Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-09
ECLI:NL:RBROT:2026:2915
Bestuursrecht
Proces-verbaal
2,342 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2915 text/xml public 2026-05-01T10:17:18 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 ROT 26/373 Uitspraak Proces-verbaal NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2915 text/html public 2026-05-01T09:57:54 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2915 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / ROT 26/373 Voorlopige voorziening; mondelinge uitspraak. Inzageverzoek persoonsgegevens en dossier. Spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verzoek afgewezen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/373 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. D.J.J. Straver). Inleiding 1.1. Verzoeker heeft op 28 november 2025 verzocht om inzage in de over hem verwerkte persoonsgegevens en om inzage in zijn dossier. Het college heeft met een besluit van 18 december 2025 aan verzoeker een kopie van zijn dossier verstrekt. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft mr. W. Breure namens het college deelgenomen. Verzoeker heeft zich afgemeld voor de zitting. 1.4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Verzoeker heeft op 28 november 2025 verzocht om inzage in de over hem verwerkte persoonsgegevens en om inzage in zijn dossier. Op 18 december 2025 heeft het college, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, aan verzoeker een kopie van zijn dossier verstrekt. Het betreft het Wmo-dossier afkomstig van het Wijkteam IJsselmonde-Zuid. Verzoeker is het niet eens met de afhandeling van zijn verzoek. Verzoeker wil met het verzoek om een voorlopige voorziening onder andere bereiken dat de voorzieningenrechter het college beveelt om onverwijld en volledig aan zijn verzoek te voldoen. 3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar of het beroep niet kan worden afgewacht. 4. Verzoeker voert aan dat het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat hij hoger beroep heeft ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over zijn recht op een Ziektewet-uitkering. Verzoeker moet deze procedure nu voeren met een informatieachterstand. 5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De procedure bij de Centrale Raad van Beroep kan nog lang duren. Niet gebleken is dat er al een zittingsdatum bekend is gemaakt. De maatregelen waar verzoeker om verzoekt, hebben overigens geen voorlopig karakter. De voorzieningenrechter overweegt verder nog het volgende. Voor zover het verzoek van 28 november 2025 is gebaseerd op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), is van belang dat het college met een besluit van 13 januari 2026 inzage heeft gegeven in over verzoeker verwerkte persoonsgegevens. Het lijkt hierbij mede te gaan om de persoonsgegevens waarop verzoeker doelt in zijn verzoek van 28 november 2025. Verzoeker wenst ook een gedetailleerd overzicht van alle uitgevoerde activiteiten en interventies en een volledige reconstructie van alle verrichte handelingen, maar daarvoor is het inzagerecht op grond van de AVG niet bedoeld. Voor zover verzoeker meent dat de op 18 december 2025 ontvangen kopie van zijn Wmo-dossier onvolledig is, oordeelt de voorzieningenrechter dat dit in deze procedure niet aannemelijk is geworden. Conclusie en gevolgen 6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 7. De voorzieningenrechter heeft erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026 door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2915 text/xml public 2026-05-01T10:17:18 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 ROT 26/373 Uitspraak Proces-verbaal NL Rotterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2915 text/html public 2026-05-01T09:57:54 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2915 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / ROT 26/373 Voorlopige voorziening; mondelinge uitspraak. Inzageverzoek persoonsgegevens en dossier. Spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verzoek afgewezen. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/373 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. D.J.J. Straver). Inleiding 1.1. Verzoeker heeft op 28 november 2025 verzocht om inzage in de over hem verwerkte persoonsgegevens en om inzage in zijn dossier. Het college heeft met een besluit van 18 december 2025 aan verzoeker een kopie van zijn dossier verstrekt. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft mr. W. Breure namens het college deelgenomen. Verzoeker heeft zich afgemeld voor de zitting. 1.4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Verzoeker heeft op 28 november 2025 verzocht om inzage in de over hem verwerkte persoonsgegevens en om inzage in zijn dossier. Op 18 december 2025 heeft het college, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, aan verzoeker een kopie van zijn dossier verstrekt. Het betreft het Wmo-dossier afkomstig van het Wijkteam IJsselmonde-Zuid. Verzoeker is het niet eens met de afhandeling van zijn verzoek. Verzoeker wil met het verzoek om een voorlopige voorziening onder andere bereiken dat de voorzieningenrechter het college beveelt om onverwijld en volledig aan zijn verzoek te voldoen. 3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar of het beroep niet kan worden afgewacht. 4. Verzoeker voert aan dat het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat hij hoger beroep heeft ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over zijn recht op een Ziektewet-uitkering. Verzoeker moet deze procedure nu voeren met een informatieachterstand. 5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De procedure bij de Centrale Raad van Beroep kan nog lang duren. Niet gebleken is dat er al een zittingsdatum bekend is gemaakt. De maatregelen waar verzoeker om verzoekt, hebben overigens geen voorlopig karakter. De voorzieningenrechter overweegt verder nog het volgende. Voor zover het verzoek van 28 november 2025 is gebaseerd op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), is van belang dat het college met een besluit van 13 januari 2026 inzage heeft gegeven in over verzoeker verwerkte persoonsgegevens. Het lijkt hierbij mede te gaan om de persoonsgegevens waarop verzoeker doelt in zijn verzoek van 28 november 2025. Verzoeker wenst ook een gedetailleerd overzicht van alle uitgevoerde activiteiten en interventies en een volledige reconstructie van alle verrichte handelingen, maar daarvoor is het inzagerecht op grond van de AVG niet bedoeld. Voor zover verzoeker meent dat de op 18 december 2025 ontvangen kopie van zijn Wmo-dossier onvolledig is, oordeelt de voorzieningenrechter dat dit in deze procedure niet aannemelijk is geworden. Conclusie en gevolgen 6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 7. De voorzieningenrechter heeft erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026 door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.