Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-02-03
ECLI:NL:RBROT:2026:1728
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/7755 uitspraak van de meervoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] . ( [afkorting naam eiseres] ), uit [plaats 1] , eiseres (gemachtigden: mr. R. Tak en mr. L.E. Rat), en [naam verweerder] ( [afkorting verweerder] ), (gemachtigden: mr. B.R. Boerboom en mr. F.H.J. van Tienen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het door de [afkorting verweerder] opleggen van een boete van in totaal € 420.000,- aan [afkorting naam eiseres] . De boete is opgelegd omdat [afkorting naam eiseres] volgens de [afkorting verweerder] onterecht zorg heeft gedeclareerd en een foutieve administratie heeft gevoerd en daarmee de artikelen 35 en 36 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) heeft overtreden. [afkorting naam eiseres] is het niet eens met het opleggen van de boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het opleggen van de boete in stand kan blijven. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat alleen de beroepsgrond dat de redelijke termijn is overschreden, slaagt. Dit betekent dat de [afkorting verweerder] terecht een boete heeft opgelegd, maar dat het boetebedrag wordt verlaagd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met een besluit van 6 oktober 2023 (boetebesluit) heeft de [afkorting verweerder] [afkorting naam eiseres] een boete van € 420.000,- voor overtreding van artikel 35 en artikel 36 van de Wmg opgelegd. 2.1. Met het bestreden besluit van 10 juli 2024 op het bezwaar van [afkorting naam eiseres] is de [afkorting verweerder] - met aanvulling van de motivering - bij het opleggen van deze boete gebleven. 2.2. [afkorting naam eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De [afkorting verweerder] heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. [afkorting naam eiseres] heeft bij brief van 14 november 2025 nog aanvullende stukken ingediend. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Voor [afkorting naam eiseres] haar gemachtigden, [persoon A] en [persoon B] . Voor de [afkorting verweerder] haar gemachtigden, [persoon C] , [persoon D] , [persoon E] , [persoon F] en [persoon G] . Beoordeling door de rechtbank Voorgeschiedenis en besluitvorming door de [afkorting verweerder] 3. [afkorting naam eiseres] , een zelfstandig behandelcentrum (zbc) gespecialiseerd in oogheelkundige zorg, is een zorgaanbieder in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wmg. Zij levert zowel verzekerde interventies (zoals de behandeling van glaucoom, netvliesloslating en hoornvliesproblemen) als niet-verzekerde interventies (zoals ooglidcorrecties, CBR-keuringen en speciale implantlenzen). [afkorting naam eiseres] heeft locaties in [plaats 2] , [plaats 3] en [plaats 4] en werkt met een team van oogartsen, arts-assistenten, optometristen, orthoptisten en diverse medisch geschoolde assistenten. 4. De [afkorting verweerder] heeft in 2018 een algemeen, verkennend onderzoek gedaan naar verschillende elementen in de declaratiedata van zbc’s. In dit verkennende onderzoek is aandacht besteed aan verschillende thema's, zoals aan het (onterecht) registreren/declareren van polikliniekbezoeken en bepaalde combinaties van zorgactiviteiten en parallelle zorgtrajecten. 4.1. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek heeft de [afkorting verweerder] drie zbc's, waaronder [afkorting naam eiseres] , geselecteerd die in de benchmark het meest opvielen wat betreft het percentage geopende parallelle zorgtrajecten en het aantal diagnoses per patiënt. 