Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-04
ECLI:NL:RBROT:2026:2478
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,435 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:2478 text/xml public 2026-03-20T09:01:42 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-04 703784 HA ZA 25-618 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2478 text/html public 2026-03-20T08:59:59 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2478 Rechtbank Rotterdam , 04-03-2026 / 703784 HA ZA 25-618 Deze zaak gaat over de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen tussen eiser en gedaagde(n). De rechtbank komt tot het oordeel dat niet het geval is en wijst de vorderingen daarom af. RECHTBANK Rotterdam team handel en haven Zaaknummer: C/10/703784 / HA ZA 25-618 Vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van ALLURE BOUWSYSTEMEN B.V. , gevestigd te Vlaardingen, eiseres, advocaat: mr. M.M.A. Timmermans, tegen 1 [gedaagde 1] , gevestigd te Mijnsheerenland, 2 2. [gedaagde 2] , gevestigd te Klaaswaal, gedaagden, advocaat: mr. K.M. Plooij. Partijen worden hierna ook “Allure” en “ [gedaagden] ” genoemd. Gedaagden afzonderlijk worden hierna “ [gedaagde 1] ” en “ [gedaagde 2] ” genoemd. 1 De zaak in het kort 1.1. Deze zaak gaat over de vraag of Allure een overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde 1] , dan wel [gedaagde 2] betreffende de productie van chalets door Allure. Allure vordert in deze procedure vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de niet-nakoming door [gedaagden] van deze overeenkomst. De rechtbank komt in dit vonnis tot het oordeel dat geen sprake is van een overeenkomst tussen Allure en [gedaagden] en wijst de vorderingen van Allure daarom af. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 juli 2025, met productie 1 t/m 19; - de conclusie van antwoord, met productie 1 en 2; - de brief van de rechtbank, waarin een mondelinge behandeling is bepaald; - de e-mail van de rechtbank met een zittingsagenda, - de akte aanvullende producties van Allure, met productie 20 en 21; - de akte aanvullende producties van Allure, met productie 22 en 23; - de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, en de daarbij door partijen gebruikte spreekaantekeningen; 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Allure houdt zich bezig met de productie en verkoop van chalets. 3.2. [gedaagde 2] houdt zich bezig met de ontwikkeling, exploitatie en het beheer van onroerend goed. De (indirect) bestuurders van [gedaagde 2] zijn [naam 1] (bestuurder van [gedaagde 1] ), [naam 2] (bestuurder van [bedrijf 1] ) en [naam 3] (bestuurder van [bedrijf 2] ). 3.3. In september 2022 heeft [gedaagde 2] een perceel aangekocht waarop een camping werd geëxploiteerd met de bedoeling om deze camping te herontwikkelen tot een recreatiepark. 3.4. Na die aankoop heeft [naam 4] , destijds werkzaam voor Allure, [naam 2] benaderd met de vraag of hij een prijsopgave mocht maken voor de productie van chalets. 3.5. Vervolgens is [naam 4] daarover met [naam 1] in gesprek getreden, waarna [naam 1] op 14 november 2022 in verschillende e-mails aan [naam 4] schreef: “ Dag [naam 4] , Hierbij de plattegronden van alle modellen. Graag identiek offreren zoals besproken volgens bijgevoegde plattegronden. ” “Hierbij de overige gegevens. Graag vernemen wij van jou een scherp voorstel op basis van de eerder gestuurde plattegronden en onderstaande gegevens. ” 3.6. Op 15 november 2022 stuurde [naam 1] via WhatsApp aan [naam 4] : “ Voor 1.100,- per m2 heb je de opdracht ” 3.7. Op 17 november 2022 stuurde [naam 4] per e-mail: “ Hallo [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , Nogmaals bedankt voor de aanvraag voor de woningen aan [de locatie] . Wij als Allure kunnen deze woningen zeker voor jullie bouwen, zoals vanmiddag besproken volgens onderstaande prijzen. (…) Hoor graag hoe we verder gaan? ” 3.8. Op die e-mail reageerde [naam 1] diezelfde avond als volgt: “ Goedenavond [naam 4] , Dank voor je offerte. Prijzen liggen nog niet op één lijn maar wij hopen dat we daar met elkaar