Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-27
ECLI:NL:RBROT:2026:2134
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,651 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2134 text/xml public 2026-03-23T08:48:46 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-27 11452834 CV EXPL 24-31911 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2134 text/html public 2026-03-18T15:36:59 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2134 Rechtbank Rotterdam , 27-02-2026 / 11452834 CV EXPL 24-31911 Gevorderde betaling van facturen afgewezen. Vennootschap onder firma niet gebonden aan contract vanwege bevoegdheidsoverschrijding toenmalige vennoot. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11452834 CV EXPL 24-31911 datum uitspraak: 27 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Digihero B.V. , vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: Equilibristen gerechtsdeurwaarders, tegen 1 [gedaagde 1] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde 2] vennoot van 1, woonplaats: [woonplaats] , 3. [gedaagde 3] vennoot van 1, woonplaats: [woonplaats] , 4. [gedaagde 4] vennoot van 1, woonplaats: [woonplaats] , gedaagden, gemachtigde: mr. A.S. Nijland (Univé Rechtshulp). De partijen worden ‘Digihero’ en ‘ [gedaagde 1] ’ (enkelvoud) genoemd, tenzij anders vermeld. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 26 november 2024, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen. 1.2. Op 29 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren de heer [persoon A] en mr. Nijland aanwezig. Van de kant van Digihero was niemand aanwezig. De kantonrechter heeft de datum voor uitspraak bepaald op 27 februari 2026. 2 De beoordeling Geen nieuwe zitting 2.1. Op het moment van het uitroepen van de zaak voor de zitting was de kantonrechter niet bekend met een bericht van verhindering van de kant van Digihero. Na afloop van de zitting bleek dat de gemachtigde van Digihero de rechtbank drie minuten vóór het geplande tijdstip van de zitting heeft gemaild over een ziekmelding van eiseres en heeft verzocht een nieuwe datum voor de zitting te bepalen. De kantonrechter heeft het bericht in overweging genomen en bepaald dat er geen nieuwe zitting komt. Digihero had zich tijdens de zitting kunnen laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde of iemand anders en/of zij had de rechtbank in ieder geval tijdig van de ziekmelding op de hoogte kunnen stellen. Dat zij niets van dat heeft gedaan, komt voor haar risico. Waar gaat de zaak over? 2.2. Digihero eist van [gedaagde 1] € 5.890,46 hoofdsom met rente, € 799,34 verschenen rente en € 669,52 buitengerechtelijke incassokosten. Digihero stelt dat zij met [gedaagde 1] een contract heeft gesloten, waaruit een betalingsverplichting ter hoogte van de hoofdsom voortvloeit. [gedaagde 1] is het daar om meerdere redenen niet mee eens. De kantonrechter wijst de eis af. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is van de procedure. De v.o.f. is niet gebonden aan het contract 2.3. Als al moet worden aangenomen dat op naam van de v.o.f. een contract(sverlenging) is gesloten – waar [gedaagde 1] het dus niet mee eens is – dan zijn de v.o.f. en de andere vennoten daar niet aan gebonden. 2.3.1. Waar gaat het precies om? Uit het dossier volgt dat het standpunt van Digihero is dat mevrouw [persoon B] als vennoot van de v.o.f. op 25 november 2019 tijdens een servicebezoek van Digihero een contract(sverlenging) heeft gesloten voor vijf jaar vanaf 16 maart 2022 op naam van de v.o.f. door ondertekening van een aantal formulieren. 2.3.2. [gedaagde 1] voert – naast een aantal andere verweren – aan dat sprake is van bevoegdheidsoverschrijding, omdat mevrouw [persoon B] als toenmalige vennoot van de v.o.f. slechts bevoegd was tot het sluiten van contracten tot een bedrag van € 5.000,-. Dat was volgens [gedaagde 1] ook in het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgenomen. Omdat Digihero na het antwoord geen stukken heeft ingediend en ook niet op de zitting is verschenen, moet de kantonrechter ervan uitgaan dat Digihero deze stellingen van [gedaagde 1] niet weerspreekt. Uit de overgelegde correspondentie van de gemachtigde van [gedaagde 1] met Digihero (bijlage 6 bij het antwoord) blijkt overigens ook dat Digihero die bevoegdheidsbeperking niet betwist. De kantonrechter gaat er dus van uit dat de bevoegdheid van mevrouw [persoon B] inderdaad was beperkt en dat dit kenbaar was voor derden. In voornoemde correspondentie neemt Digihero het standpunt in dat die bevoegdheidsbeperking niet relevant is, omdat de waarde van het contract € 92,00 per maand is zonder eventuele indexaties. Uit de bijlagen bij de dagvaarding blijkt echter dat het bedrag dat Digihero eist, bestaat uit een factuur van € 577,47 voor apparatuur, zes maandfacturen van elk € 133,56 en een eindfactuur met een afkoopsom van in totaal € 4.544,75 ter waarde van de maandbedragen tot 16 maart 2027. Dat is bij elkaar meer dan € 5.000,-. En ook als het standpunt van Digihero in de correspondentie wordt gevolgd en wordt uitgegaan van (slechts) € 92,- per maand, dan nog is de waarde van het contract hoger dan € 5.000,-. Immers 92 x 12 x 5 = € 5.520,-. De bevoegdheidsoverschrijding heeft tot gevolg dat de v.o.f. en de andere vennoten (die allen zijn gedagvaard) niet zijn gebonden aan het contract (artikel 17 WvK en 7A:1681 BW). Mevrouw [persoon B] is niet gedagvaard door Digihero, omdat zij niet lang na het (vermeend) sluiten van het contract is overleden. De conclusie is dat de hoofdsom wordt afgewezen. 2.4. De andere stellingen en verweren van [gedaagde 1] kunnen onbesproken blijven. 2.5. De eisen over rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat die eisen afhankelijk zijn van de toewijsbaarheid van de hoofdsom. Digihero moet de proceskosten betalen 2.6. De proceskosten komen voor rekening van Digihero omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Digihero aan gedaagden moet betalen op € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 864,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. wijst de eis af; 3.2. veroordeelt Digihero in de proceskosten, die aan de kant van gedaagden worden begroot op € 864,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 34286