4.2. De [afkorting verweerder] heeft de declaratiedata van de drie zbc's nader bekeken en is nagegaan of er signalen uit het veld waren ontvangen over deze organisaties. Er bleek over [afkorting naam eiseres] een signaal te zi Volgens de ACM heeft [afkorting naam eiseres] in de periode van 18 november 2020 tot 28 juni 2021 de Wmg en de hierop gebaseerde [afkorting verweerder] -regelgeving (herhaaldelijk en structureel) overtreden door: A. ten onrechte parallelle zorgtrajecten te openen en daardoor de hieruit voortkomende subtrajecten te declareren en - deels in samenhang daarmee - zorgproducten te declareren die niet het geheel van zorgactiviteiten omvatten in het kader van de zorgvraag; B. polikliniekbezoeken te registreren terwijl niet voldaan is aan de voorwaarden voor het registreren van deze polikliniekbezoeken; C. een administratie te voeren waarin de declaratiedata niet aansluiten op de afspraakoverzichten/patiëntdossiers met als gevolg dat niet (eenduidig) blijkt wanneer de zorg daadwerkelijk is geleverd. 5.1. De ACM stelt dat [afkorting naam eiseres] hiermee de artikelen 35 en 36 van de Wmg heeft overtreden, inclusief overtredingen van de - op deze artikelen gebaseerde - Regeling medisch-specialistische zorg, in het bijzonder artikel 4, derde lid, artikel 5, eerste lid en vierde lid sub a tot en met sub c, artikel 23, vierde lid (in 2020) en vijfde lid (in 2021) , artikel 24, eerste tot en met derde lid en artikel 36, eerste lid onderdeel r. Toetsingskader 6. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Beroepsgronden 7. [afkorting naam eiseres] voert aan dat de [afkorting verweerder] heeft gehandeld in strijd met de eis van functiescheiding en het verbod op vooringenomenheid, met het zorgvuldigheids- en verdedigingsbeginsel, met het vertrouwensbeginsel en met het verbod van détournement de pouvoir. Zij stelt dat het dossier van de [afkorting verweerder] niet volledig is en betwist de deskundigheid van de medisch adviseurs van de [afkorting verweerder] en stelt dat hun betrokkenheid onzorgvuldig is geweest. Ook plaatst zij kanttekeningen bij de bevindingen van de [afkorting verweerder] in de twaalf geselecteerde dossiers. Tot slot voert zij aan dat de opgelegde boete in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. Beoordeling Vaststelling overtredingen 8. De vaststelling van de overtredingen is gebaseerd op twaalf patiëntendossiers. De rechtbank constateert dat [afkorting naam eiseres] wel kanttekeningen plaatst bij de bevindingen van de [afkorting verweerder] maar de overtredingen niet concreet betwist en zelfs grotendeels erkent. Zo stelt [afkorting naam eiseres] bij overtreding A over de parallelle zorgtrajecten dat de kennelijke discrepantie tussen de zorgvragen van de patiënt en wat de toezichthouders van de [afkorting verweerder] uit de verslaglegging van de dossiers hebben gehaald, voor een deel is te wijten aan haar oude werkwijze en erkent zij wat betreft de koppeling van zorgactiviteiten dat er sprake is van onjuiste registratie. Bij overtreding B (polikliniek bezoeken) erkent [afkorting naam eiseres] dat kennelijk niet goed geregistreerd is en bij overtreding C (consistente administratie) geeft [afkorting naam eiseres] aan te betreuren dat zij destijds onjuist heeft geregistreerd. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat wat [afkorting naam eiseres] verder stelt over de overtredingen vooral ziet op verklaringen waarom de overtredingen zijn begaan en waarmee [afkorting naam eiseres] (vooral) lijkt te willen aanvoeren dat de overtredingen haar niet kunnen worden verweten. Wat betreft de parallelle zorgtrajecten voert [afkorting naam eiseres] namelijk aan dat zij geen reden had om aan haar werkwijze te twijfelen omdat zowel de visitatiecommissie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) in november 2019 als het onafhankelijk certificeringsinstituut Kiwa in 