Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-02-13
ECLI:NL:RBROT:2026:1729
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11769099 CV EXPL 25-14477 datum uitspraak: 13 februari 2026 (bij vervroeging) Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Centra-Klima B.V. , vestigingsplaats: Spijkenisse, eiseres, gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. De partijen worden hierna ‘Centra-Klima’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 13 juni 2025, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de mail van Centra-Klima, met bijlagen. 1.2. Op 22 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens Centra-Klima [persoon A] met mr. M. Heeren en [gedaagde] met mr. D. Binboga-Özkurt. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] huurde sinds 5 december 2019 een cv-ketel van Centra-Klima. De huurovereenkomst had een looptijd van 168 maanden. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst op 2 december 2024 beëindigd en hij heeft enkele weken later de cv-ketel laten demonteren. Centra-Klima heeft de cv-ketel op 3 januari 2025 opgehaald. Volgens Centra-Klima is de cv-ketel op ondeskundige wijze gedemonteerd en is de cv-ketel daardoor onherstelbaar beschadigd. 2.2. Centra-Klima eist dat [gedaagde] een afkoopsom, een boete, de kosten van de eindinspectie, de kosten voor het demonteren en afvoeren van de cv-ketel, de kosten voor het opbouwen van een proefopstelling in verband met de inspectie van de cv-ketel en de kosten voor het vervangen van de voedingskabel betaalt, met rente en kosten. In totaal eist Centra-Klima dat [gedaagde] nog € 4.890,17 aan haar betaalt. [gedaagde] is het niet met de eis eens. [gedaagde] moet van de kantonrechter nog € 2.471,64 aan Centra-Klima betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom. [gedaagde] heeft de overeenkomst opgezegd 2.3. [gedaagde] heeft de overeenkomst met Centra-Klima opgezegd. [gedaagde] stelt zich weliswaar op het standpunt dat hij de overeenkomst heeft ontbonden, maar de kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. [gedaagde] heeft op 2 december 2024 de volgende e-mail aan Centra-Klima gestuurd: “Bij deze willen wij u graag mededelen dat wij stoppen met de huur van de ketel vanaf 20 december 2024. U kunt de ketel dan ook vanaf deze datum ophalen.” Volgens [gedaagde] blijkt uit de context en inhoud van zijn e-mail dat sprake was van een ontbinding wegens wanprestatie, omdat Centra-Klima is tekortgeschoten in haar onderhoudsplicht, maar zijn e-mail biedt hiervoor geen enkele steun. Centra-Klima mocht de e-mail van [gedaagde] dan ook opvatten als een opzegging en een opzegtermijn van een maand hanteren. De overeenkomst is dan ook geëindigd op 3 januari 2025 door opzegging van [gedaagde] . [gedaagde] hoeft de afkoopsom niet te betalen 2.4. Dit deel van de eis wordt afgewezen. Centra-Klima baseert dit deel van haar eis op artikel 15 van de algemene voorwaarden. Op grond van dit artikel dient de huurder bij een voortijdige opzegging van de huurovereenkomst een afkoopsom te betalen die gelijk is aan 1/3e van de resterende contractstermijnen. In het artikel staat: “(…) Indien huurder, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing, tussentijds de huurovereenkomst wenst op te zeggen en geen of niet tijdig een aanvaardbaar opvolgend huurder kan of heeft kunnen aanwijzen, dan duurt de overeenkomst voort gedurende de restantperiode van de huurovereenkomst met dien verstande dat huurder de overeenkomst kan laten ontbinden door betaling van de afkoopsom. (…) De afkoopsom wordt als volgt berekend: het resterend aantal maanden van de lopende huurovereenkomst vermenigvuldigd met de geldende huurprijs per maand. De som van deze vermenigvuldiging wordt vervolgens gedeeld door drie. De afkoopregeling betreft strikt de afkoop van de huurverplichting van de huurder. Het gehuurde goed zelf blijft in eigendom van verhuurder. Kosten voor de demontage en verwijdering worden se In de bijlage onder e bij Richtlijn 93/13/EEG is bepaald dat een beding dat tot doel of gevolg heeft een consument die zijn verbintenissen niet nakomt een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, als oneerlijk beding kan worden aangemerkt. Er kan sprake zijn van een onevenredig hoge schadevergoeding, wanneer de hoogte van de boete onder bepaalde omstandigheden niet meer in een redelijke verhouding tot de voorzienbare schade staat. 