientific Officer van Teco (mevrouw [naam 5] ). ” 2.24. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter daarom naar extra onderbouwing gevraagd. Die is er niet concreet gekomen. [verweerster] verklaarde alleen oppervlakkig het volgende. Zij reed elke week op maandag met de auto naar Teco. Ter plekke betaalde zij alles contant. Zij gebruikte een papieren agenda die zij niet mocht meenemen. Ze overnachtte bij een collega en bij een vriend. In het weekend ging ze meestal terug naar Nederland. Er staat daarnaast een publicatie uit die periode online. De onderbouwing van [verweerster] van de detachering naar Duitsland is onvoldoende 2.25. De kantonrechter stelt voorop dat zij snapt dat [verweerster] niet alles heeft bewaard van de detacheringen. Op het moment dat het onderzoek van EY begon op 9 oktober 2023 was de detachering naar Duitsland namelijk ongeveer zes jaar geleden. Er kunnen dus niet te hoge eisen worden gesteld aan de onderbouwing, maar de onderbouwing die [verweerster] heeft gegeven vindt de kantonrechter ook met die kanttekening onvoldoende. Daarvoor is het volgende van belang. 2.26. Erasmus heeft met een verwijzing naar het EY-rapport (pagina 35, voetnoot 88) onbetwist gesteld dat de urenregistraties achteraf zijn gemaakt door Percuros en Teco, zodat daar weinig waarde aan kan worden gehecht. Erasmus heeft er verder terecht op gewezen dat aan de verklaring van [naam 4] ook weinig waarde kan worden gehecht, omdat [naam 4] een van de oprichters van Percuros is en wordt verdacht van dezelfde ‘spookdetacheringen’ als [verweerster] . Wat resteert is dus het gastvrijheidsovereenkomst en de algemene verklaring van [verweerster] tijdens de mondelinge behandeling. 2.27. Dat vindt de kantonrechter onvoldoende. Als [verweerster] daadwerkelijk een jaar lang in Duitsland zou zijn geweest, moet de detachering (ook na zes jaar) nog op vele andere manieren te onderbouwen zijn, zoals [verweerster] ook onderkent in haar verweerschrift (alinea 50). [verweerster] had bijvoorbeeld de volgende onderbouwing kunnen geven: een beschrijving van het kantoor en de werkdagen; een beschrijving van de onderzoeksresultaten die ze heeft geboekt; een beschrijving van de manier waarop ze haar vrije tijd indeelde; bonnetjes van uitgaven van haarzelf, of haar vriend in die periode; appjes of mails aan collega’s, vrienden of familie, waaruit blijkt dat ze in het buitenland is; foto’s uit die periode; pintransacties uit die periode; het adres waar ze verbleef of een omschrijving van het onderkomen; een verklaring van de persoon bij wie ze verbleef; de namen van de lokale personen met wie ze heeft samengewerkt; een verklaring van lokale personen met wie ze heeft samengewerkt. 2.28. Al die mogelijke onderbouwing heeft [verweerster] niet gegeven. Zij heeft ook niet toegelicht waarom zij dat niet heeft gedaan. De kantonrechter concludeert daarom dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststaat dat de detachering van [verweerster] naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden. Voor de detachering naar Italië is er meer onderbouwing 2.29. Voor de detachering naar Italië heeft EY meer onderbouwing ontvangen (pagina 60 EY-rapport). Het gaat om drie vliegtickets, enkele bonnetjes van maaltijden en drankjes, een detacheringsovereenkomst en een ‘proof of work’. De kantonrechter stelt voorop dat zij ook over al deze documenten niet beschikt, omdat [verweerster] die niet bij haar verweer heeft overgelegd. Uit het EY-rapport maakt zij het volgende op. 2.30. Het eerste vliegticket is voor een vlucht van Amsterdam naar Bologna op 24 december 2018. Dat is enkele dagen voor de doorgegeven start van de detachering op 1 januari 2019. Het tweede ticket is voor een vlucht van Bologna naar Amsterdam op 4 mei 2019. Dat was enkele dagen na het einde van de eerste detacheringsperiode op 30 april 2019.