gaan uitkomen. Vraag: Stel dat wij in 1 keer 5 chalets bestellen van dezelfde afmeting, wat worden dan de prijzen? Verder zou ik nog een prijs willen hebben als we ze volgens bouwbesluit zouden bouwen gezien wij ook in de onderhandeling zijn met de gemeente HW voor 10 jaar permanente bewoning, dit i.v.m. woningtekort. Mochten wij die toestemming krijgen moeten ze onder bouwbesluit geleverd gaan worden en willen daar dus ook rekening mee houden. Kan jij die prijs ook offreren? ” 3.9. De volgende dag, op 18 november 2022, schreef [naam 4] : “ Hallo [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , Allereerst bedankt in het vertrouwen in ons product. De prijzen die ik heb gegeven zijn voor de totale opdracht, goede prijs tegen een goede kwaliteit. Ik zou jullie dan ook graag willen uitnodigen in Meppel om in onze productielocatie te komen kijken. Ik ga voor je aan de slag om prijzen via SIP Europe te krijgen i.v.m. de Rc waarde van de vloer, wanden en het dak. ” 3.10. Op 23 november 2022 schreven [naam 4] en [naam 1] via WhatsApp: [naam 4] : “ [naam 1] , kunnen we elkaar vinden in het volgende? 1.000,- eraf bij de 50 en 55 m2 ” [naam 1] : “ Hoi [naam 4] , op dit moment niet. We moeten ook nog kijken hoe het met transport wordt geregeld. Zit dat in jouw prijs? ” [naam 4] : “ Kan ik je bellen? ” 3.11. Vervolgens hebben partijen telefonisch contact gehad, waarna [naam 4] diezelfde dag per e-mail aan [naam 1] schreef: “ Wij als Allure kunnen deze woningen zeker voor jullie bouwen, zoals vanmiddag besproken volgens onderstaande prijzen. (…) . ” 3.12. Waarop [naam 1] als volgt reageerde: “ Zojuist overleg gehad met [naam 2] en [naam 3] . Prijstechnisch zijn wij eruit dus stap 1 is gezet. Wij vragen jou om alles netjes te offreren op basis van: Leverings - en garantievoorwaarden. Tekeningen zoals aangeleverd op basis van ontwerp Avoned. Technische omschrijving Alle opties zoals eerder vermeld en besproken. ” 3.13. Vervolgens stuurde [naam 4] [naam 1] op 30 november 2022 per e-mail vier documenten. Deze vier documenten bevatten specificaties van vier verschillende chalets en vermelden (onder andere): “ Bedankt voor de mondelinge opdracht voor het produceren van ca. 62 recreatie eenheden t.b.v. recreatiepark De [de locatie] . ” “ Deze offerte blijft geldig tot 2 weken na dagtekening ” 3.14. De documenten sluiten af met handtekeningenblokken voor de handtekeningen van [naam 1] en Allure: [afbeelding handtekeningen] 3.15. Op 12 januari 2023 schreef [naam 4] aan [naam 1] : “ (…) Is er al wat nieuws vanuit de gemeente? Ik vroeg me af hoe we nu verder gaan en op welk termijn. Aantallen, types, levertijden enz. ” 3.16. Op 16 januari 2023 reageerde [naam 1] : “ Vrijdag gesprek gehad met de Gemeente HW. Binnen 6 weken verwachten wij een reactie of alles binnen het bestemmingsplan past. Wij zijn er met z’n allen van overtuigd dat het goed is maar willen toch de zekerheid van de Gemeente HW. Verder gaan wij geen tijdelijke woningen plaatsen, dat brengt voor ons geen voordeel dus we zetten het huidige plan voort met de chalets zoals met elkaar besproken. Zoals eerder toegezegd zijn wij er prijstechnisch uit met elkaar dus kan je de andere modellen 45-50-55 verder gaan uitwerken. ” 3.17. Op 5 september 2023 schreef [naam 4] : “ Ik was erg nieuwsgierig wat de planning wordt van de te bouwen woningen voor [de locatie] , is er al iets van een doorkijk wanneer e.e.a. gerealiseerd gaat worden? ” 3.18. Waarop [naam 1] op 6 september 2023 als volgt reageerde: “(…) Jouw vraag inzake planning van de chalets heeft bij ons een andere wending gekregen. Wij zijn in contact gekomen met een relatie die rechtstreeks chalets laat bouwen in Polen onder Nederlands toezicht. Daarbij zijn wij erg geschrokken van het enorme prijsverschil met Allurebouw . Daarnaast zijn de isolatie- en garantievoorwaarden ook veel hoger en beter. Ook de inrichting is van dien aard dat er alles inzet en zeer luxe wordt uitgevoerd. (…) Wij hebben een berekening gemaakt [naam 4] en het prijsverschil is zo enorm hoog dat een verdere samenwerking bijna onmogelijk zal worden.