2022, namens Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), vaststelde dat de verslaglegging in patiëntendossiers in orde was. Verder betoogt [afkorting naa Daarbij heeft de [afkorting verweerder] berekend dat [afkorting naam eiseres] in de twaalf patiëntendossiers tenminste 23% van het totaal gedeclareerde bedrag te veel heeft gedeclareerd (financieel voordeel). Verder richtte het onderzoek van de [afkorting verweerder] zich niet op de vraag of [afkorting naam eiseres] (ook) registratiefouten maakte die haar financieel nadeel opleverden, zodat de [afkorting verweerder] de stelling van [afkorting naam eiseres] niet op basis van de haar beschikbare gegevens kan bevestigen of ontkrachten. Nog daargelaten dat een eventueel geleden financieel nadeel geen afbreuk doet aan de geconstateerde overtredingen en het feit dat daarvoor een boete kon worden opgelegd, is de stelling van [afkorting naam eiseres] in het geheel niet onderbouwd. Over het betoog van [afkorting naam eiseres] dat zij niet twee operaties op één dag kon declareren en een workaround heeft gemaakt, heeft de [afkorting verweerder] al in het boetebesluit gezegd dat dit geen steun vindt in de declaratiedata van 2020 en 2021, omdat daaruit blijkt dat [afkorting naam eiseres] - net als andere zorgaanbieders die oogheelkundige zorg declareren - deze twee operaties wel op dezelfde dag heeft kunnen declareren. In het verweerschrift stelt de [afkorting verweerder] wederom te zijn nagegaan of er van andere zorgaanbieders signalen van dezelfde strekking zijn ontvangen en dat is niet het geval. [afkorting naam eiseres] onderbouwt haar stelling dat andere zbc’s ook met dit probleem kampen verder ook niet en zij onderbouwt evenmin waarom deze door de [afkorting verweerder] ingenomen standpunten onjuist zouden zijn. Conclusie vaststelling overtredingen 9. De beroepsgronden gericht tegen de vaststelling van de overtredingen slagen niet. De [afkorting verweerder] is bevoegd om [afkorting naam eiseres] een boete op te leggen. Strijd met eis van functiescheiding en het verbod op vooringenomenheid? 10. Uit vaste rechtspraak blijkt dat contact tussen het besluitvormende bestuursorgaan dan wel een medewerker die betrokken is bij (de voorbereiding van) de besluitvorming enerzijds en de toezichthouder die het desbetreffende onderzoek uitvoert anderzijds, is toegestaan, maar niet tot gevolg mag hebben dat het bestuursorgaan of de medewerker zodanig richting geeft aan het onderzoek dat de besluitvorming niet langer onbevangen en onafhankelijk plaatsvindt. Van zodanig intensieve betrokkenheid die aan een objectieve en onbevooroordeelde beoordeling van de onderzoeksresultaten in de weg zou kunnen staan, zal in de regel geen sprake zijn indien de bemoeienis betreft het geven van een opdracht tot het doen van onderzoek, het geven van algemene aanwijzingen en het verifiëren van de naleving van deze aanwijzingen alsmede van de voortgang van het onderzoek. Het functiescheidingsvereiste en het verbod op vooringenomenheid sluiten verder niet uit dat er contact is tussen degene die is belast met de besluitvorming omtrent het opleggen van een boete dan wel het beslissen op een bezwaarschrift gericht tegen een opgelegde boete en de toezichthouder die een toezichtrapport heeft opgesteld. 11. [afkorting naam eiseres] betoogt dat één van de leden van het bestuur van de [afkorting verweerder] , [persoon H] , een intensieve betrokkenheid heeft gehad bij het onderzoek en betrokken is geweest bij de besluitvorming, wat volgens haar in strijd is met - onder meer - artikel 6 van het EVRM. De [afkorting verweerder] heeft toegelicht dat [persoon H] in de hoedanigheid van directeur Toezicht en handhaving op hoofdlijnen betrokken was bij - kort gezegd - het onderzoek dat heeft geresulteerd in de aanwijzing van 18 november 2020, de nacontrole en de totstandkoming van het boeterapport. Zij was eindverantwoordelijk en nam kennis van de voortgang van het onderzoek. 