Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-13
ECLI:NL:RBROT:2026:2569
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,186 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2569 text/xml public 2026-04-09T12:50:49 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-13 11891224 CV EXPL 25-20151 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2569 text/html public 2026-04-09T12:50:24 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2569 Rechtbank Rotterdam , 13-03-2026 / 11891224 CV EXPL 25-20151 Verstrekking bruto-/nettospecificaties na dagvaarding, proceskostenveroordeling RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11891224 CV EXPL 25-20151 datum uitspraak: 13 maart 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiseres, gemachtigde: mr. K. Hoesenie, tegen [gedaagde] , die handelt onder de naam [bedrijf] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 12 september 2026, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de e-mail van [eiser] van 26 januari 2026; de akte van [eiser] met een wijziging van eis, met één bijlage. 1.2. [gedaagde] heeft, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd op de akte van [eiser] en heeft ook niet om uitstel gevraagd. 2 De beoordeling Wat is de kern van de zaak? 2.1. Tussen partijen heeft eerder een procedure bij deze rechtbank plaatsgevonden over (onder andere) betaling van achterstallig loon en het verstrekken van loonstroken van dat achterstallige loon door [gedaagde] aan [eiser] . In die procedure met zaaknummer 11438605 VV EXPL 24-606 hebben partijen uiteindelijk op de zitting van 16 januari 2025 afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een proces-verbaal. Onderdeel van die afspraken was dat [gedaagde] uiterlijk 1 april 2025 de ontbrekende loonstroken over 2024 en januari 2025 en een specificatie van de eindafrekening aan [eiser] zou verstrekken. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] dat niet gedaan. Daarom heeft [eiser] [gedaagde] gedagvaard en geëist dat zij die loonstroken (bruto-netto specificaties) alsnog verstrekt, op straffe van een dwangsom. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de eis van [eiser] . 2.2. [eiser] heeft in haar akte medegedeeld dat zij haar vordering tot het verstrekken van de bruto-netto specificaties en de daaraan gekoppelde dwangsom intrekt. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.3. Zolang nog geen eindvonnis is gewezen, kan een eiser zijn vordering verminderen, ook tot nihil, zonder dat daarvoor de toestemming van de gedaagde partij nodig is (artikel 129 Rv). Een intrekking van een vordering – zoals hier het geval is – is in beginsel op te vatten als een vermindering van eis tot nihil. Feiten of omstandigheden die meebrengen dat hierover in dit geval anders moet worden geoordeeld zijn niet gesteld of gebleken. Deze vermindering van de vordering tot nihil heeft tot gevolg dat geen verder processueel debat meer zal plaatsvinden over die vordering. Er zal dus alleen een beslissing worden gegeven over de proceskosten. 2.4. [eiser] heeft in haar akte gesteld dat zij [gedaagde] voorafgaand aan de procedure meerdere keren heeft gevraagd om de juiste bruto-netto specificaties, maar dat [gedaagde] die specificaties pas op 25 november 2025 aan [eiser] heeft verstrekt. [gedaagde] heeft dat verder niet meer betwist. Daarmee staat vast dat [gedaagde] alle juiste bruto-netto specificaties pas tijdens deze procedure alsnog aan [eiser] heeft verstrekt. [eiser] is dus terecht tot het starten van de onderhavige procedure overgegaan. Daarom komen de proceskosten voor rekening van [gedaagde] (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 90,- aan griffierecht, € 217,- aan salaris voor de gemachtigde en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 415,50. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiser] met een toevoeging procedeert en daarom geen dagvaardingskosten hoefde te betalen (artikel 40 Wet op de rechtsbijstand). Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.5. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 415,50; 3.2. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken. 44487