Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-03-04

ECLI:NL:RBROT:2026:2280

Civiel recht; Personen- en familierecht Beschikking 4,043 tokens

Volledig

Het verloop van de procedure de kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen; - een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder en mentor; - de mail van verzoekster van 9 januari 2026. de mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 februari 2026 bij [naam zorginstelling] , waar betrokkene woont. daarbij waren naast betrokkene mw. [persoon a] , verzoekster en werkzaam als casemanager dementie bij [verzoekster] (hierna: ‘de casemanager’), mw. [persoon b] , belanghebbende volgens het levenstestament van betrokkene (hierna: [persoon b] ), mw. c.a. sinon (de beoogd bewindvoerder en mentor) en een medewerkster verzorging van [naam zorginstelling] aanwezig. overwegingen van de kantonrechter betrokkene is een vrouw van 91 jaar. zij heeft 1 dochter met wie zij al lange tijd geen contact meer heeft. haar sociale netwerk bestaat verder uit [persoon b] en mw. [persoon c] (hierna: [persoon c] ). zij helpen betrokkene al lange tijd met haar financiële en niet-financiële zaken en bezoeken haar vaak in het verpleeghuis. betrokkene heeft op 31 januari 2020 een levenstestament laten opmaken ten overstaan van notaris c.m. fokkema-schute. in dit levenstestament staat dat het de uitdrukkelijke wens van betrokkene is dat zaken conform de in het levenstestament neergelegde bepalingen worden afgewikkeld. [persoon b] en dhr. [persoon d] zijn in het levenstestament aangewezen al medisch gevolmachtigden. betrokkene heeft geen contact meer met dhr. [persoon d] . op 6 oktober 2025 heeft een verpleegkundig specialist van stichting laurens onderzoek gedaan naar de cognitie van betrokkene. de conclusie van dit onderzoek is dat betrokkene een uitgebreide neurocognitieve stoornis heeft, waarschijnlijk de ziekte van alzheimer, met achterdocht en zorgmijdend gedrag. op 15 december 2025 heeft ook een specialist ouderengeneeskunde van stichting humanitas in het kader van een rm-aanvraag de diagnose dementie gesteld. vervolgens is de rm afgegeven en is betrokkene in het verpleeghuis opgenomen. het verzoek strekt tot het instellen van een bewind over de goederen van betrokkene en tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. de casemanager dementie heeft in het verzoek en op de zitting toegelicht dat [persoon b] en [persoon c] toegang hebben tot de financiën van betrokkene en dat zij zich daar zorgen over maakt. zo is volgens haar de relatie tussen betrokkene en [persoon b] ernstig verstoord. betrokkene wantrouwt [persoon b] en geeft aan dat zij van haar steelt. tijdens huisbezoeken heeft de casemanager herhaaldelijk wederzijdse verbale agressie tussen beiden geobserveerd. volgens de casemanager staat betrokkene onder druk van [persoon b] . dat gevoel werd voor haar bevestigd toen ze voor de zitting de kamer van betrokkene binnenkwam en [persoon b] tegen betrokkene hoorde zeggen dat ze moest zeggen dat alles volgens het levenstestament moest gaan. [persoon b] heeft de casemanager in het verleden meerdere keren in paniek opgebeld, omdat zij overbelast was en de zorg voor betrokkene niet meer aankon. verder vertelde [persoon b] haar eens dat een geldbedrag van € 10.000 uit de kluis van betrokkene was verdwenen, zonder dat hiervan aangifte was gedaan. tot slot heeft [persoon b] zich verbaal agressief naar de casemanager gedragen. [persoon b] heeft op de zitting onder andere naar voren gebracht dat zij en [persoon c] het beste met betrokkene voor hebben en haar altijd hebben geholpen. zij heeft geen financieel voordeel van betrokkene, want na het overlijden van betrokkene gaat alles naar goede doelen. volgens [persoon b] is betrokkene door haar ziekte naar iedereen toe wantrouwend.