Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-27
ECLI:NL:RBROT:2026:10358
Veroordeling voor het medeplegen van het voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen, het voorbereiden van Opiumwetfeiten door grondstoffen van lijst I-middelen voorhanden te hebben, het voorhanden hebben van 6,97 gram methamfetamine, 4,53 kilogram hennep(toppen) en het zonder vergunning voorhanden hebben van 2.068,19 gram ketamine tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het vormverzuim bij de doorzoeking van de garage leidt niet tot bewijsuitsluiting. Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 71-163621-23 Datum uitspraak: 27 juli 2026 Datum zitting: 13 juli 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] Advocaat van de verdachte: mr. D.E. de Boer Officier van justitie: mr. M. van Nes Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen, het voorbereiden van Opiumwetfeiten door grondstoffen van lijst I-middelen voorhanden te hebben, het voorhanden hebben van 6,97 gram methamfetamine, 4,53 kilogram hennep(toppen) en het zonder vergunning voorhanden hebben van 2.068,19 gram ketamine. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het vormverzuim bij de doorzoeking van de garage leidt niet tot bewijsuitsluiting. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – tezamen en in vereniging wapens, patroonhouders en munitie voorhanden heeft gehad (feit 1), voorbereidingshandelingen voor de Opiumwet heeft verricht (feit 2) en dat hij opzettelijk 6,97 gram metamfetamine (feit 3), 4,53 kilogram hennep(toppen) (feit 4) en 2.068,19 gram ketamine HCI (feit 5) voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging houdt in dat 1. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) (vuur)wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; - een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en/of - 3 patroonmagazijn(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en/of - 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad; 2. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Alkmaar, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van - ( een) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) amfetamine en/of - ( een) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) metamfetamine en/of - ( een) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) MDMA, zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA (elk) een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) (van (een) materia(a)l(en)) bevattende) enig(e) (ander(e)) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) - ( een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen (sub 1°), en/of - zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (sub 2°), en/of -(een) voorwerp(en) en/of vervoermiddel(en) en/of stof(fen) en/of geld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en) (sub 3°), hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n): de/het navolgende voorwerp(en) en/of stoffen opgeslagen en/of laten opslaan, althans ondergebracht en/of laten onderbrengen, en/of voorhanden gehad, te weten de/het navolgende voorwerp(en) en/of stoffen opgeslagen en/of laten opslaan, althans ondergebracht en/of laten onderbrengen, en/of voorhanden gehad, te weten: chemicaliën/(pre-)precursoren – waaronder PMK en/of methylester van BMK-glycidezuur en/of DEPARD en/of APAA-, althans (een) stof(fen)/chemicalië(n) geschikt voor de bereiding en/of bewerking en/of verwerking en/of vervaardiging van een of meer genoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, aangekocht en/of laten aankopen en/of vervoerd en/of laten vervoeren en/of opgeslagen en/of laten opslaan en/of voorhanden gehad en/of gebruikt en/of laten gebruiken en/of omgezet en/of om laten zetten; 3. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Alkmaar, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een totale hoeveelheid van (ongeveer) 6,97 gram metamfetamine, althans een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende Lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Alkmaar, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 4,53 kilogram, hennep(toppen) en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Alkmaar, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder registratie een hoeveelheid van (ongeveer) 2.068,19 gram ketamine HCI, in elk geval een werkzame stof, als bedoeld in artikel 1, onder x.1, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk in voorraad heeft gehad. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten. Het standpunt van de officier van justitie wordt, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs besproken. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 en 4. De verdediging heeft ten aanzien van de feiten 3 en 5 vrijspraak bepleit van het onderdeel medeplegen en zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen, het voorbereiden van Opiumwetfeiten door grondstoffen van lijst I-middelen voorhanden te hebben, het voorhanden hebben van 6,97 gram methamfetamine, 4,53 kilogram hennep(toppen) en het zonder vergunning voorhanden hebben van 2.068,19 gram ketamine HCI. