Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-05-20
ECLI:NL:RBROT:2026:10187
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer / rolnummer: C/10/698208 / HA ZA 25-349 Vonnis van 20 mei 2026 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, advocaat: mr. A.F. Agenant, tegen Stedin Netbeheer B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde partij, advocaat: mr. M. Trimbos-Hartman. Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Stedin’ genoemd. 1 De zaak in het kort [eiser] vindt dat het onredelijk lang heeft geduurd voordat Stedin een elektriciteitsaansluiting heeft gerealiseerd voor zijn woning. Hij stelt Stedin daarom aansprakelijk voor schade die hij hierdoor zou hebben geleden. Stedin is het hier niet mee eens en voert verweer. Het beroep van Stedin op haar algemene voorwaarden, waarin de door [eiser] gevorderde schade is uitgesloten van aansprakelijkheid, slaagt. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen. Deze beslissing wordt hierna toegelicht. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1-8;- de conclusie van antwoord met producties 1-6;- de brief van 28 juli 2025 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling; - de akte overlegging producties van [eiser] , met producties 9-12;- de akte overlegging (nadere) productie van [eiser] , met het ontbrekende deel vanproductie 2;- de mondelinge behandeling van 19 november 2025 en door partijen overgelegde spreekaantekeningen, en de door Stedin overgelegde volmacht voor haar zittingsvertegenwoordiger. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Op 21 oktober 2021 sloot [eiser] een intentieovereenkomst met Groothuis Bouw B.V. voor de bouw van zijn woning aan de [adres] te Barendrecht. In deze overeenkomst staat, voor zover hier relevant, het volgende: “(…) De prijs in de offerte is in beginsel vast, mits de aanneemovereenkomst binnen 11 maanden na ondertekening van de onderhavige overeenkomst is ondertekend. Buiten de periode van 11 maanden is aannemer gerechtigd om de geoffreerde prijs te verhogen in verband met ontwikkeling van (hogere) prijzen van arbeid, materialen en/of materieel. De mogelijke verhoging is ter beoordeling van aannemer maar opdrachtgever is in dat geval gerechtigd af te zien van het geven van de opdracht aan aannemer. Opdrachtgever blijft voor dat geval wel de hierna te noemen vergoeding-(en) voor het verrichte werk/ gemaakte kosten verschuldigd. (…)” 3.2. Op 23 maart 2022 diende [eiser] in verband met de bouw van die woning via mijnaansluiting.nl een aanvraag in (projectnaam [naam project] (huis)) voor een tijdelijke elektriciteitsaansluiting (Elektriciteit aansluiting Bouw 3x35 Ampère (Nieuw, Bouw)) bij Stedin en een aansluiting voor drinkwater bij Evides (Nieuw, Bouw). Daarbij is aangegeven dat locatieomschrijving dichtbij [adres] ligt. 3.3. Op 22 april 2022 ontving [eiser] van Stedin een offerte voor een tijdelijke elektriciteitsaansluiting voor een bedrag van € 2.868,01. [eiser] heeft de offerte geaccepteerd en op 11 mei 2022 betaald. 3.4. Op 23 augustus 2022 diende [eiser] opnieuw een aanvraag in via mijnaansluiting.nl (projectnaam [naam project] (huis)), maar nu voor een permanente elektriciteitsaansluiting (Elektriciteit aansluiting Permanent 3x35 Ampère (Nieuw, Permanent)) bij Stedin en een aansluiting voor drinkwater bij Evides (Nieuw, Permanent). Daarbij is aangegeven dat locatieomschrijving dichtbij [adres] ligt. 3.5. Op 14 september 2022 stuurde Stedin een offerte aan [eiser] voor een definitieve aansluiting voor een bedrag van € 1.779,74. [eiser] accepteerde deze offerte diezelfde dag door betaling van het bedrag. 3.6. Op 27 september 2022 stuurde Stedin een creditfactuur aan [eiser] voor een bedrag van € 1.076,15 met omschrijving ‘Verwijderingskosten TA’. 