Volledig
Zoals je weet heb ik een mondeling akkoord gegeven maar gezien het enorme prijsverschil en zoals door mij eerdere genoemde, eisen, voorwaarden en inrichting van de chalets denk ik niet dat wij nog tot zaken gaan komen .” 4 Het geschil 4.1. Allure vordert in deze procedure, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 305.475,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten. 4.2. Allure legt aan haar vordering ten grondslag dat [naam 4] , namens Allure, en [naam 1] een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan Allure chalets zou produceren voor [gedaagde 2] dan wel [gedaagde 1] . [gedaagden] zijn de overeenkomst niet nagekomen en daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de door Allure als gevolg van die wanprestatie geleden schade. Die schade bestaat uit de door Allure gederfde winst en gemaakte incassokosten. 4.3. [gedaagden] betwisten dat sprake is van een overeenkomst tussen Allure en [gedaagde 2] of [gedaagde 1] . [gedaagden] concluderen dan ook tot niet-ontvankelijkheid van Allure, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Allure, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Allure in de kosten van deze procedure. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Juridisch kader 5.1. Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Allure en [gedaagde 2] dan wel [gedaagde 1] . 5.2. Artikel 6:217 BW bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding van dat aanbod. Op grond van artikel 3:33 BW vereist een rechtshandeling, zoals een aanbod en aanvaarding, een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Of een in een concreet geval afgelegde verklaring een aanbod of een aanvaarding inhoudt, wordt mede bepaald aan de hand van de wilsvertrouwensleer die is neergelegd in artikel 3:35 BW. Uit dat artikel volgt dat wanneer een verklaring wordt afgelegd die niet overeenstemt met de daadwerkelijke wil, de partij die deze verklaring heeft afgelegd daaraan toch gehouden kan worden als de andere partij die verklaring overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking. Ook de zogenaamde Haviltex -maatstaf is van toepassing op de totstandkoming van overeenkomsten. De vraag of een overeenkomst met een bepaalde inhoud tot stand is gekomen, moet daarom worden beantwoord aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en van wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. 5.3. Het is in deze procedure volgens de algemene regels van het bewijsrecht aan Allure om voldoende feiten te stellen waaruit blijkt dat er sprake is van een aanbod en een aanvaarding daarvan. Allure beroept zich namelijk op de rechtsgevolgen van die feiten, te weten de totstandkoming van een overeenkomst op grond waarvan [gedaagde 2] of [gedaagde 1] zich ertoe heeft verbonden chalets van Allure af te nemen. 5.4. Allure betoogt dat een overeenkomst tot stand is gekomen toen partijen op 23 november 2022 overeenstemming hebben bereikt over de prijs voor de chalets en dat Allure die overeenkomst op 30 november 2022 heeft bevestigd met opdrachtbevestigingen. [gedaagden] erkennen dat op 23 november 2022 overeenstemming is bereikt over de prijs, maar zij betwisten dat daarmee een overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagden] betwisten dan ook dat sprake is geweest van een aanvaarding in de zin van artikel 6:217 BW. 5.5. Voor de vraag of sprake is van een overeenkomst tussen Allure en [gedaagde 2] of [gedaagde 1] gaat het dan ook om de vraag of Allure de verklaringen en gedragingen van [naam 1] redelijkerwijs heeft mogen opvatten als een aanvaarding in de zin van artikel 6:217 BW. Er is geen overeenkomst tot stand gekomen 5.6. De rechtbank is gelet op de door partijen aangedragen stellingen en de in het geding gebrachte correspondentie