12. De rechtbank volgt niet het betoog van [afkorting naam eiseres] dat de intensieve betrokkenheid van [persoon H] al blijkt uit het feit dat er een mandaatbesluit is genomen. Om een onbevooroordeelde beoordeling v Daarom zal de rechtbank ook niet ingaan op het beroep op het gelijkheidsbeginsel dat [afkorting naam eiseres] in dit verband heeft gedaan. Als er sprake is van een overtreding dan mag de [afkorting verweerder] , ook zonder aanwijzing, op grond van artikel 85 van de Wmg een boete opleggen. Er is dan ook geen sprake van détournement de pouvoir. Het betoog van [afkorting naam eiseres] over bij haar gewekt vertrouwen volgt de rechtbank niet. In de aanwijzing is immers vermeld (i) dat [afkorting naam eiseres] de in de aanwijzing genoemde overtredingen per direct moet beëindigen, (ii) dat de [afkorting verweerder] te allen tijde kan controleren of [afkorting naam eiseres] aan de aanwijzing heeft voldaan en (iii) dat wanneer [afkorting naam eiseres] niet, niet volledig of niet tijdig aan de aanwijzing voldoet, er zwaardere maatregelen getroffen kunnen worden, zoals het opleggen van een bestuurlijke boete. Daarbij acht de rechtbank met de [afkorting verweerder] van belang dat de overtredingen in de periode tussen 18 november 2020 en 28 juni 2021 hebben plaatsgevonden en daarmee (ook) ruim na de datum van de aanwijzing. Conclusie détournement de pouvoir en strijd met het vertrouwensbeginsel 16. Het betoog van [afkorting naam eiseres] dat er sprake is van détournement de pouvoir of strijd met het vertrouwensbeginsel slaagt dan ook niet. Strijd met het verdedigings- en het zorgvuldigheidsbeginsel? 17. De rechtbank volgt [afkorting naam eiseres] niet in haar betoog dat de [afkorting verweerder] niet op zorgvuldige wijze heeft vastgesteld dat er sprake is van een structurele werkwijze. Zoals blijkt uit 4.3 heeft de [afkorting verweerder] in een eerder onderzoek geconcludeerd dat [afkorting naam eiseres] van 1 januari 2017 tot 12 maart 2019 de Wmg en de Regeling medisch-specialistische zorg op meerdere wijzen heeft overtreden. Uit de herhaaldelijke (en soortgelijke) overtredingen die de [afkorting verweerder] in de twaalf patiëntendossiers heeft aangetroffen, heeft de [afkorting verweerder] kunnen constateren dat [afkorting naam eiseres] die regelgeving ook in de periode tussen 18 november 2020 en 28 juni 2021 (opnieuw) herhaaldelijk heeft overtreden. Anders dan [afkorting naam eiseres] stelt, heeft de [afkorting verweerder] de twaalf patiëntendossiers niet als representatief beschouwd in de zin dat het een exacte afspiegeling zou zijn van de patiëntenpopulatie en patiëntendossiers van [afkorting naam eiseres] . Nu aan het vaststellen van de overtredingen (en het bepalen van de boetehoogte) de twaalf patiëntendossiers en de declaratiegegevens over de onderzoeksperiode ten grondslag liggen en niet de door de [afkorting verweerder] berekende parallelliteitspercentages en risico-massa, laat de rechtbank het betoog van [afkorting naam eiseres] dat de berekening van de parallelliteitspercentages en/of risico-massa niet te volgen en niet controleerbaar is, verder buiten beschouwing. 