Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-18
ECLI:NL:RBROT:2026:1355
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,218 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1355 text/xml public 2026-05-11T13:09:14 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-18 ROT 25/2003 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1355 text/html public 2026-05-11T13:06:56 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1355 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2026 / ROT 25/2003 AKW. Onvoldoende zorgscorepunten voor het toekennen van dubbele kinderbijslag. Beroep ongegrond. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/2003 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit [plaats] , eisers (gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik), en de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB (gemachtigde: mr. P. Stahl-de Bruin). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers om dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB terecht tot het oordeel is gekomen dat eisers geen recht hebben op dubbele kinderbijslag . Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De SVB heeft de aanvraag om dubbele kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2024 met het primaire besluit van 29 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 op het bezwaar van eisers is de SVB bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben nadere stukken ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, bijgestaan door hun gemachtigde, en de gemachtigde van de SVB (vanwege de weersomstandigheden via videobellen). Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eisers ontvingen dubbele kinderbijslag voor hun dochter [naam dochter] , geboren op [geboortedatum] 2011. De dubbele kinderbijslag werd verleend op grond van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Omdat het advies van het CIZ was verlopen hebben eisers opnieuw dubbele kinderbijslag aangevraagd. De SVB heeft daarop het primaire besluit genomen en de aanvraag afgewezen. De SVB heeft hieraan het advies van het CIZ van 28 februari 2024 ten grondslag gelegd. 4. Aan het bestreden besluit heeft de SVB het advies van het CIZ van 12 februari 2025 ten grondslag gelegd. Anders dan in het voorgaande advies, heeft het CIZ in dit advies slechts één punt voor de functie lichaamshygiëne en één punt voor de functie bezig houden en handreiking toegekend. Hiermee voldoet [naam dochter] niet aan de minimale zorgscore voor haar leeftijd van drie punten voor het toekennen van dubbele kinderbijslag. Regelgevend kader 5. Een verzekerde heeft voor een kind tussen de drie en achttien jaar dat tot zijn huishouden behoort, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als het kind is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg. 5.1. Van intensieve zorg is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders ‘in ernstige mate’ wordt verzwaard. 5.2. De SVB wint een op medische gegevens gebaseerd advies in bij het CIZ om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft. De beoordeling van het CIZ geschiedt aan de hand van de onderdelen lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging, gedrag, communicatie, alleen thuis zijn, begeleiding buitenshuis, en bezighouden/handreikingen. Het CIZ kent op een onderdeel een punt toe als geoordeeld wordt dat er op dat onderdeel sprake is van een zware zorgbehoefte. Een kind in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar behoeft intensieve zorg als het CIZ minimaal drie punten toekent. 5.3. De SVB kan vaststellen dat sprake is van intensieve zorg als het advies van het CIZ positief luidt. Bij het bepalen of per onderdeel al dan niet een punt moet worden toegekend, wordt door de SVB het Beoordelingskader Besluit uitvoering kinderbijslag 2018 (het Beoordelingskader) gehanteerd. In het Beoordelingskader wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (de Regeling) genoemde onderdelen, waarbij per onderdeel voorbeelden worden gegeven van situaties waarvoor wel of juist geen punt wordt toegekend. De lijst met voorbeelden die zijn genoemd in het blok ‘geen score’ is niet uitputtend. Beoordeling door de rechtbank 6. