Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-03-05
ECLI:NL:RBROT:2026:2060
Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/9673 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres], te [plaats], eiseres, (gemachtigde: mr. M.J.J.E. Stassen), en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur , voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, (gemachtigde: mr. F. Peters van Neijenhof). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een boete van € 4.500,- die verweerder met het besluit van 12 april 2024 aan eiseres heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boete terecht heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. 1.2. Onder 2. staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3. staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4.1. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Procesverloop 2. Met het bestreden besluit van 13 september 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het boetebesluit gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en [naam], toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Totstandkoming van het bestreden besluit 3.1. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 19 januari 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. De toezichthouder beschrijft in het rapport dat hij op 16 oktober 2023 een rapport van bevindingen ontving van de toezichthouder die op 9 oktober 2023 belast was met het ante mortem-toezicht bij het slachthuis VION Tilburg. Deze toezichthouder zag omstreeks 12.45 uur dat bij het slachthuis een rund met levensnummer [levensnummer] werd aangevoerd door een medewerker van eiseres. Bij het rapport van bevindingen is een rapport van bevindingen gevoegd van de toezichthouder die op het slachthuis aanwezig was. Deze toezichthouder schrijft in zijn rapport van 12 oktober 2023 over het rund met oormerk [levensnummer] onder meer het volgende: “ Ik zag dat dit rund zich moeizaam voortbewoog, het dier was kreupel, zie video 1. Ik zag dat dit dier mager was. Ik zag dat het rund een oude wonde, een zogenaamde ligplek, op de rechterbil had, zie foto 3. Dit duidt erop dat het dier de laatste voorafgaande weken vaker op deze plek heeft gelegen dan normaal. Het vaker gaan liggen van een rund wordt veroorzaakt door ziekte of door ongemak en pijn bij staan of voortbewegen. Ik heb de temperatuur van het rund opgenomen, ik zag dat de thermometer een lichaamstemperatuur van 40,2 °C aangaf. Het dier had koorts, dit wijst erop dat het dier ziek was. […] Ik zag dat dit rund zich moeizaam voortbewoog, het dier was kreupel, zie video 1. Ik zag dat het dier bij voortbewegen de linker achterpoot bij het lopen uitglijdende bewegingen maakte zie video 1. Dit duidt erop dat het belasten van de poot pijnlijk was en ze dit probeerde te vermijden. Ik zag dat de linker achter onderpoot zeer dik was, zie foto 1 en 2. Ik zag dat de kroonrand rood en dik was en dat er een wonde aan de kroonrand was waaruit bloed sijpelde, zie foto 1. Dit wijst op een ontsteking in het klauwgewricht. Ik zag dat dit dier mager was. Ik zag dat het rund een oude wonde, een zogenaamde ligplek, op de rechterbil had, zie foto 3. Dit duidt ero Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder mag daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende mogelijkheden had om de bevindingen in het rapport te betwisten. Weliswaar kon zij het rund niet meer (laten) onderzoeken, maar de rapporten en de daarbij gevoegde stukken, foto’s en video bevatten voldoende feitenmateriaal om door een eigen deskundige te laten beoordelen en daarover een verklaring in te brengen. Daarbij merkt de rechtbank op dat, zoals uit het voorgaande volgt, van eiseres niet wordt verlangd dat zij bewijs levert dat het rund wél transportwaardig was, maar dat zij met een onderbouwde betwisting zodanige twijfel zaait dat niet meer van de conclusie van de toezichthouder kan worden uitgegaan. 4.3. Naar het oordeel van de rechtbank is in het rapport van bevindingen van 12 oktober 2023 voldoende duidelijk beschreven wat de toezichthoudend dierenarts bij de koe heeft waargenomen, namelijk dat het dier mager was, een ligplek had en koorts had en dat het dier bij het lopen uitglijdende bewegingen maakte met de linker achterpoot, waarvan de onderpoot zeer dik was en de kroonrand rood en dik was met een wond waaruit bloed sijpelde. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze waarnemingen van de toezichthouder te twijfelen. Op de bij het rapport gevoegde video is ook te zien dat de koe kreupel loopt en met de linker achterpoot wegglijdt en op de foto’s is een verdikking met open wond aan een poot zichtbaar, evenals een verwonding op de rechterbil. 4.4. Voor het kunnen vaststellen van de overtreding moet evenwel ook voldoende vaststaan dat de koe al voorafgaande aan het transport niet geschikt was voor vervoer. De toezichthouder dient daartoe te motiveren dat de koe al vóór het transport naar het slachthuis ziek was en zich niet op eigen kracht pijnloos kon voortbewegen. De rechtbank stelt vast dat dit transport heeft plaatsgevonden op de dag waarop de toezichthouder het rund heeft gezien. Het transport kan derhalve niet meer dan twaalf uur en 45 minuten eerder zijn aangevangen. In het rapport van bevindingen van 12 oktober 2023 heeft de toezichthouder ten aanzien van het ontstaansmoment van de aandoeningen bij het rund opgemerkt dat de aanwezige ligplek op de rechterbil erop duidt dat het dier de voorafgaande weken vaker op deze plek heeft gelegen dan normaal, wat wordt veroorzaakt door ziekte of ongemak en pijn bij staan of voortbewegen. In de bezwaarfase heeft de toezichthoudend dierenarts een nadere toelichting gegeven op zijn bevindingen. Deze toelichting is ook aan eiseres verstrekt en haar is gelegenheid geboden om daarop te reageren. Nu deze toelichting in het stadium van de bestuurlijke besluitvormingsfase is ingebracht , zal de rechtbank deze bij haar beoordeling van het door verweerder aangedragen bewijs van de overtreding betrekken. In deze toelichting geeft de toezichthouder onder meer aan dat de gemeten temperatuur van 40, 2 °C erop wijst dat het dier koorts had en dat waarschijnlijk een ziekte of een ontsteking, waarvan de toezichthouder meerdere tekenen heeft waargenomen, daarvan de oorzaak is. Ook licht de toezichthouder toe dat de poot zodanig dik was dat dit niet tijdens het transport kan zijn ontstaan en dat die dikte, het niet willen belasten en het bloed uit de wond aan die poot duidt op een ontsteking. In reactie op het betoog van eiseres over de verse wond, geeft de toezichthouder aan dat aan de poot geen verse acute beschadiging of wond te zien was, en dat ontstoken weefsel extra is doorbloed waardoor er snel een bloeding ontstaat. Gelet op alles wa