3.7. In de offertes van 22 april 2022 en 14 september 2022 staat onder meer het volgende: “ (…) Bent u akkoord met deze offerte? Accepteer en betaal deze via het Stedin Klantportal. (…) Algemene voorwaarden Op deze offerte zijn de volgende voorwaarden van Stedin Netbeheer [eiser] stelt dat Stedin die schade moet vergoeden op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad. 4.3. Stedin concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Volgens Stedin is allereerst gevolgschade en andere indirecte schade, zoals [eiser] die vordert, uitgesloten in artikel 11 van de algemene voorwaarden, en is er voorts 1) geen sprake van verzuim, 2) heeft [eiser] niet tijdig geklaagd, 3) was sprake van overmacht, 4) was sprake van schuldeisersverzuim, 5) is het niet redelijk en billijk de vertraging in wetgeving voor rekening van Stedin te laten komen en 6) is de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en onvoldoende onderbouwd. 5 De beoordeling 5.1. Tussen partijen is in geschil of Stedin tijdig een elektriciteitsaansluiting heeft gerealiseerd voor de woning van [eiser] en of, als dit niet het geval is, Stedin de gestelde schade moet betalen aan Ven Helden. Algemene voorwaarden op de juiste wijze ter hand gesteld 5.2. Het meest verstrekkend verweer van Stedin is dat als zij al toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, zij niet aansprakelijk is voor de schade, omdat in de toepasselijke algemene voorwaarden gevolgschade en andere indirecte schade is uitgesloten. Volgens [eiser] zijn de algemene voorwaarden vernietigbaar, omdat deze nooit ter hand zijn gesteld. Ook voert hij aan dat het exoneratiebeding in artikel 11 onredelijk bezwarend is dan wel dat toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Stedin betwist dat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld en dat het exoneratiebeding onredelijk bezwarend is of toepassing onaanvaardbaar. De algemene voorwaarden zijn ter hand gesteld 5.3. In de offertes van april 2022 en september 2022 staat dat op deze offertes de Algemene voorwaarden voor de uitvoering van werkzaamheden en het verlenen van diensten (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. Ook staat hierbij een link naar de pagina op de website van Stedin met de richtlijnen en voorwaarden. Daarnaast heeft Stedin een printscreen overgelegd van de digitale omgeving waarin klanten akkoord geven op de door Stedin uitgebrachte offertes. Uit deze printscreen volgt dat de overeenkomst tussen Stedin en de klant tot stand komt door het betalen van de offerte en dat, voordat überhaupt betaald kan worden, een klant eerst akkoord moet gaan met de algemene voorwaarden. Op deze pagina kan dat akkoord worden ‘aangekruist’ en daarbij staat een link, ‘Lees hier de algemene voorwaarden’. Deze voorwaarden kunnen volgens Stedin ook worden opgeslagen. 5.4. Stedin stelt dat [eiser] op dezelfde wijze als hiervoor beschreven de offertes heeft geaccordeerd en dus ook bij beide offertes kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst. Vast staat immers dat [eiser] de offertebedragen heeft betaald en dus daaraan voorafgaand akkoord is gegaan met de offertes. En [eiser] erkende op zitting dat de digitale omgeving van Stedin waarin hij akkoord heeft gegeven, er inderdaad zo uitzag als op de overgelegde print screen en hij erkende ook dat om ‘door te kunnen’ gaan, het akkoord moest worden gegeven op de algemene voorwaarden. De link/verwijzing naar de algemene voorwaarden is ook voldoende duidelijk. De verwijzing in de offerte is direct naar de pagina met voorwaarden en niet is betwist dat op die pagina de algemene voorwaarden staan. Daarnaast zit in de digitale omgeving een duidelijk herkenbare link waarbij direct naar de algemene voorwaarden kan worden ‘geklikt’, hetgeen evenmin is betwist. Ook is niet weersproken dat de algemene voorwaarden kunnen worden opgeslagen. Dit betekent dat [eiser] voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst op redelijke wijze kennis kon nemen van de algemene voorwaarden. Het beroep van [eiser] op vernietiging op