van oordeel dat Allure de door haar aangedragen verklaringen en gedragingen van [naam 1] niet redelijkerwijs heeft mogen opvatten als een aanvaarding van haar aanbod tot het sluiten van een overeenkomst. De rechtbank licht dit in het hiernavolgende toe. 5.7. Allure betoogt in de eerste plaats dat een overeenkomst tot stand is gekomen toen [naam 1] op 23 november 2022 mondeling heeft ingestemd met de door [naam 4] voorgestelde prijzen. Dat [naam 1] daarmee een overeenkomst met Allure heeft willen sluiten kan volgens Allure worden afgeleid uit het WhatsApp-bericht van [naam 1] van 15 november 2022, waarin [naam 1] schreef “ Voor €1.100,- per m2 heb je de opdracht ”. De rechtbank is echter van oordeel dat [naam 4] uit dat geïsoleerde WhatsApp-bericht niet heeft mogen afleiden dat een overeenkomst tot stand zou komen zodra overeenstemming zou worden bereikt over de prijs. [gedaagden] hebben immers onbetwist aangevoerd dat [naam 1] van meet af aan bij [naam 4] heeft aangegeven dat hij nog niet in staat was zich te binden, omdat er nog onderhandelingen liepen met de gemeente Hoeksche Waard over de concrete ontwikkelingsplannen. Bovendien volgt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie dat zij tussen 15 en 23 november 2022 over meer spraken dan alleen de prijs van de chalets. Zo spraken zij over de transportkosten en de vraag of de chalets ook konden voldoen aan de vereisten van het bouwbesluit. Tegen die achtergrond kan uit het WhatsApp-bericht van 15 november 2022 niet worden afgeleid dat de prijs voor [naam 1] het enige aspect betrof waarvan het sluiten van een overeenkomst met Allure afhing. Op basis van alleen dat bericht heeft Allure er dus niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat [naam 1] met de overeenstemming over de prijzen het aanbod van Allure had aanvaard. 5.8. Dat [naam 1] het aanbod van Allure op 23 november 2022 niet heeft willen aanvaarden wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de e-mailwisseling die plaatsvond na dat telefoongesprek. In die e-mailwisseling stuurde [naam 4] zijn prijsvoorstel namens Allure aan (onder andere) [naam 1] die daarop reageerde met de tekst “ prijstechnisch zijn wij eruit dus stap 1 is gezet ”. In die e-mail noemde [naam 1] het bereiken van overeenstemming over de prijs dus “ stap 1 ”. Daaruit heeft Allure naar het oordeel van de rechtbank moeten begrijpen dat er voor [naam 1] nog meer stappen nodig waren voor het sluiten van een overeenkomst. Bovendien verzocht [naam 1] [naam 4] in die e-mail om “ alles nu netjes te offreren op basis van ” “ leverings- en garantievoorwaarden ”, “ tekeningen zoals aangeleverd op basis van ontwerp Avoned ”, “ technische omschrijving ” en “ alle opties zoals eerder vermeld en besproken ”. Ook daaruit kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat [naam 1] zich op 23 november 2022 nog niet heeft willen binden aan een overeenkomst en dat [naam 4] dat ook niet redelijkerwijs zo heeft mogen opvatten. Met een offerte wordt in het normale spraakgebruik immers een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst bedoeld die nog moet worden aanvaard. De rechtbank volgt Allure ook niet in haar betoog dat [naam 1] met zijn vraag om “te offreren” slechts zou hebben bedoeld te vragen om een administratieve uitwerking van reeds gemaakte afspraken. Dit wordt door [gedaagden] betwist en het had dan ook op de weg van Allure gelegen om nader te onderbouwen dat [naam 1] een andere dan de in het normale spraakgebruik gangbare betekenis heeft toegekend aan het begrip offerte. Dat heeft zij niet gedaan. Bovendien volgt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie naar het oordeel van de rechtbank juist dat [naam 1] een offerte niet als een (bevestiging van een) al tot stand gekomen overeenkomst zag.
