Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-02-13
ECLI:NL:RBROT:2026:1451
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11885463 CV EXPL 25-19845 datum uitspraak: 13 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Maasdelta Groep , vestigingsplaats: Spijkenisse, gemeente Nissewaard, eiseres, gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, tegen 1. [gedaagde 1] , 2 . [gedaagde 2] , woonplaats: Maassluis, gedaagden, van wie [gedaagde 1] zelf procedeert, mede namens [gedaagde 2] . De gedaagden worden hierna gezamenlijk ook ‘ [naam] ’ (enkelvoud) genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 2 september 2025, met bijlagen; de mail van [naam] van 24 september 2025, met een bijlage; de mail van [naam] van 7 oktober 2025, met bijlagen; de repliek, met een vermindering van de eis, met een bijlage. 1.2. [naam] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de repliek, maar dat heeft hij niet gedaan. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. Bij de start van deze procedure had [naam] een huurachterstand. Maasdelta eiste daarom dat de huurovereenkomst werd ontbonden en dat [naam] werd veroordeeld om de woning te ontruimen. Ook eiste ze dat hij werd veroordeeld om de achterstand te betalen, met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 2.2. Na de start van de procedure heeft [naam] alsnog de hele achterstand betaald. Maasdelta eist dat hij nu alleen nog wordt veroordeeld om de buitengerechtelijke kosten en proceskosten te betalen. [naam] hoeft de buitengerechtelijke kosten niet te betalen 2.3. [naam] hoeft de buitengerechtelijke kosten niet te betalen. In de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden staan hierover namelijk oneerlijke bepalingen. Daarin staat dat [naam] € 17,50 moet betalen als hij de huur niet op tijd betaalt (pagina 2 huurovereenkomst). Daarnaast staat er dat hij dan ook alle buitengerechtelijke kosten moet betalen (pagina 2 huurovereenkomst en artikel 14 algemene voorwaarden) en een boete van € 25,- per dag (artikel 16 algemene voorwaarden). 2.4. Deze bepalingen zijn oneerlijk, omdat ze Maasdelta recht geven op meer dan is toegestaan op grond van de wet. Op grond van de wet had Maasdelta namelijk alleen maar recht op vergoeding van redelijke incassokosten (artikel 6:96 lid 2 onder c BW). Omdat deze bepalingen oneerlijk zijn, vernietigt de kantonrechter die (artikel 6:233 onder a BW). Maasdelta kan dan ook geen beroep meer doen op de wettelijke bepalingen. 2.5. Maasdelta is hier in de dagvaarding al op ingegaan. Zij wijst erop dat zij [naam] het volgende heeft gemaild: “ De algemene voorwaarden van Maasdelta die van toepassing zijn op de huurovereenkomst bevatten een artikel over (buitengerechtelijke) incassokosten en een artikel over boete. Het gaat onder andere om (…) artikel 14 en 16 in de algemene huurvoorwaarden van 1 juli 2006. Deze bepalingen wijken af van de wettelijke bepaling over buitengerechtelijke incassokosten, rente en boete. Wij schrappen de bepalingen daarom uit de algemene huurvoorwaarden en zullen alleen nog de wettelijke regelingen toepassen. ” 2.6. Deze mail maakt niet dat Maasdelta wel buitengerechtelijke kosten kan eisen. Maasdelta ‘schrapt’ namelijk alleen maar de artikelen uit de algemene voorwaarden, terwijl in de huurovereenkomst de oneerlijke bepalingen blijven staan. Zelfs als Maasdelta die bepalingen ook had genoemd, dan had dit niet geholpen. Dat is al eerder geoordeeld door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam in zaken waarin deze mail ook door Maasdelta was gestuurd. De kantonrechter verwijst naar die uitspraken voor een toelichting. [naam] moet de proceskosten betalen 2.7. De proceskosten komen voor rekening van [naam] . Er is namelijk geen discussie over dat hij bij de start van deze procedure een huurachterstand had. Uit de door hem overgelegde betaalbewijzen blijkt dat hij de achterstallige huurtermijnen pas op 23 september 2025 heeft betaald. Op basis van de huurovereenkomst had hij de huur steeds voor de eerste dag van de maand moeten betalen. Dat heeft hij nie