18. [afkorting naam eiseres] voert aan dat de adviezen en bevindingen van de medisch adviseur voor haar kenbaar moeten zijn en dat dat hier niet het geval is. Het feit dat de medisch adviseurs - zoals de [afkorting verweerder] stelt - (ook) aangewezen zijn als toezichthouder in de zin van de Awb (en de bevindingen van de medisch adviseurs en (overige) toezichthouders dus met elkaar verweven zijn) is volgens [afkorting naam eiseres] irrelevant. De medisch adviseur handelt bij het uitbrengen van een medisch advies namelijk niet in zijn hoedanigheid als toezichthouder, maar als adviseur. Hij maakt daarbij ook geen gebruik van de (toezichts-) bevoegdheden die de Awb hem attribueert. Het is nu niet duidelijk welke meningen en conclusies toegeschreven kunnen worden aan de medisch adviseur en welke aan de (overige) toezichthouders (waarvan vaststaat dat deze niet ter zake deskundig zijn). De verwevenheid heeft ook tot gevolg dat [afkorting naam eiseres] niet de objectiviteit en onafhankelijkheid van de adviseurs kan beoordelen. Hun bevindingen kunnen immers gekleurd zijn doo Naar aanleiding van de beroepsgrond dat het onduidelijk is of bepaalde (deels door [afkorting naam eiseres] zelf overgelegde) stukken deel uitmaken van het dossier en zijn meegenomen bij de heroverweging, heeft de [afkorting verweerder] in het verweerschrift - onder verwijzing naar de bijlagen waarin ze in het dossier zitten - toegelicht dat al deze stukken deel uitmaken van het dossier en zijn meegenomen in de heroverweging. De rechtbank is met deze toelichting die door [afkorting naam eiseres] niet is bestreden van oordeel dat de beroepsgrond dat het dossier onvolledig zou zijn, niet slaagt. Boete 24. Voor een overtreding van artikel 35 en 36 van de Wmg is de boete op grond van artikel 85, tweede lid, van de Wmg voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 500.000 of als dat meer is, tien procent van de omzet van de onderneming in Nederland. 24.1. Uit artikel 85, derde lid, van de Wmg volgt dat de berekening van die omzet, plaatsvindt met inachtneming van wat artikel 2:377, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt voor de netto-omzet. Op grond van artikel 3.1 van de Beleidsregel Bestuurlijke boete 2018 (Boetebeleidsregel) gaat de [afkorting verweerder] hierbij uit van de totale netto jaaromzet van de overtreder (zoals opgenomen in de jaarrekening) in het laatst afgesloten boekjaar, tenzij deze naar de mening van de [afkorting verweerder] geen passende beboeting toelaat. De [afkorting verweerder] houdt bij de vaststelling van de hoogte van de boete in ieder geval rekening met de ernst, de duur en de frequentie van overtredingen en de mate waarin deze aan de overtreder kunnen worden verweten, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met de omstandigheden waaronder deze overtredingen zijn gepleegd. 24.2. De [afkorting verweerder] kwalificeert de overtredingen als zeer zwaar en daarvoor geldt op grond van de Boetebeleidsregel een boetegrondslag van 2,5% van de netto-omzet tot en met 1 miljoen euro, en een boetegrondslag van 1,25% van de netto-omzet van € 1.000.001 tot en met € 20.000.000. Voor [afkorting naam eiseres] geldt - op basis van de netto-omzet in de jaarrekening 2022 - een boetegrondslag van (afgerond) € 87.537 voor de overtreding van artikel 35 én voor de overtreding van artikel 36 van de Wmg. De [afkorting verweerder] stelt de ernstfactor voor overtreding van artikel 35 van de Wmg vast op 5 en voor overtreding van artikel 36 van de Wmg vast op 1. De [afkorting verweerder] ziet aanleiding om de genomen maatregelen met het oog op het verbeteren van de interne organisatie en het voorkomen van fouten in de toekomst, als boeteverlagende omstandigheid aan te merken. 24.3. De [afkorting verweerder] komt - als (afgerond) resultaat van de boetegrondslag vermenigvuldigd met de ernstfactor en verlaagd door de vastgestelde boeteverlagende omstandigheid - voor het overtreden van artikel 35 van de Wmg tot een boetehoogte van afgerond € 350.000 en voor het overtreden van artikel 36 van de Wmg tot een boetehoogte van afgerond € 70.000. De [afkorting verweerder] legt [afkorting naam eiseres] voor de overtredingen een totaalboete op van € 420.00,000. 