Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-01-26
ECLI:NL:RBROT:2026:1370
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,492 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2026:1370 text/xml public 2026-02-13T09:47:07 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-01-26 10-219440-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Rotterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1370 text/html public 2026-02-13T09:46:15 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1370 Rechtbank Rotterdam , 26-01-2026 / 10-219440-25 Niet kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) invoer van 160 en/of 219 kilogram cocaïne in Nederland en ook niet dat hij samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-219440-25 Datum uitspraak: 26 januari 2026 Datum zittingen: 23 en 26 januari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. S. Ben Ahmed Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk en N.J. Jacobs Kern van het vonnis Niet kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) invoer van 160 en/of 219 kilogram cocaïne in Nederland en ook niet dat hij samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk samen met anderen ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht of samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat primair hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; subsidiair hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door / te weten - de container ( [containernummer X] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne te vervoeren naar de loods aan de [adres 2] te Breda en/of - de container ( [containernummer Y] ) met daarin boomstammen gevuld met 160 kilogram cocaïne uit te laden en/of te verplaatsen in de loods aan de [adres 2] te Breda en/of - de pakketten cocaïne uit de boomstammen te halen en/of - één of meer (organisatie)telefoon(s) voorhanden te hebben, en/of - met één of meer mededader(s) (telefonisch en/of in persoon) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven en/of te ontvangen over twee, althans een of meer containers. 2 Vrijspraak 2.1. Vordering van de officier van justitie De verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 2.3. Oordeel van de rechtbank De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren. 3 In beslag genomen voorwerpen De rechtbank beslist tot de teruggave van de bij verdachte in beslag genomen iPhone en een geldbedrag van € 730,-. 4 Beslissingen De rechtbank: Vrijspraak verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij; In beslag genomen voorwerpen - beveelt de teruggave van € 730,- (omschrijving: [nummer proces-verbaal 1] ) aan de verdachte; - beveelt de teruggave van een telefoon (omschrijving: [nummer proces-verbaal 2] , Grijs, merk: Apple iPhone) aan de verdachte. 5 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. D.C.J. Peeck, voorzitter, en mrs. J. de Lange en E.M. Rocha, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 januari 2026. Mr. Peeck is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.