Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-30
ECLI:NL:RBROT:2025:9912
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,818 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11483671 CV EXPL 25-607
datum uitspraak: 30 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep (MDG),
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Maassluis,
gedaagde,
gemachtigde: mr. W.J.J. Trooster.
De partijen worden hierna ‘MDG’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 31 december 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de brief van 10 april 2025 met bijlagen.
1.2.
Op 22 april 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens MDG [naam] met de gemachtigde van MDG en [gedaagde] met haar gemachtigde en haar zoon en dochter.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 8 november 2023 een woning van MDG. Op 31 oktober 2024 is de woning door de politie doorzocht. In de kelderbox van de woning is illegaal vuurwerk aangetroffen. DMG wil dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. De kantonrechter wijst deze vordering af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De huurovereenkomst wordt niet ontbonden
2.2.
Aan haar vordering heeft MDG – samengevat – ten grondslag gelegd dat [gedaagde], door illegaal vuurwerk op te (laten) slaan in haar kelderbox, heeft gehandeld in strijd met bepalingen uit de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft de aanwezigheid van het vuurwerk in haar kelderbox erkend, zodat reeds daaruit volgt dat zij is tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, althans zich niet heeft gedragen als een goed huurder.
2.3.
De kantonrechter is het met MDG eens dat zij niet hoeft te dulden dat een van haar woningen wordt gebruikt voor de opslag van vuurwerk. MDG heeft immers een taak op het gebied van leefbaarheid, in die zin dat zij bijdraagt aan de leefbaarheid in buurten en wijken waar de woongelegenheden gelegen zijn. De aanwezigheid van vuurwerk is een factor die de woonomgeving in negatieve zin kan beïnvloeden en is zonder meer gevaarzettend. MDG heeft een zwaarwegend belang bij haar wens daartegen op te treden en een strikt beleid te hanteren. Het kan in dat verband een verkeerd signaal afgeven dat de woning bewoond blijft door [gedaagde].
2.4.
Daar tegenover staat het belang van [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst en het behoud van haar woning. [gedaagde] kampt met mentale en fysieke uitdagingen waardoor zij afhankelijk is van de mantelzorg van haar familie. Zo heeft zij een scootmobiel om zich binnenshuis te kunnen verplaatsen. [gedaagde] durft niet naar buiten zonder haar familie, omdat ze last heeft van angsten en zij bijvoorbeeld bang is om te verdwalen. Dit blijkt ook uit het in het geding gebrachte verslag van 18 september 2024 van haar internist-ouderengeneeskunde. De woning van [gedaagde] is geschikt voor haar gebruik van een scootmobiel en de woning is inmiddels een vertrouwde plek.
2.5.
In het kader van de belangenafweging acht de kantonrechter van belang dat [gedaagde] heeft gesteld dat zij niets van het vuurwerk afwist en dat er misbruik is gemaakt van haar vertrouwen. Het vuurwerk is door haar kleinzoon stiekem in haar kelderbox gelegd met als doel het tijdelijk op te slaan. De kleinzoon heeft gesteld veel spijt te hebben van zijn handelen. MDG heeft niet weersproken dat [gedaagde] geen weet had van het vuurwerk. Het is waar dat [gedaagde] als huurster te allen tijde verantwoordelijk is voor de staat van haar woning en voor de personen die zij binnenlaat. MDG heeft echter geen feiten omstandigheden aangevoerd die er op wijzen dat [gedaagde] zelf ook maar iets met het vuurwerk te maken heeft gehad. Vast is komen te staan dat, anders dan DMG stelt, [gedaagde] niet handelt in vuurwerk en evenmin dat haar woning voor een dergelijke handel gebruikt wordt. Niet is gebleken dat wegens de aanwezigheid van vuurwerk schade is toegebracht aan de woning of dat dit invloed heeft gehad op de woonomgeving van [gedaagde], waarvoor MDG de zorgplicht heeft.
2.6.
De kantonrechter onderschrijft de ernst van het aantreffen van vuurwerk in een woning, maar er zijn geen aanwijzingen dat [gedaagde] dit materiaal opnieuw in haar woning zal toelaten. Dat de kleinzoon van [gedaagde] geen sleutel van de kelder meer ter beschikking zal hebben lijkt hierbij vanzelfsprekend. Van overlast op grond van het vuurwerk is ook niet gebleken.
2.7.
Gelet op bovengenoemde omstandigheden komt het de kantonrechter onrechtvaardig voor als [gedaagde] de woning zou moeten verlaten, met alle gevolgen van dien. De persoonlijke belangen van [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst wegen naar het oordeel van de kantonrechter zwaarder dan de belangen van MDG bij de ontbinding hiervan. De kantonrechter benadrukt dat deze uitkomst absoluut geen vrijbrief is voor de aanwezigheid van vuurwerk in welke woning dan ook, maar dat deze het gevolg is van een zorgvuldige afweging van de belangen in deze specifieke zaak.
2.8.
De huurovereenkomst wordt niet ontbonden, omdat de tekortkoming niet ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen.
[gedaagde] hoeft de woning niet te ontruimen
2.9.
Omdat de huurovereenkomst niet wordt ontbonden, hoeft [gedaagde] de woning niet te ontruimen en ook geen gebruiksvergoeding te betalen.
DMG moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van DMG, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die DMG aan [gedaagde] moet betalen op € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dit is in totaal € 510,00.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DMG dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt DMG in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 510,00;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
62574