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. Feit 3 en feit 5 De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. De verdediging heeft enkel verzocht de verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde medeplegen. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt waaruit enige samenwerking blijkt. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. Voor deze feiten worden de bewijsmiddelen daarom hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. 1. Proces-verbaal van de politie, onderzoek verdovende middelen 2. Proces-verbaal van de politie, forensisch onderzoek aan woning 3. Deskundigenverslag NFI 4. Deskundigenverslag NFI 5. Proces-verbaal van bevoegdheidsbeoordeling van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd De bewezenverklaring van de overige feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. Feit 1 1. Eigen waarneming van de rechtbank De rechtbank heeft op zitting de camerabeelden (C-4) bekeken. Op de camerabeelden is te zien dat [verdachte] in beeld komt lopen. Hij doet de achterbak van de Maserati open (11.37.38). [medeverdachte] komt aanlopen. [medeverdachte] lijkt dan meteen iets in de achterbak te zetten waar [verdachte] naast staat. [medeverdachte] loopt weg. [verdachte] doet direct daarna de kofferbak dicht (11.37.52). 2. Verklaring van de getuige [naam getuige] Het klopt dat [verdachte] de wapens op 4 juli 2023 [naam] in Noord-Scharwoude zou overnemen. 3. Proces-verbaal van politie, verklaring van medeverdachte [medeverdachte] Dat emmertje stond in mijn schuur. Mij is gevraagd of ik dit emmertje wilde afgeven bij het meer. […] V: Wie is de man op afbeelding 2 waarmee u bij de Maserati staat. V: Maar u was dus gevraagd om het emmertje met vuurwapens aan deze persoon (verbalisant wijst afbeelding 2 aan) te geven? A: Ja, dat klopt. […] Afbeelding 2. 4. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek Maserati Op 4 juli 2023 onderzocht ik een Maserati die geparkeerd stond op een parkeerplaats te Scharwoude binnen de gemeente Dijk en Waard. In de kofferbak stond een emmer met vuurwapens. In de emmer zaten drie voorwerpen met doeken en tape verpakt. Ik zag onder de tas drie zakjes met munitiepatronen. Ik heb de verpakkingen opengesneden. Ik zag dat in elke verpakking een vuurwapen verpakt zat en in elke verpakking een patroonmagazijn aanwezig was. De hierna omschreven sporendragers werden gewaarmerkt en op de daartoe geschikte wijze veiliggesteld. [nummer proces-verbaal 1] (vuurwapen) [nummer proces-verbaal 2] (vuurwapen) [nummer proces-verbaal 3] (vuurwapen) [nummer proces-verbaal 4] (munitie) [nummer proces-verbaal 5] (munitie) [nummer proces-verbaal 6] (munitie) 5. Proces-verbaal van politie, onderzoek wapen Ik zag dat [nummer proces-verbaal 1] een pistool van het merk Heckler & Koch betrof (9mm). Ik zag dat [nummer proces-verbaal 2] een pistool van het merk Heckler & Koch betrof (9mm). Ik zag dat [nummer proces-verbaal 3] een pistool van het merk Heckler & Koch betrof (9mm). De pistolen van Heckler & Koch zijn vuurwapens in de zin van artikel l onder 3, gelet op artikel 2, lid l categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. [nummer proces-verbaal 6] betreft 52 stuks onverschoten kogelpatronen van het kaliber 9x19mm. [nummer proces-verbaal 5] betreft 51 stuks onverschoten kogelpatronen van het kaliber 9x19mm. [nummer proces-verbaal 4] betreft 50 stuks onverschoten kogelpatronen van het kaliber 9x19mm. De kogelpatronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de [dossiernaam 2] . Feit 2 en feit 4 1. Proces-verbaal van de politie, forensisch onderzoek aan woning Op 4 juli 2023 kwam ik naar aanleiding van een doorzoeking voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] , [postcode] [woonplaats] . De volgende sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld uit de grijze hangkast in de garage: Goednummer: [beslagnummer 1] SIN: AALU1667NL Goednummer: [beslagnummer 2] SIN: AALU1666NL Goednummer: [beslagnummer 3] SIN: AALU1665NL Goednummer: [beslagnummer 4] SIN: AALU1664NL Goednummer: [beslagnummer 5] SIN: AALU1661NL 2. Proces-verbaal van de politie, onderzoek verdovende middelen Van SIN AALU1667NL nam ik een monster, herkenbaar aan SIN AAOX3909NL. Van SIN AALU1666NL nam ik een monster, herkenbaar aan SIN AAOX3906NL. Van SIN AALU1665NL nam ik een monster, herkenbaar aan SIN AAOX3907NL. Van SIN AALU1664NL nam ik een monster, herkenbaar aan SIN AAOX3919NL. Van SIN AALU1661NL nam ik een monster, herkenbaar aan SIN AAOX3908NL. 3. Deskundigenverslag NFI Vraagstelling: bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties? Resultaten AAOX3919NL, resultaat: PMK. AAOX3909NL, resultaat: APAA. AAOX3908NL, resultaat: DEPAPD. AAOX3907NL, resultaat: de methylester van 'BMK-glycidezuur'. AAOX3906NL, resultaat: de methylester van 'BMK-glycidezuur'. Aanvullende informatie In relatie tot drugs is PMK (piperonylmethylketon) een grondstof voor MDMA. (…) In relatie tot drugs worden APAA (a/fa-fenylacetoacetamide, 3-oxo-2-fenylbutaanamide), DEPAPD (diethyl(fenylacetyl)propaandioaat) en de methylester van 'BMK-glycidezuur' (methyl 2-methyl-3-fenyloxiraan-2-carboxylaat) gebruikt voor het vervaardigen van BMK (benzylmethylketon), een grondstof voor amfetamine en metamfetamine. 