Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-18
ECLI:NL:RBROT:2026:2943
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,659 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2943 text/xml public 2026-04-10T10:19:16 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-18 C/10/711953 / HA ZA 25-1113 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2943 text/html public 2026-04-10T10:18:52 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2943 Rechtbank Rotterdam , 18-03-2026 / C/10/711953 / HA ZA 25-1113 Vonnis in incidenten. De incidentele vordering tot voeging van een partij wordt toegewezen. De voegende partij heeft voldoende gesteld dat zij een belang heeft bij de uitkomst van de hoofdzaak, in verband met de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze uitkomst voor haar kan hebben. Aangezien volledige toewijzing van de vorderingen van de eisende partij in de hoofdzaak in het incident tot afschrift en inzage ertoe leidt dat de eisende partij in de hoofdzaak afschrift van en inzage in alle in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens krijgt en zij die gegevens mogelijk kan gebruiken om haar vorderingen in de hoofdzaak – waarover de voegende partij dus voldoende heeft gesteld dat zij bij de uitkomst daarvan belang heeft – te onderbouwen, heeft de voegende partij ook voldoende belang bij de uitkomst van het incident tot afschrift en inzage. De omstandigheid dat de voeging mogelijk tot enige vertraging van de hoofdzaak en/of het incident tot afschrift en inzage zal leiden, staat niet aan toewijzing van de voeging in de weg. De incidentele vordering tot afschrift van en inzage in gegevens wordt verwezen naar de rol voor antwoord in het incident van de voegende partij en het plannen van een mondelinge behandeling in het incident. RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/711953 / HA ZA 25-1113 Vonnis in incidenten van 18 maart 2026 in de zaak van DIESEKO GROUP B.V. , statutaire vestigingsplaats: Sliedrecht, eisende partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident tot afschrift en inzage, verwerende partij in het voegingsincident, advocaten: mrs. H.W. van der Kaaij en S. Tigu, tegen IQIP B.V. , statutaire vestigingsplaats: Sliedrecht, gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in de incidenten, advocaten: mrs. P. van Gemert, A.M. van der Wal en E.M. Stok, en in welke zaak zich wil voegen [bedrijf X] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , eisende partij in het voegingsincident, advocaten: mrs. R. Dijkstra en S.G. Peters. Partijen worden hierna Dieseko, IQIP en [bedrijf X] genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens incidentele vordering tot inzage van 9 december 2025, met bijlagen 1 tot en met 24; de incidentele conclusie houdende verzoek tot voeging in het incident en in de hoofdzaak van [bedrijf X] , met bijlage TGS01; de conclusie van antwoord in het incident ex art 195 Rv van IQIP, met bijlagen GP1 tot en met GP8; het B7-formulier voor de rol van 7 januari 2026 van IQIP, waarin onder meer wordt verzocht om een mondelinge behandeling in het incident tot afschrift en inzage; de conclusie van antwoord in het voegingsincident van Dieseko, met bijlagen 25 en 26; de conclusie van antwoord in het voegingsincident ex art 217 Rv van IQIP. 2 Het geschil in de hoofdzaak en in de incidenten Waar gaat de hoofdzaak over? 2.1. Dieseko stelt – samengevat weergegeven en voor zover nu van belang – het volgende. In 2018 is Allpacks International B.V. (‘Allpacks’) failliet gegaan. De activa in de failliete boedel van Allpacks zijn onder andere aan Dieseko, IQIP en [bedrijf X] aangeboden. Dieseko heeft vervolgens onder meer alle know-how, IE-rechten, goodwill en het klanten- en relatiebestand van Allpacks overgenomen. Dieseko vermoedt echter dat [bedrijf X] op onrechtmatige wijze aan ontwerptekeningen en -berekeningen van Allpacks is gekomen: ofwel doordat een aantal voormalig medewerkers van Allpacks, die na het faillissement van Allpacks