deze grond slaa Maar na betwisting door Stedin heeft [eiser] dit niet nader onderbouwd. Evenmin is gebleken dat Stedin de aanvraag voor elektriciteit en water pas na herhaaldelijke verzoeken zou hebben gesplitst. Dit volgt niet uit de e-mail van 29 november 2022 en bovendien viel de datum van dit verzoek in het stormseizoen. Anderzijds heeft Stedin onweersproken aangevoerd dat het pas later duidelijk werd dat het ging om huisnummer [huisnummer A] , en niet om huisnummer [huisnummer B] of [huisnummer C] zoals in de beide aanvragen stond, en dat [eiser] een 2x25 aansluiting wenste in plaats van 3x35. Stedin is hier in het voordeel van [eiser] mee omgegaan doordat Stedin toen geen nieuwe offerte heeft opgesteld, wat zij wel had kunnen doen. Nadelige gevolgen voor het moment van aansluiten voor [eiser] als gevolg van de gewijzigde informatie werden daarmee voorkomen. 5.10. De omstandigheid dat het hier gaat om een algehele uitsluiting van aansprakelijkheid ten aanzien van de gevolgschade maakt evenmin dat toepassing van de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:4664) leidt niet tot een ander oordeel. In die uitspraak werd nog uitgegaan van een (harde) wettelijk termijn van 18 weken waarbinnen een netbeheerder een aansluiting moet realiseren. Inmiddels is echter door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2025:1220) geoordeeld dat deze termijn van 18 weken, die vanaf 22 februari 2025 ook niet meer in de Elektriciteitswet staat, buiten toepassing moet worden gelaten en dat steeds moet worden beoordeeld wat een redelijke termijn voor aansluiting is, zodat de onderhavige situatie niet vergelijkbaar is met die in de uitspraak van deze rechtbank van 6 april 2022. 5.11. Het beroep van [eiser] om op grond van de redelijkheid en billijkheid artikel 11 van de algemene voorwaarden buiten toepassing te laten, slaagt dus niet. 5.12. Dit betekent dat als al geoordeeld zou worden dat Stedin de elektriciteitsaansluiting te laat heeft gerealiseerd en dat sprake is van wanprestatie, gevolgschade en andere indirecte schade van aansprakelijkheid is uitgesloten. De gevorderde schade betreft gevolgschade en valt onder de uitsluiting van aansprakelijkheid 5.13. De schade die [eiser] stelt te hebben geleden ziet enerzijds op indexeringskosten als gevolg van vertraging van de bouw (€ 18.793,70) en anderzijds op de kosten van het plaatsen, aankopen en huren van aggregaten (€ 5.141,50 + € 2.975,00). 5.14. Zowel de indexeringskosten als de kosten voor de huur en aanschaf van de aggregaten vallen onder gevolgschade. Aansprakelijkheid voor die kosten is, zoals hiervoor is overwogen, uitgesloten. Stedin hoeft deze schade daarom niet te vergoeden. Dat de kosten voor de aggregaten kosten zijn om de schade te beperken maakt het vorenstaande niet anders. Overigens kan geenszins worden vastgesteld dat de indexering die de aannemer heeft doorgevoerd er het gevolg van is dat Stedin de aansluiting pas in april 2023 realiseerde. De indexering lijkt samen te hangen met het late tijdstip van ondertekenen van de aanneemovereenkomst door [eiser] (niet binnen elf maanden na het tekenen van de intentieovereenkomst) en [eiser] heeft niet onderbouwd dat hij de aanneemovereenkomst pas kon ondertekenen als de aansluiting gerealiseerd was of als er zicht was op een aansluiting. Geen vergoeding van gevolgschade op grond van onrechtmatige daad 5.15. Er is evenmin grond voor vergoeding van gevolgschade op grond van onrechtmatige daad. Bij rechtsgeldige uitsluiting van aansprakelijkheid in algemene voorwaarden, zoals in casu, is een vordering tot vergoeding van diezelfde schade uit onrechtmatige daad slechts in bijzondere situaties toewijsbaar. Anders zou de uitsluiting van aansprakelijkheid feitelijk haar betekenis verliezen. Dat van een dergelijke bijzondere situatie sprake is volgt niet uit de stellingen van [eiser] . 5.16. Omdat er geen grond is voor vergoeding van de gevol