Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-10
ECLI:NL:RBROT:2026:1862
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1862 text/xml public 2026-05-13T11:25:53 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-10 C/10/704190 / FA RK 25-5814 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1862 text/html public 2026-05-13T11:24:36 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1862 Rechtbank Rotterdam , 10-02-2026 / C/10/704190 / FA RK 25-5814 Beschikking van de meervoudige kamer over herstel van het gezag. De rechtbank acht het – met alle betrokkenen – van belang om het verloop van de opvoedondersteuning en de uitkomst van het perspectiefonderzoek af te wachten, alvorens een beslissing te nemen op het verzoek om de moeder in het gezag te herstellen. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/704190 / FA RK 25-5814 Datum uitspraak: 10 februari 2026 Beschikking van de meervoudige kamer over herstel van het gezag in de zaak van [naam moeder] , zijnde de verzoekster, hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [pleegmoeder] en [pleegvader] , hierna te noemen de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] , de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering , gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen de GI. In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 12 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage met bijlage van de GI van 5 februari 2026. 1.2. Op 10 februari 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder en haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] ; de pleegouders, een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon C] . 1.3. De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon D] , werkzaam bij William Schrikker Gezinsvormen. 1.4. De rechtbank heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover voorafgaand aan de zitting op 12 december 2025 een gesprek gevoerd met de voorzitter van de rechtbank. Op 10 februari 2026 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet naar de rechtbank gekomen. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van de rechtbank van 31 januari 2019 is het ouderlijk gezag van de moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] beëindigd en is de GI tot voogdes over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] benoemd. 2.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een perspectief biedend pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De moeder verzoekt – na wijziging van het verzoek op zitting – te bepalen dat het gezag van moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] met onmiddellijke ingang wordt hersteld, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie gerade acht. De moeder verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Namens en door de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. In juni 2022 heeft de moeder bij haar advocaat aangeklopt omdat zij wilde dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] weer thuis zouden komen wonen. De conclusie was toen dat er eerst echt nog wat stappen gezet moesten worden. De afgelopen drieënhalf jaar heeft de moeder keihard gewerkt. De hoop was dat de GI dan op een gegeven moment zou instemmen met een nieuw perspectiefonderzoek. Dat gebeurde helaas niet. De GI gaf aan dat het perspectief al was bepaald. Toen had de moeder nog maar één optie en dat was het indienen van een verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag. Dat verzoek is ingediend in juli 2025. Vervolgens is het verzoek even blijven liggen. In de tussentijd raakte er een andere jeugdbeschermer betrokken. Deze jeugdbeschermer vindt, gelet op het dossier en de stappen die de moeder heeft gezet, dat er wel een nieuw perspectiefonderzoek moet komen. De moeder had begrepen dat het perspectiefonderzoek tijdens de kerstvakantie van 2025 zou plaatsvinden. Helaas was hier sprake van miscommunicatie. Het perspectiefonderzoek is wel aangevraagd, maar kon nog niet worden uitgevoerd. De moeder is hier zeer teleurgesteld over en zij had gehoopt eindelijk meer duidelijkheid te krijgen. Jarenlang heeft de moeder alles gedaan om te laten zien dat zij voor de jongens, en de jongere kinderen in het gezin, kan zorgen. Voor de jongere kinderen gelden er ook geen kinderbeschermingsmaatregelen. De moeder (h)erkent dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] een grote zorgbehoefte hebben. Beide jongens zijn meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. [voornaam minderjarige 1] is in een strafzaak aangemerkt als verdachte. De moeder doet haar best om ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige 1] zich aan de afspraken houdt en dat hij niet omgaat met de jongens die bij de strafzaak betrokken zijn. Wanneer [voornaam minderjarige 1] zich niet houdt aan zijn avondklok, spreekt de moeder hem daarop aan. Eerder is nagedacht over de optie om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor een periode van twee maanden volledig thuis te laten wonen om te kijken of dat goed gaat. Dat is echter niet mogelijk, omdat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gebruik maken van leerlingenvervoer en dat is gebonden aan de woonplek van de kinderen. Het plan voor de komende tijd is dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] elk weekend (en zoveel mogelijk in de vakanties) naar de moeder gaan en dat opvoedondersteuning wordt ingezet. De opvoedondersteuning kan binnenkort starten. Hoewel de moeder het liefst nu duidelijkheid wil hebben over de vraag of [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij haar thuis komen wonen, verzoekt zij de rechtbank om het verzoek aan te houden in afwachting van het verloop van de opvoedondersteuning en de uitkomst van het perspectiefonderzoek. 4.2. De GI brengt ter zitting het volgende naar voren. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder. Daarom is het belangrijk dat er een perspectiefonderzoek gaat plaatsvinden. Daarvoor geldt een wachtlijst van zes maanden. Er zijn inmiddels twee maanden verstreken. Dat betekent dat het gezin over een maand of vier aan de beurt is. Het onderzoek zelf duurt vervolgens zes tot acht weken. Als uit het perspectiefonderzoek blijkt dat de moeder in staat is om – naast de zorg voor de andere kinderen – ‘goed genoeg ouderschap’ te bieden aan [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , wil de GI daar een plan voor maken. Intussen is opvoedondersteuning aangevraagd bij Coach Vooruit. De verwachting is dat er over acht tot negen maanden meer duidelijkheid is. 4.3. De pleegouders staan achter het voorstel om een perspectiefonderzoek in te zetten. 4.4. De Raad is het eens met de lijn die wordt uitgezet. 5 De beoordeling 5.1. Op 15 juni 2017 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uit huis geplaatst, vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder thuis. Sinds februari 2018 verblijven de kinderen in het netwerk, bij de pleegouders. Bij beschikking van 31 januari 2019 is het gezag van de moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] beëindigd. 5.2. Vanwege haar gewijzigde omstandigheden verzoekt de moeder haar in het gezag te herstellen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1862 text/xml public 2026-05-13T11:25:53 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-10 C/10/704190 / FA RK 25-5814 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1862 text/html public 2026-05-13T11:24:36 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1862 Rechtbank Rotterdam , 10-02-2026 / C/10/704190 / FA RK 25-5814 Beschikking van de meervoudige kamer over herstel van het gezag. De rechtbank acht het – met alle betrokkenen – van belang om het verloop van de opvoedondersteuning en de uitkomst van het perspectiefonderzoek af te wachten, alvorens een beslissing te nemen op het verzoek om de moeder in het gezag te herstellen. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/704190 / FA RK 25-5814 Datum uitspraak: 10 februari 2026 Beschikking van de meervoudige kamer over herstel van het gezag in de zaak van [naam moeder] , zijnde de verzoekster, hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [pleegmoeder] en [pleegvader] , hierna te noemen de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] , de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering , gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen de GI. In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 12 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; de briefrapportage met bijlage van de GI van 5 februari 2026. 1.2. Op 10 februari 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder en haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] ; de pleegouders, een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon C] . 1.3. De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon D] , werkzaam bij William Schrikker Gezinsvormen. 1.4. De rechtbank heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover voorafgaand aan de zitting op 12 december 2025 een gesprek gevoerd met de voorzitter van de rechtbank. Op 10 februari 2026 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet naar de rechtbank gekomen. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van de rechtbank van 31 januari 2019 is het ouderlijk gezag van de moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] beëindigd en is de GI tot voogdes over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] benoemd. 2.2. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een perspectief biedend pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De moeder verzoekt – na wijziging van het verzoek op zitting – te bepalen dat het gezag van moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] met onmiddellijke ingang wordt hersteld, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie gerade acht. De moeder verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Namens en door de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. In juni 2022 heeft de moeder bij haar advocaat aangeklopt omdat zij wilde dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] weer thuis zouden komen wonen. De conclusie was toen dat er eerst echt nog wat stappen gezet moesten worden. De afgelopen drieënhalf jaar heeft de moeder keihard gewerkt. De hoop was dat de GI dan op een gegeven moment zou instemmen met een nieuw perspectiefonderzoek. Dat gebeurde helaas niet. De GI gaf aan dat het perspectief al was bepaald. Toen had de moeder nog maar één optie en dat was het indienen van een verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag. Dat verzoek is ingediend in juli 2025. Vervolgens is het verzoek even blijven liggen. In de tussentijd raakte er een andere jeugdbeschermer betrokken. Deze jeugdbeschermer vindt, gelet op het dossier en de stappen die de moeder heeft gezet, dat er wel een nieuw perspectiefonderzoek moet komen. De moeder had begrepen dat het perspectiefonderzoek tijdens de kerstvakantie van 2025 zou plaatsvinden. Helaas was hier sprake van miscommunicatie. Het perspectiefonderzoek is wel aangevraagd, maar kon nog niet worden uitgevoerd. De moeder is hier zeer teleurgesteld over en zij had gehoopt eindelijk meer duidelijkheid te krijgen. Jarenlang heeft de moeder alles gedaan om te laten zien dat zij voor de jongens, en de jongere kinderen in het gezin, kan zorgen. Voor de jongere kinderen gelden er ook geen kinderbeschermingsmaatregelen. De moeder (h)erkent dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] een grote zorgbehoefte hebben. Beide jongens zijn meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. [voornaam minderjarige 1] is in een strafzaak aangemerkt als verdachte. De moeder doet haar best om ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige 1] zich aan de afspraken houdt en dat hij niet omgaat met de jongens die bij de strafzaak betrokken zijn. Wanneer [voornaam minderjarige 1] zich niet houdt aan zijn avondklok, spreekt de moeder hem daarop aan. Eerder is nagedacht over de optie om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor een periode van twee maanden volledig thuis te laten wonen om te kijken of dat goed gaat. Dat is echter niet mogelijk, omdat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gebruik maken van leerlingenvervoer en dat is gebonden aan de woonplek van de kinderen. Het plan voor de komende tijd is dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] elk weekend (en zoveel mogelijk in de vakanties) naar de moeder gaan en dat opvoedondersteuning wordt ingezet. De opvoedondersteuning kan binnenkort starten. Hoewel de moeder het liefst nu duidelijkheid wil hebben over de vraag of [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij haar thuis komen wonen, verzoekt zij de rechtbank om het verzoek aan te houden in afwachting van het verloop van de opvoedondersteuning en de uitkomst van het perspectiefonderzoek. 4.2. De GI brengt ter zitting het volgende naar voren. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder. Daarom is het belangrijk dat er een perspectiefonderzoek gaat plaatsvinden. Daarvoor geldt een wachtlijst van zes maanden. Er zijn inmiddels twee maanden verstreken. Dat betekent dat het gezin over een maand of vier aan de beurt is. Het onderzoek zelf duurt vervolgens zes tot acht weken. Als uit het perspectiefonderzoek blijkt dat de moeder in staat is om – naast de zorg voor de andere kinderen – ‘goed genoeg ouderschap’ te bieden aan [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , wil de GI daar een plan voor maken. Intussen is opvoedondersteuning aangevraagd bij Coach Vooruit. De verwachting is dat er over acht tot negen maanden meer duidelijkheid is. 4.3. De pleegouders staan achter het voorstel om een perspectiefonderzoek in te zetten. 4.4. De Raad is het eens met de lijn die wordt uitgezet. 5 De beoordeling 5.1. Op 15 juni 2017 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uit huis geplaatst, vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder thuis. Sinds februari 2018 verblijven de kinderen in het netwerk, bij de pleegouders. Bij beschikking van 31 januari 2019 is het gezag van de moeder over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] beëindigd. 5.2. Vanwege haar gewijzigde omstandigheden verzoekt de moeder haar in het gezag te herstellen.