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) kan het BUK als uitgangspunt worden genomen bij de beoordeling van het recht op dubbele kinderbijslag. 6.1. De SVB heeft het bestreden besluit gebaseerd op het advies van het CIZ van 12 februari 2025. In dat advies is per onderdeel inzichtelijk gemotiveerd of [naam dochter] al dan niet in aanmerking komt voor een score op dat onderdeel. Uit het advies blijkt dat het CIZ-onderzoek heeft verricht, bestaande uit dossieronderzoek, telefonisch onderzoek en consultatie van een medisch adviseur van het CIZ. Daarnaast is aanvullende opgevraagd bij de cardioloog en psycholoog van [naam dochter] . 7. Ten aanzien van de juistheid en de volledigheid van het advies, overweegt de rechtbank als volgt. Eten en drinken 8.1. Eisers hebben aangevoerd dat [naam dochter] een speciaal medisch dieet heeft naar aanleiding van haar hartziekte en harttransplantatie. Haar ouders moeten altijd goed op [naam dochter] letten omdat zij nog niet voldoende bewust is van wat zij wel en niet mag eten. Het is volgens eisers levensgevaarlijk als [naam dochter] iets verkeerds eet. Daarnaast heeft [naam dochter] aansporing nodig bij het eten vanwege haar vermoeidheidsklachten. 8.2. Volgens het Beoordelingkader wordt voor de functie eten en drinken een score toegekend als er een noodzaak is tot continue aansporing tijdens een maaltijd in verband met een medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet. Hoewel het begrijpelijk is dat [naam dochter] vaak vermoeid is en zij soms aansporing nodig heeft bij het eten, blijkt uit de stukken niet dat er sprake is van continue aansporing tijdens de maaltijd in verband met een medisch noodzakelijk dieet. Daarbij heeft de medisch adviseur naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat slechts sprake is van algemene adviezen in verband met voedselhygiëne en het vermijden van een voedselinfectie na een harttransplantatie. Het advies van de kindercardioloog ziet echter niet op een specifiek medisch dieet zoals wordt bedoeld in het Beoordelingskader. Mobiliteit 9. 9.1. Eisers hebben verder aangevoerd dat [naam dochter] te maken heeft met energetische beperkingen en dat zij vaak vermoeid is. Ze heeft jarenlang in een rolstoel gezeten waardoor haar spieren zwakker zijn geworden. [naam dochter] loopt zelfstandig, maar er is volgens eisers altijd begeleiding nodig. 9.2. In het Beoordelingskader staat vermeld dat er voor functie mobiliteit een score wordt toegekend wanneer er sprake is van minstens één van deze situaties: - niet kunnen lopen, zich kruipend of schuivend verplaatsen; - rolstoelafhankelijk zijn of hulp nodig hebben bij transfers en/of voortbewegen; - slechts kunnen lopen met voortdurende hulp en ondersteuning van een begeleider - buitenshuis vanwege ernstige energetische beperkingen altijd een rolstoel nodig hebben die wordt voortbewogen door een begeleider. 9.3. De rechtbank ziet ook op dit onderdeel geen aanleiding om te twijfelen aan het advies van de medisch adviseur van het CIZ. Er is op basis van de beschikbare gegevens vastgesteld dat [naam dochter] snel vermoeid raakt.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1355 text/xml public 2026-05-11T13:09:14 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-18 ROT 25/2003 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1355 text/html public 2026-05-11T13:06:56 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1355 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2026 / ROT 25/2003 AKW. Onvoldoende zorgscorepunten voor het toekennen van dubbele kinderbijslag. Beroep ongegrond. RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/2003 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit [plaats] , eisers (gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik), en de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB (gemachtigde: mr. P. Stahl-de Bruin). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers om dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB terecht tot het oordeel is gekomen dat eisers geen recht hebben op dubbele kinderbijslag . Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De SVB heeft de aanvraag om dubbele kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2024 met het primaire besluit van 29 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 op het bezwaar van eisers is de SVB bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben nadere stukken ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, bijgestaan door hun gemachtigde, en de gemachtigde van de SVB (vanwege de weersomstandigheden via videobellen). Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eisers ontvingen dubbele kinderbijslag voor hun dochter [naam dochter] , geboren op [geboortedatum] 2011. De dubbele kinderbijslag werd verleend op grond van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Omdat het advies van het CIZ was verlopen hebben eisers opnieuw dubbele kinderbijslag aangevraagd. De SVB heeft daarop het primaire besluit genomen en de aanvraag afgewezen. De SVB heeft hieraan het advies van het CIZ van 28 februari 2024 ten grondslag gelegd. 4. Aan het bestreden besluit heeft de SVB het advies van het CIZ van 12 februari 2025 ten grondslag gelegd. Anders dan in het voorgaande advies, heeft het CIZ in dit advies slechts één punt voor de functie lichaamshygiëne en één punt voor de functie bezig houden en handreiking toegekend. Hiermee voldoet [naam dochter] niet aan de minimale zorgscore voor haar leeftijd van drie punten voor het toekennen van dubbele kinderbijslag. Regelgevend kader 5. Een verzekerde heeft voor een kind tussen de drie en achttien jaar dat tot zijn huishouden behoort, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als het kind is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg. 5.1. Van intensieve zorg is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders ‘in ernstige mate’ wordt verzwaard. 5.2. De SVB wint een op medische gegevens gebaseerd advies in bij het CIZ om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft. De beoordeling van het CIZ geschiedt aan de hand van de onderdelen lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging, gedrag, communicatie, alleen thuis zijn, begeleiding buitenshuis, en bezighouden/handreikingen. Het CIZ kent op een onderdeel een punt toe als geoordeeld wordt dat er op dat onderdeel sprake is van een zware zorgbehoefte. Een kind in de leeftijd van tien tot en met zeventien jaar behoeft intensieve zorg als het CIZ minimaal drie punten toekent. 5.3. De SVB kan vaststellen dat sprake is van intensieve zorg als het advies van het CIZ positief luidt. Bij het bepalen of per onderdeel al dan niet een punt moet worden toegekend, wordt door de SVB het Beoordelingskader Besluit uitvoering kinderbijslag 2018 (het Beoordelingskader) gehanteerd. In het Beoordelingskader wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (de Regeling) genoemde onderdelen, waarbij per onderdeel voorbeelden worden gegeven van situaties waarvoor wel of juist geen punt wordt toegekend. De lijst met voorbeelden die zijn genoemd in het blok ‘geen score’ is niet uitputtend. Beoordeling door de rechtbank 6. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) kan het BUK als uitgangspunt worden genomen bij de beoordeling van het recht op dubbele kinderbijslag. 6.1. De SVB heeft het bestreden besluit gebaseerd op het advies van het CIZ van 12 februari 2025. In dat advies is per onderdeel inzichtelijk gemotiveerd of [naam dochter] al dan niet in aanmerking komt voor een score op dat onderdeel. Uit het advies blijkt dat het CIZ-onderzoek heeft verricht, bestaande uit dossieronderzoek, telefonisch onderzoek en consultatie van een medisch adviseur van het CIZ. Daarnaast is aanvullende opgevraagd bij de cardioloog en psycholoog van [naam dochter] . 7. Ten aanzien van de juistheid en de volledigheid van het advies, overweegt de rechtbank als volgt. Eten en drinken 8.1. Eisers hebben aangevoerd dat [naam dochter] een speciaal medisch dieet heeft naar aanleiding van haar hartziekte en harttransplantatie. Haar ouders moeten altijd goed op [naam dochter] letten omdat zij nog niet voldoende bewust is van wat zij wel en niet mag eten. Het is volgens eisers levensgevaarlijk als [naam dochter] iets verkeerds eet. Daarnaast heeft [naam dochter] aansporing nodig bij het eten vanwege haar vermoeidheidsklachten. 