Volledig
Het is duidelijk dat dit de kernreden van het ontbindingsverzoek is voor Erasmus. De vraag is dus of [verweerster] daar is geweest of niet. 2.16. [verweerster] stelt terecht dat het aan Erasmus is om haar stelling dat de detacheringen van [verweerster] niet hebben plaatsgevonden te onderbouwen. Erasmus heeft in dat kader gewezen op de gerezen twijfel naar aanleiding van de FTM-berichtgeving over Percuros. Daarnaast heeft zij gewezen op alle vergeefse inspanningen die EY en zijzelf hebben gedaan om de detacheringen te kunnen reconstrueren. Daarmee heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter haar stelling voldoende onderbouwd. Veel meer onderbouwing dat iets níet is gebeurd kan zij namelijk niet geven. [verweerster] had haar betwisting moeten onderbouwen 2.17. Zo weinig mogelijkheden als Erasmus had om haar stelling te onderbouwen, zo veel meer mogelijkheden had [verweerster] om haar betwisting te onderbouwen. Alle mogelijke onderbouwing ligt namelijk in haar domein. Het was dan ook aan haar geweest om concreet te onderbouwen dat zij wél in Duitsland en Italië is geweest. [verweerster] heeft in het algemeen verschillende verweren gevoerd, maar die maken dit uitgangspunt niet anders. Dat licht de kantonrechter hierna toe. 2.18. [verweerster] heeft erop gewezen dat de subsidies zijn uitgekeerd en dat de EU dus kennelijk overtuigd was. Dit is echter niet genoeg. Op het moment dat de subsidieaanvragen werden beoordeeld was er namelijk geen reden om te twijfelen aan de integriteit van de verklaringen. Die is er nu wel, gezien de betrokkenheid van Percuros. Daarom is er een verschil tussen wat destijds voldoende was voor het krijgen van de subsidie en wat nu voldoende is voor het onderbouwen van het verweer. 2.19. [verweerster] heeft er verder op gewezen dat Erasmus zelf heeft besloten om onderzoek te doen en dat het dus niet de EU is die de subsidies heeft teruggevorderd. Dat brengt niet zonder meer mee dat ervan uitgegaan moet worden dat de detacheringen hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding van de berichtgeving over Percuros over het misbruik van gemeenschapsgeld is het begrijpelijk dat Erasmus heeft willen onderzoeken of bij haar vergelijkbare fouten zijn gemaakt. 2.20. [verweerster] heeft ten slotte nog aangevoerd dat het niet haar verantwoordelijkheid was om bewijsmateriaal te verzamelen. Wat daar verder ook van zij, dat laat onverlet dat het in de gegeven omstandigheden op haar weg ligt haar betwisting voldoende “handen en voeten” te geven. Welke onderbouwing heeft [verweerster] gegeven voor haar detachering naar Duitsland? 2.21. De enige onderbouwing die EY heeft gezien voor de detachering naar Duitsland zijn urenregistraties en een gastvrijheidsdocument. De urenregistraties betreffen maandoverzichten waarop te zien is hoeveel uur [verweerster] elke dag bij Teco zou hebben gewerkt. Deze registraties staan op briefpapier van Teco en zijn ondertekend door iemand namens Teco. Het gastvrijheidsdocument is een overeenkomst tussen [verweerster] en Teco, waarin de voorwaarden staan waaronder [verweerster] toegang krijgt tot de faciliteiten. 2.22. EY heeft in 2024 tijdens het onderzoek gevraagd naar verdere onderbouwing. Die is niet verstrekt door [verweerster] . Na het onderzoek heeft Erasmus in 2025 gevraagd om verdere onderbouwing, maar ook toen heeft [verweerster] die niet verstrekt. Naar aanleiding van het verzoekschrift had alsnog een gedegen onderbouwing van de detachering verwacht mogen worden in het verweerschrift. Maar ook daarin is die niet gegeven. [verweerster] heeft in haar verweer van dertig pagina’s maar twee (korte) alinea’s besteed aan dit kernpunt. Zij heeft daarin verwezen naar het EY-rapport. De urenregistraties en gastvrijheidsovereenkomst zijn niet overgelegd bij haar verweer. Daar beschikt de kantonrechter dus niet over, afgezien van een voorbeeld-urenregistratie bij het EY-rapport (pagina 112 EY-rapport). Maar belangrijker nog: [verweerster] heeft nauwelijks verdere onderbouwing gegeven. 