Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-27
ECLI:NL:RBROT:2026:10360
Veroordeling voor het medeplegen van het overdragen en voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen, en het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, een patroonhouder en 34 kogelpatronen tot een gevangenisstraf van 365 dagen waarvan 349 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 71-163669-23 Datum uitspraak: 27 juli 2026 Datum zitting: 13 juli 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1956 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] Advocaat van de verdachte: mr. B. Roodveldt Officier van justitie: mr. M. van Nes Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het overdragen en voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen, en het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, een patroonhouder en 34 kogelpatronen. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 365 dagen waarvan 349 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - tezamen en in vereniging wapens, patroonhouders en munitie heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad (feit 1), tezamen en in vereniging een wapen, patroonhouder en munitie voorhanden heeft gehad (feit 2) en 33.995,- euro heeft witgewassen (feit 3). De volledige tenlastelegging houdt in dat 1. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) (vuur)wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en/of - 3 patroonmagazijn(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en/of - 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad; 2. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en/of - een patroonmagazijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; - 34 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad; 3. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland (van) -(een) contant(e) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 33.995 euro de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2 en moet worden vrijgesproken van feit 3. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 en 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en stelt zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Vrijspraak feit 3 De beschuldiging ten aanzien van feit 3 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren. 2.3.2. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1 en feit 2 Bewezen is dat de verdachte wapens, patroonhouders en munitie heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad (feit 1) en een wapen, patroonhouder en munitie voorhanden heeft gehad (feit 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven . 1. Proces-verbaal van bevindingen van politie 2. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek Maserati 3. Proces-verbaal van politie, onderzoek wapen 4. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte 5. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek aan woning 6. Proces-verbaal van politie, dactyloscopisch en DNA vooronderzoek aan vuurwapen 2.3.3. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: 1. hij op 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, vuurwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en - 3 patroonmagazijnen als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en - 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en - een patroonmagazijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1. onder 3 van de Wet wapens en munitie; - 34 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad. 2. hij op 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: 1. de voortgezette handeling van het medeplegen van ‘de eendaadse samenloop van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd,’ en ‘het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.’ 2. de eendaadse samenloop van het medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor feit 1 en feit 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden met aftrek van voorarrest. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat bij de straftoemeting rekening moet worden gehouden met de broze gezondheid van verdachte en heeft daarom verzocht het onvoorwaardelijke deel van een eventuele gevangenisstraf niet boven de duur van de reeds in voorarrest doorgebrachte periode te doen laten uitstijgen. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het overdragen en voorhanden hebben van vuurwapens, patroonmagazijnen en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Wapens worden niet zelden gebruikt bij het begaan van strafbare feiten en circuleren veelvuldig in het criminele circuit. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens, patroonhouders en munitie maakt dan ook een ernstige inbreuk op de rechtsorde en brengt een onaanvaardbaar risico met zich voor de veiligheid van de maatschappij. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad van 13 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Rapport van de reclassering In het rapport van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) d.d. 31 juli 2025 staat dat de verdachte 42 jaar lang heeft gewerkt als conciërge bij een grote scholengemeenschap. Hij is inmiddels gepensioneerd en heeft voor langere tijd de intensieve zorg voor zijn ex-vrouw gedragen. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Hij heeft bekend vanuit angst en een gevoel van urgentie te hebben gehandeld en heeft verklaard dat hij bereid is zijn verantwoordelijk voor de situatie te nemen. Het schorsingstoezicht van bijna twee jaar is goede verlopen en er wordt geen meerwaarde gezien in het voorzetten daarvan. Gelet op de psychische gesteldheid van de verdachte wordt detentie onwenselijk geacht. Sinds de eerdere preventieve hechtenis ervaart hij ernstige spanningsklachten en slaapproblemen. Hij geeft aan dat de preventieve hechtenis veel impact op hem heeft gehad en raakt in paniek van de gedachte dat hij wederom gedetineerd raakt. Hij heeft in het contact met de reclassering nadrukkelijk en herhaaldelijk uitgesproken dat hij geen tweede detentie kan dragen en hij zichzelf in dat geval van het leven zal beroven. Deze uitlatingen, in combinatie met de eerder ervaren psychische ontregeling tijdens de preventieve hechtenis, maken dat een terugkeer in detentie aanzienlijke risico's met zich meebrengt voor zijn psychisch welzijn, aldus de reclassering. Gezondheidsproblematiek De raadsvrouw heeft ter zitting laten weten dat de gezondheid van de verdachte het afgelopen jaar verder achteruit is gegaan. 4.3.3. Redelijke termijn De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 4 juli 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim 36 maanden verstreken. Omdat er geen bijzondere omstandigheden spelen, is de redelijke termijn in deze zaak 24 maanden. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank weegt de overschrijding in strafverminderende zin mee. 4.3.4. Oplegging gevangenisstraf Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Hoewel de verdachte wordt veroordeeld voor het bezit van wapens, patroonhouders en munitie, blijkt uit het dossier dat hij hierbij door zijn schoonfamilie is beïnvloed en gebruikt. Dit weegt de rechtbank bij het bepalen van de straf in het voordeel van de verdachte mee. Daar komt bij dat de verdachte, een man op leeftijd met gezondheidsproblemen, niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en uit het rapport van de reclassering blijkt dat detentie onwenselijk is. Uit de toelichting van zijn advocaat ter zitting blijkt dat zijn gezondheid sindsdien alleen maar is verslechterd. Gelet op het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit, de overschrijding van de redelijke termijn, de persoonlijke omstandigheden en de detentieongeschiktheid van de verdachte, acht de rechtbank het onwenselijk dat de verdachte terug naar de gevangenis moet. Daarom wordt een gevangenisstraf van 365 dagen opgelegd waarvan 349 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. 5 In beslag genomen voorwerpen 5.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. 5.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen voorwerpen kunnen worden onttrokken aan het verkeer. 5.3. Oordeel van de rechtbank 5.3.1. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank beslist dat de volgende in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang en de strafbare feiten zijn met betrekking tot die voorwerpen gepleegd. Het betreft de volgende voorwerpen: 9 STK Munitie ( [beslagnummer 1] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 1] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 2] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 2] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 3] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 3] . 6 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47, 55, 56, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet Wapens en Munitie. 7 Beslissingen De rechtbank: Vrijspraak verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; Voorwaardelijk strafdeel bepaalt dat 349 (driehonderdnegenenveertig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde dat: - de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt; In beslag genomen voorwerpen - verklaart voor de feiten 1 en 2 onttrokken aan het verkeer: 9 STK Munitie ( [beslagnummer 1] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 1] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 2] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 2] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 3] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 3] ; Voorlopige hechtenis heft op de eerder geschorste voorlopige hechtenis van de verdachte. 8 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter, en mrs. M.J.M. van Beckhoven en E.M. Moison, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 juli 2026. Mrs. P.C. Tuinenburg en C.M. Turfboer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Zaaksdossier [dossiernaam] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 1] (pagina 9 e.v.).