Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-01-28
ECLI:NL:RBROT:2026:1104
Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-268422-25 Datum uitspraak: 28 januari 2026 Datum zitting: 14 januari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. E.G.S. Roethof. Officier van justitie: mr. M. Vollebregt. Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van cocaïne in een verborgen ruimte in een auto. De rechtbank verwerpt het verweer dat de politie de auto onrechtmatig heeft doorzocht. Aan de verdachte wordt een lagere straf opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist. De voorlopige hechtenis wordt opnieuw geschorst. 1 Tenlastelegging De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: hij op 10 oktober 2025 te Hoogblokland, gemeente Molenlanden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 6000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit, met dien verstande dat de verdachte van het medeplegen moet worden vrijgesproken. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer zesduizend gram cocaïne heeft vervoerd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. 1. Verklaring van de verdachte Op 10 oktober 2025 heb ik middelen vervoerd met een auto, merk Citroën C3. Tegen mij is gezegd dat het om geperste blokken wiet ging. Ik heb dat niet gecontroleerd. 2. Proces-verbaal van de politie Op 10 oktober 2025 zagen wij een voertuig, Citroën C3, rijden. Na een volgteken werd het voertuig tot stilstand gebracht in Hoogblokland. De bestuurder was genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats] . Wij doorzochten het voertuig. Hierbij zijn de volgende goederen in beslag genomen: - 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 1] - 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 2] - 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 3] . 3. Proces-verbaal van de politie Op 24 oktober 2025 werd onderzoek verricht aan de volgende onderzoeksitems: Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 1] . Goednummer : [goednummer 2] . Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal. Nettogewicht : 1996 gram. Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 2] . Goednummer : [goednummer 3] . Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal. Nettogewicht : 1990 gram. Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 3] . Goednummer : [goednummer 1] . Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal. Nettogewicht : 1999 gram. Door ons is het volgende waargenomen en bevonden: Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 1] . Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 2] . Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 3] . 4. Deskundigenverslag Onderzoeksmateriaal en conclusie: Kenmerk : [SIN-nummer 1] . Omschrijving : blokken, wit, uit 1996 gram, aantal bemonsteringen: twee. Conclusie : bevat cocaïne. Cocaïne is vermeld op lijst I van de Opiumwet. 5. Deskundigenverslag Onderzoeksmateriaal en conclusie: Kenmerk : [SIN-nummer 3] . Omschrijving : blokken, wit, uit 1999 gram, aanta Het is een feit van algemene bekendheid dat verborgen ruimtes in voertuigen doorgaans gebruikt worden om strafbare goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals (grote hoeveelheden) wapens, geld of verdovende middelen. Gelet daarop ontstond een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit als omschreven in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) en daarmee was er voldoende grond voor toepassing van artikel 96b Sv. Vervolgens doorzochten de verbalisanten het voertuig op grond van artikel 96b Sv. Zij hebben een kier gecreëerd bij de opening van de verborgen ruimte, waardoor het mogelijk was om in de verborgen ruimte te kijken. De verbalisanten zagen dat er meerdere zakken in de verborgen ruimte lagen. De rechtbank is van oordeel, dat de hiervoor weergegeven aanwijzingen die door de verbalisanten zijn vastgelegd voldoende basis vormden voor een verdenking van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67 Sv. Ingevolge artikel 96b Sv waren de verbalisanten dan ook bevoegd de auto te doorzoeken. Evenals de officier van justitie acht de rechtbank de doorzoeking van het voertuig dan ook rechtmatig. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. Voorwaardelijk opzet De verdachte heeft verklaard dat hij ervan uitging dat hij blokken wiet vervoerde. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat hij wetenschap had van de werkelijke aard van de middelen die hij vervoerde. Van vol opzet is dan ook geen sprake. De verdachte heeft echter wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij cocaïne vervoerde. Hij wist dat hij verdovende middelen zou gaan vervoeren, maar heeft de inhoud van de blokken niet gecontroleerd of zich op een andere manier van de inhoud vergewist. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van voorwaardelijk opzet op het vervoeren van cocaïne. 2.3.3. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: hij op 10 oktober 2025 te Hoogblokland, gemeente Molenlanden opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 6000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod . 3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte Het feit en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor het bewezen verklaarde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de voorwaarden te worden verbonden die op dit moment als schorsingsvoorwaarden gelden. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft een gevangenisstraf bepleit, die niet langer is dan de duur van de voorlopige hechtenis, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis, zo nodig met een groot voorwaardelijk strafdeel en elektronische monitoring. Daarnaast zou een taakstraf kunnen worden opgelegd. Indien de rechtbank anders oordeelt, wordt verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte opnieuw te schorsen in verband met de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep als de verdachte wordt veroordeeld en het aanvragen van een reclasseringsrapport. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van ongeveer zes kilogram cocaïne in een verborgen ruimte in een auto. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne grote risico’s voor de gezondheid oplevert. De verspreiding van en handel in drugs gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Straf Ook de recidivegrond is nog onverkort aanwezig. De voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. Omdat er zich niet aanwijsbaar incidenten hebben voorgedaan, de verdachte sinds de eerdere schorsing niet in aanraking is gekomen met politie en justitie en zijn persoonlijke situatie ongewijzigd is, weegt het persoonlijk belang van verdachte – mits hij zich aan de gestelde voorwaarden blijft houden - nog steeds zwaarder dan het strafvorderlijk belang. De rechtbank ziet daarom aanleiding om tot hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis over te gaan, onder de voorwaarden die eerder zijn opgelegd, tot aan de datum van de onherroepelijke veroordeling in deze zaak. 7 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straffen en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 8 Beslissingen De rechtbank: verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden ; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; In beslag genomen voorwerpen - verklaart verbeurd: - [beslagnummer 17] : telefoon, Apple iPhone; - verklaart onttrokken aan het verkeer: [beslagnummer 1] : verpakkingsmateriaal voor drugs met opdruk ‘ [naam opdruk] ’. [beslagnummer 2] : personenauto, merk Citroën, kenteken [kentekennummer] . [beslagnummer 3] : henneptoppen. [beslagnummer 4] : 2 messen, kleur zwart. [beslagnummer 5] : 2 blokken cocaïne. [beslagnummer 6] : 2 blokken cocaïne. [beslagnummer 7] : 2 blokken cocaïne; - beveelt de teruggave van aan de verdachte van: [beslagnummer 8] : notitieboekje. [beslagnummer 9] : zendapparatuur. [beslagnummer 10] : geld € 2.400,-. [beslagnummer 11] : telefoon, Google Pixle. [beslagnummer 12] : tas Jumbo. [beslagnummer 13] : simkaart Lebara, nr [nummer X] . [beslagnummer 14] : simkaart Lebara, nr [nummer Y] . [beslagnummer 15] : horloge. [beslagnummer 16] : zendapparatuur; Voorlopige hechtenis schorst de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden tot aan de datum van de onherroepelijke veroordeling in deze zaak onder de volgende voorwaarden: De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel I van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie. De verdachte zal bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie. De verdachte meldt zich op afspraken bij Reclassering Nederland, op het adres [adres 2] , [postcode 2] in [plaats] , zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachte [medeverdachte] (geboren [geboortedatum 2] 2003), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De verdachte is gedurende de schorsingsperiode op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres aan de [adres 1] , [postcode 1] in