2.23. [verweerster] heeft alleen een verklaring overgelegd van professor [naam 4] . Hij verklaart dat hij met [verweerster] gedetacheerd is geweest naar Teco. Hij voegt daaraan toe: “ Voor zover ik het me goed herinner gingen we daar heen en verbleven daar dan ook op kosten van Teco in een hotel in de buurt van Teco of in de B&B aan huis van de Chief Scientific Officer van Teco (mevrouw [naam 5] ). ” 2.24. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter daarom naar extra onderbouwing gevraagd. Die is er niet concreet gekomen. [verweerster] verklaarde alleen oppervlakkig het volgende. Zij reed elke week op maandag met de auto naar Teco. Ter plekke betaalde zij alles contant. Zij gebruikte een papieren agenda die zij niet mocht meenemen. Ze overnachtte bij een collega en bij een vriend. In het weekend ging ze meestal terug naar Nederland. Er staat daarnaast een publicatie uit die periode online. De onderbouwing van [verweerster] van de detachering naar Duitsland is onvoldoende 2.25. De kantonrechter stelt voorop dat zij snapt dat [verweerster] niet alles heeft bewaard van de detacheringen. Op het moment dat het onderzoek van EY begon op 9 oktober 2023 was de detachering naar Duitsland namelijk ongeveer zes jaar geleden. Er kunnen dus niet te hoge eisen worden gesteld aan de onderbouwing, maar de onderbouwing die [verweerster] heeft gegeven vindt de kantonrechter ook met die kanttekening onvoldoende. Daarvoor is het volgende van belang. 2.26. Erasmus heeft met een verwijzing naar het EY-rapport (pagina 35, voetnoot 88) onbetwist gesteld dat de urenregistraties achteraf zijn gemaakt door Percuros en Teco, zodat daar weinig waarde aan kan worden gehecht. Erasmus heeft er verder terecht op gewezen dat aan de verklaring van [naam 4] ook weinig waarde kan worden gehecht, omdat [naam 4] een van de oprichters van Percuros is en wordt verdacht van dezelfde ‘spookdetacheringen’ als [verweerster] . Wat resteert is dus het gastvrijheidsovereenkomst en de algemene verklaring van [verweerster] tijdens de mondelinge behandeling. 2.27. Dat vindt de kantonrechter onvoldoende. Als [verweerster] daadwerkelijk een jaar lang in Duitsland zou zijn geweest, moet de detachering (ook na zes jaar) nog op vele andere manieren te onderbouwen zijn, zoals [verweerster] ook onderkent in haar verweerschrift (alinea 50). [verweerster] had bijvoorbeeld de volgende onderbouwing kunnen geven: een beschrijving van het kantoor en de werkdagen; een beschrijving van de onderzoeksresultaten die ze heeft geboekt; een beschrijving van de manier waarop ze haar vrije tijd indeelde; bonnetjes van uitgaven van haarzelf, of haar vriend in die periode; appjes of mails aan collega’s, vrienden of familie, waaruit blijkt dat ze in het buitenland is; foto’s uit die periode; pintransacties uit die periode; het adres waar ze verbleef of een omschrijving van het onderkomen; een verklaring van de persoon bij wie ze verbleef; de namen van de lokale personen met wie ze heeft samengewerkt; een verklaring van lokale personen met wie ze heeft samengewerkt. 2.28. Al die mogelijke onderbouwing heeft [verweerster] niet gegeven. Zij heeft ook niet toegelicht waarom zij dat niet heeft gedaan. De kantonrechter concludeert daarom dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststaat dat de detachering van [verweerster] naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden. Voor de detachering naar Italië is er meer onderbouwing 2.29. Voor de detachering naar Italië heeft EY meer onderbouwing ontvangen (pagina 60 EY-rapport). Het gaat om drie vliegtickets, enkele bonnetjes van maaltijden en drankjes, een detacheringsovereenkomst en een ‘proof of work’. De kantonrechter stelt voorop dat zij ook over al deze documenten niet beschikt, omdat [verweerster] die niet bij haar verweer heeft overgelegd. Uit het EY-rapport maakt zij het volgende op. 2.30. Het eerste vliegticket is voor een vlucht van Amsterdam naar Bologna op 24 december 2018. Dat is enkele dagen voor de doorgegeven start van de detachering op 1 januari 2019. Het tweede ticket is voor een vlucht van Bologna naar Amsterdam op 4 mei 2019. Dat was enkele dagen na het einde van de eerste detacheringsperiode op 30 april 2019.
