Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-03-09
ECLI:NL:RBROT:2026:2266
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,149 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2266 text/xml public 2026-03-30T16:50:53 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-03-09 ROT 25/9209 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2266 text/html public 2026-03-30T16:44:23 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2266 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2026 / ROT 25/9209 Uitspraak op een beroep niet-tijdig beslissen vanwege het uitblijven van een besluit van het UWV. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling is verstuurd. Daarmee is niet voldaan aan artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b van de Awb. Daarnaast kan het beroepschrift niet-tijdig beslissen niet worden aangemerkt als ingebrekestelling. Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/9209 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen SGS Nederland B.V., uit Spijkenisse, eiseres, (gemachtigde: [naam 1]), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV, (gemachtigde: [naam 2]). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing (beroep ntb) op de aanvraag van eiseres om een herbeoordeling van de aan (ex-)werknemer [naam 3] verleende uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. 1.1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Als de betrokkene geen ingebrekestelling aan het bestuursorgaan stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. 3. Het UWV heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld de ingebrekestelling niet te hebben ontvangen. Ook heeft het UWV geen ontvangstbevestiging of beschikking dwangsom in deze zaak kunnen terugvinden, waaruit de ontvangst van de ingebrekestelling zou kunnen worden afgeleid. Aan eiseres is op 13 februari 2026 schriftelijk gevraagd te reageren op het verweerschrift onder verwijzing naar een verzendadministratie waaruit blijkt dat de ingebrekestelling van 30 november 2023 is verstuurd naar het UWV. In reactie hierop heeft eiseres op 24 februari 2026 per e-mailbericht aangegeven het verzendbewijs niet meer te kunnen achterhalen. Ook heeft zij geen beschikking overgelegd waarin het UWV haar in deze zaak de maximale dwangsom heeft toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling is verstuurd. Daarmee is niet voldaan aan het vereiste uit artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb dat het beroepschrift twee weken na een ingebrekestelling kan worden ingediend. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het beroepschrift niet aangemerkt kan worden als een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb, omdat het niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Conclusie en gevolgen 4. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er is verder geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.