naar [bedrijf X] zijn overgestapt, die tekeningen en -berekeningen naar [bedrijf X] hebben meegenomen, ofwel doordat [bedrijf X] die tekeningen en -berekeningen uit de dataroom in het kader van een due diligence-onderzoek naar Allpacks heeft gekopieerd. Dieseko denkt dat [bedrijf X] de ontwerptekeningen en -berekeningen aan IQIP heeft doorverkocht. Volgens Dieseko heeft de CEO van IQIP dit aan Dieseko bevestigd. Dieseko stelt ook dat IQIP op haar website trilblokken te koop aanbiedt, die – heel voorzichtig gezegd – heel veel overeenkomsten vertonen met de trilblokken die gemaakt kunnen worden met de ontwerptekeningen en -berekeningen. Naar de mening van Dieseko maakt IQIP dan ook gebruik van de onrechtmatig verkregen ontwerptekeningen en -berekeningen, althans de knowhow, uit de failliete boedel van Allpacks die toebehoren aan Dieseko. Dieseko stelt zich op het standpunt dat IQIP daarmee onrechtmatig handelt tegenover Dieseko. In verband hiermee heeft Dieseko in de hoofdzaak verschillende vorderingen tegen IQIP ingesteld. 2.2. IQIP heeft nog niet op de vorderingen van Dieseko in de hoofdzaak gereageerd. Waar gaat het incident tot afschrift en inzage over? 2.3. Dieseko heeft IQIP voorafgaand aan deze procedure verzocht om afschrift te geven van gegevens met betrekking tot de transactie die IQIP met [bedrijf X] heeft gesloten ten aanzien van de ontwerptekeningen en -berekeningen van Allpacks. Dit verzoek is meermaals door IQIP van de hand gewezen. Dieseko heeft vervolgens verlof verzocht en gekregen om conservatoir bewijsbeslag te laten leggen op – onder meer – de tekeningen en berekeningen waarmee IQIP haar trilblokken aanbiedt en op de markt brengt. De deurwaarder heeft daarna beslag gelegd op gegevens van IQIP. Dieseko vordert in het incident tot afschrift en inzage afschrift van en inzage in die gegevens. 2.4. IQIP concludeert in het incident tot afschrift en inzage tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vorderingen van Dieseko. Waar gaat het voegingsincident over? 2.5. [bedrijf X] vordert in het voegingsincident om haar toe te laten zich aan de kant van IQIP te voegen in het incident tot afschrift van en inzage in de door het conservatoir bewijsbeslag getroffen gegevens en in de hoofdzaak. Daaraan legt [bedrijf X] ten grondslag dat zij feitelijk of juridisch nadelige gevolgen kan ondervinden in het geval van toewijzing van de door Dieseko ingestelde vorderingen, omdat IQIP [bedrijf X] aansprakelijk zou kunnen houden door een beroep te doen op artikel 6.2 van een tussen [bedrijf X] en IQIP gesloten overeenkomst van 28 maart 2024. Dat artikel luidt: “ warrants that it holds full and unencumbered title to all the Assets, that the Assets do not infringe on any intellectual property rights of third parties, and that no litigation is threatened or pending in relation to the Assets. ”. 2.6. Dieseko concludeert tot afwijzing van de vordering van [bedrijf X] . Daaraan legt Dieseko – sterk samengevat weergegeven – ten grondslag dat (i) [bedrijf X] de eventuele nadelige gevolgen die zij ondervindt van een voor IQIP negatieve uitspraak in het incident tot afschrift en inzage onvoldoende heeft gesteld, (ii) [bedrijf X] onvoldoende belang heeft bij haar incidentele vordering tot voeging en bij de procedure in de hoofdzaak en (iii) de procedure in de hoofdzaak en het incident tot afschrift en inzage onnodig wordt vertraagd. 2.7. IQIP concludeert tot toewijzing van de vordering van [bedrijf X] . 3 De beoordeling in de incidenten Het voegingsincident 3.1. De rechtbank ziet aanleiding om eerst op het voegingsincident te beslissen. Die beslissing is immers van belang voor de verder te volgen procedure en uiteindelijk te nemen beslissing in het incident tot afschrift en inzage. 3.2. Artikel 217 Rv bepaalt dat een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Voldoende is – kort gezegd – een belang bij de uitkomst van de procedure, in verband met de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze uitkomst kan hebben.