Volledig
Het derde ticket is weer voor een vlucht van Amsterdam naar Bologna op 19 juli 2019. Dat is weer enkele dagen voor de start van de tweede detacheringsperiode op 1 augustus 2019. Bologna is overigens niet in de buurt van Nemi, waar [verweerster] gedetacheerd was, maar daar ongeveer 400 kilometer vandaan. Volgens [verweerster] ging zij eerst bij familie langs en ging zij daarna met de auto naar Nemi. 2.31. Verder heeft EY bonnetjes gezien van maaltijden en drankjes in Nemi. Het gaat om bonnetjes uit drie korte periodes die elk vallen binnen een van de drie doorgegeven detacheringsperiodes (2.10): 19 en 20 februari 2019, 28 en 30 augustus 2019 en 18 tot 23 januari 2020. 2.32. Ook heeft EY een ‘proof of work’ gezien. Daarin zou een toelichting staan van de uitgevoerde werkzaamheden. EY schrijft daarover: “ Het document beschrijft dat Universitair hoofddocent Radiologie gesprekken heeft gevoerd met twee personen die borstkanker hebben. Universitair hoofddocent Radiologie heeft tevens een stoppen-met-roken programma opgezet voor een roker. Universitair hoofddocent Radiologie heeft in het kader van de uitwisseling -volgens mededeling- onderzoek gedaan om inzicht te krijgen in het proces van patiëntenzorg, van behandeling tot nazorg na de operatie. ” 2.33. Ten slotte heeft EY een detacheringsovereenkomst of uitwisselingsovereenkomst gezien, tussen [verweerster] en Augeas. 2.34. De heer [naam 4] heeft verklaard dat [verweerster] naar Augeas gedetacheerd is geweest, maar dat die detachering al na korte tijd gestopt is, omdat de EU het bedrijf niet goedkeurde. Erasmus heeft onbetwist gesteld dat die verklaring niet kan kloppen, omdat de subsidie pas is afgewezen in november 2021, anderhalf jaar na het einde van de detachering. 2.35. De kantonrechter vindt wat [verweerster] heeft aangeleverd nog steeds een te beperkte onderbouwing van een detachering van acht maanden, die op het moment dat het onderzoek begon nog geen vier jaar geleden was. Zij vindt wel voldoende onderbouwd dat [verweerster] in ieder geval in Nemi is geweest. Er zou een bewijsopdracht voor nodig zijn om te kunnen vaststellen of [verweerster] daadwerkelijk acht maanden lang bij Augeas is geweest, of zoals Erasmus tijdens de zitting heeft gesuggereerd, hoogstens tijdens een paar korte bezoeken. De kantonrechter vindt dit niet nodig. Hiervoor is geoordeeld dat vaststaat dat [verweerster] niet in Duitsland is geweest. Dat oordeel op zich is al voldoende voor het ontbinden van de arbeidsovereenkomst. Op de overige gedragingen gaat de kantonrechter niet in 2.36. Het is in deze procedure ook nog gegaan over vier incidenten tijdens het dienstverband. Erasmus heeft tijdens de zitting aangevoerd dat deze niet bedoeld zijn als zelfstandige grondslag voor het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar slechts ter illustratie van het handelen van [verweerster] . De kantonrechter vindt het daarom niet nodig om hier op in te gaan. Het verwijtbare handelen van [verweerster] vormt een redelijke grond voor ontbinding 2.37. In deze procedure staat dus in ieder geval vast dat de detachering naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden, terwijl [verweerster] dat wel consequent heeft beweerd. De kantonrechter oordeelt dat dit handelen van [verweerster] dermate verwijtbaar is dat het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Overigens heeft [verweerster] in deze procedure ook niet gesteld dat dit handelen (als het zou komen vast te staan) niet (ernstig) verwijtbaar is. 2.38. De belangrijkste reden is dat [verweerster] niet integer is geweest. Het is voor Erasmus niet meer mogelijk om op haar te vertrouwen. Erasmus kan er niet van op aan dat zij op een juiste manier omgaat met de verantwoordelijke functie die zij bij Erasmus heeft en kan er niet van op aan dat zij de waarheid spreekt. 2.39. Ook is van belang dat Erasmus onbetwist gesteld heeft dat [verweerster] veel ervaring had met het werken in gesubsidieerde onderzoeksprojecten. Zij wist dus dat ze daadwerkelijk fulltime gedetacheerd moest worden om in aanmerking te komen voor de subsidie. Zij heeft dan ook bewust de EU om de tuin geleid. 