Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-18
ECLI:NL:RBROT:2026:1539
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
840 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:1539 text/xml public 2026-03-23T09:09:17 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-18 ROT 26/913 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Rotterdam Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1539 text/html public 2026-03-23T09:08:14 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1539 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2026 / ROT 26/913 Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk vanwege het niet (op tijd) betalen van het verschuldigde griffierecht. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 26/913 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2026 in de zaak tussen [naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen een besluit van het college van 14 januari 2026. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Beoordeling door de voorzieningenrechter Toetsingskader 2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 54,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald? 2.1. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 29 januari 2026 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 31 januari 2026 om 17:43 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Verzoekster heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 2.2. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 3. Gelet op het voorgaande is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit is geregeld in artikel 8:82 van de Awb in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.