Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2026-02-03
ECLI:NL:RBROT:2026:1005
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,091 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1005 text/xml public 2026-05-04T12:25:20 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-03 11902454 GZ VERZ 25-8235 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1005 text/html public 2026-05-04T12:23:39 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1005 Rechtbank Rotterdam , 03-02-2026 / 11902454 GZ VERZ 25-8235 Verzoek mentorschap wordt toegewezen, ondanks bezwaar van betrokkene en deel van de familie. Kwetsbare betrokkene die de bescherming nodig heeft van een professionele mentor, die haar belangen kan behartigen. RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 11902454 GZ VERZ 25-8235 uitspraak: 3 februari 2026 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het verzoek van: [verzoeker] , wonende te [adres] , hierna te noemen verzoeker, tot instelling van een mentorschap ten behoeve van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1950, wonende te [adres] , hierna te noemen betrokkene, gemachtigde: mr. G.F. van den Ende te Rotterdam. Verloop van de procedure Uit privacyoverwegingen voor betrokkene is het verloop van de procedure en de inhoudelijke beoordeling van het verzoek opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking. Beoordeling van het verzoek Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter zal de voorgestelde mentor benoemen. Beslissing De kantonrechter: stelt een mentorschap in over [betrokkene] als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand; benoemt tot mentor: V.P.M. Braaf h.o.d.n. Vision Mentorschap gevestigd te 2988 CK Ridderkerk, Schaapherderweg 1 B; stelt de beloning van de mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 4 lid 4 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 767,00 ex btw; stelt de jaarbeloning van de mentor vast overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting. Verzonden op: Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt. BIJLAGE
=
= Verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het e-mailbericht d.d. 25 september 2025 van verzoeker; het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 30 september 2025; het e-mailbericht d.d. 14 oktober met bijlagen 2025 van [naam 1] ; het e-mailbericht d.d. 14 oktober 2025 van [naam 2] ; het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 12 november 2025; het e-mailbericht d.d. 18 november 2025 van verzoeker; het verslag van Stichting Laurens d.d. 22 augustus 2025, ter zitting ontvangen op 6 januari 2026; het e-mailbericht d.d. 10 januari 2026 van verzoeker; het e-mailbericht d.d. 12 januari 2026 met bijlage van mr. G.F. van den Ende; de brief van de bewindvoerder van 21 januari 2026. De kantonrechter heeft de zaak ter zitting van dinsdag 6 januari 2026 behandeld en heeft betrokkene, haar advocaat mr. G.F. van den Ende, [naam 3] (hierna: ex-echtgenoot), verzoeker [verzoeker] (hierna: oudste zoon), [naam 1] (hierna: jongste zoon), [naam 2] (via Teams, hierna: dochter) en namens de voorgestelde mentor V.P.M. Braaf gehoord. De verdere beoordeling van het verzoek Het verzoek tot instelling van een mentorschap is erop gebaseerd dat bij betrokkene sprake is van een zodanige lichamelijke- of geestelijke toestand dat betrokkene niet in staat is ten volle haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek om mentorschap moet worden toegewezen, om de volgende redenen. Verzoeker is de oudste zoon van betrokkene. Hij vindt dat mentorschap noodzakelijk is gezien de medische toestand van betrokkene. Binnen de familie bestaat onenigheid over hoe de belangen van betrokkene het beste vertegenwoordigd kunnen worden. Verzoeker is van mening dat zijn broer, de jongste zoon, misbruik maakt van betrokkene, doordat hij al jaren bij betrokkene woont en misbruik maakt van haar bankrekening. Betrokkene krijgt niet de zorg die zij nodig heeft, omdat de jongste zoon haar woning wil aanhouden voor eigen belang. Ook heeft de jongste zoon op 28 augustus 2025 een bedrag van € 25.000,00 overgemaakt van de spaarrekening van betrokkene naar zijn eigen rekening (nadat de onderbewindstelling was uitgesproken). Betrokkene, haar ex-echtgenoot, haar jongste zoon en haar dochter zijn – kort samengevat – van mening dat betrokkene wel ten volle in staat is haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Zij menen dat door Laurens een verkeerde diagnose is gesteld; betrokkene heeft geen dementie. Een en ander blijkt volgens hen ook uit berichten van Laurens en de gewijzigde CIZ indicatie (van VV5 naar VV6). Daarnaast is een breed scala aan hulp- en zorgverleners betrokken, waaronder artsen, een fysiotherapeut, de thuiszorg en een wijkverpleegkundige. Daarom zijn zij van mening dat betrokkene momenteel betere zorg krijgt dan zij kreeg in de zorginstelling. