Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-02-06
ECLI:NL:RBROT:2026:2024
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11705202 CV EXPL 25-11820 datum uitspraak: 6 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van BAM Energy Services B.V. , vestigingsplaats: Bunnik, eiseres, gemachtigde: Flanderijn, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘BAM’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 8 mei 2025, met bijlagen; het antwoord; de rolbeslissing van 14 november 2025; de akte van BAM, met bijlagen; de akte van [gedaagde] . 2 De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.1. BAM heeft met [gedaagde] een koopovereenkomst gesloten voor een warmtepomp- en een pv-installatie. BAM eist in deze procedure betaling van de facturen die zij in verband met de levering van deze installaties heeft gestuurd, van in totaal € 14.400,-, plus rente en kosten. 2.2. [gedaagde] zegt dat BAM haar vordering op een eerder moment heeft ingetrokken en vindt dat hij niet (meer) hoeft te betalen. Ook vindt hij dat hij niet op tijd informatie van BAM heeft gekregen over de koop, waardoor hij deze niet kon meefinancieren met de aankoop van zijn woning. [gedaagde] moet betalen 2.3. Dat tussen BAM en [gedaagde] een overeenkomst is gesloten voor een warmtepomp- en een pv-installatie, staat vast. BAM heeft de ondertekende overeenkomst overgelegd. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij die overeenkomst inderdaad heeft ondertekend en ook niet dat BAM de installaties heeft geleverd. 2.4. Volgens [gedaagde] heeft BAM haar vordering ingetrokken, maar dat is niet gebleken. BAM heeft betwist dat zij de vordering heeft ingetrokken. Het dossier bij een ander incassobureau dan haar huidige gemachtigde is gesloten, maar niet omdat zij de vordering op [gedaagde] heeft ingetrokken. [gedaagde] moet in zo’n geval aantonen dat BAM inderdaad afstand heeft gedaan van haar aanspraak op betaling. Dat heeft hij niet gedaan. Daarom moet de kantonrechter ervan uitgaan dat de betalingsverplichting nog steeds bestaat en dat betekent dat [gedaagde] de facturen alsnog moet betalen. Geen ambtshalve toetsing informatieverplichtingen 2.5. In de rolbeslissing van 14 november 2025 heeft de kantonrechter BAM gevraagd om uit te leggen hoe de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen en of sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. BAM heeft geantwoord dat zij een handelaar is en [gedaagde] een consument en dat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand is gekomen. Volgens BAM valt de overeenkomst echter onder een van de uitzonderingen van artikel 6:230h lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zodat afdeling 2b van titel 5 van boek 6 BW niet van toepassing is. Als dat zo is, toetst de kantonrechter niet (ambtshalve) of BAM aan de informatieverplichtingen uit die afdeling heeft voldaan. 2.6. De kantonrechter oordeelt dat op de overeenkomst tussen BAM en [gedaagde] de hiervoor genoemde afdeling inderdaad niet van toepassing is. De overeenkomst valt onder de uitzonderingen van artikel 6:230h lid 2 sub g BW en onder die van artikel 6:230h lid 2 sub h BW. Dat oordeel wordt hierna toegelicht. 2.7. In artikel 6:230h lid 2 onder g BW staat dat afdeling 2b van titel 5 van boek 6 BW niet van toepassing is op overeenkomsten “betreffende de constructie van nieuwe gebouwen (…)”. Hoewel de installaties op zichzelf niet onder de noemer ‘constructie van een nieuw gebouw’ vallen, oordeelt de kantonrechter dat er een zodanige samenhang bestaat tussen de koop van de installaties en de koop van de nieuwbouwwoning, dat de overeenkomst tussen BAM en [gedaagde] ook onder de uitzondering van dit artikellid valt. BAM heeft erop gewezen dat [gedaagde] verplicht was om deze installaties aan te laten brengen in de woning die hij had gekocht en dat de gasloze woning zonder deze installaties incompleet zou zijn geweest. Dat heeft [gedaagde] (ook) niet betwist. Er is in dit geval sprake van overeenkomsten (een koop/aanneemover