Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-01-29
ECLI:NL:RBROT:2026:2658
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/9157 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen [Naam eiseres] , uit Diemen, eiseres (gemachtigde: [Naam 1] ), en De minister van Financiën, Belastingdienst/Bureau Economische Handhaving , verweerder (gemachtigde: mr. A.C.M. Kuijstermans). Procesverloop Verweerder heeft bij besluit van 8 mei 2024 (boetebesluit) aan eiseres een bestuurlijke boete van € 2.575,- opgelegd wegens overtreding van artikel 19, eerste lid, van de Handelsregisterwet 2007 (Hrw) in samenhang met artikel 15a van de Hrw. Eiseres heeft tegen het boetebesluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 11 september 2024 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het boetebesluit gehandhaafd. Op 3 oktober 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op 29 november 2024 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend. Partijen hebben de rechtbank bericht dat de zaak zonder zitting kan worden afgedaan, zodat uitspraak op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal worden gedaan op grond van de gedingstukken. Overwegingen Inleiding Verweerder heeft een onderzoek ingesteld naar de naleving van de Hrw door eiseres. Dit onderzoek heeft zich in het bijzonder gericht op de verplichting van eiseres om in het handelsregister de uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) te registreren. Bij brieven van 18 november 2021 en 7 maart 2022 heeft de Kamer van Koophandel (KvK) ondernemingen, waaronder eiseres, verzocht om hun UBO’s te registreren. Hiertoe zijn zij sinds 27 maart 2022 verplicht. Verweerder heeft geconstateerd dat eiseres de UBO(’s) niet heeft geregistreerd. Bij brief van 28 juni 2023 is eiseres daarom nogmaals verzocht zijn UBO(’s) te registeren. Daarnaast is op 8 februari 2024 en 19 februari 2024 geprobeerd eiseres telefonisch te benaderen. Dit is echter niet gelukt. Bij raadpleging van het UBO-register op 19 februari 2024 is gebleken dat eiseres nog steeds niet heeft voldaan aan haar verplichting om zijn UBO(’s) te registreren. Deze bevindingen heeft verweerder neergelegd in het onderzoeksrapport van 19 februari 2024. 4. Verweerder heeft op 5 maart 2024 het voornemen kenbaar gemaakt om aan eiseres een bestuurlijke boete van € 2.575,- op te leggen wegens de overtreding van de registratieverplichting. Besluitvorming 5. Bij boetebesluit van 8 mei 2024 heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete van € 2.575,- opgelegd wegens overtreding van artikel 47 van de Hrw door niet te voldoen aan artikel 19, eerste lid, van de Hrw in samenhang met artikel 15a van de Hrw. Bij het bestreden besluit van 11 september 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de opgelegde boete gehandhaafd. Beoordeling door de rechtbank 6. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke regelgeving en beleidsregels zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 7. Eiseres betoogt dat verweerder niet tot boeteoplegging over heeft kunnen gaan. Daartoe voert zij – samengevat weergegeven – het volgende aan. Deze onderneming en een aan eiseres gelieerde onderneming (de [naam onderneming 2] ) zijn door de gemachtigde in 2011 opgericht, echter later dat jaar heeft de gemachtigde door diverse onvoorziene (persoonlijke) omstandigheden moeten besluiten om in loondienst te gaan. Later heeft dit ertoe geleid dat de aan eiseres gelieerde onderneming is uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK. Dit was ook de bedoeling voor eiseres zelf. Door toedoen van de KvK is dit echter keer op keer niet gelukt. In beroep heeft eiseres meerdere ingediende klachten gericht aan de KvK overgelegd. Van belang is dat er sprake is van een niet-actieve onderneming. Daarnaast voert eiseres aan dat haar gemachtigde veelvuldig en langdurig in het buitenland is voor zijn werk en daardoor niet altijd tijdig kennis heeft kunnen nemen van brieven van verweerder of de KvK. Het is bovendien als ge