Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-19
ECLI:NL:RBROT:2026:1646
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,021 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:1646 text/xml public 2026-02-27T14:26:21 2026-02-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-19 11930414 CV EXPL 25-4125 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Dordrecht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1646 text/html public 2026-02-27T14:25:14 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1646 Rechtbank Rotterdam , 19-02-2026 / 11930414 CV EXPL 25-4125 Eiseres neemt een behandelpakket van 16 sessies tegen traumaklachten af van gedaagde. Zij betaalt alles voor alle sessies vooruit. Na twee sessies wil ze ermee stoppen. In de algemene voorwaarden staat dat je dan geen restitutie krijgt. De behandelaar moet wel terugbetalen omdat de algemene voorwaarden niet zijn overeengekomen. Als de voorwaarden wel zouden zijn overeengekomen moeten de restitutiebepalingen worden vernietigd omdat eiseres verplicht is de behandelingen te ondergaan en dat is in strijd met artikel 7:450 BW. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 11930414 CV EXPL 25-4125 datum uitspraak: 19 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , woonplaats: [woonplaats 1] , eiseres, gemachtigde: mr. A. Taheri-Bhajan, tegen [gedaagde] , die handelt onder de naam [bedrijf X] , Woonplaats: [woonplaats 2] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 13 oktober 2025, met bijlagen; het verslag van de zitting waarop [gedaagde] mondelinge heeft geantwoord; bijlagen van [gedaagde] . 1.2. Op 9 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren beide partijen en mr Taheri aanwezig. 2 De beoordeling Wat is de kern? 2.1. [eiseres] heeft op 15 september 2024 met [gedaagde] afgesproken dat zij het Trauma Herstel Pakket van hem zal afnemen voor een prijs van € 1.793,00. Zij heeft dit bedrag vooruit aan hem betaald. Na twee sessies te hebben gevolgd heeft [eiseres] de overeenkomst opgezegd per 26 september 2024. In deze procedure vraagt zij € 1.545,80 terug. [gedaagde] gebruikt algemene voorwaarden waarin staat dat zij geen recht heeft op restitutie. [gedaagde] moet € 1.545,80 aan [eiseres] terugbetalen. Hieronder wordt deze beslissing uitgelegd. De algemene voorwaarden zijn niet overeengekomen 2.2 Algemene voorwaarden zijn van toepassing als het voor [eiseres] duidelijk was dat bij of voor het sluiten van de overeenkomst duidelijk was dat op het aanbod van [gedaagde] algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dat was niet het geval, want in de offerte staat niets over algemene voorwaarden. 2.3 [gedaagde] heeft uitgelegd hoe iemand een intakegesprek met hem moet maken: Zijn algemene voorwaarden staan op zijn website, Iedereen die een intakeformulier invult kan deze algemene voorwaarden lezen. Vóór elke intake vult de hulpzoekende op de website van [gedaagde] de persoonsgegevens in . 2.4 Toen [eiseres] een intakegesprek aanvroeg wist zij nog niet of zij met [gedaagde] verder wilde gaan en in dat stadium hoefde zij nog niet bedacht te zijn op toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Daarom kan niet worden geoordeeld dat [eiseres] wist of moest begrijpen dat op het geoffreerde pakket de offerte de algemene voorwaarden van [gedaagde] van toepassing zijn, toen zij de offerte accepteerde. 2.5 Omdat de overeenkomst door opzegging van [eiseres] op 26 september 2024 is geëindigd, moet [gedaagde] de € 1.545,80 voor de niet uitgevoerde sessies moet terugbetalen. De wettelijke rente van artikel 6:119 BW daarover wordt vanaf 17 december 2024. Dat is 14 dagen na de ingebrekestelling van 3 december 2024. 2.6 Aan vernietiging van de algemene voorwaarden komt de kantonrechter niet toe. Ten overvloede wordt hierna nog overwogen dat -als de algemene voorwaarden wel zijn overeengekomen- de bepalingen in de algemene voorwaarden die restitutie uitsluiten vernietigd moeten worden. Als de algemene voorwaarden wel van toepassing zouden zijn op de overeenkomst: De bepalingen over restitutie moeten worden vernietigd 2.7 In de offerte van [gedaagde] staat: ‘Trauma Herstel Laat los wat je gevangen houdt en vind je kracht terug. Dit intensieve traject richt zich op diepe emotionele wonden en trauma. Door middel van energiewerk, kennisdeling, cognitieve herstructurering en lichaamsgerichte therapieën brengen we je naar een plek van innerlijke rust’. 2.8 Uit deze tekst volgt dat [gedaagde] een behandeling op het gebied van de geneeskunst uitvoert . Dat betekent dat voor het uitvoeren van de behandeling steeds de toestemming van de patiënt is vereist. Deze toestemming heeft [eiseres] in de offerte gegeven, maar na twee behandelingen heeft zij deze ingetrokken op 26 september 2026. Dat mag een patiënt in beginsel altijd doen . 2.9 In de algemene voorwaarden van [gedaagde] staat : 2.4 Bij aankoop van een traject of pakket gaat [bedrijf X] direct aan het werk om het voorwerk voor jouw traject te verrichten, wat een investering van tijd en energie inhoudt. Dit betekent dat annuleringen van het traject na de start van de sessies niet in aanmerking komen voor restitutie. (…) 3.4 Geen restitutie: Als je een traject of pakket hebt aangeschaft en bijvoorbeeld na 4 van de 14 sessies besluit te stoppen, is er geen recht op restitutie. Commitment is vereist; de aankoop van een traject betekent een wederzijdse verplichting. (…) 2.10 [eiseres] is patiënt en consument. De kantonrechter moet de bepalingen in de overeenkomst ambtshalve toetsen en beoordelen of het een oneerlijke bedingen zijn. Deze bepalingen zijn in strijd met de wet, want [eiseres] is verplicht om alle sessies af te nemen, ook als zij daarvoor geen toestemming meer wil geven. Daarom moeten deze bepalingen vernietigd worden. Dat betekent dat [gedaagde] de € 1.545,80 voor sessies die niet zijn uitgevoerd moet terugbetalen. 2.11 Of de voorwaarden ter hand zijn gesteld hoeft niet te worden beoordeeld. [gedaagde] heeft geen recht op een vergoeding 2.12 [gedaagde] heeft nog aangevoerd, dat hij kosten heeft moeten maken aan voorwerk en uren heeft moeten besteden aan communicatie met de advocaat van [eiseres] . 2.13 Voor voorwerk kan [gedaagde] geen aparte vergoeding in rekening brengen. [eiseres] moest per sessie betalen en voorwerk wordt geacht te zijn begrepen in het berekende tarief. [gedaagde] heeft geen recht op schadevergoeding, dus de uren die hij aan de procedure heeft besteed kan hij niet bij [eiseres] in rekening brengen. [gedaagde] wordt in de proceskosten veroordeeld 2.14 Omdat [gedaagde] in het ongelijk gesteld wordt, moet hij zijn eigen kosten dragen en de proceskosten van [eiseres] vergoeden. [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Daarom zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten . - dagvaarding (-) - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten van € 217,00) - nakosten € 144,00 + € 668,00 Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.15 De veroordeling in dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt . Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1 veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.545,80 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 17 december 2024 tot de dag dat volledig is betaald; 3.2 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 668,00; 3.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.4 stelt vast dat de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] rechtsgeldig is beëindigd op 26 september 2024; 3.5 wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken. Nadere bijlagen van [gedaagde] Artikel 7:446 BW Artikel 7:450 lid 1 BW Bijlage 4 bij de dagvaarding artikel 3.4 Artikel 233 Rv