Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2026-07-17
ECLI:NL:RBROT:2026:10159
Rechtbank Rotterdam Team familie Zaaknummer / rekestnummer : C/10/720692 / FA RK 26-4400 Beschikking van 17 juli 2026 over de benoeming van een bijzondere curator, afgifte en aanvraag van identiteitsbewijzen en vervangende toestemming [minderjarige] , hierna: de minderjarige, geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , wonende te [plaats] , advocaat mr. M. ter Haar-Bas te Rotterdam. In welke zaak belanghebbende is: [moeder] , hierna: de moeder, wonende te [plaats] , advocaat mr. B Özates te Rotterdam. In welke zaak informant zijn: [grootmoeder] , hierna: de grootmoeder, wonende te [plaats] , en stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , hierna: de GI, zetelende te Rotterdam. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen van de minderjarige, ingekomen op 2 juni 2026; het aanvullende verzoekschrift van de minderjarige, ingekomen op 22 juni 2026; een bericht van de minderjarige van 22 juni 2026; het verweerschrift met bijlagen van de moeder van 6 juli 2026. 1.2. De minderjarige heeft op 15 juni 2026 met de kinderrechter gesproken. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn verschenen: de advocaat van de minderjarige; de moeder; de grootmoeder, bijgestaan door een tolk; de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ; de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 1.4. De minderjarige heeft verzocht ook zijn tante als informant op te roepen en de moeder heeft verzocht haar partner toe te laten tot de mondelinge behandeling als informant. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling besloten beide personen niet toe te laten, omdat de rechtbank geen informatie van hen nodig heeft om een beslissing te nemen over de verzoeken. 1.5. De moeder heeft meerdere keren verzocht de behandeling van de verzoeken aan te houden. De rechtbank heeft deze verzoeken tot aanhouding afgewezen, omdat de moeder voldoende tijd heeft gekregen om een advocaat te vinden, zich voor te bereiden op de mondelinge behandeling en via een advocaat haar standpunten kenbaar te maken. Het lopende onderzoek van de raad maakt dat niet anders. 2 De feiten 2.1. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over de minderjarige. 2.2. De minderjarige woont sinds oktober 2025 bij de grootmoeder. 3 De beoordeling 3.1. Ontvankelijkheid minderjarige 3.1.1. De minderjarige stelt dat hij ontvangen moet worden in zijn verzoeken, omdat hij afhankelijk is van zijn moeder, die het gezag over hem heeft, terwijl de moeder in dit geval ook de wederpartij is. De minderjarige heeft geen toegang tot het recht als hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De moeder stelt zich op het standpunt dat de minderjarige wel niet-ontvankelijk is. De minderjarige is volgens de moeder niet zelfstandig bevoegd om verzoeken in te dienen. 3.1.2. De advocaat van de minderjarige verwijst naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 9 juli 2025. De rechtbank sluit in de beslissing bij deze uitspraak aan. De hoofdregel is dat de minderjarige wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Dat betekent in dit geval dat de moeder de minderjarige vertegenwoordigt. Omdat de moeder en de minderjarige tegenstrijdige belangen hebben, zou dit ertoe leiden dat de minderjarige geen toegang heeft tot de rechter, waardoor zijn fundamentele rechten op grond van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) worden aangetast. Om te zorgen dat de minderjarige ondanks tegenstrijdige belangen met zijn wettelijke vertegenwoordiger toch toegang heeft tot de rechter, kan op grond van de wet een bijzondere curator worden benoemd. Deze bijzondere curator vertegenwoordigt de minderjarige dan. De procesbekwaamheid van de minderjarige mag ingeperkt worden en toegang tot de rechter via vertegenwoordiging van een wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator is niet in strijd Er is ook een nog geldige identiteitskaart, maar de rechtbank kan op basis van de stukken en wat is besproken niet vaststellen wie de identiteitskaart in bezit heeft. De rechtbank zal de moeder daarom niet tot afgifte daarvan bevelen. Ook wijst de rechtbank het verzoek tot vervangende toestemming af. Op grond van artikel 34 lid 6 Paspoortwet heeft de minderjarige geen verklaring van toestemming van een gezaghebbende ouder nodig om een identiteitskaart aan te vragen als de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. De minderjarige is inmiddels zestien jaar oud en kan dus zelfstandig, met een verklaring van vermissing van de oude identiteitskaart, een nieuwe identiteitskaart aanvragen. De minderjarige heeft daarom geen belang bij zijn verzoek voor vervangende toestemming. De rechtbank wijst de verzoeken over de identiteitskaart dus af. Afgifte en aanvraag paspoort 3.3.6. De minderjarige wil een paspoort aanvragen en hij heeft daarvoor zijn verlopen paspoort nodig. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij het verlopen paspoort van de minderjarige in haar bezit heeft. De moeder maakt zich zorgen over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt. Zo zou hij eerder een identiteitsbewijs gewisseld hebben met zijn vader en is hij volgens de vrouw meerdere keren (strafrechtelijk) in de problemen geraakt. 3.3.7. Op grond van artikel 34 lid 1 jo. lid 3 van de Paspoortwet kan een minderjarige, ouder dan twaalf jaar, een verzoek doen bij de rechter om de verklaring van toestemming voor de aanvraag van een paspoort van een gezaghebbende ouder te vervangen door een verklaring van de rechter. De minderjarige is op grond daarvan ontvankelijk in zijn verzoek. Voor de rechtbank is niet duidelijk geworden waarom de minderjarige op dit moment belang heeft bij een paspoort. Zijn advocaat heeft naar voren gebracht dat hij zich moet kunnen identificeren, maar dat kan hij ook met zijn identiteitskaart. Verder heeft de minderjarige geen concrete plannen voor vakanties naar landen waarvoor een paspoort nodig is of zijn andere situaties naar voren gebracht, waarin een identiteitskaart niet zou volstaan. Het belang bij een paspoort is daarmee niet komen vast te staan. Mede gelet op de zorgen van de moeder over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De afgifte van het verlopen paspoort houdt verband met de aanvraag van een nieuw paspoort. Omdat het verzoek over de aanvraag van een paspoort wordt afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek om de afgifte en de dwangsom af. Vervangende toestemming vakantie 3.3.8. De minderjarige wil met zijn grootmoeder en tante mee op vakantie naar Turkije. Hij woont sinds oktober 2025 bij zijn grootmoeder en heeft ook veel contact met zijn tante. Duidelijk is dat het tot nu toe niet gelukt is om met de moeder in overleg te treden en afspraken over de vakantie te maken, waaronder over de toestemming die de moeder moet verlenen. De minderjarige heeft de rechtbank daarom verzocht de toestemming van de moeder te vervangen. Voor de rechtbank is onduidelijk op grond waarvan de minderjarige meent deze toestemming te kunnen verzoeken. De advocaat van de minderjarige heeft, desgevraagd, slechts verwezen naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam in een vergelijkbare situatie. In deze uitspraak is voorbijgegaan aan de benoeming van een bijzondere curator, omdat de vakantie van de minderjarige op korte termijn zou aanvangen en de rechtbank heeft de toestemming vervolgens verleend. Uit die uitspraak wordt de wettelijke grondslag voor de toestemming niet duidelijk. 3.3.9. Hoewel de rechtbank de wens van de minderjarige om samen met zijn grootmoeder op vakantie te gaan begrijpt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De rechtbank legt uit waarom. In de wet is geregeld dat een ouder met gezag de plicht en het recht heeft om de minderj