25. De rechtbank overweegt dat - anders dan [afkorting naam eiseres] aanvoert - uit zowel het boetebesluit als het bestreden besluit duidelijk blijkt welk deel van het totale boetebedrag kan worden toegeschreven aan de overtreding van artikel 35 van de Wmg en welk deel aan de overtreding van artikel 36 van de Wmg. Verder heeft de [afkorting verweerder] toegelicht dat - anders dan [afkorting naam eiseres] lijkt te veronderstellen - het niet zo is dat binnen het totale boetebedrag voor de overtreding van artikel 35 Wmg een onderverdeling kan worden gemaakt tussen één boetebedrag dat geldt voor de constateringen van toetspunten 1 en 2 (overtreding A) én één boetebedrag dat geldt voor de constateringen van toetspunten 3 en 4 (overtreding B). De overtredingen die de [afkorting verweerder] heeft vastgesteld op basis van deze vier toetspunten hebben tezamen geleid tot het boetebed Een bestuurlijke boete van € 420.000 daarbovenop is in de optiek van [afkorting naam eiseres] niet redelijk, zeker niet nu zij ongeveer een halfjaar na het opleggen van de aanwijzing door de [afkorting verweerder] haar registratiewerkwijze heeft aangepast (terwijl de landelijke pandemie nog in volle gang was). 29. De rechtbank is van oordeel dat dit niet betekent dat boeteoplegging als zodanig daardoor onevenwichtig is. Indien het standpunt van [afkorting naam eiseres] zou worden gevolgd, dan zou de [afkorting verweerder] bij hardnekkige overtreding van de regels omtrent factureren en administreren met lege handen komen te staan. Om in dit verband negatieve gevolgen mee te kunnen wegen had [afkorting naam eiseres] op zijn minst ook inzichtelijk moeten maken wat de gevolgen zijn van het verlies aan certificering, van de bezoeken van de IGJ en van de discussies met zorgverzekeraars en dat heeft zij niet gedaan. Verder blijkt uit de aanwijzing (en dit wist zij ook al ruimschoots daarvoor) wat [afkorting naam eiseres] moest doen om aan de Wmg te voldoen. Het een half jaar na de aanwijzing aanpassen van haar registratiewerkwijze en daarmee het herstellen van fouten uit het verleden, maakt niet dat de opgelegde boete onevenwichtig is. Boeteverlagende omstandigheid 30. Volgens artikel 8.4 van de Boetebeleidsregel kan de omstandigheid dat de betrokken onderneming uit eigen beweging de benadeelde partij(en) schadeloos heeft gesteld een boeteverlagende omstandigheid zijn. 31. De [afkorting verweerder] stelt dat het schadeloos stellen in dit verband ziet op de schade die bestaat uit de te veel gedeclareerde bedragen naar aanleiding van de foutieve registratie- en declaratiewijze van [afkorting naam eiseres] in de periode van de nacontrole (eind november 2020 tot eind juni 2021). Zij voert in dit verband - kort gezegd - aan dat uit de overzichten (en correspondentie met zorgverzekeraars) die [afkorting naam eiseres] heeft overgelegd, niet blijkt dat er schadeloos is gesteld voor die schade. Er is dus geen sprake van terugbetaling van het onrechtmatig verkregen voordeel aan benadeelde partijen naar aanleiding van de door de [afkorting verweerder] vastgestelde overtredingen. Ook is relevant dat de onderzoeken van de zorgverzekeraars en de [afkorting verweerder] zowel in intensiteit als methode verschillen. De zorgverzekeraars verrichten materiële controles en de [afkorting verweerder] doet gerichte en gedetailleerde onderzoeken naar overtredingen. Anders dan de [afkorting verweerder] , betrekken de zorgverzekeraars bij dergelijke controles niet de medische dossiers, lijken de controles ook niet te zijn gericht op de toetspunten 'polikliniek registraties' en 'consistente administratie' en hebben zij vooral gekeken naar een selectie van problematische diagnoses, terwijl de [afkorting verweerder] van de geselecteerde patiënten alle diagnoses heeft meegenomen. De rechtbank volgt de [afkorting verweerder] hierin en is van oordeel dat de [afkorting verweerder] om deze redenen de door [afkorting naam eiseres] gestelde terugbetaling aan zorgverzekeraars niet als boeteverlagende omstandigheid heeft kunnen aanmerken. 