8.2. Volgens het Beoordelingkader wordt voor de functie eten en drinken een score toegekend als er een noodzaak is tot continue aansporing tijdens een maaltijd in verband met een medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet. Hoewel het begrijpelijk is dat [naam dochter] vaak vermoeid is en zij soms aansporing nodig heeft bij het eten, blijkt uit de stukken niet dat er sprake is van continue aansporing tijdens de maaltijd in verband met een medisch noodzakelijk dieet. Daarbij heeft de medisch adviseur naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat slechts sprake is van algemene adviezen in verband met voedselhygiëne en het vermijden van een voedselinfectie na een harttransplantatie. Het advies van de kindercardioloog ziet echter niet op een specifiek medisch dieet zoals wordt bedoeld in het Beoordelingskader. Mobiliteit 9. 9.1. Eisers hebben verder aangevoerd dat [naam dochter] te maken heeft met energetische beperkingen en dat zij vaak vermoeid is. Ze heeft jarenlang in een rolstoel gezeten waardoor haar spieren zwakker zijn geworden. [naam dochter] loopt zelfstandig, maar er is volgens eisers altijd begeleiding nodig. 9.2. In het Beoordelingskader staat vermeld dat er voor functie mobiliteit een score wordt toegekend wanneer er sprake is van minstens één van deze situaties: - niet kunnen lopen, zich kruipend of schuivend verplaatsen; - rolstoelafhankelijk zijn of hulp nodig hebben bij transfers en/of voortbewegen; - slechts kunnen lopen met voortdurende hulp en ondersteuning van een begeleider - buitenshuis vanwege ernstige energetische beperkingen altijd een rolstoel nodig hebben die wordt voortbewogen door een begeleider. 9.3. De rechtbank ziet ook op dit onderdeel geen aanleiding om te twijfelen aan het advies van de medisch adviseur van het CIZ. Er is op basis van de beschikbare gegevens vastgesteld dat [naam dochter] snel vermoeid raakt.
Volledig
De medisch adviseur heeft echter toereikend gemotiveerd dat dit niet kan worden vertaald in een score voor deze functie, nu [naam dochter] zich zelfstandig kan verplaatsen en zelf kan traplopen. Hierbij is niet continu fysieke ondersteuning nodig. De enkele stelling van eisers dat iemand in de buurt moet zijn om een eventuele val te kunnen voorkomen is onvoldoende voor een ander oordeel. Medische verzorging 10. 10.1. Ten aanzien van de functie medische verzorging hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van intensieve medische zorg, die langer dan een jaar zal spelen. Eisers moeten er dagelijks voor moeten zorgen dat [naam dochter] haar medicatie voor haar hart inneemt. Daarnaast moeten ze dagelijks [naam dochter] temperatuur, cholesterol en hartritme in de gaten houden en rekening houden met de kans op flauwvallen. Verder is er volgens eisers een noodzaak tot tijdrovende bereiding van individuele dieetvoeding. 10.2. Uit de stukken en wat eisers heeft aangevoerd volgt niet dat sprake is van zwaar complexe somatische problematiek, waarbij permanent toezicht nodig is, of lichtere complexe problematiek, waarbij specifieke verpleegkundige handelingen nodig zijn en waarbij zorg in de nabijheid nodig is. De stelling dat de bereiding van [naam dochter] voeding tijdrovend is, is niet geobjectiveerd of medisch onderbouwd. Zoals de medisch adviseur verder terecht heeft beoordeeld is het toezicht houden op temperatuur, cholesterol en hartritme geen specifieke verpleegkundige handeling. Daarbij kan de omstandigheid dat de ouders moeten toezien op [naam dochter] medicijngebruik volgens het Beoordelingskader niet leiden tot een score op de functie medische verzorging. Alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis 11. 