Volledig
[naam 1] had [naam 4] immers ook in zijn eerdere e-mail van 14 november 2022 gevraagd om te “ offreren ” en hij bedankte Allure in zijn e-mail van 17 november 2022 voor “ de offerte ”, terwijl hij in diezelfde e-mail aangaf dat de daarin genoemde prijzen nog niet akkoord zijn. 5.9. Allure betoogt in de tweede plaats dat uit de door [naam 4] op 30 november 2022 aan [naam 1] toegestuurde “opdrachtbevestigingen” volgt dat sprake is geweest van een door [naam 1] aanvaard aanbod. Ook hierin volgt de rechtbank Allure niet. De op 30 november 2022 verstuurde documenten vermelden weliswaar de tekst “ bedankt voor de mondelinge opdracht ”, maar deze zijn eenzijdig door [naam 4] opgemaakt. Uit het feit dat [naam 1] destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen die specifieke passages, kan Allure redelijkerwijs niet hebben afgeleid dat [naam 1] aanvaardde dat sprake was van een definitieve overeenkomst die door [naam 4] werd bevestigd. Op hun beurt hoefden [gedaagden] ook niet te begrijpen dat Allure de documenten als een dergelijke bevestiging bedoelde. De documenten volgden immers in reactie op het verzoek van [naam 1] om “ te offreren ”, en vermelden de tekst “ Deze offerte blijft geldig tot 2 weken na dagtekening ”. Bovendien eindigen de vier documenten met lege handtekeningenblokken. Ook dit wijst er op dat ( [gedaagden] redelijkerwijs mochten aannemen dat) deze documenten een aanbod van Allure betroffen die door [naam 1] nog moesten worden aanvaard. 5.10. In de derde plaats volg naar het oordeel van de rechtbank ook uit de door Allure naar voren gebrachte correspondentie van na 30 november 2022 of uit het feit dat [gedaagde 2] impressies van de door Allure geoffreerde chalets op haar website heeft geplaatst niet dat [naam 1] de offertes van Allure heeft aanvaard of dat Allure dat redelijkerwijs zo heeft mogen opvatten. [naam 1] heeft in eerste instantie niet gereageerd op de offerte van Allure, waarna [naam 4] op 12 januari 2023 bij [gedaagden] informeerde of “ er al nieuws [is] vanuit de gemeente ” en “ hoe we nu verder gaan (…)”. In reactie op die e-mail schreef [naam 1] (onder andere) “ Wij zijn er met z’n allen van overtuigd dat het goed is maar willen toch de zekerheid van de Gemeente HW .” en “ zoals toegezegd zijn wij er prijstechnisch uit met elkaar dus kan je de andere modellen 45-50-55 verder gaan uitwerken. ” Uit die e-mail en het gegeven dat [gedaagde 2] impressies van de chalets op haar website heeft geplaatst kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat [naam 1] de intentie had om uiteindelijk met Allure in zee te gaan, als toestemming van de gemeente zou worden verkregen. Daaruit kan niet worden afgeleid dat [naam 1] een aanbod van Allure tot het sluiten van een overeenkomst heeft aanvaard. 5.11. Ten slotte volgt ook uit de e-mail van 6 september 2023 waarin [naam 1] schreef “ zoals je weet heb ik een mondeling akkoord gegeven, maar gelet op het enorme prijsverschil en zoals door mij eerder genoemde eisen, voorwaarden en inrichting van de chalets denk ik niet dat wij nog tot zaken gaan komen ” niet dat [naam 1] zou hebben erkend dat er al sprake was van een bindende overeenkomst. De rechtbank volgt [gedaagden] in hun betoog dat [naam 1] met het “mondeling akkoord” verwijst naar het akkoord dat was bereikt over de prijs, maar dat de prijs niet het enige aspect betrof waarvan een definitieve overeenkomst nog afhankelijk was. Dat betoog strookt met de hiervoor besproken correspondentie tussen partijen en Allure heeft geen feiten gesteld waaruit volgt dat [naam 1] een andere bedoeling zou hebben gehad met die e-mail. 5.12. Gelet op de hiervoor besproken tussen partijen gevoerde correspondentie in samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen Allure en [gedaagde 2] dan wel [gedaagde 1] . De rechtbank heeft ook in de overige stellingen en door partijen naar voren gebrachte correspondentie geen verklaringen aangetroffen die Allure heeft mogen opvatten als een aanvaarding door van [naam 1] van het aanbod van Allure tot het sluiten van een overeenkomst. Dit betekent dat de vorderingen van Allure, die zijn gebaseerd op een tekortkoming van [gedaagden] in de nakoming van een dergelijke overeenkomst, worden afgewezen. Allure moet de proceskosten betalen 5.13. Allure wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - griffierecht € 6.861,- - salaris advocaat € 5.770,- (2 punten × € 2.885,-) - nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 12.820,- 5.14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad 5.15. De rechtbank verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, omdat [gedaagden] dit hebben gevorderd en Allure daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (art. 233 Rv). 6 De beslissing De rechtbank 6.1. wijst de vorderingen van Allure af, 6.2. veroordeelt Allure in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Allure niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.3. veroordeelt Allure tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Vos en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026. 1980/3977