2.40. Verder weegt de kantonrechter mee dat [verweerster] gedurende het onderzoek en in deze procedure geen openheid van zaken heeft gegeven. Zij heeft vastgehouden aan haar standpunt. Aangezien de kantonrechter oordeelt dat detachering van [verweerster] naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden, betekent dit dat zij onterecht steeds in dat standpunt heeft volhard. 2.41. De kantonrechter weegt ook mee dat [verweerster] de reputatie van Erasmus op het spel heeft gezet. Erasmus heeft door medewerking van [verweerster] gemeenschapsgeld ontvangen waar zij eigenlijk geen recht op had. Dit is schadelijk voor de reputatie van Erasmus. [verweerster] kan niet worden herplaatst 2.42. Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] ligt het niet voor de hand dat [verweerster] kan worden herplaatst (artikel 7:669 lid 1 BW). Er geldt een opzegverbod maar er wordt toch ontbonden 2.43. [verweerster] is op dit moment arbeidsongeschikt. Daarom geldt het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW). De ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft echter niets te maken met de ziekte van [verweerster] , maar met haar verwijtbare handelen voordat zij ziek werd (artikel 7:671b lid 2 en lid 6 onder a BW). De arbeidsovereenkomst eindigt op 17 maart 2026 2.44. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op de datum van deze beschikking (artikel 7:671b lid 9 BW). Daarbij is geen rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van de procedure omdat naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] . Het moet ook voor [verweerster] zelf duidelijk zijn geweest dat het op deze manier frauderen en misbruik maken van gemeenschapsgeld absoluut onacceptabel is. Dat geldt nog meer omdat zij veel ervaring had met het werken binnen gesubsidieerde onderzoeksprojecten. Erasmus hoeft geen transitievergoeding te betalen 2.45. Erasmus hoeft geen transitievergoeding aan [verweerster] te betalen omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] (artikel 7:673 lid 7 BW). Hiervoor is al uitgelegd waarom dat zo is. Erasmus hoeft geen ‘cumulatievergoeding’ te betalen 2.46. De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden op de i-grond. Het voorwaardelijke verzoek om een extra vergoeding hoeft dus niet beoordeeld te worden (artikel 7:671b lid 8 BW). Erasmus hoeft geen billijke vergoeding te betalen 2.47. De kantonrechter kent aan [verweerster] geen billijke vergoeding toe. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:671b lid 9 onder c BW). Dat is hier niet zo. De arbeidsovereenkomst wordt namelijk juist ontbonden vanwege het verwijtbare handelen van [verweerster] . Erasmus hoeft het INTRABRAIN-project niet terug te geven 2.48. [verweerster] verzoekt de kantonrechter om Erasmus te veroordelen om het INTRABRAIN-project aan haar terug te geven. Dat verzoek gaat uit van de veronderstelling dat het dienstverband blijft bestaan. Omdat dat niet het geval is wordt dit verzoek afgewezen. Erasmus hoeft het persbericht niet te rectificeren 2.49. Erasmus heeft in juli 2025 een persbericht op haar website geplaatst met de titel ‘Erasmus MC betaalt subsidiegeld terug na onderzoek’. Daarin staat als reden: “ Uit het onderzoek is gebleken dat bij een aantal EU-projecten van de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde van een aantal detacheringen niet vastgesteld kan worden dat deze daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Het gaat om projecten waarvoor een totale waarde van € 335.000 aan Europese subsidies is ontvangen. Dit is onacceptabel en druist in tegen de kernwaarden van Erasmus MC. Erasmus MC informeert de EU over het extern onderzoek en de ontvangen subsidies worden terugbetaald. ” 2.50. [verweerster] wil dat dit persbericht wordt gerectificeerd. Dat verzoek wordt afgewezen, omdat niet vast staat dat er onjuiste of onvolledige informatie in dat bericht staat.