11.1. Eisers hebben aangevoerd dat een score moet worden toegekend voor de functies alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis. Eisers stellen dat [naam dochter] vanwege haar hartziekte, nierfalen en lage botdichtheid niet alleen gelaten kan worden. Er is altijd een gevaar dat het hart van [naam dochter] tussendoor een paar seconden stopt. [naam dochter] geeft zelf niet altijd aan wanneer het niet goed met haar gaat, waardoor de ouders dit moeten signaleren. [naam dochter] is in het verleden ook vaker flauwgevallen waardoor de ouders altijd bang zijn dat dit nog steeds kan gebeuren en [naam dochter] niet alleen kunnen laten. Daarnaast heeft zij ook last van angstklachten door alle negatieve ervaringen in haar leven en is zij daarom bang om alleen te zijn. Eisers betwisten dat [naam dochter] , omdat zij nu ouder is, nu alleen thuis kan zijn en alleen naar buiten kan. 11.2. Volgens het Beoordelingskader wordt voor de functie alleen thuis zijn een score toegekend indien het kind niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van een ziekte of stoornis. Voor de functie begeleiding buitenshuis wordt een score toegekend indien het kind als gevolg van een ziekte of stoornis niet alleen naar buiten kan. Aandachtspunt bij deze beoordelingen is dat het gaat om waar het kind toe in staat is en niet om wat het (nog) niet mag. Het ‘niet in staat zijn’ moet aannemelijk zijn of geobjectiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers niet met medische stukken aannemelijk gemaakt of geobjectiveerd dat [naam dochter] niet in staat is alleen thuis te blijven en alleen naar buiten te gaan. Het door eisers overgelegde Verslag (neuro)psychologisch onderzoek van 9 oktober 2025 en de Verklaring extra ondersteuning van [naam dochter] school zijn daarvoor onvoldoende. Hoewel uit het (neuro)psychologisch onderzoek wel blijkt dat [naam dochter] angstklachten heeft, volgt hieruit niet dat zij vanwege haar medische situatie niet alleen gelaten kan worden. Ook uit de verklaring van de school kan niet worden afgeleid dat [naam dochter] als gevolg van een ziekte of stoornis niet in staat is om 30 minuten alleen thuis te zijn of alleen naar buiten te gaan. 12. Gelet op het voorgaande heeft de SVB het advies van het CIZ van 12 februari 2025, aangevuld op 25 maart 2025 en 20 december 2025, aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Uit dit advies blijkt dat op basis van de beschikbare informatie onvoldoende punten worden gescoord om dubbele kinderbijslag te verstrekken. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eisers zich zorgen maken om [naam dochter] en dat de zorg voor haar veel van hen vergt, is in dit geval niet voldaan aan de voorwaarden voor het recht op dubbele kinderbijslag. De SVB heeft de aanvraag van eisers om dubbele kinderbijslag daarom terecht afgewezen. Conclusie en gevolgen 13. Het beroep is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 7a, eerste lid, van de AKW. Artikel 11, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK). Artikel 12, eerste lid, van het BUK. Artikel 3, eerste lid, van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag (de Regeling). Artikel 3, tweede lid, van de Regeling. Artikel 3, derde lid en onder c, van de Regeling. Artikel 2, eerste lid, van de Regeling. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 22 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:996.
Volledig
De medisch adviseur heeft echter toereikend gemotiveerd dat dit niet kan worden vertaald in een score voor deze functie, nu [naam dochter] zich zelfstandig kan verplaatsen en zelf kan traplopen. Hierbij is niet continu fysieke ondersteuning nodig. De enkele stelling van eisers dat iemand in de buurt moet zijn om een eventuele val te kunnen voorkomen is onvoldoende voor een ander oordeel. Medische verzorging 10. 10.1. Ten aanzien van de functie medische verzorging hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van intensieve medische zorg, die langer dan een jaar zal spelen. Eisers moeten er dagelijks voor moeten zorgen dat [naam dochter] haar medicatie voor haar hart inneemt. Daarnaast moeten ze dagelijks [naam dochter] temperatuur, cholesterol en hartritme in de gaten houden en rekening houden met de kans op flauwvallen. Verder is er volgens eisers een noodzaak tot tijdrovende bereiding van individuele dieetvoeding. 