4. Proces-verbaal van bevindingen van de politie Op 4 juli 2023 werden in de garage behorend bij het perceel van [adres] in [plaats] twee verhuisdozen en een boodschappentas gevuld met henneptoppen aangetroffen, totaalgewicht betrof 4,53 kilo. Ik rook een de lucht van hennep. Ambtshalve en door mijn ervaring met aantreffen van hennep herken ik de geur waardoor ik met zekerheid kan verklaren dat dit de lucht is als zijnde de lucht en geur van hennep. 2.3.2. Bewijsmotivering Feit 1 De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging heeft gehandeld, noch dat hij zich bewust is geweest van de aanwezigheid van wapens in de emmer, en dat hij om die reden moet worden vrijgesproken. De verdachte ontkent te hebben geweten dat er wapens in het emmertje zaten. Hij heeft verklaard dat hij bij de parkeerplaats was voor de verkoop van een Maserati. Toen hij de auto liet zien, plaatste een voor verdachte onbekende derde persoon plots een emmertje in de kofferbak. Hij is uit schrik met het emmertje weggereden. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte niet aannemelijk. Uit de op zitting bekeken camerabeelden blijkt niet van gedragingen die passen bij de verkoop van een auto, zoals de verdachte die heeft omschreven. Te zien is dat binnen een tijdspanne van 14 seconden de verdachte de kofferbak van de Maserati opendoet, dat medeverdachte [medeverdachte] iets in de achterbak zet en dat de verdachte de kofferbak vervolgens direct dichtdoet. Dit handelen van de verdachte en medeverdachte ziet eruit als een welbewuste en snelle afhandeling van een overdracht en past volledig bij de verklaringen die de medeverdachten [medeverdachte] en [naam getuige] (deze ook als getuige) hebben afgelegd. Nergens uit blijkt dat de verdachte iets onverwachts overkwam waar hij van schrok, zoals hij heeft verklaard. Dit alles maakt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging met anderen wapens, patroonhouders en munitie voorhanden hebben waarover de verdachte ook beschikkingsmacht had, nu de wapens in zijn auto zijn aangetroffen. Het verweer wordt verworpen en het onder 1 ten laste gelegde is daarom wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 en feit 4 Vormverzuim De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de doorzoeking van de garage van de woning van verdachte onrechtmatig was en dat de verbaliseringsplicht is geschonden. De rechter-commissaris had namelijk enkel de bevoegdheid om de woning te doorzoeken en voor de garage had toestemming van de officier van justitie moeten worden verkregen, hetgeen niet is gebeurd. Ook blijkt uit het proces-verbaal van doorzoeking van de politie onvoldoende duidelijk wat de situatie in de garage was bij aantreffen. Door de onrechtmatige doorzoeking van de garage en de schending van de verbaliseringsplicht zijn volgens de verdediging de artikelen 6 en 8 EVRM geschonden. De verdediging heeft bewijsuitsluiting bepleit. De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid van de rechter-commissaris om een doorzoeking te gelasten enkel tot de woning strekte en dat de officier van justitie niet om een machtiging voor het doorzoeken van de garage is gevraagd. Voor het doorzoeken van een woning gelden hogere eisen dan voor het doorzoeken van een garage, mede gelet op artikel 8 EVRM. Om die reden moet voorafgaand aan een doorzoeking van een woning een rechterlijke toetsing plaatsvinden. Dat de rechter-commissaris een machtiging heeft afgegeven om de woning te doorzoeken én dat voor aanvang van de doorzoeking van de garage reeds verdovende middelen in de woning waren aangetroffen, maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat iedere officier van justitie onder deze omstandigheden zelf een machtiging voor doorzoeking van de garage had mogen afgeven en dit ook zou hebben gedaan. Voor zover sprake is van een vormverzuim, verbindt de rechtbank daar dan ook geen gevolgen aan. De rechtbank stelt vast dat het proces-verbaal van doorzoeking op omissies is aangevuld in een herstelproces-verbaal. Daarin zijn geen feiten gewijzigd, maar enkel aangevuld. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat bewust feiten zijn weggelaten bij het verbaliseren. Ook hier is geen schending geconstateerd van artikel 6 EVRM. De verweren worden verworpen. Partiële vrijspraak medeplegen Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen’ de voorbereidingshandelingen voor Opiumwetfeiten heeft verricht en hennep in zijn bezit heeft gehad. Het dossier biedt geen enkel aanknopingspunt waaruit enige samenwerking blijkt. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de verdachte van het ten laste gelegde medeplegen zal vrijspreken. 2.3.3. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: 1. hij op 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, vuurwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een vuurwapen van het merk Heckler & Koch P30; - een vuurwapen van het merk Heckler & Koch P30; - een vuurwapen van het merk Heckler & Koch P30; en - 3 patroonmagazijnen als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en - 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad; 2. hij op 4 juli 2023 te Alkmaar, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van - een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) amfetamine en/of - een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) metamfetamine en/of - een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) MDMA, zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA elk middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of voor te bereiden en/of te bevorderen, - stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte ernstige reden had om te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten (sub 3°), hebbende verdachte: de navolgende stoffen voorhanden heeft gehad, te weten chemicaliën/(pre-)precursoren – waaronder PMK en methylester van BMK-glycidezuur en DEPA P D en APAA; 3. hij op 4 juli 2023 te Alkmaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een totale hoeveelheid van 6,97 gram metamfetamine; 4. hij op 4 juli 2023 te Alkmaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 4,53 kilogram, hennep(toppen) en delen daarvan; 5. hij op 4 juli 2023 te Alkmaar, zonder registratie een hoeveelheid van 2.068,19 gram ketamine HCI, opzettelijk in voorraad heeft gehad; Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: 1. de eendaadse samenloop van het medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd. 2. om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. 3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 4. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 5. opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. 4.2. Standpunt van de verdediging De op te leggen straf moet gelet op de persoonlijke omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn aanzienlijk worden gematigd. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest en een fors voorwaardelijk strafdeel is volgens de verdediging passend. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vuurwapens, patroonmagazijnen en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Wapens worden niet zelden gebruikt bij het begaan van strafbare feiten en circuleren veelvuldig in het criminele circuit. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens, patroonhouders en munitie maakt dan ook een ernstige inbreuk op de rechtsorde en brengt een onaanvaardbaar risico met zich voor de veiligheid van de maatschappij. Daarnaast had de verdachte verschillende verdovende middelen en grondstoffen voor verdovende middelen voorhanden. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving. De verspreiding van en de handel in harddrugs gaat vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, zoals vermogens- en geweldscriminaliteit. De verdachte heeft hier geen oog voor gehad. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad van 13 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Overige persoonlijke omstandigheden In de loop van het strafproces is gebleken dat de verdachte lijdt aan nierkanker. Op de zitting heeft hij verklaard dat hij hiervoor nog steeds wordt behandeld. De verdachte is ten gevolge van de strafzaak zijn autobedrijf verloren. Hij heeft zich omgeschoold en een nieuwe onderneming opgezet. 4.3.3. Redelijke termijn De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 4 juli 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim 36 maanden verstreken. Omdat er geen bijzondere omstandigheden spelen, is de redelijke termijn in deze zaak 24 maanden. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank weegt de overschrijding in strafverminderende zin mee. 4.3.4. Oplegging gevangenisstraf Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het opleggen van een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest, zoals door de verdediging is bepleit, acht de rechtbank niet passend, gezien de ernst van de feiten. De rechtbank weegt de persoonlijke situatie van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn in strafverminderende zin mee. Daarom wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden zes maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. 5 In beslag genomen voorwerpen 5.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. 5.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat het navigatiesysteem uit de Maserati moet worden teruggegeven. Ten aan aanzien van de overige voorwerpen refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 5.3. Oordeel van de rechtbank 5.3.1. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank beslist dat de volgende in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang en de strafbare feiten zijn met betrekking tot die voorwerpen gepleegd. Het betreft de volgende voorwerpen: 5 ZAK Drugs ( [beslagnummer 6] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 7] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 8] ); 1 FLS Drugs ( [beslagnummer 9] ); 1 ZAK Drugs ( [beslagnummer 10] ); 1 FLS Drugs ( [beslagnummer 11] ); 1 ZAK Drugs ( [beslagnummer 12] ); 2 BOL Drugs ( [beslagnummer 13] ); 1 STK Wapen ( [beslagnummer 14] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 1] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 15] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 2] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 16] ),voorwerpnummer [nummer voorwerp 3] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 17] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 4] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 18] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 4] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 19] ) voorwerpnummer [nummer voorwerp 5] ; 1 DS Drugs ( [beslagnummer 20] ); 1 DS Drugs ( [beslagnummer 21] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 22] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 23] ). 5.3.2. Teruggave De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen navigatiesysteem uit de Maserati ( [beslagnummer 24] ) aan de verdachte. 6 Voorlopige hechtenis De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 29 augustus 2023 geschorst tot aan de einduitspraak van de rechtbank. De officier van justitie heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. De vraag die voorligt, is of het opheffen van deze schorsing enig redelijk doel dient. De enkele veroordeling van de verdachte volstaat niet als onderbouwing voor het opheffen van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Gesteld noch gebleken is dat de verdachte in de periode dat zijn voorlopige hechtenis geschorst was zich niet heeft gehouden aan de gestelde schorsingsvoorwaarde. Mede gelet daarop en gelet op het tijdsverloop ziet de rechtbank aanleiding om ambtshalve over te gaan tot opheffing van de voorlopige hechtenis omdat de gronden die hebben geleid tot het bevel waarop de voorlopige hechtenis is gebaseerd niet langer aanwezig zijn. 7 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie, artikelen 10 en 10a van de Opiumwet en artikel 40 van de Geneesmiddelenwet. 8 Beslissingen De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; Voorwaardelijk strafdeel bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde dat: - de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt; In beslag genomen voorwerpen - verklaart voor de feiten 2, 3, 4 en 5 onttrokken aan het verkeer: 5 ZAK Drugs ( [beslagnummer 6] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 7] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 8] ); 1 FLS Drugs ( [beslagnummer 9] ); 1 ZAK Drugs ( [beslagnummer 10] ); 1 FLS Drugs ( [beslagnummer 11] ); 1 ZAK Drugs ( [beslagnummer 12] ); 2 BOL Drugs ( [beslagnummer 13] ); 1 STK Wapen ( [beslagnummer 14] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 1] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 15] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 2] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 16] ),voorwerpnummer [nummer voorwerp 3] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 17] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 4] ; 1 STK Wapen ( [beslagnummer 18] ), voorwerpnummer [nummer voorwerp 4] ; 1 STK Munitie ( [beslagnummer 19] ) voorwerpnummer [nummer voorwerp 5] ; 1 DS Drugs ( [beslagnummer 20] ); 1 DS Drugs ( [beslagnummer 21] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 22] ); 1 STK Drugs ( [beslagnummer 23] ); - beveelt de teruggave van het navigatiesysteem uit de Maserati ( [beslagnummer 24] ) aan de verdachte; Voorlopige hechtenis heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst. 9 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter, en mrs. M.J.M. van Beckhoven en E.M. Moison, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 juli 2026. Mrs. P.C. Tuinenburg en C.M. Turfboer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 7] (pagina 36 e.v.). Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 8] (pagina 45 e.v.). Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 44 van het zaaksdossier [dossiernaam 1] . Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 79 e.v. van het zaaksdossier [dossiernaam 1] . Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal d.d. 5 december 2023 (p. 128 e.v.). Waargenomen tijdens de zitting van 13 juli 2026. Verklaard tijdens de zitting van 13 juli 2026. Zaaksdossier [dossiernaam 2] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 9] (pagina 12 e.v.). Zaaksdossier [dossiernaam 2] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 10] (pagina 86 e.v.). Zaaksdossier [dossiernaam 2] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 11] (pagina 147 e.v.). Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 8] (pagina 45 e.v.). Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 7] (pagina 36 e.v.). Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 79 e.v. van het zaaksdossier [dossiernaam 1] . Zaaksdossier [dossiernaam 1] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 12] (pagina 81 e.v.).