Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-03
ECLI:NL:RBROT:2026:2029
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,642 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:2029 text/xml public 2026-03-20T05:58:26 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-03 C/10/713495 / HA RK 26-47 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht Rechtspraak.nl Notamail 2026/68 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2029 text/html public 2026-03-18T14:01:26 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:2029 Rechtbank Rotterdam , 03-02-2026 / C/10/713495 / HA RK 26-47 Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Artikel 4:204 lid 1 onder a BW. Op verzoek van een hypotheekverstrekker. beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/713495 / HA RK 26-47 Beschikking van 3 februari 2026 in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. , vestigingsplaats: Amsterdam, verzoekster, advocaat mr. J. van der Wende te Rosmalen . Belanghebbenden: de gezamenlijke onbekende erfgenamen van de heer [naam overledene] . 1 Het procesverloop 1.1. Op 19 januari 2026 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a BW, met producties. 1.2. Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoekster geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling, doet de rechtbank zonder mondelinge behandeling uitspraak. 2 De beoordeling 2.1. Verzoeker vraagt om mr. I.P.M. Schreven tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van de heer [naam overledene] (hierna: de overledene), dag en plaats van lijkvinding [datum] 2025 te [plaats] . De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen. 2.2. De zaak heeft een internationaal karakter, omdat de overledene in [geboorteplaats] ( [land] ) is geboren. De Nederlandse rechter is bevoegd om op het verzoek te beslissen, omdat de overledene zijn gewone verblijfplaats had in Nederland (artikel 4 van de verordening (EU) Nr. 650/2012 (de Europese Erfrechtverordening)). Volgens het Centraal Testamentenregister heeft de overledene niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt, zodat geen rechtskeuze bekend is. Omdat de overledene zijn gewone verblijfplaats in Nederland had, is het Nederlandse recht van toepassing (artikel 21 lid 1 van de Europese Erfrechtverordening). 2.3. De rechtbank kan, als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (artikel 4:204 lid 1 onder a BW). 2.4. Volgens het boedelregister is de nalatenschap van de overledene niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Ook aan de andere voorwaarden om een vereffenaar te benoemen is voldaan, want verzoekster is belanghebbende en het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Dit wordt hierna toegelicht. 2.5. Verzoekster is belanghebbende bij het verzoek, omdat zij schuldeiser is van de nalatenschap van de overledene. Verzoekster stelt namelijk dat zij twee hypothecaire geldleningen heeft verstrekt aan de overledene ten behoeve van de woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] (hierna: de woning). Deze geldleningen zijn opeisbaar geworden door het overlijden van de overledene. Volgens verzoekster bedraagt de schuld van de overledene aan haar per 8 januari 2026 € 60.085,82 en kan hierop nog een verpande polis bij Nationale Nederlanden van € 39.341,57 in mindering worden gebracht. 2.6. Aan de andere voorwaarde om een vereffenaar te benoemen is ook voldaan, want het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Wie erfgenaam is van de overledene volgt in beginsel uit een testament. De overledene heeft echter volgens het Centraal Testamentenregister geen testament opgemaakt in Nederland en volgens verzoekster volgt uit raadpleging van het openbare register in het [land] dat de overledene ook geen testament heeft opgemaakt in het [land] . Dit heeft tot gevolg dat op grond van de wet beoordeeld moet worden wie de erfgenamen van de overledene zijn (artikel 4:10 BW). Volgens de Basisregistratie personen is de overledene niet gehuwd of geregistreerd als partner en heeft de overledene evenmin kinderen achtergelaten. Verdere gegevens over familieleden van de overledene zijn onbekend, zodat het op dit moment niet bekend is of de overledene erfgenamen heeft en daar nader onderzoek naar gedaan moet worden. 2.7. Verzoekster heeft voorts voldoende toegelicht dat zij er een belang bij heeft als een vereffenaar wordt benoemd, omdat het gevaar bestaat dat haar opeisbare schuld niet volledig wordt voldaan. Een vereffenaar heeft tot taak om voor zover mogelijk de schulden van een nalatenschap te voldoen. Verzoekster kan voorts als een vereffenaar is benoemd een veilingtraject starten met betrekking tot de woning, omdat betekening aan een vereffenaar moet plaatsvinden. Een vereffenaar heeft verder ook als taak om een erfgenamenonderzoek te verrichten naar de nog onbekende erfgenamen van de overledene (artikel 4:225 lid 1 BW), zodat er voldoende belang is om een vereffenaar te benoemen. 2.8. Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoekster voorgestelde vereffenaar, mr. I.P.M. Schreven , tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant. 2.9. De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). 3 De beslissing De rechtbank 3.1. benoemt mr. Irene Petronella Maria Schreven (kantoorhoudende te aan de Edelweisstraat 5, 5241 AH te Rosmalen , postadres: Postbus 255, 5240 AG te Rosmalen ) tot vereffenaar in de nalatenschap van: [naam overledene] , geboren in [geboorteplaats] ( [land] ) op [geboortedatum] 1969 , laatstelijk wonende in [woonplaats] , dag en plaats van lijkvinding [datum] 2025 te [plaats] , 3.2. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.3. draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant; 3.4. verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW; 3.5. verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming. Deze beschikking is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026. 3120