10.2. Uit de stukken en wat eisers heeft aangevoerd volgt niet dat sprake is van zwaar complexe somatische problematiek, waarbij permanent toezicht nodig is, of lichtere complexe problematiek, waarbij specifieke verpleegkundige handelingen nodig zijn en waarbij zorg in de nabijheid nodig is. De stelling dat de bereiding van [naam dochter] voeding tijdrovend is, is niet geobjectiveerd of medisch onderbouwd. Zoals de medisch adviseur verder terecht heeft beoordeeld is het toezicht houden op temperatuur, cholesterol en hartritme geen specifieke verpleegkundige handeling. Daarbij kan de omstandigheid dat de ouders moeten toezien op [naam dochter] medicijngebruik volgens het Beoordelingskader niet leiden tot een score op de functie medische verzorging. Alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis 11. 11.1. Eisers hebben aangevoerd dat een score moet worden toegekend voor de functies alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis. Eisers stellen dat [naam dochter] vanwege haar hartziekte, nierfalen en lage botdichtheid niet alleen gelaten kan worden. Er is altijd een gevaar dat het hart van [naam dochter] tussendoor een paar seconden stopt. [naam dochter] geeft zelf niet altijd aan wanneer het niet goed met haar gaat, waardoor de ouders dit moeten signaleren. [naam dochter] is in het verleden ook vaker flauwgevallen waardoor de ouders altijd bang zijn dat dit nog steeds kan gebeuren en [naam dochter] niet alleen kunnen laten. Daarnaast heeft zij ook last van angstklachten door alle negatieve ervaringen in haar leven en is zij daarom bang om alleen te zijn. Eisers betwisten dat [naam dochter] , omdat zij nu ouder is, nu alleen thuis kan zijn en alleen naar buiten kan. 11.2. Volgens het Beoordelingskader wordt voor de functie alleen thuis zijn een score toegekend indien het kind niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van een ziekte of stoornis. Voor de functie begeleiding buitenshuis wordt een score toegekend indien het kind als gevolg van een ziekte of stoornis niet alleen naar buiten kan. Aandachtspunt bij deze beoordelingen is dat het gaat om waar het kind toe in staat is en niet om wat het (nog) niet mag. Het ‘niet in staat zijn’ moet aannemelijk zijn of geobjectiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers niet met medische stukken aannemelijk gemaakt of geobjectiveerd dat [naam dochter] niet in staat is alleen thuis te blijven en alleen naar buiten te gaan. Het door eisers overgelegde Verslag (neuro)psychologisch onderzoek van 9 oktober 2025 en de Verklaring extra ondersteuning van [naam dochter] school zijn daarvoor onvoldoende. Hoewel uit het (neuro)psychologisch onderzoek wel blijkt dat [naam dochter] angstklachten heeft, volgt hieruit niet dat zij vanwege haar medische situatie niet alleen gelaten kan worden. Ook uit de verklaring van de school kan niet worden afgeleid dat [naam dochter] als gevolg van een ziekte of stoornis niet in staat is om 30 minuten alleen thuis te zijn of alleen naar buiten te gaan. 12. Gelet op het voorgaande heeft de SVB het advies van het CIZ van 12 februari 2025, aangevuld op 25 maart 2025 en 20 december 2025, aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Uit dit advies blijkt dat op basis van de beschikbare informatie onvoldoende punten worden gescoord om dubbele kinderbijslag te verstrekken. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eisers zich zorgen maken om [naam dochter] en dat de zorg voor haar veel van hen vergt, is in dit geval niet voldaan aan de voorwaarden voor het recht op dubbele kinderbijslag. De SVB heeft de aanvraag van eisers om dubbele kinderbijslag daarom terecht afgewezen. Conclusie en gevolgen 13. Het beroep is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 7a, eerste lid, van de AKW. Artikel 11, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK). Artikel 12, eerste lid, van het BUK. Artikel 3, eerste lid, van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag (de Regeling). Artikel 3, tweede lid, van de Regeling. Artikel 3, derde lid en onder c, van de Regeling. Artikel 2, eerste lid, van de Regeling. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 22 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:996.