Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-01-30
ECLI:NL:RBROT:2026:1480
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,440 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:1480 text/xml public 2026-02-27T09:19:21 2026-02-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-30 11945248 CV EXPL 25-23327 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1480 text/html public 2026-02-27T09:17:52 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1480 Rechtbank Rotterdam , 30-01-2026 / 11945248 CV EXPL 25-23327 Huur woonruimte, huurachterstand, ontbinding, ontruiming. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11945248 CV EXPL 25-23327 datum uitspraak: 30 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Amvest RCF Custodian B.V., vestigingsplaats: Amsterdam, eiseres, gemachtigde: Flanderijn, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- of verblijfplaats zowel binnen als buiten Nederland, gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘Amvest’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 7 oktober 2025, met bijlagen; het antwoord; de mail van [gedaagde] van 2 december 2025; de akte tevens houdende vermindering van eis van Amvest, met bijlagen. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van Amvest. De huur is nu € 1.975,37 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. Amvest eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom. [gedaagde] moet een huurachterstand van € 8.023,71 betalen 2.2. [gedaagde] wordt veroordeeld om € 8.023,71 aan Amvest te betalen. [gedaagde] heeft niet gereageerd op de repliek en heeft niet weersproken dat dit de huurachterstand tot en met de maand december 2025 is. De huurovereenkomst wordt ontbonden 2.3. De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat de huurachterstand ruim vier maanden bedraagt en dat [gedaagde] zijn toezegging om de gehele huurachterstand alsnog te betalen, niet is nagekomen. [gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen 2.4. Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. 2.5. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.975,37 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Amvest eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur. [gedaagde] moet incassokosten betalen 2.6. De incassokosten van € 309,64 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] moet rente betalen 2.7. De rente wordt toegewezen, omdat Amvest genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Geen oneerlijke bepalingen 2.8. De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.9. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Amvest moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 508,50 aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.331,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.10. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Amvest dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Amvest te stellen; 3.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Amvest te betalen € 8.333,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 8.023,71 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald; 3.3. veroordeelt [gedaagde] om vanaf januari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Amvest te betalen € 1.975,37 per maand met de verhoging die is toegestaan; 3.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Amvest worden begroot op € 1.331,95; 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.6. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken. 43416 Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810