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit het stukken blijkt dat betrokkene na een herseninfarct in januari 2025 is opgenomen op de afdeling neurorevalidatie bij Laurens Intermezzo. Betrokkene heeft op 15 september 2025 een CIZ indicatie gekregen met zorgprofiel VV 06 (beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging, 24-uurszorg). Uit een neuropsychologisch onderzoeksverslag van Laurens van 13 maart 2025 blijkt het volgende: cognitieve stoornissen op meerdere cognitieve domeinen, geheugen, aandacht, tempo van informatieverwerking, executief functioneren, stoornissen met betrekking tot oriëntatie vermogen en in de waarneming. Significante belemmering voor zelfstandig dagelijks functioneren. Dusdanig belemmerend dat mevrouw afhankelijk zal blijven van 24-uurs zorg. Conclusie: uitgebreide neurocognitieve stoornis door waarschijnlijk vasculaire ziekte. Hoewel uit de berichten van Laurens en de gewijzigde CIZ indicatie van VV5 naar VV6 kan worden afgeleid dat de fysieke en psychische gesteldheid van betrokkene minder ernstig is dan de eerdere diagnose van Laurens doet vermoeden, is de kantonrechter van oordeel dat de situatie van betrokkene (veel) minder rooskleurig is dan door betrokkene, haar jongste zoon, dochter en ex-echtgenoot wordt gesteld. Betrokkene heeft een CIZ-indicatie VV06 gekregen voor beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging, 24-uurszorg. Het cognitief functioneren van betrokkene lijkt naar verwachting beter in vergelijking met de opgestelde eerdere conclusie, aldus Laurens. Uit de overgelegde stukken blijkt verder dat Laurens op 22 augustus 2025 een nieuw NPO onderzoek adviseerde, omdat er twijfels waren ontstaan over de bevindingen in maart 2025. Ter zitting is echter meegedeeld dat betrokkene geen medewerking heeft verleend aan een nieuw NPO onderzoek. Naar de kantonrechter begrijpt heeft dit onderzoek dus niet plaatsgevonden, zodat een actuele diagnose ontbreekt. In elk geval beschikt de kantonrechter hier niet over. Op de vraag van de kantonrechter waarom hieraan geen medewerking is verleend was de reactie van jongste zoon: dit was niet nodig en niet verplicht. Betrokkene verblijft niet langer in de zorginstelling. Zij is daar door haar ex-echtgenoot opgehaald, overigens zonder toestemming van de artsen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2026:1005 text/xml public 2026-05-04T12:25:20 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-03 11902454 GZ VERZ 25-8235 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1005 text/html public 2026-05-04T12:23:39 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:1005 Rechtbank Rotterdam , 03-02-2026 / 11902454 GZ VERZ 25-8235 Verzoek mentorschap wordt toegewezen, ondanks bezwaar van betrokkene en deel van de familie. Kwetsbare betrokkene die de bescherming nodig heeft van een professionele mentor, die haar belangen kan behartigen. RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 11902454 GZ VERZ 25-8235 uitspraak: 3 februari 2026 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het verzoek van: [verzoeker] , wonende te [adres] , hierna te noemen verzoeker, tot instelling van een mentorschap ten behoeve van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1950, wonende te [adres] , hierna te noemen betrokkene, gemachtigde: mr. G.F. van den Ende te Rotterdam. Verloop van de procedure Uit privacyoverwegingen voor betrokkene is het verloop van de procedure en de inhoudelijke beoordeling van het verzoek opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking. Beoordeling van het verzoek Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter zal de voorgestelde mentor benoemen. Beslissing De kantonrechter: stelt een mentorschap in over [betrokkene] als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand; benoemt tot mentor: V.P.M. Braaf h.o.d.n. Vision Mentorschap gevestigd te 2988 CK Ridderkerk, Schaapherderweg 1 B; stelt de beloning van de mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 4 lid 4 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 767,00 ex btw; stelt de jaarbeloning van de mentor vast overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting. Verzonden op: Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt. BIJLAGE
=
= Verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het e-mailbericht d.d. 25 september 2025 van verzoeker; het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 30 september 2025; het e-mailbericht d.d. 14 oktober met bijlagen 2025 van [naam 1] ; het e-mailbericht d.d. 14 oktober 2025 van [naam 2] ; het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 12 november 2025; het e-mailbericht d.d. 18 november 2025 van verzoeker; het verslag van Stichting Laurens d.d. 22 augustus 2025, ter zitting ontvangen op 6 januari 2026; het e-mailbericht d.d. 10 januari 2026 van verzoeker; het e-mailbericht d.d. 12 januari 2026 met bijlage van mr. G.F. van den Ende; de brief van de bewindvoerder van 21 januari 2026. De kantonrechter heeft de zaak ter zitting van dinsdag 6 januari 2026 behandeld en heeft betrokkene, haar advocaat mr. G.F. van den Ende, [naam 3] (hierna: ex-echtgenoot), verzoeker [verzoeker] (hierna: oudste zoon), [naam 1] (hierna: jongste zoon), [naam 2] (via Teams, hierna: dochter) en namens de voorgestelde mentor V.P.M. Braaf gehoord. De verdere beoordeling van het verzoek Het verzoek tot instelling van een mentorschap is erop gebaseerd dat bij betrokkene sprake is van een zodanige lichamelijke- of geestelijke toestand dat betrokkene niet in staat is ten volle haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek om mentorschap moet worden toegewezen, om de volgende redenen. Verzoeker is de oudste zoon van betrokkene. Hij vindt dat mentorschap noodzakelijk is gezien de medische toestand van betrokkene. Binnen de familie bestaat onenigheid over hoe de belangen van betrokkene het beste vertegenwoordigd kunnen worden. Verzoeker is van mening dat zijn broer, de jongste zoon, misbruik maakt van betrokkene, doordat hij al jaren bij betrokkene woont en misbruik maakt van haar bankrekening. Betrokkene krijgt niet de zorg die zij nodig heeft, omdat de jongste zoon haar woning wil aanhouden voor eigen belang. Ook heeft de jongste zoon op 28 augustus 2025 een bedrag van € 25.000,00 overgemaakt van de spaarrekening van betrokkene naar zijn eigen rekening (nadat de onderbewindstelling was uitgesproken). Betrokkene, haar ex-echtgenoot, haar jongste zoon en haar dochter zijn – kort samengevat – van mening dat betrokkene wel ten volle in staat is haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Zij menen dat door Laurens een verkeerde diagnose is gesteld; betrokkene heeft geen dementie. Een en ander blijkt volgens hen ook uit berichten van Laurens en de gewijzigde CIZ indicatie (van VV5 naar VV6). Daarnaast is een breed scala aan hulp- en zorgverleners betrokken, waaronder artsen, een fysiotherapeut, de thuiszorg en een wijkverpleegkundige. Daarom zijn zij van mening dat betrokkene momenteel betere zorg krijgt dan zij kreeg in de zorginstelling. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit het stukken blijkt dat betrokkene na een herseninfarct in januari 2025 is opgenomen op de afdeling neurorevalidatie bij Laurens Intermezzo. Betrokkene heeft op 15 september 2025 een CIZ indicatie gekregen met zorgprofiel VV 06 (beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging, 24-uurszorg). Uit een neuropsychologisch onderzoeksverslag van Laurens van 13 maart 2025 blijkt het volgende: cognitieve stoornissen op meerdere cognitieve domeinen, geheugen, aandacht, tempo van informatieverwerking, executief functioneren, stoornissen met betrekking tot oriëntatie vermogen en in de waarneming. Significante belemmering voor zelfstandig dagelijks functioneren. Dusdanig belemmerend dat mevrouw afhankelijk zal blijven van 24-uurs zorg. Conclusie: uitgebreide neurocognitieve stoornis door waarschijnlijk vasculaire ziekte. Hoewel uit de berichten van Laurens en de gewijzigde CIZ indicatie van VV5 naar VV6 kan worden afgeleid dat de fysieke en psychische gesteldheid van betrokkene minder ernstig is dan de eerdere diagnose van Laurens doet vermoeden, is de kantonrechter van oordeel dat de situatie van betrokkene (veel) minder rooskleurig is dan door betrokkene, haar jongste zoon, dochter en ex-echtgenoot wordt gesteld. Betrokkene heeft een CIZ-indicatie VV06 gekregen voor beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging, 24-uurszorg. Het cognitief functioneren van betrokkene lijkt naar verwachting beter in vergelijking met de opgestelde eerdere conclusie, aldus Laurens. Uit de overgelegde stukken blijkt verder dat Laurens op 22 augustus 2025 een nieuw NPO onderzoek adviseerde, omdat er twijfels waren ontstaan over de bevindingen in maart 2025. Ter zitting is echter meegedeeld dat betrokkene geen medewerking heeft verleend aan een nieuw NPO onderzoek. Naar de kantonrechter begrijpt heeft dit onderzoek dus niet plaatsgevonden, zodat een actuele diagnose ontbreekt. In elk geval beschikt de kantonrechter hier niet over. Op de vraag van de kantonrechter waarom hieraan geen medewerking is verleend was de reactie van jongste zoon: dit was niet nodig en niet verplicht. Betrokkene verblijft niet langer in de zorginstelling. Zij is daar door haar ex-echtgenoot opgehaald, overigens zonder toestemming van de artsen.