Volledig
Het derde ticket is weer voor een vlucht van Amsterdam naar Bologna op 19 juli 2019. Dat is weer enkele dagen voor de start van de tweede detacheringsperiode op 1 augustus 2019. Bologna is overigens niet in de buurt van Nemi, waar [verweerster] gedetacheerd was, maar daar ongeveer 400 kilometer vandaan. Volgens [verweerster] ging zij eerst bij familie langs en ging zij daarna met de auto naar Nemi. 2.31. Verder heeft EY bonnetjes gezien van maaltijden en drankjes in Nemi. Het gaat om bonnetjes uit drie korte periodes die elk vallen binnen een van de drie doorgegeven detacheringsperiodes (2.10): 19 en 20 februari 2019, 28 en 30 augustus 2019 en 18 tot 23 januari 2020. 2.32. Ook heeft EY een ‘proof of work’ gezien. Daarin zou een toelichting staan van de uitgevoerde werkzaamheden. EY schrijft daarover: “ Het document beschrijft dat Universitair hoofddocent Radiologie gesprekken heeft gevoerd met twee personen die borstkanker hebben. Universitair hoofddocent Radiologie heeft tevens een stoppen-met-roken programma opgezet voor een roker. Universitair hoofddocent Radiologie heeft in het kader van de uitwisseling -volgens mededeling- onderzoek gedaan om inzicht te krijgen in het proces van patiëntenzorg, van behandeling tot nazorg na de operatie. ” 2.33. Ten slotte heeft EY een detacheringsovereenkomst of uitwisselingsovereenkomst gezien, tussen [verweerster] en Augeas. 2.34. De heer [naam 4] heeft verklaard dat [verweerster] naar Augeas gedetacheerd is geweest, maar dat die detachering al na korte tijd gestopt is, omdat de EU het bedrijf niet goedkeurde. Erasmus heeft onbetwist gesteld dat die verklaring niet kan kloppen, omdat de subsidie pas is afgewezen in november 2021, anderhalf jaar na het einde van de detachering. 2.35. De kantonrechter vindt wat [verweerster] heeft aangeleverd nog steeds een te beperkte onderbouwing van een detachering van acht maanden, die op het moment dat het onderzoek begon nog geen vier jaar geleden was. Zij vindt wel voldoende onderbouwd dat [verweerster] in ieder geval in Nemi is geweest. Er zou een bewijsopdracht voor nodig zijn om te kunnen vaststellen of [verweerster] daadwerkelijk acht maanden lang bij Augeas is geweest, of zoals Erasmus tijdens de zitting heeft gesuggereerd, hoogstens tijdens een paar korte bezoeken. De kantonrechter vindt dit niet nodig. Hiervoor is geoordeeld dat vaststaat dat [verweerster] niet in Duitsland is geweest. Dat oordeel op zich is al voldoende voor het ontbinden van de arbeidsovereenkomst. Op de overige gedragingen gaat de kantonrechter niet in 2.36. Het is in deze procedure ook nog gegaan over vier incidenten tijdens het dienstverband. Erasmus heeft tijdens de zitting aangevoerd dat deze niet bedoeld zijn als zelfstandige grondslag voor het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar slechts ter illustratie van het handelen van [verweerster] . De kantonrechter vindt het daarom niet nodig om hier op in te gaan. Het verwijtbare handelen van [verweerster] vormt een redelijke grond voor ontbinding 2.37. In deze procedure staat dus in ieder geval vast dat de detachering naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden, terwijl [verweerster] dat wel consequent heeft beweerd. De kantonrechter oordeelt dat dit handelen van [verweerster] dermate verwijtbaar is dat het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Overigens heeft [verweerster] in deze procedure ook niet gesteld dat dit handelen (als het zou komen vast te staan) niet (ernstig) verwijtbaar is. 2.38. De belangrijkste reden is dat [verweerster] niet integer is geweest. Het is voor Erasmus niet meer mogelijk om op haar te vertrouwen. Erasmus kan er niet van op aan dat zij op een juiste manier omgaat met de verantwoordelijke functie die zij bij Erasmus heeft en kan er niet van op aan dat zij de waarheid spreekt. 2.39. Ook is van belang dat Erasmus onbetwist gesteld heeft dat [verweerster] veel ervaring had met het werken in gesubsidieerde onderzoeksprojecten. Zij wist dus dat ze daadwerkelijk fulltime gedetacheerd moest worden om in aanmerking te komen voor de subsidie. Zij heeft dan ook bewust de EU om de tuin geleid. 