32. [afkorting naam eiseres] betoogt in beroep dat het ontbreken van een termijn in de aanwijzing een boeteverlagende omstandigheid is, omdat het immers viel te verwachten dat [afkorting naam eiseres] zo kort na de aanwijzing haar interne registratie- en declaratiewijze nog niet aangepast zou hebben. De rechtbank overweegt dat [afkorting naam eiseres] heeft berust in de aanwijzing en ook in de periode na de aanwijzing - zelfs nog tot een half jaar na de aanwijzing - overtredingen heeft begaan zodat er daarom al geen reden is voor een matiging van de boete. Ernst van de overtreding - financieel gewin 33. Bij de ernst van de overtreding heeft de [afkorting verweerder] meegewogen dat de gedragingen van [afkorting naam eiseres] financieel voordeel hebben opgeleverd en dat dergelijke overtredingen uiteindelijk in de zorg een prijsopdrijvend e In de hiervoor genoemde termijn van twee jaar wordt al rekening gehouden met de omstandigheid dat in een niet onaanzienlijk deel van de gevallen aan partijen vier weken de tijd wordt gegund voor herstel van eventuele verzuimen in hun bezwaar- of beroepschrift, en dat het ook niet ongebruikelijk is dat aan partijen vier weken uitstel wordt verleend voor het indienen van nadere processtukken. Van het tijdsverloop dat daarmee gemoeid is, kan niet worden gezegd dat het wordt veroorzaakt door een bijzondere omstandigheid. Verder is het de verantwoordelijkheid van de [afkorting verweerder] om bij verzoeken om uitstel in de bezwaarfase ook de redelijke termijn in de gaten te houden wat kan betekenen dat niet steeds (onverkort) met dergelijke verzoeken wordt ingestemd. De processuele houding van [afkorting naam eiseres] is niet zodanig geweest dat hierdoor de voortgang van de procedure is gefrustreerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. 39. Uit vaste rechtspraak van het CBb volgt dat in gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden naar bevind van zaken wordt gehandeld en dat is doorgaans 15% matiging van de totale boete. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de boete van € 420.000 te matigen met 15% (€ 63.000) tot een bedrag van € 357.000. Conclusie en gevolgen 40. Uit het voorgaande volgt dat de [afkorting verweerder] terecht een boete heeft opgelegd, maar dat het boetebedrag wordt verlaagd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Om die reden wordt het bestreden besluit in zoverre vernietigd en wordt het primaire besluit herroepen voor wat betreft de hoogte van de boete. 40.1. Omdat de gegrondverklaring van het beroep alleen verband houdt met de matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn, zijn er geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Op grond van artikel 8:74 van de Awb moet de [afkorting verweerder] wel het betaalde griffierecht vergoeden. Beslissing De rechtbank : - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete; - herroept het primaire besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete; - stelt het boetebedrag vast op € 357.000; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit; - bepaalt dat de [afkorting verweerder] aan [afkorting naam eiseres] het betaalde griffierecht van € 371 vergoedt Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzitter, en mr. A.C. Rop en mr. R.H.L. Dallinga, leden, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet marktordening gezondheidszorg Artikel 1, eerste lid aanhef en onder c: In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: c. zorgaanbieder: 