Volledig
Het standpunt van Dieseko dat de enkele vrees dat sprake kan zijn van nadelige gevolgen die zouden kunnen intreden onvoldoende is voor een partij om zich te kunnen voegen, volgt de rechtbank niet. De rechtsoverweging van de uitspraak waar Dieseko in dit verband naar verwijst, betreft geen oordeel van de Hoge Raad maar een samenvatting van het middel dat in die uitspraak aan de Hoge Raad ter beoordeling is voorgelegd. De Hoge Raad oordeelt verderop in die uitspraak, zoals hiervoor al geparafraseerd is overwogen, dat voor voeging voldoende is “ dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt ” (onderstreping aangebracht door de rechtbank). De enkele mogelijkheid dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen zal ondervinden, is dus al voldoende om een vordering tot voeging toe te wijzen. 3.3. De rechtbank staat [bedrijf X] toe om zich in de hoofdzaak en in het incident tot afschrift en inzage aan de kant van IQIP te voegen. [bedrijf X] heeft voldoende gesteld dat zij een belang heeft bij de uitkomst van de hoofdzaak, in verband met de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze uitkomst voor haar kan hebben. [bedrijf X] stelt immers dat toewijzing van de door Dieseko ingestelde vorderingen in de hoofdzaak ertoe zou kunnen leiden dat IQIP [bedrijf X] aansprakelijk houdt door een beroep te doen op artikel 6.2 van een tussen [bedrijf X] en IQIP gesloten “Asset Purchase Agreement”. Hoewel de tekst van deze overeenkomst grotendeels is zwartgelakt en niet duidelijk is of in die overeenkomst bijvoorbeeld boetebepalingen zijn opgenomen, blijkt uit de overeenkomst wel dat [bedrijf X] bepaalde Assets aan IQIP heeft verkocht en dat [bedrijf X] daarbij – kort gezegd – heeft gegarandeerd dat zij alle rechten met betrekking tot die Assets bezit en dat de Assets geen inbreuk maken op IE-rechten van derden. Deze bepaling en het feit dat Dieseko in de hoofdzaak stelt dat IQIP onrechtmatig gebruik maakt van in eigendom aan Dieseko toebehorende ontwerptekeningen en -berekeningen en dat Dieseko vermoedt dat IQIP die tekeningen en berekeningen van [bedrijf X] heeft verkregen, maken dat [bedrijf X] voldoende heeft gesteld dat zij belang heeft bij de uitkomst van de hoofdzaak. Aangezien volledige toewijzing van de vorderingen van Dieseko in het incident tot afschrift en inzage ertoe leidt dat Dieseko afschrift van en inzage in alle in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens krijgt en zij die gegevens mogelijk kan gebruiken om haar vorderingen in de hoofdzaak – waarover [bedrijf X] dus voldoende heeft gesteld dat zij bij de uitkomst daarvan belang heeft – te onderbouwen, heeft [bedrijf X] ook voldoende belang bij de uitkomst van het incident tot afschrift en inzage. De omstandigheid dat de voeging mogelijk tot enige vertraging van de hoofdzaak en/of het incident tot afschrift en inzage zal leiden, staat niet aan toewijzing van de voeging in de weg. 3.4. Dieseko is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het voegingsincident betalen. De proceskosten in het voegingsincident van IQIP en [bedrijf X] worden voor ieder van hen begroot op: - salaris advocaat € 653,00 (één punt × tarief II) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 842,00 3.5. De door IQIP gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3.6. De proceskostenveroordeling en de veroordeling om daar ten aanzien van IQIP wettelijke rente over te betalen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het incident tot afschrift en inzage 3.7. Aangezien het [bedrijf X] wordt toegestaan om zich in het incident tot afschrift en inzage aan de kant van IQIP te voegen, mag [bedrijf X] nog op de vorderingen van Dieseko in dat incident reageren. De zaak wordt daarom naar de rol verwezen voor het nemen van een conclusie van antwoord in het incident van [bedrijf X] . Als [bedrijf X] in dit verband wil volstaan met het onderschrijven van de inhoud van de conclusie van antwoord in het incident ex art 195 Rv van IQIP, kan [bedrijf X] dit in een korte conclusie vermelden. 3.8. De rechtbank constateert verder dat IQIP in het incident tot afschrift en inzage om een mondelinge behandeling heeft verzocht. Ook in een incident moeten de partijen desverlangd de gelegenheid krijgen om zich nog mondeling over de zaak uit te laten. De rechtbank ziet geen redenen om het verzoek af te wijzen. Gelet hierop wordt op een nader te bepalen datum een mondelinge behandeling in het incident tot afschrift en inzage gehouden. De zaak wordt daartoe nu eerst naar de rol verwezen voor opgave van de verhinderdata van partijen voor de dan komende zeven maanden. 4 De beslissing De rechtbank: in het voegingsincident 4.1. staat [bedrijf X] toe om zich in de zaak met zaaknummer C/10/711953 / HA ZA 25-1113 te voegen aan de kant van IQIP, zowel in de hoofdzaak als in het incident tot afschrift en inzage; 4.2. veroordeelt Dieseko in de proceskosten van [bedrijf X] van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dieseko de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dieseko € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; 4.3. veroordeelt Dieseko in de proceskosten van IQIP van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dieseko de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dieseko € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; 4.4. veroordeelt Dieseko in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de in 4.3. bedoelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 4.5. verklaart de veroordelingen in 4.2., 4.3. en 4.4. uitvoerbaar bij voorraad; in het incident tot afschrift en inzage 4.6. verwijst de zaak naar de rol van 1 april 2026 voor opgave verhinderdata van alle partijen over de periode van 1 april 2026 tot 1 november 2026; 4.7. verwijst de zaak naar de rol van 29 april 2026 voor conclusie van antwoord in het incident van [bedrijf X] ; 4.8. houdt iedere verdere beslissing aan; in de hoofdzaak 4.9. houdt iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026. 3349 / 2459 HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, r.o. 5.3. HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, r.o. 5.2. Artikel 208 lid 1, tweede volzin, Rv in combinatie met artikel 87 lid 8 Rv. Zie ook HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:840, r.o. 3.6.