2.40. Verder weegt de kantonrechter mee dat [verweerster] gedurende het onderzoek en in deze procedure geen openheid van zaken heeft gegeven. Zij heeft vastgehouden aan haar standpunt. Aangezien de kantonrechter oordeelt dat detachering van [verweerster] naar Duitsland niet heeft plaatsgevonden, betekent dit dat zij onterecht steeds in dat standpunt heeft volhard. 2.41. De kantonrechter weegt ook mee dat [verweerster] de reputatie van Erasmus op het spel heeft gezet. Erasmus heeft door medewerking van [verweerster] gemeenschapsgeld ontvangen waar zij eigenlijk geen recht op had. Dit is schadelijk voor de reputatie van Erasmus. [verweerster] kan niet worden herplaatst 2.42. Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] ligt het niet voor de hand dat [verweerster] kan worden herplaatst (artikel 7:669 lid 1 BW). Er geldt een opzegverbod maar er wordt toch ontbonden 2.43. [verweerster] is op dit moment arbeidsongeschikt. Daarom geldt het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW). De ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft echter niets te maken met de ziekte van [verweerster] , maar met haar verwijtbare handelen voordat zij ziek werd (artikel 7:671b lid 2 en lid 6 onder a BW). De arbeidsovereenkomst eindigt op 17 maart 2026 2.44. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op de datum van deze beschikking (artikel 7:671b lid 9 BW). Daarbij is geen rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van de procedure omdat naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] . Het moet ook voor [verweerster] zelf duidelijk zijn geweest dat het op deze manier frauderen en misbruik maken van gemeenschapsgeld absoluut onacceptabel is. Dat geldt nog meer omdat zij veel ervaring had met het werken binnen gesubsidieerde onderzoeksprojecten. Erasmus hoeft geen transitievergoeding te betalen 2.45. Erasmus hoeft geen transitievergoeding aan [verweerster] te betalen omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] (artikel 7:673 lid 7 BW). Hiervoor is al uitgelegd waarom dat zo is. Erasmus hoeft geen ‘cumulatievergoeding’ te betalen 2.46. De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden op de i-grond. Het voorwaardelijke verzoek om een extra vergoeding hoeft dus niet beoordeeld te worden (artikel 7:671b lid 8 BW). Erasmus hoeft geen billijke vergoeding te betalen 2.47. De kantonrechter kent aan [verweerster] geen billijke vergoeding toe. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:671b lid 9 onder c BW). Dat is hier niet zo. De arbeidsovereenkomst wordt namelijk juist ontbonden vanwege het verwijtbare handelen van [verweerster] . Erasmus hoeft het INTRABRAIN-project niet terug te geven 2.48. [verweerster] verzoekt de kantonrechter om Erasmus te veroordelen om het INTRABRAIN-project aan haar terug te geven. Dat verzoek gaat uit van de veronderstelling dat het dienstverband blijft bestaan. Omdat dat niet het geval is wordt dit verzoek afgewezen. Erasmus hoeft het persbericht niet te rectificeren 2.49. Erasmus heeft in juli 2025 een persbericht op haar website geplaatst met de titel ‘Erasmus MC betaalt subsidiegeld terug na onderzoek’. Daarin staat als reden: “ Uit het onderzoek is gebleken dat bij een aantal EU-projecten van de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde van een aantal detacheringen niet vastgesteld kan worden dat deze daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Het gaat om projecten waarvoor een totale waarde van € 335.000 aan Europese subsidies is ontvangen. Dit is onacceptabel en druist in tegen de kernwaarden van Erasmus MC. Erasmus MC informeert de EU over het extern onderzoek en de ontvangen subsidies worden terugbetaald. ” 2.50. [verweerster] wil dat dit persbericht wordt gerectificeerd. Dat verzoek wordt afgewezen, omdat niet vast staat dat er onjuiste of onvolledige informatie in dat bericht staat.