1°.de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig Polikliniekbezoek (190007, 190008, 190013 en 190060) Bij een ‘eerste polikliniekbezoek' (190007 en 190060) en bij een ‘herhaal-polikliniekbezoek’ (190008 en 190013) is sprake van: • face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist, (…) en; • ‘hulp door of vanwege het ziekenhuis’ (waarbij de locatie (polikliniek, SEH, buitenpolikliniek, verpleeghuis) in onderhandeling tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder overeengekomen kan worden). De volgende zorgactiviteiten worden niet aangemerkt als een polikliniekbezoek: • medische keuring; • intercollegiaal consult; • medebehandeling van een klinische patiënt; • overname van een klinische patiënt; • intake gesprek voor een (klinische) opname; • enkel uitvoeren van een vooraf ingeplande verrichting zonder een consult; • consult of spreekuur met patiënten; • diagnostiek (zoals laboratorium- of röntgenonderzoeken) op verzoek van derden (bijvoorbeeld huisarts); Een polikliniekbezoek is één bezoek, ongeacht de tijdsduur van het bezoek en ongeacht de inhoud van het bezoek. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) polikliniekbezoeken. Als er meerdere zorgvragen tijdens één polikliniekbezoek worden besproken, wordt slechts één polikliniekbezoek vastgelegd. (…) 2. Eerste polikliniekbezoek (190007 en 190060) Een polikliniekbezoek waarbij een patiënt voor de eerste keer voor een nieuwe zorgvraag een poortspecialist, (…) consulteert. Dit houdt in dat eenmaal per zorgtraject een eerste polikliniekbezoek mag worden vastgelegd. Deze raadpleging is gericht op het vaststellen van een diagnose en het geheel van maatregelen dat moet worden genomen om een veronderstelde of bestaande ziekte en de bijbehorende gezondheidsklacht(en) te behandelen. 3. Herhaal-polikliniekbezoek (190008 en 190013) Een polikliniekbezoek waarbij een patiënt (niet voor de eerste keer) een poortspecialist, (…) consulteert. Deze raadpleging is gericht op het vaststellen en/of uitvoeren van maatregelen om een veronderstelde of bestaande ziekte en de bijbehorende gezondheidsklacht(en) te behandelen. Artikel 36, eerste lid onderdeel r, voor zover relevant: 36. Informatieverplichting bij declaratie van dbc-zorgproducten 1. Een declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt minimaal de volgende gegevens: r. Zorgactiviteiten. • Indien één van de in bijlage 8 genoemde zorgactiviteiten deel uit maakt van het lokale profiel van een dbc-zorgproduct geopend na 31 mei 2014, worden de code, consumentenomschrijving, het aantal registraties en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit vermeld op de declaratie. EVRM Artikel 6, eerste lid (voor zover relevant): Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Zbc’s zijn samenwerkingsverbanden tussen twee of meerdere medisch specialisten, die (deels) verzekerde medisch-specialistische zorg bieden. De [afkorting verweerder] heeft aan de hand van declaratiedata uit Vektis een benchmark gemaakt op basis van de cijfers van zbc's over 2017 over (onder meer) aantallen parallelle zorgtrajecten en het aantal diagnoses per patiënt. De datum van 18 november 2020 is de datum waarop de aanwijzing is opgelegd die erop was gericht dat [afkorting naam eiseres] artikel 35 en 36 van de Wmg diende na te leven. De datum van 28 juni 2021 is de datum tot wanneer [afkorting naam eiseres] de gevraagde declaratiedata heeft aangeleverd (welke declaratiedata dienden om vast te stellen of al dan niet aan de aanwijzing was voldaan). Regeling medisch-specialistische zorg zoals die gold in 2020. Regeling medisch-specialistische zorg zoals die gold in 2021. Een applicatie in een beveiligde omgeving die op basis van een aangeleverde declaratiedataset dbc-zorgproducten afleidt conform de