2.10. Artikel 7 van de algemene voorwaarden van Centra-Klima is niet oneerlijk. Centra-Klima heeft uitgelegd wat haar belang is bij dit boetebeding. Centra-Klima wil niet dat er door de klant of door derden werkzaamheden aan haar eigendommen worden uitgevoerd, omdat een cv-ketel een erg kwetsbaar apparaat is dat door ondeskundig gebruik snel beschadigd kan raken, met grote kosten van dien. Volgens recente wetgeving mogen klanten dat ook niet meer zelf doen. Het boetebeding moet daarom een voldoende afschrikwekkende werking hebben. De kantonrechter kan Centra-Klima daarin volgen. Van een buitensporige of onevenredige boete is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. 2.11. Artikel 7 van de algemene voorwaarden is ook in samenhang bezien met de andere vorderingen waar Centra-Klima (op grond van de algemene voorwaarden) aanspraak op maakt/kan maken niet oneerlijk in de zin van de Richtlijn. Artikel 7 van de algemene voorwaarden heeft een eigen strekking en dient een ander doel dan artikel 15 van de algemene voorwaarden. 2.12. Vast staat dat [gedaagde] de cv-ketel zonder toestemming van Centra-Klima niet door Centra-Klima maar door een derde heeft laten demonteren en verplaatsen. Centra-Klima stelt dat de cv-ketel door de ondeugdelijke demontage niet meer verhuurbaar was en het ook niet mogelijk was om de cv-ketel op een tweedehandsmarkt aan te bieden, door de te kort afgezaagde aan- en afvoerleidingen. [gedaagde] betwist dat hierdoor enige schade is ontstaan aan de cv-ketel. [gedaagde] heeft ter onderbouwing een verklaring van Eneco in het geding gebracht waarin staat dat deze leidingen op geen andere manier verwijderd kunnen worden dan het doorsnijden ervan. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] over de gestelde schade aan de cv-ketel kan deze niet op conto van [gedaagde] komen, maar dit staat het opleggen van de boete niet in de weg. De boete ziet namelijk op het feit dat [gedaagde] de cv-ketel zonder toestemming van Centra-Klima de cv-ketel heeft laten demonteren en verplaatsen. Centra-Klima heeft [gedaagde] bij brief van 2 december 2024 ook nog gewezen op dit deel van de overeenkomst. In deze brief staat: “CentraKlima bv wijst u er voor alle duidelijkheid op dat het conform de overeenkomst niet toegestaan is dat u derden aan de cv ketel laat werken, deze laat demonteren en of verplaatsen. Wanneer u die afspraak schend verbeurt u direct en dus onherroepelijk, de in de overeenkomst opgenomen boete. Om misverstanden en onduidelijkheid te voorkomen, verwijs ik u naar art. 7 uit de tussen partijen gesloten overeenkomst.” Ondanks deze waarschuwing heeft [gedaagde] de cv-ketel door een derde laten demonteren. [gedaagde] moet de kosten voor de eindinspectie betalen 2.13. Dit deel van de eis wordt toegewezen. Gelet op het voorgaande staat vast dat [gedaagde] de huurovereenkomst voortijdig heeft opgezegd. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij in dat geval deze kosten aan Centra-Klima verschuldigd is. Centra-Klima heeft deze kosten ook aangekondigd in haar brief van 2 december 2024. [gedaagde] moet de kosten voor het demonteren en afvoeren van de cv-ketel betalen 2.14. Dit deel van de eis wordt toegewezen. Centra-Klima heeft onweersproken gesteld dat dit een standaard overeengekomen bedrag is. [gedaagde] heeft weliswaar de hoogte van het bedrag betwist omdat Centra-Klima de cv-ketel niet meer hoefde te demonteren, maar Centra-Klima heeft uitgelegd dat zij wel een monteur heeft moeten inzetten om de cv-ketel op te halen, waardoor zij wel deze kosten heeft gemaakt. [gedaagde] heeft t